Donderdag 13/08/2020

Boeken

‘Halleluja’: de raadselachtige levensvisie van Annelies Verbeke in 15 verhalen

In haar derde verhalenbundel 'Halleluja' voert Annelies Verbeke opnieuw een bonte parade op van eigenaardige mensen wier leven niet zozeer uit spanningsbogen en bevredigende eindes bestaat, dan wel uit losse eindjes.Beeld Karoly Effenberger

In haar nieuwe verhalenbundel Halleluja richt schrijfster Annelies Verbeke (40) zich met sardonische precisie op de mens en zijn eeuwige gesukkel. ‘Begin en einde’ is dit keer het thema, met als centrale en vooral verrassende vraag: kan een auteur nog stoppen met schrijven?

Een alwetende zuigeling. Een architect die denkt dat de wereld zal vergaan. Een muzikante op de dool. Een schrijfster die in een beer verandert. Een koppel dat elkaar enkel vindt in de rol van holbewoners. In haar derde verhalenbundel Halleluja voert Annelies Verbeke opnieuw een bonte parade op van eigenaardige mensen wier leven niet zozeer uit spanningsbogen en bevredigende eindes bestaat, dan wel uit losse eindjes.

Ze vertelt de verhalen waarvan je je, als het je zelf zou overkomen, zou afvragen: wat moet ik hier nu mee? Dat hoeft niet zo troosteloos te zijn als het klinkt. Het is niet omdat ­verwarring, tweeslachtigheid en vervreemding niet passen in een Hollywood-scenario, dat ze daarom niet menselijk zijn. Integendeel. Verbeke verwerkt de lapjes ervaringen en inzichten tot een veelkleurig patchwork, dat soms confronterend is, maar op een bepaalde manier het echte leven nabootst en daarom ook troost biedt.

Halleluja, het nieuwe boek van Annelies Verbeke, is nu verkrijgbaar en werd uitgegeven bij De Geus.Beeld rv

In haar eerste bundel Groener gras is de rode draad winst en ­verlies. Bij de tweede, Veronderstellingen, verschijnen bepaalde personages in verschillende verhalen ten tonele. In Halleluja draait elk verhaal op een of andere manier om een begin of een einde. Een pasgeboren baby en een hoogbejaarde zijn de vertellers in het eerste en het laatste verhaal.

Met ‘Huilbaby’ zet Verbeke meteen de toon. De gedachte dat baby’s worden geboren met de kennis van hun hele levensverhaal, en daarom zoveel huilen, is zowel boosaardig als grappig. “Soms zou je toch denken dat die je perfect begrijpt”, merkt de grootmoeder op.

De schrijfster zal in de loop van de bundel meermaals het spotlicht zetten op de onmogelijkheid van het leven. Al toont ze ook mededogen voor haar personages.

Een van mijn favoriete verhalen uit Halleluja is ‘De beer’, waarin een schrijfster een metamorfose ondergaat die niet iedereen lijkt op te merken. Heerlijk, die fatsoenlijk mopperende stem.

(lacht) “Fatsoenlijk mopperen en beleefde depressies, daar hou ik wel van.

“In ‘De beer’ vertel ik het verhaal van een schrijfster die in een beer verandert. Dat is het hart van de bundel. De verhalen die ervoor en erna staan weerspiegelen elkaar. Zo gaan ‘Voorbeelden van verdriet’ en ‘Wilde dieren’ over de minder verheven kanten van de liefde, maar ook over het einde van de beschaving en het begin ervan. Ook ‘In Hamelen’, over een muzikante die haar job als vertolker van de rattenvanger haat, en ‘Bus 88’, waarin iemand wakker wordt in een haar onbekend leven, zijn een aanloop naar en een antwoord op ‘De beer’.

“Je kunt je leven zoals het nu is ingevuld wel moe zijn, maar wat als je plots een ander leven had, en je geen idee hebt hoe je daarin bent terechtgekomen? Dat moet toch een nachtmerrie zijn? Ik hoop de lezer met die structuur op een roetsjbaan te zetten, om hem of haar te confronteren met de snelheid van ons bestaan. Achteraf gezien bleek de bundel wel donkerder dan ik ­oorspronkelijk had bedoeld. Er is meer einde dan begin.”

Zegt de inspirational quote niet dat elk einde een nieuw begin inhoudt?

“In een vorige versie had ik bij de korte inhoud geschreven dat elk begin een einde in zich draagt, en elk einde een nieuw begin. Nu staat erbij: maar niet altijd. Soms is het gewoon gedaan. Vroeg of laat ga je echt dood. De laatste jaren ben ik me meer bewust van het feit dat mijn leven snel voorbij zal zijn. Dat besef zindert ook door de verhalen heen.”

Is dat niet overdreven? Je bent net 40 geworden.

“In mijn familie wordt bijna niemand 70 jaar. In die zin ben ik al voorbij de helft, en die tijd is voorbij gevlogen. De laatste zes jaar waren de leukste van mijn leven. Net nu ik het leven fijn begin te vinden, komt het einde al in zicht.”

Je wisselt romans en theaterteksten af met het schrijven van korte verhalen. Dat is niet het gemakkelijkste genre, omdat het een direct engagement en een empathie-sprint van de lezer vraagt.

“Ik weet dat verhalenbundels ­commercieel minder interessant zijn, maar ik schrijf ze zo graag. Ze vragen een grotere bereidheid van de lezer om ergens mee in te stappen zonder dat je over biografische gegevens van de personages beschikt. Er is geen opbouw, je belandt er meteen in. Je moet als lezer zelf veel invullen.

Annelies Verbeke: "Ik weet dat verhalenbundels ­commercieel minder interessant zijn, maar ik schrijf ze zo graag."Beeld Karoly Effenberger

“Korte verhalen zijn ook niet plotgericht. Het gaat meer over een ‘epiphany’, een plots inzicht dat je idealiter samen met het hoofdpersonage beleeft. Je kunt er ook niet veel na elkaar lezen. Drie is een maximum. Dan moet je ze toch wat laten bezinken, want ze werken nog een tijd na.

“Ik hou van die intense lees- en schrijfervaringen. Je kunt gericht rond één gedachte schrijven, terwijl je bij een roman toch eerder een boer bent die zijn schapen op de weide moet houden.”

Ik vind je verhalen iets troostends hebben. Je hecht betekenis aan de losse, onvolmaakte eindjes van het leven.

“Het leven is moeilijk, dat zal het altijd zijn. Er worden compromissen gesloten. Er wordt getwijfeld. Er bestaan geen definitieve antwoorden. Maar in deze snelle en angstaanjagende tijden lijken mensen meer dan ooit open te staan voor de brullers die met een sluitend verhaal komen. Die verhalen zijn sowieso gelogen. Ook literatuur en fictie streven naar mijn gevoel te vaak naar causale verbanden. Die zijn er in het echte leven toch ook niet altijd? Er bestaat niet zoiets als een grote waarheid.

“De vraag ‘wat is de werkelijkheid?’ is een constante in mijn oeuvre. Het boeit mij om te zien hoe mensen voortdurend verhalen maken van wat ze ervaren. Zoals de secretaresse in het verhaal ‘Voorbeelden van verdriet’ tegen haar baas zegt: ‘We leven allemaal in ficties’. Maar onze ficties stroken niet helemaal met de realiteit. En dus ook niet met de ficties van een ander. Door in vijftien levens te stappen, kom je tot verschillende, soms tegenstrijdige inzichten die naast elkaar bestaan. Net in dat fragmentarische kun je een vollediger beeld van de werkelijkheid tonen.”

Je recentste roman, Dertig dagen, heeft ook veel weg van een raamvertelling waarin het hoofdpersonage Alphonse, een goeie jongen, in contact komt met de kortere histories van verschillende mensen en hen probeert te helpen.

“Sommigen zien Dertig dagen inderdaad als een vehikel waarin ik verschillende korte verhalen binnensmokkel. Ik zie het boek eerder als een heel lang kort verhaal. Er is bijvoorbeeld niet echt een plot, het eindigt ook met ‘een inzicht’.

“Ik was best bezorgd over de reacties van het publiek, maar het wordt gesmaakt. Mensen verwachten blijkbaar niet altijd een breed uitgesponnen verhaal, dat stemt me hoopvol.

(spoiler alert!) “Vreemd was wel hoeveel lezers van streek waren over de afloop. Waarom liet ik hen een heel boek lang geloven dat de goedheid van Alphonse een waardige keuze is, om hem op het einde te laten doodslaan? Hadden goede mensen dan geen bestaansrecht? Terwijl ik alleen maar wilde tonen dat je kwetsbaar blijft, ook al heb je het licht gezien. Men wil dat ­blijkbaar niet weten.

“Wat een verschil met de Russische mentaliteit, waar men er meestal van uitgaat dat iets slecht zal aflopen. Als het lijden je uitgangspunt is, dan valt het leven best mee. Als je naar de top streeft, dan is alles wat eronder ligt, een mislukking. Het is maar hoe je ernaar kijkt.”

Wat zeggen surrealistische verhalen over verwisselde levens, of metamorfoses over de realiteit?

“Dat er altijd meer aan de hand is dan we kunnen benoemen. Onder de oppervlakte lijkt een wereld te bestaan waar we het fijne niet van weten, maar die wel aanwezig en voelbaar is en die impact kan hebben op wat er aan die oppervlakte gebeurt.

Annelies Verbeke: "Onder de oppervlakte lijkt een wereld te bestaan waar we het fijne niet van weten, maar die wel aanwezig en voelbaar is."Beeld Karoly Effenberger

“Nog meer dan in de vorige bundels wilde ik in Halleluja loyaal zijn aan dat raadselachtige, zoals de onlangs overleden Britse kunstenaar en schrijver John Berger het definieerde. In zijn werk voel je die mysterieuze droomwereld ook sluimeren: een parallel universum van gevoel en emotie dat je op het eerste gezicht ontgaat. De Russische schrijfster Ljoedmila Petroesjevskaja noemt dit ‘de boomgaard van ongewone mogelijkheden’.

“Ik hou van literatuur die peilt naar wat onzichtbaar is, die voorbij de dagelijkse werkelijkheid treedt en dat onuitspreekbare probeert aan te raken. Als ik ongegeneerd een verhaal als ‘De beer’ schrijf, is dat niet zomaar omdat ik wat gek wil doen. Het bleek voor mij de enige manier om een bepaalde stemming te beschrijven en te verdrijven. Een gevoel waar ik een tijd mee rondliep en dat ik uiteindelijk kon loslaten nadat ik het in die woorden op papier had gezet. Het is geen toeval dat dit verhaal het hart van Halleluja werd.”

Wat vertolkt die mopperende beer?

“Ik heb lange tijd een soort van vermoeidheid ervaren. Over het schrijven op zich, maar ook over de wereld waar ik deel van uitmaak. Het is een systeem dat uit verschillende terugkerende fasen bestaat. Er is de creatieve fase, waarin je zelf de baas bent. Maar er is ook de fase waarin je je boek naar de wereld moet brengen. Optreden is belangrijk, want je wilt gelezen en begrepen worden. Toch heb ik een tijd geworsteld met al die aspecten. Schrijven is altijd alles geven. Er is geen tussenweg. Je kunt niet een béétje schrijven.

“Ik kreeg geromantiseerde visioenen over kapster zijn, of masseuse. Iets doen waarbij je heel direct iets aan mensen geeft, dat moet toch plezant zijn? Ik dacht daar serieus over na, heb zelfs informatie gezocht voor een mogelijke omscholing. Maar ik merkte dat niemand in mijn omgeving mij ernstig nam. Ik realiseerde me dat mijn leven en het schrijven zo met elkaar vervlochten zijn dat ik er niet meer mee kan stoppen.

“Ik doe dan wel waar ik voor geboren ben – en ik prijs mezelf daarom gelukkig – maar dat ik niet meer kan loskomen van mijn schrijversbestaan, voelde een tijdlang als een gevangenschap.”

Wil je je nog steeds omscholen?

“Neen. Ik weet intussen dat ik het kapster of masseuse zijn idealiseerde, dat mijn beeld ervan niet strookt met de werkelijkheid. En ik heb het schrijven nodig. Die drang zou toch nooit stoppen. Sinds vorig voorjaar, sinds ik weer vaker reis, voel ik me ook opnieuw goed bij wat ik doe. Literatuur is nog steeds mijn wereld.”

Je bent geen opiniërende tafelspringer, maar wel een geëngageerd auteur. Je bent bijvoorbeeld een vurig pleitbezorger van auteurs uit niet-westerse landen.

“Ik wil mensen aanmoedigen om bewust boeken te lezen die vertaald zijn uit andere talen dan het Engels. Niet alleen literatuur uit Europa, maar ook uit andere continenten. We beseffen niet dat we in wat we lezen sterk worden gestuurd door de Verenigde Staten. Zelfs Afrikaanse en Aziatische auteurs die vertaald werden naar het Nederlands, bereiken ons vaak pas als ze werden opgepikt in de VS. Daar heeft men een vast idee over hoe een boek hoort te zijn.

“Amerikaanse uitgevers vertelden me met zoveel woorden dat wat er in de rest van de wereld verschijnt, niet goed genoeg is voor hun markt. Een van hen gaf zelfs toe dat zij paragrafen toevoegt aan buitenlandse boeken, ‘omdat er iets ontbreekt’. Hallucinant hoe zij kwaliteit, literaire waarden en commercieel succes met elkaar ­vereenzelvigen. Economische dominantie staat voor hen gelijk aan intellectuele dominantie.

“Hetzelfde principe ligt aan de basis van racisme en seksisme. Ook daar gaat het over het ontkennen van intellectuele gelijkwaardigheid. Men doet dat dikwijls onbewust, meestal hebben mensen er geen idee van hoe arrogant ze overkomen.

“Die drang naar eenvormigheid doodt verscheidenheid. Het literaire landschap is nochtans rijk. Er zijn zoveel verborgen parels die door de mazen van het net glippen. Ik zie het als mijn taak om literatuur uit kleinere taalgebieden te promoten. Net zoals ik zou willen dat alle mogelijke vormen van literatuur naast elkaar kunnen gedijen. Waarom kraakt men zo graag het werk van anderen af als het niet meteen samenvalt met je eigen ideeën over hoe literatuur hoort te zijn? En hoe onzeker ben je eigenlijk als je dat doet?”

Je won een paar maanden geleden de Opzij Literatuurprijs, een prijs voor vrouwelijke auteurs. Je was daar niet onverdeeld gelukkig mee.

“Ik heb die prijs met plezier aanvaard omdat het een ernstige prijs is. Ik heb ook niets tegen het initiatief an sich, in het verleden wonnen opvallend weinig vrouwen grote literatuurprijzen.

“Maar uiteindelijk wil ik gelezen worden met dezelfde onbevooroordeelde blik die een mannelijke auteur krijgt. Ik denk niet dat je inclusie verkrijgt door je als groep af te zonderen. Ik begrijp wel waar het vandaan komt, maar ik hoop dat het niet te lang meer nodig is. 2016 was een goed jaar voor schrijfsters. Laten we hopen dat het geen uitzonderingsjaar was.”

Annelies Verbeke: "2016 was een goed jaar voor schrijfsters. Laten we hopen dat het geen uitzonderingsjaar was.”Beeld Karoly Effenberger

Is het stimuleren van vrouwelijke auteurs niet ook een manier om tot meer verscheidenheid te komen in de verhalen die worden verteld?

“Literatuur is wat mij betreft het best als ze geslachtsloos is, waarmee ik bedoel dat je geslacht of je gender geen rol zou mogen spelen als je werk goed is. Uitgesproken vrouwelijke of uitgesproken mannelijke literatuur kunnen mij storen. James Salter lees ik bijvoorbeeld erg graag, maar ik erger me als hij al te macho uit de hoek komt.

“Ik weet overigens ook niet goed wat men bedoelt met vrouwelijk. Ik voel me niet uitgesproken ‘vrouw’. Ik wil er dus ook niet voortdurend op gewezen worden. Net zoals mensen met een andere huidskleur er niet graag aan herinnerd worden dat ze ‘anders’ zijn.”

Heb jij nooit seksisme ondervonden als auteur?

“Persoonlijk heb ik altijd steun gekregen van vrouwen én van mannen. Maar ik heb wel situaties meegemaakt waarin men me intellectueel onderschatte. Ook op Facebook worden de betuttelende idioten wel eens met karrenvrachten aangedragen. Hoe sommige mensen je durven aan te spreken. Of te corrigeren, zelfs liefst foutief. Ik denk niet dat men dat zou durven bij mannelijke vooraanstaande auteurs.

“Maar ook vrouwen reageren vanuit die geïncorporeerde denkbeelden. Als je de klassieken leest, kom je per definitie uit bij het werk van mannen. Ik heb mezelf ook al tot de orde moeten roepen, omdat ik minder snel naar een vrouwelijke auteur greep. Hoe ironisch is dat als je zelf een vrouwelijke auteur bent?

“Die ideeën leven dus ook in mij. Ik probeer me daar bewust van te zijn. Maar ik wil seksisme en racisme, want de twee hebben veel gemeen, niet laten samenvallen met kleur of geslacht. Als feminisme enkel een zaak van of voor vrouwen is, vind ik het gevaarlijk. Er is een probleem als je de groep waarvan je de rechten wilt verdedigen als ‘betere mensen’ beschouwt.”

Annelies Verbeke, Halleluja, De Geus, 224 p., 19,99 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234