Dinsdag 09/08/2022

Halfweg tussen noord en zuid

Harry Van Barneveld: 'Als dit land ooit uiteenvalt verhuizen wij naar Australië'Jo Lemaire: 'Ben ik een Belg? Ach, België, bestaat dat dan echt?'

Erik Raspoet, Marijke Libert en Douglas De Coninck / Foto's Stephan VanfleterenHarry Van Barneveld, Jo Lemaire en Magali Uytterhaeghe over Walen en Vlamingen

Terwijl in Franstalig België de rondzendbrief van minister Peeters nog lang niet is verteerd, zorgt het rapport-Columberg voor zure oprispingen in Vlaanderen. Vorig weekend gooiden onze hoogste leiders op magistrale wijze olie op het vuur. Op de Waalse Feesten schilderde minister-president Collignon Vlaanderen af als een bolwerk van onverdraagzaamheid. Collega Van den Brande was niet onder de indruk. Wallonië, zo lieten hij en zijn hond verstaan, is het zieke broertje van West-Europa. De kemphanen treden aan, het communautaire vuur laait op. Zei iemand daar iets over verkiezingen? In deze barre tijden vroegen wij de mening van drie ervaren grensgangers. Harry Van Barneveld danst in het Frans, Jo Lemaire zingt in het Vlaams en Magali Uytterhaeghe vloekt in het Engels. Een judoka tussen twee stoelen, een zangeres zonder land en een journaliste in een hokje over noord en zuid en alles ertussenin.

Volgens ooggetuigen was het muisstil in het Waals Parlement toen minister-president Robert Collignon vorige zaterdag het woord voerde. Zelfs de groentjes van het talrijk opgekomen corps diplomatique voelden het met hun ellebogen aan: het Fête de Wallonie werd dit jaar niet met een feestrede maar met een messcherp rekwisitoor bezegeld. Over de identiteit van de beschuldigde bestond geen twijfel. Vlaanderen werd aan de schandpaal genageld als een oord waar rechts-extremisme en racisme hand over hand toenemen. Collignon kon het niet genoeg benadrukken: Wallonië is het spiegelbeeld van Vlaanderen, een gastvrij terre d'acceuil dat democratische waarden hoog in het vaandel voert.

Het heeft maar weinig gescheeld of de geladen stilte in het parlement werd wreed verstoord door een natuurfenomeen genaamd Harry Van Barneveld. "Ze hebben geluk gehad," zegt de zwaargewicht judoka. "Ik had een uitnodiging voor de officiële receptie. Ik was echter verhinderd, anders had ik ginder zeker kabaal gemaakt. Niet dat ik het podium zou bestormen, er zijn andere manieren om je ongenoegen te uiten. Ze zouden wel hebben gemerkt dat ik de zaal verliet."

En of de aanwezige notabelen het gemerkt zouden hebben. Harry Van Barneveld is geen onopvallend doetje. Bijna twee meter hoog reikt hij, een kleerkast van een vent voor wie je op de stoep graag een stapje opzij zet. Niet dat hij als geweldenaar te boek staat, volgens intimi is er veel nodig om deze goedlachse kolos uit zijn hum te brengen. "Maar over die speech van Collignon was ik echt kwaad," zegt hij. "Vlamingen zomaar als een bende racisten bestempelen, dat pik ik niet. Pas op, ik wil niet alle schuld in Collignons schoenen schuiven. Eigenlijk is het Fête de Wallonie niets meer dan een antwoord op het anti-Waalse gepreek tijdens de IJzerbedevaart. Ten andere, ik kan me ook opwinden als ik sommige Vlaamse politici over Wallonië hoor praten.

"Weet je wat ik zo zielig vind aan dat communautaire gedoe? Het zijn altijd politici die olie op het vuur gooien. Goed, fanatiekelingen vind je aan beide zijden van de taalgrens. Maar tussen gewone Vlamingen en Walen bestaan er geen problemen. Ik woon nu al acht jaar in Marche, ik kom veel onder het volk. Wel, ik kan je verzekeren: de mensen liggen absoluut niet wakker van die communautaire heisa. Collignon probeert nu een Waals bewustzijn te creëren. Je hebt het vast gehoord, Wallonië heeft sinds kort zijn eigen volkslied. Mij allemaal best, maar van Waals nationalisme merk ik hier in de provincie Luxemburg bitter weinig. Je zou denken, in Luik zijn ze veel chauvinistischer. Inderdaad, maar daar zingen ze bij iedere gelegenheid de Marseillaise. Retour à la France, klinkt het daar steeds vaker. Echt waar, uit dat Waals nationalisme raakt deze jongen niet wijs."

Harry Van Barneveld is geen politoloog. Toch kan hij een aardig woordje meespreken over thema's als nationalisme en culturele identiteit. Zonder diploma maar met een levensloop die alle twijfels over zijn deskundigheid wegneemt. "Eigenlijk ben ik een zuivere Nederlander," zegt de 31-jarige judoka. "Mijn ouders zijn echter gescheiden en moeder is met mijn Belgische stiefvader hertrouwd. Hij werkte als monteur in een circus, ik heb tot mijn zes jaar een zwervend bestaan geleid.

Vervolg op de volgende pagina Vervolg van de vorige pagina

Misschien verklaart dat waarom ik me nu overal thuis voel. Na het circus vestigden we ons in Oost-Vlaanderen, eerst in het chique Sint-Martens-Latem en daarna in Deinze. In Nederland bestaat er nog altijd verwarring over mijn nationaliteit. Enkele jaren geleden schreef De Telegraaf dat ik naar België was uitgeweken omdat in Nederland als judoka niet aan de bak kwam. Volslagen nonsens, ik woon al sinds mijn achtste onafgebroken in België. Al moet je dat onafgebroken tegenwoordig met een korreltje zout nemen, ik spendeer zowat de helft van het jaar aan stages in het buitenland. Daarom ben ik naar Marche verhuisd. Mijn vrouw Carole is hier geboren en getogen, ik kon moeilijk vragen dat ze in haar eentje in het verre Deinze zou wegkwijnen. We proberen ons zesjarig zoontje tweetalig op te voeden, maar met mijn uithuizigheid valt dat tegen. Pas op, hij doet zijn best als we bij oma in Deinze op bezoek gaan. Maar hier in Marche vertikt hij het ook maar één woord Nederlands te spreken. Een echte Luxemburger, zo koppig als een ezel."

Het gezinnetje woont op het nummer 22 in de rue des Tanneurs. Vergissen is onmogelijk, achter het raam op de benedenverdieping prijkt een levensgrote poster van de heer des huizes: Van Barneveld steekt triomfantelijk de armen in de lucht na de kamp die hem in Atlanta een olympische medaille opleverde. "In Marche kennen ze mij wel," zegt hij. "Een paar jaar geleden heeft de burgemeester mij tot ereburger gebombardeerd. Je had dat hier moeten zien toen ik met uit Atlanta terugkwam, de hele stad stond op stelten. Vlaming of niet, dat speelt hier geen rol. Ze hebben mij vanaf de eerste dag aanvaard.

"In het begin was het wel behelpen met de taal. Ik sprak geen twee woorden Frans toen ik mijn vrouw leerde kennen. Bij onze eerste ontmoeting verliep de communicatie erg stroef. Dat ging de hele tijd van 'Tu boire Coca-Cola?' en 'Nous danser?', meer kreeg ik er echt niet uit. Op café probeerde ik de gesprekken te volgen door ze in mijn hoofd te vertalen. Eer het zover was, zaten de anderen alweer twee verhalen verder. Maar zodra ik hier kwam wonen ging het snel vooruit. Je onderdompelen in een taal, dat is nog altijd de beste methode."

Behalve een vlot gebruik van de passé composé leerde struise Harry ook de Walen beter kennen. En voorwaar, hij ontdekte dat niet alle clichés op los zand gebouwd zijn. "Er is iets van," zegt hij. "Walen zijn gemoedelijker dan Vlamingen. Mensen die elkaar van haar noch pluim kennen groeten elkaar op straat of op de markt. En de mannen kussen elkaar op café. Ik vergeet nooit die eerste keer dat ik met Caroles familie kennismaakte. Kreeg ik daar meteen een smakkerd te pakken van haar oom. Het was even slikken, als Vlaming ben je zoiets niet gewoon hé. Weet je, alle medailles hebben twee zijden. Die Waalse gemoedelijkheid gaat soms met een zekere gemakzucht gepaard. Wat we vandaag niet kunnen doen, doen we morgen wel.

"Dat je-m'en-foutisme merk ik ook in de judowereld. Wallonië telt heel wat talentrijke juniors. Jammer genoeg ontbreek vaak dat tikkeltje wilskracht om het ook bij de grote jongens waar te maken. Judo is een keiharde sport, alleen door veel trainen en afzien raak je aan de top. Dat is er voor die jongeren te veel aan. Vlamingen werken harder, dat is gewoon zo. Misschien ligt het aan het verleden. Vlaanderen was het armenhuis van België, de mensen waren doordrongen van het besef dat ze moesten zwoegen om er te geraken. Het is allemaal heel ingewikkeld. Soms denk ik dat Vlamingen zo hard werken om hun aangeboren minderwaardigheidscomplex te compenseren. Dat underdog-gevoel verklaart ook hun legendarische aanpassingsvermogen. Onlangs was het weer zover. Mijn vrouw stapt in Vlaanderen een bakkerij binnen en bestelt in het Nederlands een wit brood. Natuurlijk hadden ze haar accent meteen in de gaten. Vous pouvez le dire en français madame, kreeg ze meteen te horen. Erg frustrerend, heb je eens een Waal die Nederlands wil leren, dan krijg je zoiets."

De judosport is een afspiegeling van de Belgische politiek. De ruzies tussen de Vlaamse federatie en de Waalse liga zijn legendarisch. Gewoonlijk draait het gekrakeel om de samenstelling van de delegatie die België op internationale toernooien moet vertegenwoordigen. Harry mag dan wel in de Ardennen wonen, hij denkt er nog niet aan bij de Waalse judoliga aan te sluiten. "Ik zou wel gek zijn," zegt hij. "In de Waalse federatie is er altijd heibel, voorzitters komen en gaan, ze veranderen van trainer zoals van ondergoed. Ook dat is Wallonië, organiseren is niet de specialiteit van de streek. Alleen als er ruzie is met de Vlamingen kunnen ze één lijn trekken. Bondscoach Jean-Marie Dedecker sorteert bij de Walen hetzelfde effect als een rode lap bij een stier. In Atlanta sprong Marisabel Lomba in de armen van Dedecker, een spontane ingeving nadat ze brons had gewonnen. Nou, daar heeft ze in Wallonië veel kritiek voor gekregen. Ach, ik laat het niet aan mijn hart komen. Als ik tijdens de Olympische spelen of het Europees kampioenschap op de tatami stap, dan verdedig ik niet Vlaanderen of Wallonië maar België. Sommige Vlaamse politici zouden het liever anders zien. Zoals Luc Van den Brande, die ons eens tijdens een of ander toernooi kwam aanmoedigen. En maar uitbazuinen hoe trots hij was op zijn Vlaamse judoka's. Het was erg gênant, want in de ploeg zaten ook enkele Walen."

Een Nederlandse Vlaming, een geadopteerde Waal, ze hebben op Van Barneveld al veel etiketten uitgeprobeerd. "Doe geen moeite," zegt hij. "Het is heel eenvoudig: ik ben een Belg. Ik zou dan ook niet weten welke kant te kiezen als dit land echt uit elkaar valt. Ik woon in Wallonië, mijn vrouw en zoontje zijn Walen, ik heb hier vrienden en familie. Maar ook in Vlaanderen heb ik vrienden en familie. Mijn geval is niet uniek, duizenden Belgen staan met de ene voet in Vlaanderen en met de andere in Wallonië. Men heeft het voortdurend over de spanningen tussen Vlamingen en Walen. Maar waarom niet de positieve kanten van het samenleven belichten? De gemengde huwelijken, de vriendschapsbanden die de taalgrens overspannen, daarover wordt veel te weinig gesproken. Ik wil niet kiezen tussen noord en zuid. Als België ooit uiteenvalt verhuizen we naar Australië. Mijn buitenlandse vrienden snappen het niet. België is al zo'n klein landje en dan willen ze het nog opdelen. Ze noemen België in één adem met Noord-Ierland en Joegoslavië. Het lijkt misschien een tikje overdreven, maar ik vrees het ergste als de politici op de ingeslagen weg verder gaan. Waarom moeten we zo nodig scheiden, dat moet je mij eens uitleggen. Ik ben geen professor, maar mijn gezond verstand zegt me dat we louter economisch bekeken beter af zijn als we samen blijven."

Ze zouden het graag horen in Laken. Misschien krijgt hij wel de kans om zijn unitaire standpunten in vorstelijk gezelschap toe te lichten. Binnenkort wordt Harry met een delegatie Belgische topsporters ten paleize ontvangen. "Het is lang niet de eerste keer," zegt hij. "Dan lopen we daar allemaal met onze badge. Een witte voor de Vlamingen en een gele voor de Walen, zo weten de koning en de koningin in welke taal ze je moeten aanspreken. Vorige keer probeerde Paola mij een vraag te stellen. Je weet dat haar Nederlands nogal belabberd is. Enfin, het ging niet en dus zei ik: 'Vous pouvez le dire en français.' Had je toen de mannen van het protocol moeten zien, ze waren om te ontploffen."

Ik heb geluk dat ik Van Barneveld thuis tref. Morgen vertrekt hij naar Vlaanderen, uit zijn mond klinkt het als een verre reis. "En toch ben ik nog altijd populairder in Vlaanderen dan in Wallonië," zegt hij. "Als ik in Antwerpen in mijn neus peuter, dan staat het 's anderendaags in de krant. Maar in Luik of Charleroi blijf ik een onbekend gezicht. Voor de Walen ben ik geen idool, ze geilen hier liever op Jean-Mi, de tafeltennisser. Weet je, het is geen toeval dat ik nog nooit een sportprijs heb gewonnen. Als het van prijzen uitdelen is herinneren de Walen zich plots dat die Van Barneveld après tout toch een Vlaming is. In Vlaanderen geven ze dan weer de voorkeur aan atleten uit hun eigen streek. Eigenlijk val ik tussen twee stoelen." Ik leg de bandopnemer stil, Harry heeft vast nog trainingsarbeid voor de boeg. Niet dat hij over het onderwerp uitgepraat is. Vlamingen en Walen, het is een bot dat nooit afgekloven raakt. Bij het afscheid geen gekus. We geven elkaar een stevige handdruk, Vlamingen onder elkaar. (ERa)

De Belg Jo Lemaire en de Zwitser Dumenie Columberg hebben één zaak gemeen: ze willen tweetaligheid ingevoerd zien in dit land. Van geboorte Waals, van domicilie Vlaams, van gedachte Europees maar met als doel wereldburger te zijn, keek Jo - Joske voor de Vlaamse vrienden - vreemd op toen ze vorige maandag weer die communautaire storm in een glas water zag. Lemaire, die deze week haar eerste volledig Nederlandstalige cd uitbrengt, noemt de verbale steekspelen van Collignon en Van den Brande fundamenteel integrisme pur et simple.

Jo Lemaire: "Eerlijk gezegd, ik volg deze politieke strapatsen niet op de voet, maar de uitvallen van gemeenschap tot gemeenschap overrompelen mij wel. Ik ben van kindsbeen af op mijn kleine bescheiden manier aan het vechten tegen deze mentaliteit. Ik ging naar de kust op vakantie en toen merkte ik al het probleem van de taal als kwestie op zich, niet als probleem tussen mensen. In de Ardennen, op de campings waar ik af en toe was, koos ik altijd Vlamingen als speelkameraad. Ik vond het toen al interessant om obstakels te zien en erover te springen. Nederlands was zo'n obstakel, maar dat boeide mij. Tegelijk ontwikkelde ik mijn weerzin voor de tegenstellingen, die ik totaal absurd en ongepast vond. Ik weet nog heel goed dat ik op mijn tiende op een brug over de Lesse geschreven zag staan: 'Vlamingen, naar huis'. Ik heb me toen enorm boos gemaakt omdat ik het oneerlijk vond dat mijn Vlaamse vriendjes zonder reden gekwetst werden.

"Toen ik later met de muziek begon, was tachtig procent van mijn optredens in Vlaanderen. Nog steeds is zo'n negentig procent van mijn fans Vlaming. Ik trok ook steeds Vlaamse muzikanten en technici aan en ging uiteindelijk vijftien jaar geleden in Vlaanderen wonen. Ik ben wel in het Engels beginnen te zingen en vreemd genoeg kreeg ik toen ik overschakelde naar het Frans nog meer respons in Vlaanderen en Nederland. De Waalse pers beschouwde me steeds als le cas Lemaire, een vreemd mens.

"Ik ben uiteindelijk verhuisd omdat ik verliefd was en omdat mijn vrienden Vlaams waren. Ik dacht niet eens aan de taal als moeilijkheid. Ik had zoiets van: ik trek me overal uit de slag, dus met die taal red ik het ook wel. Veel bagage had ik niet, want mijn Nederlands van op de school was niet van die aard dat ik probleemloos een leven in die taal kon leiden. Dus sprokkelde ik mijn woordenschat bijeen op straat, in de cafés, aan tafel en in bed. Het lukte ook, alleen mijn uitspraak blijft me verraden. Er zijn weinig open klanken in het Nederlands. Nederlands zingen lukt me nog steeds beter dan Nederlands praten.

"Taal is erg belangrijk, maar of dat alleen de basis vormt van je cultuur? De literatuur en het theater ontstaan vanuit de taal, maar de cultuur op zich is gebaseerd op emoties en die zijn universeel en grenzeloos.

"Voor mijn nieuwe cd heb ik 'Je suis venue te dire que je m'en vais' laten vertalen in het Nederlands. Dat werd 'Ik kom je zeggen dat ik je verlaat' en ik slaag er aardig in dat uit mijn mond te wringen. Eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik in het begin thuis hard heb moeten oefenen, want ik wou de oorspronkelijke emotie niet verliezen. De liedjes op de cd, een greep uit mijn oeuvre van 1980 tot 1998, zijn ook geen volledig accurate vertaling. De schrijvers mochten autonoom nieuwe teksten schrijven voor de bestaande songs. Iedereen kreeg carte blanche.

"Ik koos de schrijvers niet uit omdat ik ze inhoudelijk ken. Ik heb nog nooit een boek van Bart Moeyaert of Geert van Istendael en Benno Barnard gelezen. Mijn keuze was gebaseerd op instinct, persoonlijk contact en puur gevoel. Het waren soms grappige contacten. Benno heeft 'C'est mon bateau' vertaald en zijn eerste versie was 'In mijn badkuip'. Ik had eerst Hugo Claus gevraagd voor dat lied, maar hij had geen tijd. Hij heeft me wel aangeboden nieuwe teksten te maken waar wij dan muziek op zouden zetten.

"Ik sta niet anders op het podium nu ik mijn vroegere liedjes allemaal in het Nederlands breng. Ik leef wat ik zing en het gevoel is hetzelfde gebleven. Het vloeien van die taal is misschien niet evident, de fonetiek is anders, het lijkt niet simpel. Maar Vlaams is een mooie taal om in te zingen. Er zijn ook erg goede Vlaamse chansonniers. Neem Jan de Wilde of Johan Verminnen. Die kunnen prachtig fraseren en beiden vertrekken vanuit fundamentele durf. Je mag de mooiste zinnen van de wereld debiteren, het gaat er vooral om hoe je ze brengt.

"Ik heb ooit 'Heimwee naar huis' van Will Tura gezongen, op de cd Turalura. Toen ik de opdracht kreeg om een nummer van Tura te coveren wou ik meteen dat lied brengen omdat het zo'n vocale rijkdom en melodische kracht heeft. De tekst was helemaal niet toepasselijk op mij. Het is eigenlijk lachwekkend, want als ik iets nooit heb gehad is het precies heimwee naar huis. Ik verlang meer naar 'weg van huis'. Ik begrijp niet waarom je smacht naar iets, louter omdat je op die plaats geboren bent. Al moet ik toegeven dat ik nog graag naar Wallonië trek, voor mijn familie en voor het Ardense landschap. Echte vriendschap heb ik daar niet meer. Mijn geboortegrond zuigt niet aan mij. Ik voel me geen Waal, geen Vlaming, geen Belg zelfs. Cultureel gezien ben ik Europeaan, ikzelf voel me echter een kind van de wereld.

"Als ik dan toch nog een klein beetje roots moet hebben, dan liggen die bij mijn grootouders in de Ardennen. Daar heengaan was een groot feest. Ik was als kind een klein, mager ding en ik at niet goed maar als ik naar de Ardennen ging werd het nieuwe Joske geboren. Een Joske dat vrat, dat stond te watertanden bij die Leuvense stoof waarop de groentjes en patatjes uren bleven sudderen, dat ronddobberde in een huis dat doorstoomd was met etensgeur. Ik mocht daar tafelbier drinken, bruine Piedboeuf. En mijn bomma was potdoof; ook dat was meegenomen. Het is de sfeer, de geur die je nostalgische maakt of aantrekt, niet het oord, het landsdeel, de taalgemeenschap, de Heimat op zich.

Vervolg op pagina 33

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234