Donderdag 09/04/2020

Haider Ackermann, de sensatie van 2010

‘Ik liep door Florence, met al die

verlaten paleizen, en ik stelde me voor hoe La traviata door de kamers zou dwalen. Op zoek naar een man. Wie is de man die ze zoekt? Wie is de man achter de Ackermann-vrouw? Zo ontstond de mannengarderobe die ik toonde tijdens de Pitti Uomo.’

neens staat hij er, Haider Ackermann. Als je de pers van het voorbije jaar bekijkt, is het één en al jubel. Tilda Swinton in Cannes op de rode loper in een juweel van een avondjurk. Een volle pagina in Le Monde. Uitgenodigd als gastontwerper in Florence door de belangrijkste mannenbeurs, de Pitti Uomo, terwijl hij alleen vrouwenkleren maakte. Haider Ackermann.

Hij is geboren in Bogota en geadopteerd door Franse ouders. Met een naam die intrigeert. Oostenrijker? Elzasser? Zijn vader was cartograaf, altijd verhuizend. Haider Ackermann woonde in Noord-Afrika, Nederland, België. Enkele jaren Modeacademie Antwerpen. Nu in Parijs - “ik ben een Fransman die nooit in Frankrijk had gewoond.” Werkt in België, onder de vleugels van BVBA 32 van Anne Chapelle, waar ook Ann Demeulemeester zit. Een jonge man die modeshows orkestreert die je raken tot in je diepste ziel. Een golf van schoonheid. Shows waarbij argumenten als ‘draagbaar’ en ‘betaalbaar’ gewoon geen seconde in je opkomen. Tegenover die Haider Ackermann zit ik in café Hopper. En ik zeg: “Zoveel succes. Wat doet dat met een mens?”

“Het is aangenaam.” Aangenaam is een woord dat herhaaldelijk zal terugkomen in dit gesprek. Door zijn Nederlands weeft hij af en toe een Frans woord. Hij maakte zijn eerste collectie in 2002, aangepord door Raf Simons, aan wie hij zijn schetsen had getoond. “Doen”, zei die, en Ackermann sprong in het diepe. Met veel twijfels. Maar met succes. Hij werd meteen door het Italiaanse ledermerk Ruffo gevraagd om voor hen een trendcollectie te maken en trad zo in het voetspoor van Raf Simons en Veronique Branquinho. Daarna showde hij elk seizoen in Parijs. Sensueel gedrapeerde kleren, dramatische shows soms. Gedekte kleuren, leder dat zo behandeld was dat het er zacht als zijde uitzag, of versleten als een oude fauteuil. Nauwelijks acht jaar later is hij de sensatie van het seizoen.

“Natuurlijk zit je in het begin vol twijfels. Dat ik nu meer in mijn verhaal durf te geloven heeft wellicht ook met maturiteit te maken. Je zit nog altijd in troebel water, maar stilaan wordt het helderder. Je bent op zoek naar je handtekening. De weg is nog lang, maar wat er nu gebeurt doet me geloven dat ik de goeie richting uitga. Maar alle twijfels zijn er nog, hoor (lacht).”

EINDELOZE WOORDEN

Eerder was hij gasthoofdredacteur van A Magazine, voor het defilé in Florence maakte hij een boekje vol poëzie, foto’s, zinnetjes, kunstwerken en witte bladzijden. Een lijst van muziek, een schets van een vogel, zijn brilletje met dun, ovalen montuur, een Vermeer. “Die blanco pagina’s zitten erin omdat het voor mij een carnet de voyage is. Het is iets heel efemeers, iets dat je meeneemt op reis en waarin je kladdert. Ik wou het echt niet als boek uitbrengen. Het zijn gedachten, woorden, zinnen, beelden van mensen die me wat doen. Het werk van Berlinde De Bruyckere bijvoorbeeld, dat is onwaarschijnlijk ontroerend. Die foto’s (‘We are all flesh’, ag) zijn subliem, zo intrigerend… Il y a quelque chose d’écorché - ik hou van dat woord in het Frans. Subliem. Ik heb vrienden die er allerlei dingen in schrijven en het dan terugsturen, dat is super.”

“Ik schrijf ook voor mezelf, ja. Voortdurend. Zinnen, gedachten, soms maar een woord.

In het Frans of in het Engels, zelden in het Nederlands. Frans is mijn moedertaal en in het Frans zijn de woorden soms eindelozer. Ik spreek bijvoorbeeld graag over ‘lointain’, des choses lointaines. Het woord neemt je al helemaal mee als je het hoort.” Iemand die zo van woorden houdt, zal ook wel veel lezen. “Ik lás veel. Als ik aan het werk ben kan ik me heel moeilijk concentreren. Een woord neemt me heel snel mee, dan ben ik weg met mijn gedachten, en denk ik weer aan mijn collectie. Je moet de rust vinden om dat allemaal te verwerken. Nu ga ik voor twee weken met vakantie naar Puglia en neem ik acht boeken mee. Daar kijk ik echt naar uit.”

Nick Cave, And no more shall we part; Leonard Cohen, I’m your man; Léo Ferré, Avec le temps… de lijst van muziek die in zijn carnet staat, straalt melancholie uit. Ackermann: “Daar luister ik naar als ik thuis ben, en het is ook de muziek van de defilés. Al de nummers die erin staan, zijn echt heel mooi. Het zijn allemaal mensen die je doen wegdromen. Je wandelt door hun wereld. Zo’n tekst van Bonnie Prince Billy - I see a darkness - is om van achterover te vallen. In Florence heb ik topmodel Jamie Bochert Knockin’ on heaven’s door laten zingen. We hadden een hele mise-en-scène gedaan, met grote luchters op de binnenkoer van het Palazzo Corsini. Het had iets heel magisch, net sterren. Toen ik daar was, had ik echt het gevoel dat ik aan de hemelpoort klopte.”

VOOR MANNEN

Ackermann maakt normaal alleen dameskleding, toch werd hij door een beurs voor herenkleding uitgenodigd en liet hij ook mannen defileren. “Het is een vreemd verhaal. Ik werd uitgenodigd door de Pitti Uomo, de mannenbeurs. Dan kom je in Florence en ga je locaties zoeken. Er is daar heel veel abandoned beauty. Al die verlaten paleizen stralen een soort eenzaamheid uit. Je bent in Italië, je ziet die lege huizen en je denkt onwillekeurig aan Zeffirelli, aan Violetta Valéry, La traviata. Ik zag Violetta echt als een geest door die lege kamers dwalen, op zoek naar hem. Ik begon me af te vragen: naar wie is ze op zoek? Wie is de man achter de Ackermann-vrouw die ik al een paar seizoenen tracht te definiëren? Wie is die man die haar volgt in haar fantasie, in haar reizen? Zodoende heeft Florence voor een onverwachte wending gezorgd. Ik begon op een gegeven moment over mannen na te denken en automatisch kwam ik uit bij Helmut Berger, een man die veel vrouwelijkheid in zich draagt. Hij was jong, hield van vrouwen én van mannen, maar wat hij precies was, heeft men nooit geweten. Behalve dat hij een aura om zich heen had en een soort decadentie. Dat soort excentriciteit kon ik wel gebruiken. Mijn creaties noem ik geen collectie maar een garderobe. Ik wilde de vrouw vinden en langzaamaan de man die erachter schuilt. Die man mocht er niet te ‘fashion’ uitzien en mocht niet te vrouwelijk ogen. Hij moest ongrijpbaar zijn, onbegrijpelijk - lointain, wat mijn vrouw ook heeft.

Bij een man gaat het meer over stijl, allure en het gebaar, dan over schoonheid. Als ik geïntrigeerd raak door een man, is het meer door zijn houding. En ik heb er intens van genoten om met die houding een garderobe op te bouwen. Voor mij was het een interessante stijloefening die me ook heeft doen nadenken over mijn vrouwencollectie.

Het verraste me dat die stijloefening zo gelopen is. Dat de kritieken super waren. Dat de garderobe verkocht is. Verkopen kwam aanvankelijk helemaal niet ter sprake, maar na het enthousiasme van de klanten hebben we een selectie gemaakt van enkele winkels die respons hadden gegeven. Het mooie is dat niets vooraf zo voorzien was, alles vloeide gewoon moeiteloos in elkaar over.”

Wellicht heeft die ervaring hem zin gegeven om door te gaan met mannenkleding? “Ja, het geeft zin omdat het zo goed verlopen is. Maar ik denk dat ik op dit ogenblik gewoon voort moet doen met de dames. Als de tijd er rijp voor is, zal het er misschien wel van komen. Ik heb geen haast, alles wat ik heb gedaan is stapsgewijs gebeurd.”

SHOWSTRESS

Toen Ackermanns vader zich in Nederland moest vestigen, voelde Haider zich niet thuis in het kleine dorp. Hij verhuisde snel naar Amsterdam, maar ook daar was hij niet happy. Modeacademie in Londen of Antwerpen zou het worden. Het werd Antwerpen, maar na drie jaar gaf hij er de brui aan. Toch liet de mode hem niet los. Hij bleef schetsen en hij bleef contact houden met ‘het wereldje’. Vaak wordt verteld dat het Raf Simons was die dat nodige duwtje gaf, nadat hij zijn schetsen had gezien. “Ach”, zegt Haider, “het gaat niet over één persoon, het is je hele omgeving. In de zeven jaar dat ik bezig ben, heb ik mensen leren kennen die met je meewandelen en je mee ondersteunen. Dat kan gaan over de patronenmaker die in je gelooft, of een actrice, of eender wie, en dat is fijn. Er zijn mensen die een risico durven te nemen, zoals Anne Chapelle. Zo bouw je iets op en wordt het een beetje je familie. Alleen kun je zoiets niet aan, het lukt maar wanneer je je omringd voelt, als je vertrouwen krijgt.”

“Het is altijd goed om na een defilé die ploeg weer te vinden. De dag voor de show is een dag vol fragiliteit, van angst en slapeloosheid. Je wil altijd nog aanpassingen doen. De minuten net na het defilé zijn heel heftig. Je hebt zo hard gewerkt en in tien minuten is alles voorbij. Twee uur later is de zaal alweer leeg. C’est très dur à digérer. Normaal zou je dan uitgaan, maar mijn defilé is om tien uur ’s morgens, dus dat gaat niet (lacht). Maar dan zijn mijn ouders er om mee te gaan lunchen, iedereen schuift aan tafel en het is een heel aangenaam moment. Mijn vrienden van twintig jaar geleden komen uit Amsterdam, uit New York, van overal… Er zijn vrienden van alle nationaliteiten, mijn ex-partners staan er ook allemaal, en het is een ontlading.”

Zijn ouders komen altijd? “Ik verplicht ze. Vroeger kwamen ze om het andere seizoen, maar ik voel dat er een zekere rust over mij komt als ik weet dat ze in de zaal zitten. Je doet het voor hen, om wat ze uitstralen, wat ik zie in hun ogen. Dan denk ik ‘oké, ik heb het weer eens geprobeerd.’ Voor mij is het superbelangrijk dat ze trots zijn.”

ANTWERPEN-PARIJS

“Toen ik naar Antwerpen kwam, had ik nooit gedacht dat dit mijn toekomst zou zijn. Maar Antwerpen heeft die wel bepaald. Nu woon ik in Parijs en heb ik een pied-à-terre in Antwerpen. Wat Parijs voor heeft? Het is de stad die me doet dromen over het verleden. In Florence is dat de renaissance, de kloosters. In Parijs denk ik aan al de mensen die er hebben geleefd; al die mannen, al die vrouwen, dat is inspirerend. Neen, het is niet voor de modescene dat ik daar woon. Dat heb je nog meer in Antwerpen. Hier kan ik geen café binnenstappen of ik ontmoet iemand. In Parijs heb ik het gevoel dat je minder bekeken wordt, minder geanalyseerd en bekritiseerd, en dat geeft een soort vrijheid. Je gaat van het ene arrondissement naar het andere, en het is alsof je in een andere wereld komt. Daar hou ik van. Ik heb heel veel vrienden die in andere steden wonen, maar iedereen komt wel eens naar Parijs. Eigenlijk ben ik een einzelgänger, maar het is een luxe te weten dat er altijd iemand kan passeren. Toen ik naar Parijs verhuisde dacht ik ‘dit zal mijn thuis worden’, maar uiteindelijk ben je er net zo goed een vreemde. Hier in Antwerpen voel ik me vreemd, in Amsterdam voel ik me vreemd, maar in Parijs is dat anders omdat bijna iedereen er vreemdeling is. Ik heb er mijn atelier, ik zit er in mijn Visconti-cocon, maar in Antwerpen word ik geconfronteerd met de werkelijkheid. Hier moet ik uitleggen aan mijn modellisten hoe ze mijn ideeën moeten uitvoeren, en tussen die twee legt de Thalys de verbinding.”

CONFLICTEN

Twee werelden, die van de creatie in Parijs, die van de realisatie in Antwerpen. Valt het hem moeilijk, vraag ik, om die te verbinden? “Het is soms moeilijk, omdat ik veronderstel dat mijn team meteen begrijpt wat ik bedoel. Ik ben wat dat betreft nogal ongeduldig. Ik kan de dingen niet goed verwoorden, ook omdat alles bij mij uit emoties ontstaat. Als mensen mij vragen waarom dit, en niet dat, is het moeilijk uit te leggen, on ne peut pas tout dévoiler. Ja, ik kan begrijpen dat het niet altijd vanzelfsprekend is om met mij te werken, maar ik kén in dit vak niemand die evident is. Met mijn team loopt alles goed, on se protège, er is veel affectie.”

Ik herinner me een uitbarsting, vlak na een defilé in Parijs, van een ontroerde Anne Chapelle die uitriep: ‘Haider maakt me nog gek.’ “Hahaa, dat geloof ik, maar zij mij ook! Of liever, maakté. Met Anne Chapelle is het momenteel heel kalm, maar de donder kan ook terugkomen. En dat is ook niet erg. Na conflicten groei je altijd. Er zijn conflicten omdat je om elkaar geeft, en daarvoor zijn ze nodig. Ik heb mijn dromen, mijn geloof… Als je samen aan iets begint is het de bedoeling dat we dezelfde richting uitkijken, dat we allebei hetzelfde doel voor ogen hebben. En het lukt ons. Maar in het begin moet iedereen aan elkaar wennen natuurlijk. Vertrouwen installeert zich maar na een tijd, en dat is het mooiste van alle relaties. Want toen ik op zoek was naar de man achter de Ackermann-vrouw was zij het die direct zei: ‘Dóe het.’”

“Natuurlijk zijn er besprekingen, over wat de dingen kosten, wat kan en wat niet kan. Ik besef ook wel dat ik geen rare dingen moet maken die niet verkoopbaar zijn, dat is geen strategie. Alles moet verkoopbaar zijn, daar moet ik me aan houden, en dat is oké. Maar ik heb absolute vrijheid.”

Die vrijheid uit zich in soms ingewikkelde gewaden, die niet alleen moeilijk zijn om te maken, maar ook moeilijk om te dragen. Je moet niet alleen superslank zijn, je moet ook erg zelfverzekerd zijn om in een ensemble van Ackermann een kamer binnen te komen. “Ja, ik weet het. Dat besef drong door omdat ik mijn moeder nooit iets kan geven uit de collectie. Dat vind ik een mankement. Met de tijd zal dat wel komen, ik besta nog maar zeven jaar. Er zal zeker een tijd komen dat het makkelijker draagbaar wordt, maar ik moest deze weg afleggen. Het beeld dat je neerzet op een defilé is een voorstel, het is niet altijd hapklaar. Ik heb graag dat je de dingen niet onmiddellijk begrijpt. Als ik naar een schilderij kijk, wil ik liever dat het vragen oproept.”

COUTURE

De man die Ackermann in Florence neerzette, had een ontspannen uitstraling over zich. Hij leek minder ‘gewrocht’ dan zijn dames. Liep het misschien makkelijker doordat hij bij het ontwerpen aan zichzelf dacht? “Dat is heel gek: toen het defilé voorbij was zeiden de mensen: ‘Maar Haider, dat was jij’, terwijl ik nooit zo heb gedacht. Het is interessant om te horen hoe de mensen naar mijn werk kijken, maar ik heb absoluut niet voor mezelf getekend. Ook voor dames hou ik nooit één bepaalde persoon voor ogen, dat zou me beperken. Bepaalde vrouwen interesseren me wel, maar ik voel me aangetrokken tot verschillende karakters, tot verschillende persoonlijkheden. Voor mij was het interessant om voor mannen te werken. Zij vragen om een soort nonchalance, en die kan ik nu gebruiken bij de damescollectie.”

Eén vrouw heeft in ieder geval onwillekeurig veel gedaan voor zijn bekendheid. Actrice Tilda Swinton, die als geen ander zijn kleren draagt op de rode loper, en die mettertijd een vriendin is geworden met wie hij nauw contact houdt. Alicja Bachleda zag er volgens de plaatselijke pers ‘adembenemend’ uit in haar jurk van Ackermann op de rode loper van het Tribeca Film Festival en Penélope Cruz droeg een grijs asymmetrisch ensemble van hem bij de première van Los abrazos rotos. Het zou niet onlogisch zijn dat hij met zo’n naambekendheid door grote merken of couturehuizen wordt gesolliciteerd als ontwerper. (Even deed het gerucht de ronde dat hij Martin Margiela zou opvolgen toen die afscheid nam van zijn ‘Maison’ maar dat was pure speculatie.)

Haider Ackermann voor H&M? “Er zijn me nu vreemd genoeg al heel wat dergelijke dingen aangeboden. H&M, neen, daar zou ik niet op ingaan. Maar… (aarzelt) een Karl Lagerfeld kan zoiets doen. Ik ben nog op zoek naar een soort luxe, een élégance, misschien ben ik er niet klaar voor. Als een mooi couturehuis me een baan zou aanbieden, waarom niet. Haute couture is altijd mijn stoutste droom geweest. Want ik ken ondertussen mijn repertoire, mijn codes, en die voeg ik telkens aan mijn handtekening toe. Soms zijn er codes die daar niet in passen, die zou ik aan een ander huis kunnen geven. En ik zou er natuurlijk kunnen bijleren.Want om terug te komen op het begin van ons gesprek: de twijfels zijn er nog altijd. Bij elk seizoen stel ik mezelf vragen. Heb ik iets te zeggen? Waarom zou men naar mij luisteren? Waarom zou men komen kijken? Ik sta nog steeds perplex. Waarom heeft het die wending genomen?” n

Ackermann maakt normaal enkel vrouwenkleren, maar hij werd door Pitti Uomo, de mannenbeurs, uitgenodigd om een defilé voor mannen te brengen.

Actrice Tilda Swinton draagt als geen ander kleren van Haider

Ackermann op de rode loper. Mettertijd is ze een vriendin van de

ontwerper geworden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234