Maandag 03/08/2020

Turkse meetings in Nederland

Had Nederland escalatie kunnen voorkomen, en andere vragen over de rel met Turkije

Beeld AFP

Met een landingsverbod voor de ene minister en een 'uit het land geleiden' van de andere zette het Nederlandse kabinet twee uitzonderlijke stappen. De Turkse regering schreeuwde moord en brand en hekelde de schending van internationale, diplomatieke normen. Vier vragen over wie er gelijk heeft.

Ging Nederland zijn boekje te buiten door de landingsrechten van minister Cavusoglu niet te verlenen?

Van Turkse zijde wordt dit als een schande bestempeld, omdat een Turkse minister in een bevriend land moet kunnen gaan en staan waar hij wil. Het Nederlandse kabinet brengt daar tegenin dat het niet door de Turkse regering gechanteerd wenste te worden. Door via de televisie met sancties tegen Nederland te dreigen voelde het kabinet zich geschoffeerd en werd het verbod onvermijdelijk geacht.

Juridisch valt dat te verdedigen - het internationale recht verzet zich er in ieder geval niet tegen. Debat is vooral mogelijk over de vraag of het verstandig was. Een "pittige stap, maar wel begrijpelijk", zegt Ko Colijn, verbonden aan de Haagse denktank Clingendael. Hij vindt dat de Turkse regering zich "vergaloppeerde" door "buiten de gesloten deuren van de onderhandelingen" met sancties te dreigen. 

Beeld ANP

"Dan schend je de eerste afspraak die voor dit soort onderhandelingen geldt." Maar Ben Bot, de voormalig minister van Buitenlandse Zaken, fulmineerde bij RTL Nieuws dit weekeinde juist dat het kabinet "heel onverstandig" was. Turkije moest niet de les worden gelezen. En aan de harde woorden van Erdogan, die Nederlandse bewindslieden met nazi's en fascisten vergeleek, moest niet zo letterlijk worden genomen, bagatelliseerde Bot. "Daar kun je beter geen aandacht schenken. Ik heb eerder zaken met hem gedaan, hij is nogal onbehouwen."

Stonden de Nederlandse autoriteiten in hun recht bij het 'het land uit geleiden' van de Turkse minister Kaya?

Voor de Turkse autoriteiten was het "schandalig" en een "schending van de internationale conventies" dat Kaya met haar diplomatieke status niet werd toegelaten tot het eigen consulaat. De Nederlandse autoriteiten erkennen die status, maar Koenders wijst erop dat die haar geen onschendbaarheid biedt - een Turkse minister heeft zich wel te houden aan de Nederlandse bezoekregels. 

In dit geval was er een noodbevel van de Rotterdamse burgemeester Aboutaleb om verstoring van de openbare orde te voorkomen. Colijn van Clingendael billijkt dat. Nederland heeft het in relatie tot Kaya "heel clean gespeeld". Ook de Groningse hoogleraar Jan Brouwer, gespecialiseerd in openbare orde en veiligheid, vindt het optreden van Aboutaleb gerechtvaardigd "gezien de dreiging van wanordelijkheden".

Maar hoe sterk was het Nederlandse betoog dat de openbare orde deze maatregelen nodig maakte?

Nederland heeft al te gemakkelijk met een beroep op de openbare orde de rechten van minister Casuvoglu ingeperkt, meent jurist Brouwer. Hij wijst erop dat op de burgemeester de 'vergaande plicht' rust om de Turkse, politieke bijeenkomsten mogelijk te maken. Want Cavusoglu geniet onder artikel 1 van de Grondwet gelijke rechten als eenieder, waaronder de vrijheid van vereniging en vergadering. Voor spreken in een zaal geldt dat een burgemeester 'uitsluitend repressief' mag optreden. 

Hij noemt het argument van de openbare orde in het geval van Cavusoglu "er met de haren bijgesleept. Je moet dan echt goede gronden hebben om aan te nemen dat er grote rellen zouden komen, daarvan was geen sprake." Het kan anders, meent Brouwer, verwijzend naar Frankrijk, waar Casuvoglu vandaag in Metz ongestoord optrad. "De Fransen hebben wel en terecht de prioriteit gegeven aan zijn vrijheid van vereniging en vergadering."

Had Nederland niet eerder al escalatie kunnen vermijden?

Dat is het voornaamste kritiekpunt van Colijn. "Er is voor dit weekeinde ervoor gekozen een politiek, inhoudelijk oordeel te geven over de komst van minister Cavusoglu en uit te spreken dat die ongewenst was. De andere, en in mijn ogen betere optie was: vanaf het begin de rechtsstatelijke weg te bewandelen. Dat wil zeggen: geen inhoudelijke bemoeienis. Dus zeggen: 'Ja, u mag komen, want we hebben hier vrijheid van meningsuiting. Maar u kiest voor een live-optreden in Nederland, dus in verband met de openbare orde gaan we wel praten over de voorwaarden waaronder dat kan doorgaan.' Dan had Nederland kunnen zeggen: 'U mag in ons land spreken. Maar wel op, ik zeg maar wat, een boerenerf in Dinxperlo, met eventueel een cameraploeg erbij.' Dat was in mijn ogen zuiverder geweest. Alle onsmakelijke taal van de minister hadden we dan achteraf kunnen pareren."

"Dat die weg niet is bewandeld, maar dat er voor inhoudelijke bemoeienis met het Turkse referendum is gekozen, heeft denk ik te maken met de verkiezingen. Daardoor is Nederland, om met Rutte te spreken 'in de verkeerde film' terecht gekomen. En dat had niet gehoeven, wanneer voor de rechtsstatelijke benadering was gekozen."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234