Zaterdag 25/06/2022

InterviewDaklozenmoord Deurne

‘Had ik geweten wat er zou komen, dan had ik onmiddellijk mijn koffer gepakt en was ik vertrokken’

‘De Polen noemen de ondergrondse stalling aan Antwerpen Centraal ‘Halte Alaska’. Als je ergens iets mispeuterd hebt, is dit het perfecte schuiloord, waar niemand je komt zoeken.’ Beeld Guy Puttemans
‘De Polen noemen de ondergrondse stalling aan Antwerpen Centraal ‘Halte Alaska’. Als je ergens iets mispeuterd hebt, is dit het perfecte schuiloord, waar niemand je komt zoeken.’Beeld Guy Puttemans

Dat de agenten hem vonden, was puur toeval. Het slachtoffer lag op zijn buik, onder een berg rommel in een bosje naast de spoorweg. Damian Skowronek (47) was nog maar een paar uur dood, maar ratten waren er al met zijn linkeroor vandoor. De Pool verbleef met drie landgenoten op een illegale daklozencamping in Deurne.

Annemie Bulte

Twee van hen werden vorige maand in Antwerpen veroordeeld. De derde verdachte, de 52-jarige Anna Mital, werd vrijgesproken. Voor ze opnieuw het ruwe daklozenwereldje induikt, doet ze haar relaas. ‘Dit is het slechtste verhaal uit mijn leven.’

Zondagmiddag 8 november 2020, een zachte herfstdag. Achter het psychiatrisch ziekenhuis aan de Leemputtelaarbaan in Deurne arriveert een politiepatrouille. De buren hebben geklaagd over lawaai. Twee daklozen kamperen er al weken aan een leegstaande garagebox van spoorwegbeheerder Infrabel en houden de buurt wakker. In een bosje stoten de agenten op een tentje en de resten van een kampvuur, te midden van een kleine vuilnisbelt. Dekens, kleren, bagagekoffers, lege wodkaflessen, mondmaskers, een kapotte fiets… Alles ligt er door elkaar. Verscholen tussen de takken zien ze een berg verfrommeld wc-papier.

Te midden van die wanorde zitten twee sjofel geklede mensen te drinken op een stoel. De man en de vrouw geven elkaar de fles wodka door en zetten hun lippen aan een jerrycan met ethanol (een oplosmiddel van bijna pure alcohol, red.). De agenten identificeren hen als Mariola Szymkiewicz (42) en Dawid Pitura (32): Poolse daklozen die niet blij zijn met de politiecontrole. Ze schelden in gebrekkig Nederlands en Engels en schoppen wild om zich heen. De agenten arresteren hen wegens openbare dronkenschap.

Die namiddag komt een ploeg in witte pakken het kleine stort aan de garagebox opruimen. ‘Hier ligt nog iemand!’ klinkt het plots. Onder een stapel kleren, gewikkeld in een deken, ligt een man op zijn buik. De inspecteurs doen een poging om hem wakker te schudden. “Goedemiddag! Politie, meneer!” Het lichaam is stijf en geeft nauwelijks mee. De agenten kantelen de man op zijn zij en zien het grauwe, tot moes geslagen gezicht. Het linkeroor is er bijna volledig afgescheurd. Geschrokken laten ze los.

Dan horen ze de stem in de garage. “Hallo?” In de deuropening verschijnt een vrouw met een verwarde haardos. Kennelijk hoort ze bij het groepje daklozen. Ze is wakker geworden van de luidruchtige pogingen om de dode man te wekken en staat tegen het zonlicht te knipperen. “Wie is dat?” vragen de agenten haar, wijzend naar het lichaam.

– Dat is Damian.
– Damian wie?
– Weet ik niet. Hij woont hier nog maar twee weken.

De vrouw maakt een onbewogen indruk op de agenten. Ze moet haar schoenen aantrekken en wordt meegenomen naar het bureau. “Ze deden papieren zakken rond mijn handen en klikten de handboeien om”, vertelt Anna Mital veertien maanden later, een dag na haar vrijlating uit de Antwerpse gevangenis. “Ik was in shock. Ik kon niet geloven dat Damian dood was. Ze dachten natuurlijk dat ik hem vermoord had. Logisch, als je in een garage zit met een lijk voor je deur.”

Maar op 31 januari 2022 is het niet Anna Mital die wordt veroordeeld voor de dood van Damian Skowronek, wel het vrolijke drinkersduo dat een paar uur eerder werd gearresteerd. Mariola Szymkiewicz en Dawid Pitura krijgen beiden vijf jaar cel voor opzettelijke slagen en verwondingen met de dood tot gevolg. De Antwerpse rechter gaat uit van ‘een incident tussen dronken personen dat geëscaleerd is in een brutale geweldpleging’. Daarna hebben de twee geprobeerd de misdaad te verhullen door het slachtoffer te verstoppen onder een stapel kleren en dekens.

Toch kunnen de speurders niet achterhalen wat er die nacht van 7 op 8 november 2020 precies is gebeurd in het illegale tentenkamp. Volgens de wetsdokter is Damian Skowronek in elkaar geslagen met een stomp voorwerp en ter plekke overleden aan zijn verwondingen. Er zitten opgedroogde bloedvlekken op een koffer en op de lege verpakkingen van maïskoeken die er rondslingeren. Op de plaats delict doet een laborant een vreemde vondst: een onthoofde kip, gewikkeld in een jas vol eierstruif.

De vermoorde Damian Skowronek. ‘We zorgden voor elkaar als één van ons geld had. Hij was als een broer voor me.’ Beeld rv
De vermoorde Damian Skowronek. ‘We zorgden voor elkaar als één van ons geld had. Hij was als een broer voor me.’Beeld rv

Halte Alaska

“Damian was een fijne vent”, vertelt Anna Mital, wanneer we haar samen met een Poolse tolk ontmoeten in het Centraal Station van Antwerpen, de habitat van veel buitenslapers.

Anna Mital: “We zorgden voor elkaar als één van ons geld had. Hij was als een broer voor me.”

Anna draagt een trui van Chiro Putte die ze vanochtend bij een daklozenorganisatie heeft gekregen. Het is koud, en de politie heeft haar in beslag genomen winterkleren niet teruggegeven.

Je hebt net veertien maanden onschuldig in de gevangenis van Antwerpen gezeten, Anna. Hoe voel je je?

Mital: “Blij dat ik buiten ben, natuurlijk. Maar eerlijk gezegd was de gevangenis niet altijd zo slecht. De eerste week was ik in shock en ging alles in een waas aan mij voorbij. ‘Wat doe ik hier? Ik heb niets gedaan!’ Daarna werd het beter. Ik zat dan wel in een te kleine cel met vier vrouwen, maar ik had een dak boven mijn hoofd, het was er warmer dan in de garage en het stonk er minder naar pis. Ik kon me wassen en zelfs naar de kapper gaan. En ik mocht bijna direct aan het werk. Eerst bracht ik het eten rond – sleuren met gigantische soeppotten en thermoskannen van 40 kilo. Daarna mocht ik als poetsvrouw aan de slag in de burelen van de griffiers en de directeur.

“Ik voelde me snel thuis in de gevangenis. Bij het personeel kende iedereen mijn naam en zeiden ze allemaal vriendelijk goeiemorgen. Zoiets had ik op straat nooit meegemaakt. Met één van de cipiers kwam ik zo goed overeen dat ik haar als een zus beschouwde. Ze noemde me altijd een gekkin, omdat ik zo graag babbelde en grapjes maakte.”

Miste je de vrijheid niet?

Mital: “Ach, het went snel. Na een tijdje was het alsof ik op kostschool zat. Ik probeerde het gezellig te maken in mijn cel, met stekjes van planten die ik stiekem meenam uit het bureau van de directeur. Kleine dingen die het leven achter de tralies aangenamer maakten. Het was alleszins honderd keer beter dan op straat.”

Het nieuws over de dood van Damian Skowronek gaat in november 2020 als een lopend vuurtje door de daklozengemeenschap. De meesten hebben de magere veertiger zien rondhangen in het Centraal Station, waar hij in de nazomer arriveerde, samen met zijn vriend Dawid en diens liefje Anetta. Ze kwamen uit Nederland, op de trein hadden ze het nog aan de stok gekregen met de politie omdat ze geen ticket hadden. Sindsdien zag Anna Mital hen vaak aan de liften in het Centraal Station, waar ze afspraken als ze gingen stelen in winkels, of in de ondergrondse fietsenstalling, waar ze samenkwamen om te drinken en te slapen, buiten het gezichtsveld van de politie. ‘Ik hoorde hen Pools praten, zo leerde ik hen kennen.’

In de fietsenstalling op verdieping -3 gidst Anna ons naar de plekjes waar ze zelf herinneringen heeft aan koude nachten op het vochtige beton.

Mital: “Hier sliepen we vaak met een hele groep landgenoten. De Polen noemen dit ‘Prystanek Alaska’ – ‘Halte Alaska’. Ze komen van overal in Europa. Als je iets mispeuterd hebt in Polen, of pakweg Duitsland of Nederland, is dit het perfecte schuiloord: niemand komt je hier zoeken – vandaar de naam Alaska. Hier vind je altijd andere Polen die je wegwijs maken in Antwerpen: waar je goedkoop kunt eten, waar je je kunt wassen, en waar je kunt slapen. Als ze hun draai vinden blijven ze hier, en anders vertrekken ze. Er lopen hier ook altijd drugdealers rond, die echt alles kunnen leveren. Maar Dawid en Damian waren geen drugsgebruikers. Zij waren meer voor wodka en bier – net als ik.”

In november vorig jaar, toen Anna nog in de gevangenis zat, werden in de fietsenstalling op een ochtend twee dakloze veertigers dood gevonden, Wesley en Michael. Hun trieste overlijden tussen de fietsenrekken deed de buitenwacht even opkijken van de onbekende wereld onder het Astridplein. Burgemeester Bart De Wever noemde het een tragische gebeurtenis, “maar dat heb je nu eenmaal met toxicomanen die op een bijna dierlijke wijze leven op openbaar domein”. Wat de Nederlandse ouders van Michael furieus maakte, want hun zoon had gezondheidsproblemen en gebruikte geen drugs. Anna heeft ervan gehoord, maar ze kende de jongens niet.

Mital: “Iedereen blijft zo’n beetje in zijn eigen groepje. Er zijn Marokkanen, Turken, Belgen, Nederlanders... Al wie niet terechtkan bij nachtopvang Victor. Als je geen paspoort hebt, laten ze je daar niet binnen. En als ze erachter komen dat je alcohol binnensmokkelt, zetten ze je zonder pardon op straat.”

Een moordonderzoek voeren in het Poolse daklozenwereldje is niet simpel, ondervinden de speurders. Mensen komen en gaan, de argwaan tegenover uniformen is groot, de antwoorden die ze via de Poolse tolken krijgen, zijn ontwijkend en vaag. Familienamen hebben er geen belang, al wat telt, is aan geld raken om samen met vrienden alcohol te drinken. Vrouwen als Mariola Szymkiewicz en Anna Mital moeten er hun mannetje staan. “Het waren ruige dames, die bijna al hun vrouwelijkheid verloren hadden”, klinkt het bij de daklozenorganisaties Kamiano en Barka. “Ze hadden wisselende relaties. Als ze gedronken hadden, konden ze zeer agressief zijn.”

Over Dawid en Damian vinden de speurders weinig informatie. Bij de daklozenorganisaties zijn ze niet bekend. De speurders vinden alleen een nationaal opsporingsbevel voor Dawid Pitura in Polen, waar hij sinds 2007 gezocht wordt wegens vechtpartijen, slagen en verwondingen en vernielingen. Het slachtoffer Damian Skowronek heeft tot juli 2020 in de gevangenis in Polen gezeten wegens een bankoverval, maar daarover kan geen van de daklozen in het Centraal Station iets vertellen. In halte Alaska is het verleden van geen tel.

De garagebox waar Anna Mital woonde. ‘Geen luxepaleis, maar je zat er droog en uit de wind.’ Beeld Patrick Lefelon
De garagebox waar Anna Mital woonde. ‘Geen luxepaleis, maar je zat er droog en uit de wind.’Beeld Patrick Lefelon

OP DE SOFA

Ben je al lang in België, Anna?

Mital: “Toch al zo’n dertig jaar. Ik ben naar hier gekomen toen ik 23 was, op vrijdag 13 maart 1992. Vrijdag de 13de brengt ongeluk, zeggen de Polen altijd, ze komen die dag nauwelijks de deur uit, maar ik vind hun extreme bijgeloof overdreven. Wat mij betreft kun je op een maandag of een dinsdag evengoed onder een bus lopen.”

Waarom ben je uit Polen vertrokken?

Mital: “Ik woonde in een klein dorp, op de boerderij van mijn ouders. Om alleen te gaan wonen verdiende ik niet genoeg in de fabriek. Op een dag ben ik bijna mijn hand kwijtgeraakt door een ongeluk met een machine, en hebben ze me brutaalweg op straat gezet. Eén van onze buren vertrok naar België en vroeg of ik mee wilde. ‘België, is dat niet dat land waar ze de hoofdstad van Europa hebben?’ vroeg ik. ‘Misschien is het leven daar wel beter. Ik ga mee.’”

Dat was dertig jaar geleden. Polen kregen in België nog geen visum om te werken, en dus deed Anna allerlei klussen in het zwart. Ze plukte appels in Limburgse boomgaarden, prikte stukjes vlees op stokjes in de vleesfabriek, sorteerde tomaten voor de veiling. Ze werkte in een wortelfabriek in Oostende waar ze elke dag een zak van 5 kilo mee naar huis kreeg, tot de wortelen haar de oren uit kwamen. Ze sleurde met bakstenen en emmers water op bouwwerven. Ze ging poetsen in restaurants en bedrijven, en zelfs een tijdje in het Brusselse justitiepaleis. (‘Dat was spannend, we waren allemaal bang, want niemand van ons had papieren en het liep daar vól politie!’)

Ze huurde een goedkope kamer bij Madame Karloska in Antwerpen, in een groot huis waar ze met een stuk of tien landgenoten woonde en waar ze wodka leerde drinken. Toen ze als Poolse officieel mocht werken in België, ging ze ook poetsen en strijken bij mensen thuis. Zo slaagde ze er al die jaren in, zij het net, om een dak boven haar hoofd te betalen. Tot ze in 2018 zonder werk viel en door haar huisbaas op straat werd gezet.

Mital: “Eerst kon ik nog slapen bij vrienden op de sofa, maar die hebben me uiteindelijk ook op straat gezet. Af en toe sliep ik in de nachtopvang, op andere nachten voor de Aldi in een slaapzak of in de fietsenstalling onder het station.”

Daar leert Anna haar vriendin Káska (Pools voor Katrien, red.) kennen, die haar meeneemt naar een garagebox waar ze al vier jaar woont: een ongebruikte stallingplaats van de spoorwegmaatschappij Infrabel, naast de spoorweg op de grens van Deurne en Mortsel.

Mital: “Geen luxepaleis, maar er was een matras en een sofa, en je zat er droog en uit de wind. Káska sliep op de matras, ik kreeg de sofa. Op een ochtend is de politie Káska komen halen en hebben ze haar naar Polen teruggestuurd – ze had blijkbaar iets mispeuterd. En dus bleef ik alleen in de garage. Nadien kwam Mariola erbij.”

Waren jullie vriendinnen?

Mital: “Veeleer kennissen. Ik kende haar al vijftien jaar. We hebben veel meegemaakt. Goede en slechte tijden, zoals dat gaat bij mensen die drinken. Soms verdween ze een hele tijd en dan dook ze ineens weer op aan de soepbedeling of zo. Het was een echte mannenverslindster.

“Op een ochtend zat ik in de garage en hoorde ik buiten gestommel en gelach. Ik stak mijn kop buiten en daar zag ik Mariola met Dawid aankomen, met twee rolkoffers achter zich en bier in hun handen. Dawid had een vriendinnetje bij, Anetta. In het begin sliepen Dawid en Anetta samen op de matras in de garage. Mariola had een tentje buiten. Maar het duurde niet lang of Dawid kroop bij Mariola in de tent, en Anetta is toen kwaad naar het Centraal Station vertrokken.

“Damian arriveerde in oktober, een paar weken voor zijn dood. Hij sliep op de matras in de garage.”

Wat deden jullie overdag?

Mital: “Meestal gingen we naar het centrum van Antwerpen om eten te scoren. Damian en Dawid gingen alcohol stelen in de Aldi of de Lidl, en die dronken we samen op bij het Harmoniepark of op het Sint-Jansplein. En als iemand geld had voor vlees of kip, hielden we ‘s avonds een barbecue rond het kampvuur aan de garage. Een week voor zijn dood is Damian van een bus gevallen en heeft hij zich flink bezeerd. Sindsdien was hij erg verzwakt.”

DODE KIP

Wat weet je nog van die zaterdag 7 november 2020?

Mital: “Het was vrijdag laat geworden. We hadden tot diep in de nacht wodka gedronken rond het vuur. Dawid was de enige die al sliep, en toen hij wakker werd, was hij boos dat Mariola zonder hem zat te drinken. Toen ik ’s ochtend wakker werd, waren Dawid en Mariola al vertrokken. Ze waren peuken gaan rapen, want ze wilden roken. Damian sliep nog. Toen ze terugkwamen, hadden ze een rugzak vol wijn en bier.

“Toen zijn we met z’n vieren naar het station van Mortsel gelopen om kippen te vangen. Iemand hield die beesten daar in een ren. Ik stond op de uitkijk op de stoep terwijl Dawid twee kippen ving. Hij gaf me ook eieren, die ik in mijn zakken stak. De kippen gingen in de rugzak, maar omdat ze zo hard tegenstribbelden, begonnen de jongens een potje voetbal te spelen met de zak, en wrongen de kippen daarna de nek om.”

null Beeld Guy Puttemans
Beeld Guy Puttemans

Deed jij daaraan mee?

Mital (verbaasd): “Neenee, ik zou zelfs geen muis durven te doden. Nadien zijn we nog een paprika gaan plukken op een veld in de buurt. We waren blij met onze buit en zouden gaan barbecueën. Damian en Dawid gingen hout sprokkelen. Toen we terug aan de garage kwamen, besefte ik dat de eieren in mijn zak kapot waren gegaan. Ik hing mijn jas te drogen aan een tak. Later heb ik gehoord dat Mariola de kippen in mijn jas had gewikkeld. Maar toen sliep ik al. Ik denk dat ik op een uur tijd een hele fles wodka op had en was moe.”

Was je dronken?

Mital: “Niet zo heel erg. Als je constant alcohol in je bloed hebt, word je niet meer echt dronken. Het laatste beeld dat ik heb van Damian, is dat hij een dode kip bij de poten vasthoudt en de veren plukt. Hij verheugde zich duidelijk op het eten. Een paar uur later was hij zelf dood.”

Wat is er die nacht volgens jou gebeurd?

Mital: “Dawid schudde me ’s nachts wakker. ‘Damian is dood’, zei hij. Het was pikdonker en ik sliep nog half. Ik weet niet hoe laat het was. Maar Dawid kon soms stomme grappen maken, en ik dacht dat dit er ook één was. Hij ging weer weg en tien minuten later was het stil. ’s Morgens ben ik wakker geworden, de straatverlichting brandde, het was nog halfdonker. ‘Heb ik dat nu gedroomd?’ vroeg ik me af. Ik ging buiten even plassen en toen zag ik Damian onder een tafeltje liggen. Zijn dode ogen staarden naar mij, en ik hoorde hem niet snurken. Toen begreep ik dat het geen grap was. Ik liep de straat op, waar normaal veel verkeer was, kinderen die naar school moesten en zo. Maar er reed niks voorbij, en ik besefte dat het zondag was. Toen ben ik Mariola en Dawid gaan wakker maken: ‘Wat hebben jullie gedaan? Waarom hebben jullie hem niet geholpen? Hebben jullie de politie gebeld?’ Dawid zei dat het kaartje in zijn telefoon niet werkte en dat hij de politie niet kon bellen. Toen grepen ze naar de fles en begonnen ze te drinken.

“Dawid zei dat hij het gedaan had en dat hij de schuld op zich zou nemen. Maar goed ook, want ik heb het niet gedaan, dacht ik. Hij wilde Damian in de garage leggen. ‘Ben je gek?’ riep ik. Ik wilde er niks mee te maken hebben. Toen wilden ze hem in een garage verderop leggen, omdat daar afval in lag. Mariola zei dat ze mee zou helpen. Ik keerde mijn rug naar hen en wilde niet toekijken. Achter mij hoorde ik dat Dawid Damian twee keer liet vallen. ‘Broertje, broertje, wat heb ik gedaan?’ zei hij. Uiteindelijk lieten ze hem voor de garage liggen en gooiden kleren en dekens op hem.

“Normaal gezien zouden we naar het centrum van Antwerpen gaan, maar niemand had zin. Mariola en Dawid bleven zitten en dronken. Ik ben weer in de garage gaan liggen. Ik weet niet hoe het kwam, maar ik ben opnieuw in slaap gevallen.

“Het was intussen vier uur in de namiddag toen ik de politie hoorde roepen. Een man in een wit pak maakte me wakker. Ik denk dat er wel tien auto’s van de politie stonden, en ik zag een ziekenwagen aankomen. Er stond een witte tent rond de plek waar Damian lag. Ik deed mijn schoenen aan, ze wikkelden zakken rond mijn handen om ze op sporen te onderzoeken, en ze namen me mee. Zo ben ik in een politiecel op de Luchtbal beland (een wijk in het noorden van Antwerpen, red.).

Waar waren Mariola en Dawid toen?

Mital: “Ik dacht eerst dat ze nog in de tent zaten. In het politiekantoor ontdekte ik dat zij al eerder waren aangehouden. Ik hoorde ze naar elkaar roepen vanuit hun cellen. Ze spraken af dat ze zouden zeggen dat Damian in elkaar geslagen was door andere daklozen en dat hij zwaargewond naar het kamp was gekomen en daar was gestorven.”

ROZE SCHOENEN

Dawid Pitura en Mariola Szymkiewicz oogsten weinig succes met hun verhaal. Hun kleren en schoenen zitten onder het bloed van het slachtoffer. “Dat komt wellicht omdat ik nog geprobeerd heb het bloed uit Damians gezicht te vegen”, probeert Dawid – maar dat wordt bij de speurders op hoongelach onthaald. Er is veel te veel bloed, en bovendien was het gezicht van Damian één grote bloedklonter.

De speurders ontdekken dat Mariola’s naam niet lang geleden in een soortgelijk moordonderzoek is opgedoken in Nederland. Ook daar werd een man doodgeslagen op een daklozencamping en onder een berg kleren verborgen. Mariola ging uiteindelijk vrijuit in die zaak en keerde terug naar België. Nu ze opnieuw wordt verdacht van de moord op een makker, beroept ze zich op haar zwijgrecht.

Ook de derde verdachte, Anna Mital, wil aanvankelijk niks kwijt tegen de politie. “Ik sliep, ik weet van niks.” Haar advocaten Chantal Van den Bosch en Sarah van Asbroeck overhalen haar om mee te werken met het onderzoek.

Chantal Van den Bosch: “Dat is haar redding geweest, denk ik. Anna heeft als enige gepraat in het dossier. De twee anderen zijn koppig blijven zwijgen. Toen ze besefte dat ze zou opdraaien voor iets wat ze niet gedaan had, heeft ze verteld wat ze wist. Nadien is ze heel vaak uit haar cel gehaald voor een verhoor. Hoe Damian precies om het leven kwam, kon ze niet zeggen, omdat ze er niet bij was. De speurders hebben het ook nooit precies kunnen achterhalen. Maar blijkbaar waren de bewijzen tegen de twee andere verdachten overtuigend genoeg.”

Er zat wel een bloedspat van Damian op je schoen, Anna.

Mital (verontwaardigd): “Als ik erbij geweest was, hadden er veel meer bloedspatten op gezeten! Mijn schoenen stonden voor de garage, ik heb ze pas aangetrokken toen de politie er was. Ik had niet eens gezien dat er bloed op zat, het waren roze schoenen.”

Op 31 januari 2022 wordt Anna Mital vrijgesproken in de zaak-Skowronek. Haar twee medeverdachten krijgen elk vijf jaar cel. Die avond mag de 52-jarige Poolse uit de gevangenis in de Begijnenstraat vertrekken.

Mital: “Ik kwam Mariola nog tegen in de gang. Die kon niet geloven dat ik naar buiten mocht, terwijl zij vijf jaar moet zitten!”

En nu, Anna? Opnieuw de straat op? Of terug naar Polen?

Mital: “Ik wil in België blijven, ik ben al zo lang hier. In Polen is de helft van mijn familie ondertussen al dood, de rest is uitgezwermd. Ik denk dat mijn advocate me zal moeten adopteren (lacht).”

Van den Bosch: “Ik heb me boos gemaakt toen ik hoorde hoe Anna bij haar vrijlating gewoon op straat werd gezet. Die vrouw heeft níks. Ze hebben haar niet eens haar warme winterkleren teruggegeven. Men heeft de mond vol over de begeleiding van gedetineerden wanneer ze vrijkomen. Maar als je onschuldig hebt gezeten, heb je blijkbaar geen recht op hulp. Ze heeft een paar honderd euro verdiend met poetsen in de gevangenis. Maar erg ver spring je daar niet mee.”

Maak je al plannen voor de toekomst, Anna?

Mital: “Voorlopig is dat moeilijk. Eerst moet ik aan een job raken en een dak boven mijn hoofd vinden. Voorlopig slaap ik bij een vriendin op de sofa. Maar daarna zal je me zien gaan als een raket – hoop ik toch. Ik kan niet voorspellen wat er morgen gaat gebeuren, laat staan binnen een jaar. Dat kon ik die zaterdag toen we op kippenjacht gingen ook niet. Had ik geweten wat er zou komen, dan had ik onmiddellijk mijn koffer gepakt en was ik vertrokken.

”Ik denk nog veel aan Damian. Dan zie ik dat beeld van hem, terwijl hij die kip zit te pluimen. Soms zie ik ook zijn twee starende dode ogen. Ik vind het heel, heel erg wat hem is overkomen. Op straat sluit je snel vriendschappen, omdat je allemaal in hetzelfde schuitje zit. Damian was een vriend, hoewel ik hem nog maar een paar weken kende.”

Dank je voor je verhaal, Anna.

Mital: “Het is het slechtste verhaal uit mijn hele leven.”

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234