Woensdag 23/09/2020

Vrije meningsuiting

Haatpraat op het web? Deze man zorgt dat je je job verliest

"Als je dagelijks e-mails krijgt die uit de doeken doen hoe ze je precies gaan vermoorden, dan denk je wel twee keer na over de vraag of je je identiteit wilt onthullen."Beeld THINKSTOCK

"Een strijder voor sociale rechtvaardigheid", zo noemt de Duitse David zich. In de Süddeutsche Zeitung doet hij uit de doeken hoe en waarom hij mensen aanpakt die op het internet consequent haatpraat verkopen: hij rapporteert hen gewoon aan hun werkgever en aan de politie. Maar mag dat zomaar?

Je kan er niet naastkijken, dezer dagen. Nu we in een van de grootste vluchtelingencrises van de laatste jaren zijn beland, ligt de zogenaamde 'onderbuik' van de samenleving open en bloot te glimmen in het herfstzon. Ver moet u echt niet zoeken om de meest ranzige online commentaren te lezen, vaak gepost door mensen die hun eigen identiteit niet eens verdoezelen. Reportagemaker Eric Goens speelt er in Vier-programma 'Karen & Decoster' ook op in door de haters van het web gewoon aan hun voordeur te gaan confronteren met hun woorden.

Maar de Duitse David - die voor de rest anoniem wil blijven - gaat nog een stap verder. Te midden van het verhitte asieldebat speurt hij niet alleen naar de meest misselijkmakende opmerkingen en commentaren op Facebook, maar hij gaat ook tot in detail uitzoeken van wie die boodschappen afkomstig zijn. Samen met vier vrienden doorpluist hij hun profielen, op zoek naar publieke foto's, namen, adressen en details over hun jobsituatie. Vervolgens stuurt hij die informatie, inclusief screenshots van de racistische praat, naar de politie en naar hun eventuele werkgever. Er zijn op basis van zijn informatie al verschillende onderzoeken gestart en ook al enkele mensen hun job kwijtgespeeld.

Rechtvaardigheid of heksenjacht?

Hij ziet zichzelf als een vigilant, "een strijder voor sociale rechtvaardigheid", iemand die van Facebook een "humanere" plek wil maken. Maar het feit dat hij zonder familienaam en foto in de krant komt, wil ook zeggen dat duidelijk niet iedereen dat zo ziet. Hij zorgt er nu eenmaal voor dat mensen hun job kwijtraken. Na platgestoken autobanden, een besmeurde gevel en dreigmails heeft hij zijn voorzorgen genomen, klinkt het. "Ik ben niet beschaamd over wat ik doe. Maar als je dagelijks e-mails krijgt die uit de doeken doen hoe ze je precies gaan vermoorden, dan denk je wel twee keer na over de vraag of je je identiteit wilt onthullen. Mensen verwarren dapperheid al te makkelijk met domheid."

Zijn tegenstanders zeggen dat hij een heksenjacht voert en dat hij eigenlijk "strijdt voor de afschaffing van de vrijheid van meningsuiting", maar dat wuift hij weg. Hij zegt dat hij heel nauwgezet nagaat of de commentaren veeleer puberale missers zijn, dan wel of het een correcte, consistente en consequente representatie is van het online gedrag van iemand. Het gaat hem dus niet over één vuile opmerking, wel over maandenlange racistische praat. Een extra aanwijzing, zo vertelt hij nog aan de Süddeutsche Zeitung, zijn eventuele Facebook-'likes' voor extreemrechtse organisaties. Zulke mensen moeten ter verantwoording geroepen worden, vindt David.

Strafwet

De 'missie' die David heeft, is een opmerkelijk fenomeen. En de vraag of het eigenlijk wel mag wat hij doet, is niet zo eenduidig te beantwoorden. "Ja, er is de vrijheid van meningsuiting", legt Koen Lemmens uit, professor Mediarecht aan de KU Leuven. "Maar er zijn grenzen en die worden bepaald door wat er in de strafwet staat. In dit geval gaat het dan vooral over racisme, discriminatie en het aanzetten tot geweld of segregatie. Wie zo'n misdrijf opmerkt, mag altijd naar de bevoegde instanties stappen. In dat opzicht is er geen verschil met het moment waarop je een diefstal ziet gebeuren op straat."

Toch zit daar ook een moeilijkheid in. "Niet alleen is het allesbehalve voorspelbaar wat een rechter 'over de grens van het toelaatbare' vindt. Zo'n zaak heeft ook een sterk ontradend effect op vlak van de vrije meningsuiting. Als mensen een soort 'privé'-openbaar ministerie beginnen te spelen, maken ze andere mensen bang. Zij gaan dan vaak nog vóór de grens van het toelaatbare stoppen." De rechter zal ook moeten kijken naar 'hoe openbaar' de commentaren waren. "De wetgever wil zo vermijden om ook tussen te komen in privégesprekken."

Professor Mediarecht Koen Lemmens (KU Leuven)Beeld rv

Ontslag

Maar gaat die Duitse David niet over de schreef door ook de werkgever te contacteren? "Daarbij heb ik meer reserves, omdat daar de vraag naar de privacy meer speelt", vindt Lemmens. "Mijn buikgevoel zegt dat er toch een verschil zit met iemand die gewoon naar de politie stapt en het onderzoek aan hen laat. Het neigt wat naar het recht in eigen handen nemen en wraak. Bovendien is het de vraag waar hij die gegevens heeft gehaald. Hoe openbaar waren die? Heeft hij op dat vlak de privacy niet geschonden?"

ICT-jurist Matthias Dobbelaere (deJuristen) bevestigt dat. "Veel hangt af van het feit of de ontevreden werknemer zijn gal spuwt op een gesloten systeem als Facebook, of op Twitter of een ander publiek medium. Wanneer haatcommentaren publiek staan, kan je die dus wel rapporteren, aangezien dat voor ieder leesbaar is. Een privé-commentaar ligt moeilijker, omdat - om het wat complex te maken - dan ook de privacy van de ontevreden werknemer geschonden wordt. Daarbij kom je ook in de problemen met de voorwaarden van Facebook en eventueel een ontoelaatbaar bewijs wanneer het voor de rechtbank komt. Daarenboven overtreedt diegene die de haatpraat doorgeeft ook de 'Wet Elektronische Communicatie' door privé-informatie te gaan overdragen."

Maar een werkgever kan je wel degelijk ontslaan voor publieke haatpraat of racistische uitlatingen. "In het arbeidsrecht worden ontslagen vaak gebaseerd op 'dringende (of dwingende) reden'", legt Dobbelaere nog uit. "Dat kan wel enkel wanneer er een ernstige tekortkoming is die elke verdere professionele samenwerking tussen werkgever en werknemer onmiddellijk en definitief onmogelijk maakt. En de belangrijkste voorwaarde: het ontslag moet onmiddellijk na de kennisgeving van de haatcommentaar gebeuren. In het andere geval moeten de normale procedures gevolgd worden (lees: ontslag met uittredingsvergoeding).

Schandpaalsamenleving

Zelfs als er juridisch geen probleem is, met Davids manier van werken, vindt Lemmens die 'ongelukkig'. "We zijn een samenleving aan het creëren waarbij het doembeeld van 'Big Brother' niet alleen door de overheid wordt bewaarheid, maar ook door uw medeburgers. Door te klikken en mensen aan de schandpaal te nagelen, worden wij plots de grootste bedreiging van elkaars privacy." Op het internet is het moeilijker om mensen ter verantwoording te roepen en dan krijg je van die mensen die zelf het recht in handen nemen, voegt Lemmens toe. "Zo krijg je een maatschappij van 'witte ridders'. Ik ben bevreesd voor die schandpaalsamenleving."

Lemmens merkt dat we dezer dagen minder ruimte laten voor vrije meningsuiting dan we eigenlijk zelf zouden willen. "We moeten leren om onszelf in de hand te houden als iemand een straffe uitspraak doet. Laat misschien even weten dat dat erover is, maar laat er dan ook bij." De prof noemt de vrijheid van meningsuiting de 'veiligheidsklepfunctie' van een samenleving. "Als mensen niet meer 'hun gedacht' kunnen zeggen, verdwijnt die mening niet zomaar. Dat frustreert mensen. Om een wat geladen vergelijking te maken: tekenaars durven niet meer vrijuit te tekenen, burgers durven niet meer te zeggen wat ze willen zeggen. En die frustratie uiten ze onder meer in het stemhok."

Professor Koen Lemmens over de 'Helden van het internet' van Eric Goens: "Onverstandig"

Vandaag nog was reportagemaker Eric Goens te gast in het Radio 1-programma 'De bende van Annemie'. Daar legde hij uit waarom hij de haatpredikers van het web in het Vier-programma 'Karen en De Coster' voor de camera zet. "Een missie? Nee, een journalist moet geen wereldverbeteraar zijn, en ik wil die mensen niet per se op het goede pad zetten", zei Goens. "Wel zijn er een aantal mensen die aangeven dat ze toch wat op hun woorden gaan passen. (...) Ik zeg tegen die mensen ook dat ik het helemaal niet met hen eens moet zijn. Je mag zulke dingen vinden, maar verwoord dat dan op een maatschappelijk aanvaardbare manier."

Professor Koen Lemmens vindt Goens' manier van werken "onverstandig". "Je moet mensen in debat laten gaan. Mensen willen au sérieux genomen worden. Maar ja, een respectvol debat voeren, dat is natuurlijk een pak saaier dan zulke overvaljournalistiek."

Lemmens zegt hij dat hij het ook helemaal niet eens is met de haters in het vluchtelingendebat. "Maar ze mogen wel, binnen de grenzen van de wet, een scherpe mening hebben. Anders zorg je er alleen voor dat de samenleving nog meer polariseert. "Kijk bijvoorbeeld naar het zwartepietendebat in Nederland. Denk je echt dat dat zoveel verschil maakt in het hoofd van de mensen? Ik durf dat te betwijfelen. Maar je duwt wel diegenen die het 'eerder eens' of 'eerder oneens' zijn, en die dus eigenlijk dicht bij elkaar staan, plots in een kamp."

Gevraagd om een reactie, stelt Goens: "Ik vind het vreemd dat professoren die totaal niet op de hoogte zijn van onze werkwijze prentenderen te weten dat we aan overvaljournalistiek doen. Als ik aanbel bij iemand, maak ik mij kenbaar en zeg wat de bedoeling is. Na het gesprek vraag ik hun toestemming om hun mening te gebruiken in de uitzending. Ik wil de professor er overigens op wijzen dat wij in het programma 'Karen & De Coster' élke week mensen in debat laten gaan. We kiezen er bewust voor om de discussies niet alleen met professoren en politici te voeren. Zo hebben we al twee keer een debat gevoerd over de asielcrisis, met voor- en tegenstanders én vaak met zeer uitgesproken meningen. Als de professor nog au sérieux wil worden genomen, zou hij zich toch beter moeten informeren."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234