Maandag 21/09/2020

Haardpoken en kopstoten

Leuvense wetenschapsfilosofen die het fysiek met elkaar aan de stok krijgen? Het wekte deze week ophef. Maar ook vooraanstaande schrijvers en intellectuelen gaan soms door het lint, zo leert de geschiedenis.

Het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte van de Katholieke Universiteit Leuven. Een statige naam die garant staat voor wijsheid en contemplatie. Maar ook in eerbiedwaardige kringen haalt de emotie het soms van de rede en slaan de stoppen wel eens door.

Deze week kwam aan het licht dat de Leuvense professor Jan Heylen en zijn Roemeense assistente Mona Simion (nota bene gespecialiseerd in logica en analytische filosofie) onlangs in een faculteitsgang met elkaar op de vuist gingen. Omstanders en collega-professoren moesten hen volgens het studentenblad Veto uit elkaar halen; de politie stelde een pv op voor fysieke agressie. Gevolg: de colleges wetenschapsfilosofie zijn tot nader order geschorst. "Nog nooit meegemaakt", zuchtte

KU Leuven-rector Rik Torfs.

Academici die met elkaar twisten tot het tot een handgemeen komt en de lessen er zelfs bij inschieten, het lijkt voer voor een satirische campusroman, zoals Willem Frederik Hermans er een schreef met het kwaadaardige Onder professoren (1978). Daarin nam hij driest wraak op zijn collega's die hem als fysisch geograaf aan de universiteit van Groningen op een zijspoor hadden geparkeerd.

Toch zijn knokpartijen onder academici statistisch geen courant verschijnsel. Wie graaft in de literaire en intellectuele geschiedenis, ontdekt slechts met mondjesmaat een portie bloedspatten, gebroken neuzen, en jawel, ook schotwondes.

Vette kluif

De meeste vetes leidden vooral tot mentaal ongerief. Denk maar aan de bittere revanche van KU Leuven-professor Hugo Brems op schrijfster Patricia de Martelaere, die hij - na een verbroken relatie - uit zijn naoorlogse Nederlandse literatuurgeschiedenis Altijd weer vogels die nesten beginnen (2006) bande. Tot de met de Staatsprijs bekroonde essayiste en romancière "niet meer kon zwijgen over zoveel literair onrecht" en de zaak in de openbaarheid bracht. De Martelaere (1957-2009) vertelde aan Knack dat Brems zich als minnaar te gedetailleerd vond weergegeven in haar roman Het onverwachte antwoord en zelfs dreigde "met juridische stappen".

Intellectuele vetes, ze zijn van alle tijden. Misschien kunnen we de oorlogvoerende partijen aan de KU Leuven eens het boek Wittgenstein's Poker: The Story of a Ten-Minute Argument Between Two Great Philosophers (2001) onder de neus schuiven? In hun boek serveren BBC-journalist David Edmonds en John Eidinow het relaas van een memorabel conflict tussen de onvermurwbare logicus Ludwig Wittgenstein (1889-1951) en wetenschapsfilosoof Karl Popper (1902-1994).

"Het decor was kamer H3 van het Gibbs-gebouw van King's College in Cambridge, op vrijdagavond 25 oktober 1946. Naar wekelijkse gewoonte verzamelden daar de Moral Science Club (MSC), een discussiegroep voor filosofen en filosofiestudenten van de universiteit. Karl Popper moest er een lezing geven, met de banale titel 'Bestaan er filosofische problemen?'", aldus Edwards.

Nogal wat filosofen van formaat woonden de meeting bij: voorzitter van de MSC Ludwig Wittgenstein, Bertrand Russell en de nog jonge Stephen Toulmin. Van meet af aan was de spanning te snijden en zette Wittgenstein de puntjes op de i. Volgens hem bestonden er slechts "linguïstische puzzels" en geen filosofische problemen. Wittgenstein raakte zo over zijn toeren dat hij een haardpook ter hand nam en er vervaarlijk mee begon te zwaaien. Popper voelde zich bedreigd: "Not to threaten visiting lecturers with pokers!", riep hij uit. Wittgenstein gooide ziedend de pook op de vloer en verliet met veel gedruis de kamer.

De versies van de aanwezigen lopen uit elkaar over de boze intenties van Wittgenstein. Nam de auteur van het Tractatus Logico-Philosophicus (1921) het vervaarlijke instrument gewoon gedachteloos op om iets om handen te hebben, zoals een ander een sigaret? Of viseerde hij werkelijk Popper? Filosofiehistorici hebben er nog steeds een vette kluif aan.

Bij filosofen kan het potje overkoken, bij auteurs is het niet anders. Niets menselijks is hen vreemd wanneer ze de veilige cocon van hun schrijfkamer verlaten. Zo lieten zowel Shakespeare-tijdgenoot Ben Jonson, Alexandre Dumas en Marcel Proust zich verleiden tot duels, zij het zonder dodelijke afloop. Ook Lev Tolstoj, Fjodor Dostojewski en Ivan Toergenjev rolden regelmatig publiekelijk over de vloer.

18 maanden cel

Niet minder bont maakten Arthur Rimbaud en Paul Verlaine het, ongeveer het befaamdste homoseksuele koppel uit de Franse literatuurgeschiedenis. Toen ze elkaar in 1871 ontmoetten, werden ze al snel geliefden. Maar de relatie kende turbulente wendingen. In 1873 verliet Verlaine zijn vrouw om met de piepjonge Rimbaud te gaan samenleven. Tot Verlaine in een staat van verregaande dronkenschap in hun Brusselse hotelkamer Rimbaud poogde neer te schieten. Hij raakte hem aan zijn pols. Goed voor achttien maanden gevangenisstraf.

Ook wie door de Amerikaanse literatuur grasduint, stuit er op vurige polemiek die soms uitliep op regelrechte vechtpartijen. Ernest Hemingway mepte ooit zijn collega Wallace Stevens tegen de vlakte aan de haven van Key West, nadat Stevens Hemingways zusje enig onwelvoeglijks had toegefluisterd.

Ook zijn voormalige vriend F. Scott Fitzgerald lustte hij later rauw. "I always knew he couldn't think - he never could", schreef Hemingway in 1936. Toch is dit allemaal peanuts in vergelijking met de hoogoplopende ruzie tussen de Amerikaanse literaire grootheden Norman Mailer (1923-2007) en Gore Vidal (1925-2012). Allebei begiftigd met een ontvlambaar temperament betwistten ze een tijdlang publiekelijk de titel van Belangrijkste Amerikaanse Schrijver bij elkaar .

Het bleef niet bij polemische opstoten. Driftkikker Norman Mailer - die wel vaker met losse handjes werd gesignaleerd en ook robbertjes uitvocht met Tom Wolfe, Germaine Greer en Truman Capote - stond bekend als een gewelddadige, seksistische homofoob. Vidal was verfijnder van aard én propageerde in romans als The City and the Pillar (1948) de vrije seksualiteit. Het hek was helemaal van de dam toen Vidal Mailers boek The Prisoner of Sex (1971) omschreef als "drie dagen van menstruatie" en hem ook nog met moordenaar Charles Manson vergeleek. Mailer had Vidals boeken eerder al afgeserveerd met de zin: "Ik moet af en toe aan je boeken ruiken en dat heeft mij bevorderd tot een expert in intellectuele vervuiling."

Tijdens de uitzending van de Dick Cavett Show in 1971 vlogen de heren elkaar de hele uitzending door in de haren. Cavett vroeg Mailer: "Heb je misschien twee stoelen nodig om je gigantische intelligentie en ego op te deponeren?"

Na de show deelde Mailer Vidal in de lounge onverwachts een fikse kopstoot uit. Zes jaar later kieperde Mailer op een receptie ook nog een glas drank over Vidal heen, waarna die hem vervolgens wéér tegen de grond werkte. Terwijl hij op de mat lag, murmelde Mailer vilein: "Zoals meestal heeft Mailer een tekort aan woorden."

En het allerberoemdste partijtje literair vechten? Dat staat ongetwijfeld op naam van de twee latere Latijns-Amerikaanse Nobelprijswinnaars Gabriel García Márquez en Mario Vargas Llosa. Het verbaast niet dat de inzet een vrouw was.

Na een filmpremière in Mexico City anno 1976 stapte Márquez welgemutst op zijn vriend Llosa af om hem hartelijk te omhelzen. Maar Llosa reageerde als gestoken door een wesp. "Hoe durf je zo naar me toe te komen na wat je Patricia in Barcelona hebt aangedaan!", brieste Llosa. Met een welgemikte rechtse mikte hij Márquez tegen de grond. Schrijvers holden de zaal uit om een stuk biefstuk op het bont en blauwe oog van Márquez te leggen. De verwarring was compleet.

Pas later bleek het geschil inderdaad over Llosa's toenmalige vrouw te gaan. Márquez had Patricia even opgevangen en 'getroost' na een zoveelste staaltje rokkenjagerij van Llosa. Hun conflict diepte zich later uit over politieke meningsverschillen, zeker toen Llosa in steeds liberaal-rechtser vaarwateren raakte.

In 2007 werden de plooien voorzichtig gladgestreken, toen Llosa toestemde om een voorwoord te schrijven bij de 40ste verjaardagseditie van Marquez' Honderd jaar eenzaamheid. Zo blijkt dat ook intellectuele kemphaantjes in extremis nog tot bezinning kunnen komen. Er is hoop voor de Leuvense alma mater.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234