Woensdag 18/05/2022

Haantjes met paardenkracht

De Formule 1 Grand Prix strijkt vanaf morgen neer op en rond het circuit van Francorchamps. Niets om op te wachten, vinden volhardende snelheidsduivels die niet alleen dit weekend tuk zijn op een hoog toerental. Zij staan voor jeugdigheid en sportiviteit. Of was het voor impulsiviteit en risico's?

Niets wind in de haren. Een racewagen bestuur je nu eenmaal niet met het raampje open. Laat staan zonder helm. Niets als de drang om het landschap in strepen groen en blauw voorbij te zien trekken. Een racepiloot kijkt naar het grijze asfalt, niet naar de blaadjes aan de bomen en de schapenwolkjes aan de blauwe hemel.

"Maar die adrenalinekick als je sneller rijdt dan 300 kilometer per uur, daar doe je het voor", vertelt racer Bas Leinders, die al hoorbaar geniet als hij nog maar vertelt over hardrijden. "Zo laat mogelijk remmen, de limieten van je voertuig opzoeken en tegelijkertijd je eigen grenzen verkennen. Dat maakt het aantrekkelijk. De handelaars die een hele dag op de beursvloer werken, zoeken een adrenalinekick. Racers doen hetzelfde, op het racecircuit."

De racers zijn niet alleen. Ook op de openbare weg zijn hardrijders nooit veraf. Even de cijfers erbij halen. Even maar. 93 procent van de bestuurders rijdt namelijk te snel in een zone 30. Op de autosnelwegen doen chauffeurs het rustiger aan, maar nog rijdt veertig procent van hen er sneller dan toegelaten. Dat blijkt uit onderzoek dat het Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid (BIVV) uitvoerde in 2010.

Redenen aanhalen is niet moeilijk. Te laat vertrokken, mijnheer. De auto voor me gevolgd, mevrouw. Hoezo, zo'n brede baan waar je gemakkelijk tegen negentig kilometer per uur kunt doorsjezen ligt in de bebouwde kom? Ook nog op het excuuslijstje: verstrooid, drukdrukdruk en zo'n veilige chauffeur dat snelheidslimieten in dit geval niet van toepassing zouden moeten zijn. Voor anderen ligt het toch gemakkelijker. Zij vinden snel rijden simpelweg verdomd plezant. Of vinden we dat eigenlijk stiekem allemaal?

"Als je voortgaat op de flow-theorie is dat best mogelijk", denkt Kris Brijs, docent verkeerskunde aan de universiteit van Hasselt. "Volgens die theorie vinden mensen continuïteit en een vlotte voortgang aangenaam. Het geeft hen een plezierig gevoel. Misschien kun je die theorie ook aanhalen als een reden waarom mensen liever te snel dan te traag rijden."

Dat zou bijvoorbeeld verklaren waarom de Romeinen al races met paard en kar organiseerden. Nu nog ligt de maatschappelijke tolerantie voor snel rijden veel hoger dan voor dronken rijden. Terwijl overdreven snelheid de reden is voor dertig procent van de ongevallen, oftewel de grootste doder in het verkeer.

Alleen, niet iedereen lijkt van hardrijden te houden. Zo leek het omaatje dat tegen zeventig per uur op het rechterrijvak slakte toch te snauwen. Of was dat de verveelde middenstrookrijder?

Dank, prefrontale cortex

Toch wil zowat iedereen harder rijden dan de snelheid die de bestuurders zelf veilig achten. En laat die snelheid nu meestal al boven de toegestane limieten liggen, zo concludeerde de Nederlandse Sticht-ing Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) al. Terwijl de snelle snoodaards vijftien jaar geleden nog vooral het gaspedaal induwden omdat ze gehaast waren of niet merkten dat ze te snel gingen, rijden bestuurders tegenwoordig volgens SWOV te snel omdat ze het leuk vinden. Zeker als het jonge zakenmannen zijn die het stuur vasthouden. En al helemaal als er in de wagen ook een jonge mannelijke passagier zit.

"Te snel rijden heeft inderdaad nog altijd een positieve connotatie. Het staat voor jeugdigheid, voor sportiviteit", beseft Werner De Dobbeleer van de Vlaamse Stichting Verkeerskunde. Bovendien staan Belgen ervoor bekend dat ze hun bolide zien als het verlengstuk van hun woonkamer. "Jonge mannen zien hun wagen toch vooral als een verlengstuk van hun persoonlijkheid", zegt De Dobbeleer. Het is dan ook niet toevallig dat automerken kiezen voor stoere namen of logo's als Jaguar of de leeuw van Peugeot. "Daarmee proberen de jongeren indruk te maken op hun vrienden en op meisjes. Allemaal moeite voor niets", lacht De Dobbeleer, "want meestal vinden die laatsten dat helemaal niet aangenaam."

Maar dames, de jonge heren hebben een goed excuus: hun prefrontale cortex. Dat gedeelte in de hersenen, dat impulsief gedrag onder controle moet houden, is volgens Kris Brijs van de UHasselt pas rond de leeftijd van 23 tot 25 jaar volledig ontwikkeld. Vandaar dat de jongeren gemakkelijker toegeven aan de kick, het machogedrag en het haantjesgedrag dat met racen gepaard gaan. Want je wilt toch niet trager blijken dan je voetbalvrienden?

Jammer genoeg houdt dat excuus voor de jonge manspersonen maar weinig steek in de ogen van neuropsycholoog Guy Vingerhoets (UGent). "Op het moment dat ze met een wagen mogen rijden, is die prefrontale cortex toch al behoorlijk volgroeid, hoor", merkt hij op. "Het verschil met kinderen die echt niet aan hun impulsen kunnen weerstaan, zou je ook zien als je een zesjarige en een achttienjarige achterlaat in een speelgoedwinkel", vermoedt Vingerhoets. "De zesjarige zou alles willen aanraken. De achttienjarige zal rustig rondkijken."

Helemaal ongelijk geeft Vingerhoets de dames toch niet als ze jonge hardrijders in de jongste campagne van het BIVV op grote affiches vergelijken met volwassen kleuters. "Het klopt wel dat kinderen enorm goede prestaties neerzetten wanneer ze racen", weet de neuropsycholoog. "Zij kennen minder angst en ze beseffen daardoor minder waar hun eigen grenzen liggen. Tot het op een dag verkeerd gaat."

Typische kenmerken

Racer Bas Leinders heeft er weinig oren naar. Volgens hem kun je geen etiket plakken op mensen die houden van wat snelheid op de weg. Leinders komt tijdens zijn wedstrijden evengoed uit tegen flamboyante Italianen als tegen eerder verlegen mannen zoals hijzelf, verzekert hij. Ook dat mensen die op het asfalt graag risico's nemen tevens de rest van hun leven risicovol invullen, gelooft Leinders niet. "Ik heb een vrouw en kinderen, dat kan gewoon niet."

De theorie spreekt hem nochtans tegen. Verkeerssociologen nemen alsmaar vaker aan dat volhardende snelheidsduivels typische persoonlijkheidskenmerken hebben. Ze zijn extravert, impulsief, aangetrokken door sensatie en ze nemen dus ook vaak risico's op andere terreinen dan de openbare weg. "Ze vertonen ook kenmerken van asociaal gedrag", merkt docent verkeerskunde Kris Brijs op. "Het gaat om een heel kleine groep mensen, maar zij zijn minder geneigd om rekening te houden met anderen of met de regels van de maatschappij."

Ik-maatschappij

Het duurde nog lang, maar daar is het dan toch: het groeiende individualisme als reden voor een te enthousiaste voet op het gaspedaal. "Tja, we leven in een ik-maatschappij", vindt ook Johan De Mol, onderzoeker aan het Instituut voor Duurzame Mobiliteit aan de universiteit van Gent. "Daarnaast zijn er evengoed hardrijders die gewoon niet met regels kunnen omgaan. Dat deel van hun persoonlijkheid uiten ze overal, ook in de wagen."

De Mol heeft voldoende voorstellen om tot een oplossing te komen. Van het aanpassen van de weginfrastructuur tot het invoeren van auto's die een lagere maximumsnelheid toelaten. Maar dat neemt niet weg dat hardrijden voor sommigen toch o zo fijn blijft. Wat dan met hen, als ze niet op het circuit terechtkunnen? De Mol: "Het zal toch gemakkelijker zijn om de wegen en de voertuigen aan te passen, dan te proberen de psyche van die mensen te veranderen."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234