Donderdag 22/04/2021

Gynaecologe Erna Vercauteren schreef als eerste de pil voor

'Ik was de eerste die de vrouwen hier middelen aanreikte. Maakt dat me tot een heldin? Bij lange niet. Ik heb een verbod overtreden in het belang van mensen die dringend om hulp vroegen'

'Een heldin? Ik? Bij lange niet'

'Ik hield niet van kansels en barricaden, dat was voor politici en manifestanten. Mijn opdracht was om medische bijstand te verlenen, en dat gebeurde op mijn praktijk.' Erna Vercauteren (80), een van de eerste vrouwelijke dokters en beslist een van de eerste vrouwelijke gynaecologen in ons land, schreef als eerste 'de pil' voor. Illegaal. Met de wagen smokkelde ze ooit voorbehoedsmiddelen uit Nederland. Tot voor dit gesprek schuwde ze elke vorm van aandacht. 'Maar ik geloof dat ze me nu niet meer in de gevangenis zullen steken, toch? Wat zouden ze daar ook aanvangen met zo'n oud meubel.'

Marijke Libert / Foto Stephan Vanfleteren

Dokter Erna Vercauteren, reeds vijftien jaar in ruste en intussen verhuisd van Gent naar badstad Westende, schrikt ervan. Zoveel interesse ineens voor haar carrière van gynaecoloog, zo lang na datum! Goed, het was niet zomaar een carrière, geeft ze ootmoedig toe.

Dokter Vercauteren was de eerste arts die vrouwen de pil voorschreef, in 1960, tijdens consultaties in het door haar opgerichte Gentse Centrum voor Seksuele Voorlichting (CSV). In volstrekte illegaliteit, want pas dertien jaar later zou het verstrekken van contraceptiva wettelijk worden toegestaan.

Erna Vercauteren is een levendige dame, niet van humor gespeend, ad rem, maar tegelijk bedachtzaam. Het is een tweede natuur geworden, haar betekenisvolle zwijgen af en toe en haar ontwijken van sommige pertinente vragen. "Ik kan het nog altijd niet, me manifesteren. Ik heb ook toen geen tijd op podia doorgebracht. Enkel mijn werk gedaan, op de achtergrond, of beter in den duik. U begrijpt waarom."

Ze is een beetje door het leven gesleten, zegt ze, zoekend naar evenwicht met haar wankele lichaam. Speurend naar de juiste contouren en vormen van de dingen en mensen rondom haar, met haar enig overgebleven oog. Hijgend en steunend bij elke inspanning, want ook de motor sputtert al jaren tegen.

"Ik ben een oud, eigenzinnig mens, een echte Gentse", grapt ze en ze zegt het nadien nog eens, afgemeten. "Zéér koppig, mevrouw. Maar ik kan met mezelf leven. Tja, veel keuze heb ik ook niet." Er volgt een luide lach en nadien weer een stilte. "Het onheil is me niet bespaard gebleven", gaat ze ineens van start. "Mijn leven was er een van ongelukken krijgen en er nadien bovenop proberen te komen. Een paar jaar geleden nog werd ik in Oostende gegrepen door de kusttram. Zes weken lang verbleef ik in het ziekenhuis en kijk, ik ben er nog." Ik zeg dat ze taai is, zoals de mokken, die lekkernij uit haar geboortestad. "Inderdaad, u ziet dat goed. Ze krijgen me niet. Ze hebben nochtans veel geprobeerd, heel veel. En ik ben beproefd, toen ik kind was en later als moeder. Mijn tweede baby is dood geboren. Dat moet je tegenkomen hé, als gynaecologe, dat je kind niet op tijd bij je weggehaald wordt. Toen er uiteindelijk een keizersnede kwam, was het te laat. Ik ben overigens bijna in het kraambed gebleven." Ze aarzelt. "Zullen we het over iets anders hebben?"

Misschien over de reden waarom we bij u zitten. U stichtte in 1960 het allereerste CSV, waarom?

Erna Vercauteren: "De naam van het centrum is altijd een beetje misleidend geweest. Het was een deknaam, want in die tijd was het verschaffen van contraceptie verboden. Uitgerekend dát gebeurde ook in het centrum: ik verschafte niet alleen informatie, ik reikte de jonge vrouwen de middelen aan. Tegen de wet in. Ik werkte daar alleen, zonder collega's, ik hield een aantal uur per week consultatie en ik verzeker u, het was er af en toe erg druk."

Hoe wisten de vrouwen dat ze bij u terechtkonden?

"Tja, hoe gaat dat? Binnen een bepaald circuit was dat meer dan bekend. Trouwens, ook daarbuiten. Toen het centrum geopend werd, was de BOB (Bijzondere Opsporings Brigade, ML) erbij, incognito. Ik heb pas later vernomen dat die mannen daar stonden tussen mijn hoge gasten uit het buitenland. Er zaten belangrijke mensen tussen, uit heel Europa, allen pioniers op het vlak van het verstrekken van contraceptie. Bij de opening was de bekende Nederlandse dokter Van Emden Boas aanwezig en de inmiddels legendarische Britse dame Helena Wright, die na de Eerste Wereldoorlog in Londen de eerste centra voor geboorteregeling opstartte."

U was de Vlaamse Wright, als het ware.

"(wuift weg) Ik was de eerste die de vrouwen hier middelen aanreikte. Maakt dat me tot een heldin? Bij lange niet. Ik heb een verbod overtreden in het belang van mensen die dringend om hulp vroegen. Ik heb de gevangenis gelukkig nooit vanbinnen gezien. Ik hoop dat ik na dit gesprek niets hoef te vrezen. Anderzijds, wat zouden ze daar aanvangen met zo'n oud meubel als ik?"

Er waren niet veel vrouwelijke gynaecologen in uw tijd?

"Een drietal, voor zover ik weet. Je had mevrouw Remouchant, een zekere mevrouw Van Ostende en ikzelf. Dat zal het ongeveer geweest zijn."

Dokter worden, studeren aan de universiteit, dat was na de Tweede Wereldoorlog niet meteen het terrein van de vrouw. Waarom koos u ervoor?

"Omdat ik daar zin in had, mevrouw. Ik werd onrechtstreeks ook enorm gesteund door mijn moeder. Zij had dat zelf graag gedaan, geneeskunde. In haar tijd was dat echter helemaal onmogelijk. Stel u voor, ze was in 1898 geboren. Het was al opvallend dat zij de studies voor regentes had kunnen afmaken. Haar vader was een voor zijn tijd bijzonder vooruitstrevende en breeddenkende man. Zijn kinderen waren niet gedoopt, dat moest je durven toen. Mijn moeder had eenzelfde doorzetting en zij stimuleerde me om dokter te worden."

Had u van bij het begin de specialiteit gynaecologie vooropgesteld?

"Nee, aanvankelijk niet. Eigenlijk wou ik nog iets gekkers doen: ik wou uroloog worden. (schaterlacht) Voor vrouwen was dat helemaal uit den boze. Dat was een gebied van het menselijk lichaam waarnaar het voor ons letterlijk en figuurlijk moeilijk kijken was, laat staan behandelen. Vergeet niet, het was 1952 toen ik afstudeerde. Van de drieënzestig dokters waren er toen drie meisjes, van wie er één tandarts werd."

Wanneer begon u met het échte engagement, de inzet voor elementaire vrouwenrechten?

"(geagiteerd) U kunt zich dat op uw leeftijd misschien moeilijk inbeelden, maar er was toen een grote nood, mevrouw. Nood aan voorlichting over wat er zoal voorhanden was om een zwangerschap te voorkomen. Over wat reeds bestond, de pil, heerste een enorm taboe. Er werd denigrerend gedaan over die pil, vanuit ideologisch behoudsgezinde hoek. Wij artsen stonden voor een dilemma, want de effecten van de pil waren toen onvoldoende bekend.

"Hoe dan ook, ik vond dat mensen met deskundigheid ter zake zich moesten inzetten voor vrouwen. Er moesten dokters opkomen aan wie vrouwen hun dringende vragen konden stellen. Ik ben dus gewoon beginnen voorlichten, met de middelen die ik bezat. Ik stichtte dat centrum en Gent heeft daardoor een voorbeeldfunctie gehad. Nadien kwamen er gelijkaardige consultatieruimtes in Antwerpen en Brussel."

Hoe zat dat toen precies in het buitenland?

"De Nederlanders en Britten waren ons uiteraard al langer voor. Wij overlegden onderling, ontmoetten elkaar op congressen. Maar we bleven, herinner ik me, in het begin allemaal heel onzeker over die pil. Ze beveiligde de vrouwen, dat wel, maar de dosering was zwaar. Er werd gevreesd voor neveneffecten zoals bloedklonters in de aders of tromboses. Toch schreven we de pil voor aan wie daarom vroeg. Onze vrees bleek gelukkig niet zo gegrond. Intussen is de dosering veel verkleind en daarmee ook het risico vrijwel uitgeschakeld. Om die onzekerheid te omzeilen raadden de collega's in het buitenland en ook ikzelf aanvankelijk het pessarium aan. Dat werd toen relatief frequent gebruikt."

Hoe kon die illegale pil dan verkregen worden?

"De pillen die ik voorschreef, kwamen uit depots in Nederland. Ze waren te verkrijgen op bepaalde adressen hier, bij apothekers en zo. Ik ben nooit over de grens om pillen geweest. Wat ik wel nog gedaan heb, is pessaria gesmokkeld. Echt. Uit Holland. Heel lang geleden. Ik reed erom met de wagen en trok met kartonnen vol materiaal weer de grens naar Vlaanderen over. Ik ben zelfs ooit tegengehouden door een douanebeamte. Ik herinner het mij nog levendig. Hij vroeg me vriendelijk maar kordaat om zo'n kartonnen doos te openen. Hij zag wat het was, liet me de doos weer sluiten en gebaarde dat ik mocht vertrekken. We handelden toen binnen een dubbelzinnig systeem van enerzijds verbieden en anderzijds door de vingers kijken. Typisch Belgisch."

Welke vrouwen kwamen bij u op consultatie in het CSV? Waren het jonge meisjes, oudere vrouwen? Van welke ideologische strekking waren ze en uit welke sociale klassen stamden ze?

"Rijke vrouwen zag ik er zelden. Ik kreeg zowel heel jonge als oudere vrouwen voor me. De oudere vrouwen, voorbij de veertig, hadden vooral problemen met ongewenste zwangerschappen. De jongere waren in het ongewisse over welk gevaar ze liepen. De vragen werden steeds gesteld met grote schroom. Wat de ideologie betreft van mijn patiëntes: ik stelde vast dat alle gezindheden mij wisten te vinden. De katholieke seksueel actieve vrouw had dezelfde problemen als de vrijzinnige, neem ik aan. Want (gniffelt) dat zingend de kerk uitgaan... Sorry, ik bedoel natuurlijk, voor het zingen de kerk uitgaan, dat was toch niets meer dan een mooie uitdrukking. Een efficiënt voorbehoedsmiddel is het zelden gebleken."

Op welke manier trachtten de vrouwen zich te beschermen?

"Vooral de periodieke onthouding was in trek, wat evenmin lukte wegens bijzonder risicovol. Welke vrouw is immers klokvast en regelmatig qua menstruatiecyclus? Komaan zeg. En zelfs indien ze dat was, wisten we dat er nog gevaren lonkten. Tijdens de coïtus kunnen bijvoorbeeld eicellen loskomen. Nee, ik moest de vrouwen die zich periodiek onthielden helaas meedelen dat het een weinig probaat middel was."

En het condoom?

"Dat werd zeer weinig gebruikt. Dat was iets voor het leger. Het werd vooral gepromoot tegen geslachtsziekten. Conclusie: condooms werden geassocieerd met ziekten, wat niet meteen een prima uitgangspunt was om het zonder schroom te gebruiken."

Hebt u die condooms ook nog vanuit een of andere legerbasis in Nederland gesmokkeld?

"(lacht luid) Toch niet. Condooms waren wel te verkrijgen. In Gent bijvoorbeeld was er een winkeltje op de Groentenmarkt, waar de rubbertjes onder de toonbank werd verkocht. Ik zie het winkeltje nog voor me, met een keurige etalage links en rechts, een pui met trapjes. Men verkocht er toen hygiënische toestellen, zoals bedpannen en sets om lavementen te verrichten. Maar wie het nodig had, kon er ook aan ander gerief geraken."

U zult wel steeds geweten hebben wat waar en hoe te verkrijgen was.

"Dat moest wel, want een grote bereikbaarheid van middelen of een grote openheid zoals nu was er niet. Als ik de campagnes zie die tegenwoordig lopen en die jonge mensen moeten motiveren om op een veilige manier hun seksualiteit te beleven, dat is een verschil als van dag en nacht."

Kwamen er bij u vroeger ook heel jonge meisjes langs?

"In de consultatieruimte gebeurde dat weinig. Ik had er wel een pak meer in mijn privé-praktijk. Af en toe kwam er een stroom jonkskes aanlopen. Ik zei dan altijd tegen de verpleegster die me hielp: 'Kijk, daar is de kleuterschool weer'. Heel jong en bedeesd zaten ze daar dan, bijna durfden ze het niet te vragen. Dat was echter een minderheid."

Kwam u toen ook in contact met mensen bij wie de contraceptie te laat kwam?

"Uiteraard kwam ik veel in contact met mensen die ongewenst zwanger waren. Abortus kon helemaal niet, dat werd zwaar bestraft, maar het gebeurde toch. Ik wist dat er mensen waren die dat clandestien deden. Engeltjesmaaksters, in achterkeukens, met niet zo'n steriel materiaal. Ik had er geen contact mee, maar ik kreeg het resultaat van hun acties af en toe voor me, meer dan me lief was. Sommige vrouwen waren lelijk toegetakeld, hadden dagenlang bloedingen, leden aan zware infecties, zouden nadien nooit meer kinderen kunnen krijgen. Kortom, schrijnend. Dat stuitte me tegen de borst. Vandaar ook mijn extra motivatie om er iets aan te doen, zodat het niet zo ver hoefde te komen."

Wat vond u het meest wraakroepend in de tijd dat u consultaties gaf in het centrum?

"Elk individueel probleem was op zich wraakroepend. En er waren veel problemen. Vooral die pijnlijke abortussen en de gevolgen van slechte behandeling zijn me bijgebleven."

Hoe verliep de voorlichting van vrouwen dan doorgaans?

"Dat was simpel. De meeste vrouwen wisten van toeten noch blazen. Ze moesten het maar aan den lijve ondervinden. Noch op de school, noch thuis werd daarover ook maar iets verteld wat er wezenlijk toedeed. Ik heb nog meegemaakt, en ik was toen in opleiding, dat er een echtpaar langskwam bij wie het maar niet lukte om kinderen te krijgen. Ik ontdekte tijdens het gesprek en na een onderzoek dat de man en de vrouw alleen maar anale gemeenschap hadden. Tja, wat wil je dan? Ik heb ze toen naar mijn chef doorgestuurd. Ik vond het als stagiaire een beetje delicaat om na een dergelijke diagnose ook de oplossing voor te stellen. Ik was wat beschaamd, en eerlijk gezegd vond ik het ook ernstig afwijkend gedrag. Zoiets instinctiefs, enfin, zelfs honden kunnen het.

"Nu wordt er veel voorgelicht en veel gepraat. Toch stel ik vast dat kennis alleen niet alles is. Het intellectuele weten en het praktische weten ligt soms mijlenver uit elkaar. Stel je voor: iedereen weet momenteel toch dat de pil bestaat, er is een breed spectrum aan voorbehoedsmiddelen, voor alle vrouwen toegankelijk. En toch wordt men in deze tijd nog ongewenst zwanger."

Hoe komt dat volgens u?

"Tja, weet ik het? Wat ik wel weet, is dat het mij niet was overkomen. Ik weet eveneens dat wie goed en empathisch luistert, wie zich niet onder druk laat zetten en de middelen juist toepast, geen gevaar meer kan lopen."

Is er geen keerzijde aan de grote bereikbaarheid van contraceptiva en de uitgebreide communicatie erover? Veel jonge meisjes voelen zich onder druk gezet om vroeg seksueel actief te zijn. Ze hebben er nog geen zin in, maar hun vriendjes staan er, met de middelen in de hand. Zo van: het is er, laten we er maar aan gaan.

"Ik zou het zeer spijtig vinden dat middelen die aangereikt werden om de vrouw te helpen ontvoogden haar onrechtstreeks weer zouden onderdrukken. Dat zou geen goede evolutie zijn. Er is echter aan elke medaille een keerzijde. Voor elke wet die te goeder trouw en met de juiste motivatie gestemd is, zijn altijd wel aberraties te bedenken."

U hebt de jaren zestig meegemaakt. Was dat merkbaar in uw praktijk, was er een andere manier van omgaan met seksualiteit?

"Dat was niet direct merkbaar, toch niet dat ik het me kan herinneren. Trouwens, als er echte problemen waren op dat vlak gingen de patiënten niet te rade bij de gynaecoloog. Geslachtsziekten zagen we wel. Ook dat kwam voort uit een gebrek aan kennis over de voorbehoedsmiddelen. Nu, dat moet je evenmin overdrijven. Ik heb slechts één geval gezien van actieve syfilis. Voor de rest ging het in mijn praktijk vooral om gonorroe en schimmelinfecties."

Wat vond u het mooiste aan uw job?

"De verloskunde, ook al was het tegelijk een bijzonder lastig onderdeel van ons vak. Een gynaecologenpraktijk is een praktijk met grote wisselmomenten, wat het boeiend en moeilijk maakt tegelijk. Je hebt het geboren worden, dat steeds weer iets moois is, maar er zijn ook die verschrikkelijk triestige momenten als het misloopt. Dode baby's, dat is zeer droevig. Het gebeurde ook vroeger niet overdreven veel, maar het gebeurde. We hadden toen geen beschikking over de controlemiddelen die nu bestaan. Er waren geen monitoren waarmee we de hartslag van de baby in de buik konden beluisteren. We hadden wel zo'n soort antieke hoorn die we tegen de buikwand legden."

En dan hadden jullie gynaecologen ook nog die vreselijke marteltoestellen, de 'ijzers', zoals de mensen dat noemden. Materiaal dat bij heel zware bevallingen werd gebruikt om de kinderen er letterlijk uit te trekken.

"Dat heb ik toch niet te veel gebruikt. Ik heb ook keizersneden gedaan. Niet alle gynaecologen deden toen operaties, ik koos daar wel voor."

Hebt u al bij al een mooie job gehad?

"Absoluut, en indien ik zou terugkomen en opnieuw zou mogen kiezen, dan koos ik precies hetzelfde. Zowel om de medische als om de menselijke praktijk. Ik heb de indruk dat ik de kans heb gekregen om in een boeiende periode te werken. Toen ik actief dokter was, had ik niet echt door dat ik aan het strijden was voor elementaire rechten. Was het onwetendheid? Had ik door het vele werk geen tijd om even een stap terug te zetten en iets dieper na te denken over waar ik mee bezig was? Was het omdat ik die zogenaamde strijd als een pure vanzelfsprekendheid zag? Wie zal het mij zeggen?

"Ik heb een bewogen leven gehad, ook een rijk leven, maar het woord bewogen blijft eerst staan. Ik heb niet alleen de zaken mogen meemaken, ik heb ze par la force des choses ook móéten meemaken. Zowel wat mijn professionele carrière betreft als in mijn persoonlijke leven. Alhoewel, hoor mij klagen en zie me zitten. Krakend en sputterend, maar ik zit er nog."

Was de koppigheid waarover u net sprak een noodzakelijk ingrediënt om het zo lang vol te houden?

"Als vrouw in die mannenwereld was dat toen werkelijk nodig, een grote dosis eigenzinnigheid. Het was doorbijten. Ik heb nooit een probleem ondervonden met mijn mannelijke collega's, maar ik heb wel hard moeten werken om het niet zo ver te laten komen."

Volgt u de ontwikkelingen in uw vak nog, bijvoorbeeld over welke rol de pil vandaag weer ging spelen? Hoorde u wat minister Demotte ermee van plan is?

"Ach, dat met die openbare aanbesteding? Dat vind ik ronduit idioot. Ze moeten de pil vrij laten, eventueel onder doktersvoorschrift, dat is iets anders, maar dat men een product als dit alstublieft met rust laat. Gaan ze voor aspirine ook een aanbesteding doen, of voor hartpillen, middelen tegen reuma en acne? Nee, ernstig, ik weet niet waarom men de pil heeft uitgekozen om dat Kiwi-model uit te proberen. Ik vind het niet gepast, dat iets waarrond al die jaren zo'n levensgroot taboe bleef hangen ineens het uithangbord moet worden voor een volgende strijd binnen de gezondheidszorg.

"Wat aan die openbare aanbesteding voorafging, was natuurlijk ook niet bepaald stichtend. Bepaalden pillen werden uit het terugbetalingssysteem teruggetrokken door de farmaceutische industrie. Foute boel. Ik besef dat er altijd economische gronden meespelen. De pil bijvoorbeeld brengt kennelijk niet genoeg op voor de industrie. Medicijnen om het leven voor de mensen te verbeteren zijn het onderdeel van een handelskwestie geworden, medische zaken werden financiële zaken."

U blijft zich inzetten voor de goede zaak?

"Niet echt, ik heb geen zin om alles nog zo accuraat bij te houden. Er zijn intussen genoeg mensen gekomen die zich met de vrouwenzaken bezighouden. De mensen die nu in die CSV's werken, of belangrijke gynaecologen zoals professor Marleen Temmerman, die de puntjes op de i blijft zetten voor vrouwen. Mijn werk is voorbij. Het is aan mijn opvolgers."

Was u een echte feministe?

"Jawel, en ik ben het nog altijd. Wat dat betekent? Ik heb om mijn feminisme te verdedigen nooit op barricades of op kansels gestaan, ik heb aan mijn werk geen politieke thema's willen koppelen. Ik heb vooral geprobeerd iets voor mijn patiëntes te doen. Dat opkomen voor rechten, stemrecht, voor de pil, recht op keuzes maken, abortus... Ik heb dat als feministe gesteund, maar ik ben er nooit voor op straat gekomen. Ik vond dat mijn actieterrein mijn praktijk was. In die zin zou je mij misschien een beetje een praktijkfeministe kunnen noemen. Politiek was voor de politica en medische bijstand verlenen voor de dokter. Maar zowel senatrice Lucienne Herman-Michielsen als mij kun je feministes noemen. Dat klopt."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234