Maandag 27/06/2022

'Guys, take a coke: on the first climb I'm going'

Verwondering. Verbazing. Verbijstering. Dat waren de evoluerende emoties bij de winst van Floyd Landis in Morzine. De Amerikaan verloste zichzelf van het stigma van de renner die nooit aanvalt, en de Ronde van Frankrijk verloste hij van het stigma van 'kleine Tour'. Hoe kan deze Tour klein zijn als we hier het grootste atletische exploot van deze eeuw zagen?

Door Walter Pauli

'Respect, toch wel'. Zo besloot deze krant woensdag het verslag over de spectaculaire inzinking van Floyd Landis. Op de niet eens zo moeilijke slotklim naar La Toussuire had Landis die woensdag niet alleen tien minuten verloren, maar zijn gele trui, zelfs zijn reputatie: 'Landis, de renner die liever een tegenstander twee minuten zag verliezen dan zelf één seconde te winnen.' Toch was er iets waardoor Landis respect afdwong: zijn grootheid in de nederlaag. Vandaar dat respect.

Wat journalisten intuïtief aanvoelden - hij verteert zijn verlies - was in de praktijk veel meer dan een karaktervolle houding. Landis zat in de fase van de concrete planning van de tegenaanval. Nog voor hij aan de pers uitleg kwam geven bij zijn nederlaag, had hij al afgesproken met ploegleider John Lelangue dat hij de Tour toch wou winnen en dus wou aanvallen. Weg de tranen, het bijten op het kussen, de boosheid en ontgoocheling van vlak na de aankomst. Kop omhoog. Om het hoofd te gebruiken.

Want Landis wist natuurlijk dat hij het zichzelf moeilijk had gemaakt. Hij had maar één kans. Aanvallen. Zoveel mogelijk tijd terugnemen, om de achterstand tot aanvaardbare marges terug te brengen tegen de lange individuele tijdrit van zaterdag. Meer dan klimmen is tijdrijden Landis' specialiteit.

Tijdrijden: dat moet hij doen, had John Lelangue via de gsm gehoord. Van zijn vader Robert Lelangue, en van Eddy Merckx: "Landis moet twee tijdritten rijden. Naar Morzine één van honderd kilometer, dan de echte tijdrit op zaterdag." Zoals Landis dat achteraf zei: "A long shot." En: "Ik had geen andere keuze." Een plan werd uitgewerkt, en al snel meegedeeld aan de ploegmaats. Tot in detail. Eerst werd berekend waar de aanval moest plaatsvinden. Alleszins mochten ze niet wachten tot de Joux-Plane, de weliswaar lastige laatste col, maar te dicht bij aankomstplaats Morzine. De Colombière ook niet. De Aravis? Maar dan verzuimden ze tijdswinst te pakken op de zes vlakke kilometers voor de Aravis. Dan maar naar de Saisies. De eerste col van de dag? In een rit over vier cols? Wat moet, moet.

Zels de namen van de ploegmaats werden ingevuld. Met de hele ploeg à bloc naar de Saisies. Ploegleider John Lelague: "Vooral Hunter, Grabsch, Jalabert en Peña moesten daar alles geven. Dan de eerste kilometer van de beklimming: versnelling van Martin Perdiguero. Vervolgens nemen Merckx, Moerenhout en Moos over. Dan gaat Floyd."

Landis zag dat het goed was, en dronk nadien op het terras 'a beer'. Eentje. One for the road. Voor de belangrijkste route in zijn leven.

Donderdagochtend bij het ontbijt kreeg Landis Le Dauphiné onder ogen. In dit deel van Frankrijk is dat de grote, populaire krant: 'Landis is out'. "Toen ik dat las, werd ik razend", zei Landis achteraf. "Ik was misschien wel down, maar niet out."

Hij wist dus wat hij de wereld te bewijzen had: "Met mijn aanval wilde ik niet de Tour winnen, want dat blijft afwachten. Ik wilde tonen dat ik de Tour kàn winnen. En dat is gelukt."

Aan de start stonden Phonak en Landis niet in de belangstelling. Televisiecamera's drumden voor de autobus van Caisse d'Epargne, om Oscar Pereiro in zijn gele trui. Minzaam en geduldig legde deze slanke, atletische variant van Antonio Banderas uit dat het een moeilijke dag ging worden, dat het onwaarschijnlijk was dat hij in de Tour nu nog in het geel staat, maar dat hij en zijn ploegmaats hun best zouden doen, want dat er in deze Tour al zoveel onwaarschijnlijke dingen zijn gebeurd. Pereiro Sio was een profeet, maar wist het zelf niet.

Goed drie uur later begon het peloton te begrijpen wat Landis van plan was, toen zijn Phonaktrein collectief tempo begon te maken. Renners waarschuwden hem: "Floyd, don't be crazy. Dit helpt je niet." Landis riep hen toe, verstaanbaar en uitdagend: "Guys, take a coke: on the first climb I'm going."

En weg was hij. Alleen. Of toch niet? Cadel Evans wilde volgen, Mentsjov ook, en Rogers. Ze konden niet, en lieten zich door het peloton opslokken. "Dat was het moeilijkste", bekende Landis achteraf. "Een tempo vinden dat hoog was maar ook doenbaar, zodat ik tot het einde zou volhouden. Als ik zou mislukken, stond ik natuurlijk voor joker."

Intussen waren de orders voor de ploegmaats van Oscar Pereiro Sio, aan kop van het peloton, erg formeel: ze moesten zich niet laten opjagen door gekke Landis. "We spelen hier geen Russische roulette." Tempo aanhouden, meer niet.

Op de tweede col, de Aravis, viel Landis op de nek van een groep vroege vluchters. Sommigen beten zich in zijn wiel vast, zoals Sinkewitz van T-Mobile.

De verzamelde wielerwereld zag zijn voorsprong stijgen. Eerst gestaag, maar op de Colombière, de voorlaatste col, ineens razendsnel. Plots lag Landis 8:30 voorop, was hij virtueel geletruidrager. In de afdaling groeide die voorsprong tot 9 minuten.

"Eerst liep mijn voorsprong maar traag op. Een goed voorteken, want dat betekende dat men mij niet te veel ruimte wilde geven. Toen ik hoorde dat ik negen minuten had, wist ik dat het fout liep in de achtervolging. Nooit zou men mij negen minuten geven."

Achterin was het inderdaad chaos. Eerst werd er wat meewarig gedaan. "Een zelfmoordpoging", noteerde de Franse tv uit de raampjes van sportbestuurders. Gekkenwerk. In zijn volgauto hoorde Lelangue het monkelend aan. Des te langer de anderen Landis' aanval onderschatten, des te meer kans diens raid maakte.

De concurrenten hadden belangrijkere zaken aan het hoofd dan Landis, dachten ze. Ze wilden Pereiro gaar koken, die dekselse gele trui die op La Toussuire nog imponeerde. Daarom hielp niet één renner van een andere ploeg: Caisse d'Epargne moest zich stuk rijden. Dat gebeurde ook. En toen de sterkere ploegen aflosten, was het te laat.

Pas in de afzink van de Colombière brulde CSC-ploegleider Bjarne Riis zijn mannen vooruit. Ze kregen hulp van T-Mobile, vooral van ex-gele trui Sergej Gontsjar. Op het redelijk vlakke stuk tussen Colombière en Joux-Plane reden die een gezamenlijke ploegentijdrit. Landis' voorsprong daalde tot zes minuten.

Maar de Joux-Plane volgde snel. Daar hielp het collectief niet meer, daar is het man tegen man. Landis liet zich onderweg ook meer dan dertig bidons water aanreiken. Handig om te verfrissen, maar ook een sluw manoeuvre om telkens weer geduwd te worden door zijn ploegleider.

Andreas Klöden, kopman van T-Mobile, kon zijn eigen maats niet volgen. Net zoals Boogerd een te hoog tempo ontwikkelde voor Mentsov. Leipheimer was zo mogelijk nog bleker, een lijk dat al driemaal was gestorven en verrezen, een lazarus die op de Joux-Plane opnieuw de dood in de ogen zag. Evans deed even wat hij kan - aanklampen - maar moest ineens lossen. "In essentie blijft wielrennen een individuele sport", erkende Valerio Piva, adjunct-ploegleider van T-Mobile.

CSC-kopman Carlos Sastre reed de andere achtervolgers uit zijn wiel, maar hij raakte nauwelijks dichter bij Landis, die Sinkewitz snel had afgeschud. In de afdaling verloor Sastre weer een halve minuut.

In Morzine was het verdict spectaculair: Landis nam 5:23 terug op Sastre, 7:08 op Klöden en gele trui Pereiro, 7:20 op Evans, 7:24 op Mentsjov. Aan de streep balde Floyd Landis zijn vuist. Hij had zijn tegenstanders overwonnen, zichzelf overtroffen, de wereld verbaasd.

Dat Floyd Landis een waanzinnig mooi want dapper stuk wielrennen had neergezet, een aanval die nu al tot de geschiedenis van de Tour de France hoort, staat buiten kijf. L'Equipe zag maar twee vergelijkingspunten: de spectaculaire aanval van Charly Gaul, in 1958, in de stromende regen naar Aix-les-Bains, en de tegenaanval van Eddy Merckx op Luis Ocaña in de rit van Orcières-Merlette naar Marseille, in 1971. Toen was Landis nog niet eens geboren.

Al werd Floyd Landis geholpen door de omstandigheden. Bjarne Riis: "We hebben zwaar geblunderd door Landis te onderschatten. We dachten niet dat hij zo ver zou uitlopen, en we dachten dat hij op de Joux-Plane zou instorten." Toch deed hij wat niemand verwachtte: één dag nadat hij collectief was afgeschreven, vocht hij terug om zichzelf weer tot superfavoriet te bombarderen. Want dat deed hij wel. Hoewel Landis pas derde staat, op exact een halve minuut van Oscar Pereiro Sio, is hij nu de grote favoriet voor de eindzege, omdat er vandaag nog een tijdrit van 57 kilometer op het programma staat, en hij de beste tijdrijder is.

Landis zelf wil zich nochtans geen topfavoriet noemen: "Ik blijf voorzichtig, want er gebeuren hier vreemde zaken. Maar ik zou mezelf graag aan de top van het klassement zien."

Ook al lijken de anderen zich neer te leggen bij zijn heerschappij, ontwapenen doen ze toch niet. Luister eens naar Pereiro Sio: "Natuurlijk is Landis de favoriet om de Tour te winnen, hij is veruit de beste tijdrijder. Maar ik ben het aan mijn ploeg, het publiek en de gele trui verplicht om tot het uiterste te gaan. In 2003 eindigde ik ooit 16 seconden na Jan Ullrich in een lange tijdrit over 30 kilometer, dus zo slecht ben ik niet."

Ja, Floyd Landis is de gedoodverfde favoriet om de tijdrit te winnen, het geel te grijpen en zondag in Parijs de Tour te winnen. Maar wie hem nu al tot winnaar uitroept, sluit iedere verrassing vooraf uit. En was dat niet precies de les die uitgerekend een Amerikaan als Floyd Landis aan Frankrijk gaf: l'imagination au pouvoir?

Dat pleit ook iedereen vrij die Landis woensdag al had afgeschreven voor de gele trui. Dat mocht, als het al niet moest. De man of vrouw die zijn lezers, luisteraars of kijkers had voorgehouden: 'Pas maar op, want morgen pakt die Landis iedereen in', die had aan wishfull thinking gedaan, niet aan informatie of analyse.

Maar sport is op haar mooist, als een atleet het ondenkbare realiseert. Eddy Merckx naar Mourenx in 1969. Bernard Hinault in Luik-Bastenaken-Luik in 1980. Pelé, bij herhaling, op het WK van 1970. Marco Van Basten op de finale van het EK 1988. Niemand kon het voorspellen, maar het gebeurde toch. De Geschiedenis laat zich niet voorspellen, laat staan dicteren.

Als er vandaag één renner kans maakt op de zege in de tijdrit, is het Floyd Landis. Als er dit jaar één man de gele trui verdient, is dat ook Floyd Landis. Maar zeker deze Tour is voor Parijs niet gewonnen. Als één man die les tot zijn scha en schande mocht ondervinden, is dat Floyd Landis.

In 2003 eindigde ik ooit 16 seconden na Jan Ullrich in een lange tijdrit over 30 kilometer, dus zo slecht ben ik niet

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234