Vrijdag 23/07/2021

Gustave Van de Woestyne in Gents MSK *****

null Beeld UNKNOWN
Beeld UNKNOWN

Een merkwaardige modernist. Dat is het minste wat je van de Vlaamse schilder Gustave Van de Woestyne (1881-1947) kan zeggen. Zelfs na het bekijken van de 140 werken die het Gentse Museum voor Schone Kunsten samenbrengt, blijft hij een moeilijk te vatten figuur. Geworteld in de Italiaanse renaissance en één met de Vlaamse primitieven verkent hij moderne stromingen als het kubisme en expressionisme. Zijn werk zit vol tegenstellingen: het is sacraal en modern, koel en gevoelig, verstild en vol spanning.

Tegelijk is zijn werk moeilijk onder één noemer te brengen en is het zo mogelijk nog moeilijker een eenduidige stilistische evolutie te vast te stellen. Over die op zichzelf staande, ongrijpbare en vaak naar het sublieme neigende schilder maakte het Gentse museum een ronduit adembenemende tentoonstelling, een volledig overzicht met veel schilderijen die zelden te zien zijn. Een groot deel van Van de Woestynes oeuvre is immers in privéhanden. 'Het was een intense zoektocht', zegt medecurator Cathérine Verleysen. 'Veel werk is in decennia niet tentoongesteld geweest.'

"Het is moeilijker Gustave Van de Woestyne in de context van de Vlaamse kunst te plaatsen dan in een Europese context", zegt Robert Hoozee, directeur van het Museum voor Schone Kunsten en cocurator van deze tentoonstelling. Van de Woestyne doorliep nu eenmaal niet de evolutie van zijn tijdgenoten uit de Latemse School: hij ging niet van impressionisme naar expressionisme.

"Ik heb steeds gevoeld als een primitieve", zei Van de Woestyne ooit. Vermoedelijk slaat dat op zijn hang naar de eenvoud en oprechtheid van het landleven, waarin hij zich in Sint-Martens-Latem onderdompelde, maar evenzeer op zijn voorkeur voor de Vlaamse Primitieven, onder wie vooral Jan van Eyck en Hans Memling. Die bewondering voor de oude Vlaamse meesters, de Italiaanse renaissance en de frescokunst, gecombineerd met zijn interesse voor het symbolisme en een schilder als Maurice Denis, bezorgden Van de Woestyne zijn aparte plaats in de moderne Belgische kunst.

Tegelijk is het ook moeilijk om Van de Woestyne bij één kunststroming in te delen. Zijn werk is zeer divers: hij maakte zijn leven lang een onafgebroken evolutie door. Vaak ging hij naar het buitenland en meer bepaald naar Parijs om er zeer intensief galeries en tentoonstellingen te bezoeken. Daar raakte hij onder de indruk van 'Le Douanier' Rousseau, Picasso en Modigliani, drie invloeden die in zijn kunst terug te vinden zijn. Hoewel Van de Woestyne maar een beperkt aantal thema's verkende, lijkt zijn werk wel door meerdere schilders te zijn uitgevoerd.

Wat die diversiteit zeker in de hand heeft gewerkt, was de opvatting van Van de Woestyne dat de schilder na elk voltooid schilderij helemaal opnieuw moest beginnen. De schilder moet zijn "maagdelijkheid" herwinnen, vond hij. De schilder moet zich "naakt voor het witte doek stellen. Iedere herinnering aan het vorige werk moet uit zijn geheugen verbannen worden. Ieder werk is een herbeginnen. Indien twee werken op elkaar lijken, is het stiel en geen kunst. Het werk in serie verraadt bij de maker een onloochenbaar gebrek aan genie."

Tijdloze présence
De tentoonstelling in Gent volgt een chronologisch parcours, met hier en daar thematische groeperingen. Gustave Van de Woestyne werd geboren in Gent in 1881. Hij volgde les aan de academie, maar heeft het meeste werk uit die periode achteraf vernietigd. In het spoor van zijn drie jaar oudere broer, de symbolistische dichter Karel Van de Woestijne (die zijn achternaam met 'ij' vernederlandste), trekt Gustave zich terug in het kunstenaarsdorp Sint-Martens-Latem, waar hij schilder Valerius De Saedeleer en beeldhouwer George Minne leert kennen. Naar eigen zeggen hield Van de Woestyne zich toen vooral met ziekenzorg bezig. Maar hij schildert ook.

Meteen wordt in de eerste zaal duidelijk wat een verfijnd, grafisch schilder hij was. Zijn portretten, onder meer dat van zijn jongere broer Maurice (uit 1901), munten uit in een Van Eyckiaanse precisie. Het decor doet soms denken aan de doorkijkjes uit 17de-eeuwse Nederlandse huiselijke taferelen van Pieter de Hooch. Maar nog vaker zal Van de Woestyne een neutrale of zelfs goudkleurige achtergrond gebruiken, waardoor de modellen een icoonachtige, tijdloze présence krijgen. Steevast wordt de verf dun opgebracht. Van de Woestyne lijkt al schilderend te tekenen: als een miniaturist trekt hij weergaloos fijn de contouren van elk portret. En toch zijn er ook moderne toetsen: het Portret van dokter Alfons Depla (1907) doet denken aan soortgelijke schilderijen van de vooruitstrevende Britse schilder James McNeill Whistler.

Gustave Van de Woestyne twijfelt tussen een profaan en een geestelijk leven. Hij overweegt kloosterling te worden: in 1905 treedt hij als postulant in de benedictijnerabdij van Leuven in. Maar hij beseft na een zestal weken dat daar zijn plaats niet is. Drie jaar later trouwt hij met Prudence De Schepper, de vrouw die hij vaak zal schilderen, zoals bijvoorbeeld in het symbolistische, licht surrealistische en bijzonder zintuiglijke doek Rijpheid (1910), waarop hij zijn vrouw zwanger afbeeldt, terwijl ze te midden van een veld groene, glanzende appelen ligt - zeg maar symbolen van vruchtbaarheid. Datzelfde jaar beeldt hij zijn vrouw uit in driekwartportret waarvan pose en stijl aan het werk van Fernand Khnopff doen denken: het is licht etherisch, bijna monochroom en met zeer licht opgebrachte verftoetsen geschilderd. Nog in 1910 maakt hij dan een symfonie in zwart en rood: het verstilde en intrigerende De twee lentes, waarin hij zijn eigen vrouw confronteert met zijn schoonzus. Ze staan elk voor een andere wereld: stad versus platteland. Van de Woestijne plaatst de wufte, mondaine stadsvrouw tegenover de eenvoud en eerlijkheid van de boerendochter. Van die laatste staat evenwel het rode kleed een beetje open: toch een erotische ondertoon?

Het is merkwaardig dat Van de Woestyne pas nadat hij Sint-Martens-Latem verlaten heeft, een serie indrukwekkende boerenkoppen schildert: accuraat, op het karikaturale af, maar altijd met veel menselijkheid. Daar lijkt hij dan weer aan te leunen bij Pieter Bruegel de Oude.

En zo gaat het voort. Een brede diversiteit zal zijn werk blijven kenmerken. Er zijn sterk symbolisch geladen landschappen, waarvan het turkooizen Verlaten huis of Iemand is heengegaan (1910) - een herinnering aan zijn doodgeboren kind - doet denken aan het werk van William De Gouves De Nuncques. Er hangen verfijnde portretten, onder meer van koning Albert I. Van de Woestyne was immers een veelgevraagd portrettist, een werk dat hij verfoeide. Er zijn grootschalige allegorieën op de oorlogsgruwel te zien, en indrukwekkend mooie tekeningen en aquarellen, hoewel er weinig werk op papier en voorstudies bekend zijn. Een bijna levensgrote moeder met kind valt op in het prentenkabinet: het werk is alweer van een adembenemende sensitiviteit. En toch kan zijn werk ook erg koel zijn, zoals De kindertafel (1919), een beheerst en sterk gecomponeerd werk van zijn vijf kinderen aan de zondagse ontbijttafel.

Schrijnende eenzaamheid
Na de Eerste Wereldoorlog, die hij in Groot-Brittannië doorbrengt, komt hij terug naar België en begint het kubisme op eigenzinnnige wijze te verkennen: monumentaal, sober, hoekig werk, dat sterk aanleunt bij de nieuwe zakelijkheid. Maar de onderstroom van symbolisme en religie blijft in zijn werk zitten. In de jaren twintig schildert hij enkele alweer monumentale, modernistische doeken van een lijdende Christus en het Laatste Avondmaal. Zijn werk De Onze Lieve Vrouw van Zeven Smarten, een voorstelling van Maria met zeven zwaarden in haar borst, zorgt zelfs voor controverse.

De laatste zaal, met grootschalig werk uit de jaren twintig en dertig, is ronduit verpletterend. De stilte heerst er oorverdovend. Tegen een zwarte achtergrond vertelt nagenoeg elk schilderij het verhaal van schrijnende eenzaamheid en isolement. Zomer (1928) toont een vrouw die in een beklemmend kleine ruimte het hoofd op tafel heeft gelegd, een tros druiven ligt buiten handbereik. Puur existentialisme. In De Judaskus (1937), lijken de zwarte cape en de zware handen van Judas de tengere Jezus gewoon te versmachten, terwijl een van de laatste werken uit 1939 Christus helemaal alleen toont in een bijna monochrome woestijn. Als beeld van verlatenheid kan dat tellen.

Hoe eenzaam moet Van de Woestyne zich toen gevoeld hebben? Het lijkt erop dat hij zich ook door het leven verraden voelde, hoewel hij altijd een succesvol schilder was geweest. Wat is er omgegaan in deze stille, teruggetrokken en getormenteerde man? Lag zijn wankele gezondheid mee aan de basis van zoveel wanhoop?

Hoe dan ook heeft hij een indrukwekkend oeuvre nagelaten dat zeer divers is, maar toch zijn ingetogen sacraliteit als rode draad heeft. Een oeuvre waarin mensen en objecten in zichzelf verzonken liggen en toch een eigen, stil leven leiden. Gevangen in het eigen zijn, zoals hun schepper.

Het Museum voor Schone Kunsten van Gent heeft een prachtige tentoonstelling gemaakt. We krijgen een volledig beeld van Van de Woestyne. De 140 werken - zowat de helft van Van de Woestynes complete oeuvre - worden fraai gepresenteerd en zorgvuldig gedocumenteerd. Er is veel afwisseling omdat elke zaal in een andere sfeer baadt en de ophanging van de werken sterk gevarieerd wordt. De expositie is een werk van pure schoonheid, een lust voor het oog. Een tentoonstelling zoals je zou willen dat er meer werden gemaakt en zonder twijfel een van de mooiste en boeiendste van het jaar. (Eric Rinckhout)

Gustave Van de Woestyne tot 27 juni in Museum voor Schone Kunsten, Citadelpark, Gent. Di-zo 10-18u. Uitzonderlijk open op paasmaandag en pinkstermaandag. De voortreffelijke catalogus is een uitgave van Mercatorfonds. www.mskgent.be.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234