Zaterdag 04/07/2020

GULLIVER! Reizen om te sneren

Nieuwe Nederlandse vertaling: 'De reizen van Gulliver' van Jonathan Swift

Jonathan Swift

De reizen van Gulliver

Vertaald door Paul Syrier

Athenaeum - Polak & Van Gennep Amsterdam, 352 p., 22,50 euro.

Jonathan Swift geldt nog altijd als een van de grootste Angelsaksische schrijvers. Zijn literaire hoogtepunt, De reizen van Gulliver, dat opnieuw in Nederlandse vertaling is verschenen, zet aan het denken door de beïnvloedbare goedmoedigheid van zijn verteller en de beeldrijke cultuurkritiek van zijn verhalen.

In het voorwoord van zijn satire A Tale of a Tub (1704) schreef de Ier Jonathan Swift (°1667-1745): "Ik kan me niet voorstellen waarom we moeite zouden doen om het komende tijdperk van wit te bevoorraden, wanneer de voorbije tijden niets voor ons hebben voorzien." De politieke journalist, dichter en geestelijke schreef elders echter dat er in deze wereld niets constant blijft, behalve de wispelturigheid. Als Swift één selling point had dan was het precies die wit, een onvertaalbaar Engels woord voor de combinatie van scherpe humor met intelligentie en inzicht, die nog het dichtst in de buurt komt van onze 'geestigheid' of 'esprit'. In de conclusie van hetzelfde werk is hij niet minder scherp: "Ik ben nu bezig met een experiment dat zeer dikwijls voorkomt bij moderne auteurs, met name het schrijven over niets; wanneer het onderwerp volkomen uitgeput is, toch de pen verder laten gaan; wat door sommigen het spook van de wit wordt genoemd, dat er intens plezier in schept om na de dood van het lichaam gewoon verder te lopen." In die context is het goed om te weten dat Swift in The Battle of the Books, een ander polemisch geschrift dat samen met A Tale of a Tub werd uitgebracht, de verdediging van de anciens tegen de modernen op zich nam. Het moge duidelijk zijn dat hij geen al te hoge dunk had van dat "schrijven over niets". Bij de prachtige uitgave van De reizen van Gulliver, de nieuwe vertaling van zijn meesterwerk, kan men bedenken dat de fantastische reisverslagen eigenlijk ook over niets gaan, maar ook dat niets zo veel zegt over de wonderlijke wendbaarheid van de menselijke geest.

In 1728, toen Swift al deken was geworden van de Dublinse St. Patrick's-kathedraal, was het ene Voltaire die de Ierse schrijver meldde dat hij zijn liefde voor de Engelse taal aan hem te danken had; een kleine tweehonderd jaar later zou T.S. Eliot Swift de grootste Engelstalige prozaïst noemen. Door anderen werd hij echter vaak als een woeste en ongemanierde misantroop gezien, een brutale lasteraar die vooral bekend was met de laagste instincten van de mens, om over pis en kak te zwijgen. Anno 2004 wekken zulke uitlatingen enige verbazing, want als De reizen van Gulliver inventief, sarcastisch en heel af en toe inderdaad scatologisch aandoet, dan wijst de stilistische elegantie eerder op eruditie en savoir-faire dan op een gebrek in zijn opvoeding. Het verschil in beoordeling is vast en zeker een maat voor onze tijd: voor eenentwintigste-eeuwers is sarcasme eerder een tweede natuur, terwijl het toen nog blasfemisch vermocht te zijn.

In de goede traditie van het gefingeerde manuscript begint het boek met een brief van kapitein Gulliver, de brave protagonist van zijn eigen groteske verhalen, maar niet meteen de meest betrouwbare verteller. Hoewel de flaptekst ons voorhoudt dat wie het boek om zijn "kritische en correctieve bedoelingen" leest het ernstig tekort doet, zet de brief toch de maatschappijkritische toon. Gulliver doet er onder meer zijn beklag over het geringe effect van de uitgave van zijn reisverslag op het publieke welzijn: "in plaats dat ik er getuige van kon zijn dat er een einde werd gemaakt aan alle misbruik en corruptie, in ieder geval op dit kleine eiland, zoals ik met reden verwachtte, heb ik helaas na meer dan zes maanden waarschuwen nog niet vernomen dat mijn boek ook maar enig effect heeft gesorteerd dat aan mijn bedoelingen beantwoordt". Hij had er onder meer op gehoopt dat de politieke partijen en facties zouden worden afgeschaft, dat rechters erudiet en oprecht zouden worden en advocaten toch een zweempje gezond verstand zouden bezitten. En, jawel, dat de "vrouwelijke Yahoos zouden uitmunten in deugdzaamheid, eerbaarheid, liefde voor de waarheid en gezond verstand". Lezers die de kapitein als een spreekbuis van Swift willen zien, hebben die passage al vaker aangegrepen om de schrijver van vrouwenhaat te beschuldigen.

Die Yahoos zijn namelijk niets anders dan mensen, of dan toch dichte verwanten ervan. Samen met de overbekende Lilliputters is het woord yahoo een van de neologismen waarmee Gulliver de Engelse taal heeft verblijd. De naam van een van de succesvolste websites ooit betekent vandaag niets anders dan "bruut, onbeschoft persoon", maar komt uit het uiterst kritische, zij het soms nogal belerende slotdeel van De reizen van Gulliver. Wanneer de zeeroversbemanning van de kapitein hem in zijn kajuit gevangenneemt en later aan land zet, ziet hij een aantal van die aapmensen, weerzinwekkende schepselen die als eekhoorns in bomen kruipen. Na een kort gevecht wordt hij gered door een Houyhnhnm, een creatuur dat erg veel op ons paard gelijkt, maar uitblinkt in redelijkheid, gastvrijheid en vredelievendheid. Omdat de Houyhnhnms hem ervan verdenken een met (een beetje) rede begiftigde Yahoo te zijn, voelt Gulliver zich verplicht uitgebreid in te gaan op de zeden en gebruiken van zijn soortgenoten, de Engelsen (Swift woonde lang in Engeland). Opnieuw zijn de advocaten kop van Jut, maar ook de sociale bewogenheid van de auteur, die naar verluidt een derde van zijn inkomen aan liefdadigheid besteedde, komt goed in beeld: "Ik legde uit dat de rijken genoten van de vruchten van de arbeid van de armen en dat deze laatsten duizendmaal zo talrijk waren als de eersten. Dat de massa van ons volk gedwongen was een ellendig leven te leiden en iedere dag voor een schamel loon moest zwoegen om een paar mensen in overvloed te kunnen laten leven." De reizen van Gulliver biedt ook vandaag nog een boeiende perspectiefwissel op ons westerse zelfbeeld. Door Swifts gevoel voor detail en zijn zeer levendige fantasie is het boek veel meer dan een aantal sprookjes over karikaturen van wetenschappers en filosofen of wezens die veel groter of veel kleiner zijn dan Gulliver zelve. Ook de vrij onvoorspelbare bemiddeling door de kapitein-verteller vergroot het arsenaal aan betekenissen. In 1726 schreef Swift een brief naar de dichter Alexander Pope waarin hij het had over een geestelijke die had gezegd dat Gulliver vol met onwaarschijnlijke leugens stond en dat hij er geen woord van geloofde. Voor een schrijver die het over achttien meter lange reuzen had, was die lichtelijk overbodige uitspraak een van de mooiste complimenten die men hem kon maken.

Bert Bultinck

'De reizen van Gulliver' biedt ook vandaag nog een boeiende perspectiefwissel op ons westerse zelfbeeld

'De reizen van Gulliver' van Jonathan Swift is een van de boeken die op donderdag 26 februari worden besproken in 'Uitgelezen', het boekenprogramma in Vooruit. Met Erwin Mortier, Anna Luyten, Jos Geysels, David van Reybrouck en Gudrun De Geyter

(20 uur, Balzaal Vooruit, Gent).

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234