Zondag 20/06/2021

Guido Brepoels: ‘Als ik zie hoe Van Gaal speelt met Bayern: dat wil ik benaderen’

De rekening is dus: vijf spelers einde contract, twee jongens die nog onder contract liggen en allicht vertrekken, en drie jongens die weg moeten. Dat wil zeggen dat de helft van je ploeg straks weg is.

“Dat kan, maar deze groep is ook al twee jaar samen. We halen 134 punten in twee seizoenen, dat is fantastisch. Er zijn jongens die uitgeperst zijn. Die moet je vervangen. Het moment is gekomen om vers bloed binnen te brengen.”

Ook om jouw aanpak te handhaven?

“Ik vraag van elke speler heel veel. Vorige week dacht ik dat ik ze even moest loslaten omdat we al zoveel wedstrijden hadden gespeeld op korte tijd. Even wat rustiger aan. Maar kijk, tegen Zulte Waregem waren we niet scherp genoeg. Ik zal altijd veel vragen van mijn groep. Ik wil die naar mijn hand zetten. En dan moet er af en toe vers bloed bij. Anders ga je dood als coach. Volgend jaar beginnen we helemaal opnieuw: nul punten, nul doelpunten. Nog twee weken, en dit is voorbij. Mijn taak is nu een ploeg maken waar we opnieuw een rustig seizoen mee kunnen doormaken.”

Klopt, maar die motivatietrucjes zoals graszodes in de kleedkamer leggen met het verhaal dat dit jullie grond is, dat blijft ook niet pakken bij dezelfde spelersgroep.

“Pfff... Die graszode die we voor de match tegen Anderlecht op de tafel in de kleedkamer hebben gegooid, dat was niet mijn idee. Peter Voets, mijn assistent, wilde dat doen, en ik had er geen probleem mee.”

Denk je dat dit ook kan werken bij een topclub? Als je dit bij Standard doet, schiet er zeker iemand in de lach.

“Dat weet ik niet. Als je om vijf voor acht zoiets doet, dan lacht niemand meer. Je moet zoiets niet doen voor een opwarming, dat werkt niet. Je moet dat op het juiste moment doen, als iedereen gefocust is. Dan werkt het altijd.

“Vlak voor elke training bijvoorbeeld zeg ik ook altijd wat mijn doelstellingen zijn, wat we gaan doen, en waarom. Wie geen goesting heeft, moet van mij maar binnen blijven.”

Is dat gebeurd dit seizoen?

“Nee, maar vorig jaar wel. En de jongens met wie ik dat heb voorgehad, zijn hier vandaag niet meer. Als ik een speler wil binnenhalen, zoek ik naar zijn mentaliteit. Als ik met hem wil praten, maak ik geen afspraak op de club maar bij hem thuis. Ik wil zien hoe hij leeft. Vriendin, vrouw, kinderen? Een speler wiens living overhoop ligt, moet ik niet.”

Stel: je kunt een goeie spits binnenhalen, maar zijn appartement ligt er rommelig bij.

“Dan is dat geen goeie spits. Die zal altijd iets te kort komen om de top te halen. Ik zal je eens een verhaal vertellen. Ik heb goeie contacten in Nederland, door mijn verleden. Op een dag is Roda op zoek naar een nummer tien en ik heb ex-coach Atteveld toen een tip gegeven. Ik ga de naam van de speler niet vernoemen, want het ligt een beetje gevoelig. Een tweedeklasser, een klasbak. Roda is hem vier keer komen scouten, vier positieve rapporten. De vijfde keer is Atteveld zelf gaan kijken: positief. Hij maakt een afspraak bij die speler thuis. Nadien belt hij naar mij. ‘Ik neem hem niet’, zei hij. ‘Hij heeft niet genoeg kwaliteiten.’ Zijn huis lag overhoop. Dit verhaal is ondertussen drie jaar oud. Wel, die jongen speelt vandaag nog altijd in tweede. Ik ben dus duidelijk niet de enige die zo oordeelt.”

Je eist van je spelers veel betrokkenheid. Je laat ze zelfs de theorielessen geven.

“In de week leg ik uit wat we gaan doen, maar voor een match moeten een paar spelers zelf de theorie geven. We filmen de laatste training en maken een compilatie. Op zaterdag roep ik dan spelers naar voor om uitleg te geven. Er volgen dan discussies, en dat is goed. Ook op het veld wordt veel meer gecoacht zo.

“Iedereen volgt tijdens de week ook goed, en luistert ook tijdens de bespreking. Ze kunnen op elk moment naar voor worden geroepen. Als er dan iemand is die niet weet wat hij moet zeggen, dan staat die daar voor de groep. Dat overkomt dezelfde speler geen twee keer.”

Iedereen haalt zijn mosterd wel ergens vandaag. Komt ook dit uit Nederland?

“Ja, ze doen het daar al jaren. Maar ze zijn er ook veel mondiger. Hier ligt dat niet zo voor de hand. Ik heb het geleidelijk moeten brengen. Ik haalde dan een speler naar voor en daagde hem uit om kritiek te geven op een collega.”

Het Nederlands voetbal boeit je duidelijk al jaren. Toen je dertien was, ben je tegen je jeugdcoach een discussie gestart over totaalvoetbal.

“Ik had Oranje aan het werk gezien op het WK ’74. Het totaalvoetbal van Michels. Ik vond dat geweldig, de keeper die altijd meespeelde. Met vier op een lijn achterin, dat was nieuw. Ik wilde dat nabootsen. Ik stond toen in doel bij de provinciale selectie van de kadetten en voor mijn neus liep altijd een libero. Die zakte in tot op de elfmeter, ik werd daar gek van. En op de zijkant kwamen we altijd mensen tekort. Ik ben toen naar de trainer gestapt en heb gevraagd wat hij zou doen mocht de tegenstander met drie spitsen spelen. Dat gebeurt nooit, zei die. Tja, dan kun je niet discussiëren.”

Je bent als coach gestart bij de jeugd van MVV. Hoe kwam jij in Nederland terecht?

“Door mijn werk. Toen ik van school kwam kreeg ik een goeie aanbieding als magazijnier bij sanitair Sphinx. Ik heb er uiteindelijk 25 jaar gewerkt, tot ik drie jaar geleden profcoach ben geworden. De grote baas was voorzitter van MVV en zo ben ik daar terechtgekomen. En plots kwam daar Sef Vergoossen binnen, met allemaal nieuwe ideeën. Ik praat over het begin van de jaren negentig. Op de trainerscursus hadden we alleen statische oefeningen geleerd, niet echt gericht. Vergoossen werkte aan positiespel, wedstrijdvormen, met duidelijke doelstellingen. Heel veel Limburgse trainers kwamen toen kijken. Ik ben toen ook een stage gaan lopen bij Fortuna Sittard, bij Bert van Marwijk. Zes jaar lang heb ik dat allemaal kunnen meemaken. Hoe je dwingend kon zijn tijdens een wedstrijd... Wij zagen dat hier anders.

“Als ik zie hoe Van Gaal speelt met Bayern: ik wil daar tegenaan leunen. Door zo te denken, door altijd van onszelf uit te gaan, hebben we dit seizoen echt wel veel punten verzameld. Ik hoop voor de jongens die weggaan dat ze bij hun nieuwe club zullen slagen, maar ik weet het niet. In onze veldbezetting pasten zij perfect. Wilmet gaat nu naar Mechelen, die spelen anders. Ik hoop voor hem dat hij slaagt, en ook voor Peter Maes, maar ik weet het niet.”

Na MVV heb je nog een heel traject afgelegd: Tongeren, Kermt-Hasselt, OHL, KVSK United, en nu twee jaar STVV. Hoorde jij bij de coaches die het niet eerlijk vonden dat ex-internationals sneller een kans kregen in eerste?

“Nee, want ik heb veel respect voor al mijn collega’s. Georges Leekens heeft me onlangs zelfs gewaarschuwd dat ik niet te veel respect moet hebben. Luister, toen ik begon bij Hasselt, in vierde klasse, vroeg men zelfs al wat ik daar kwam doen. We werden meteen kampioen. Dan OHL. Wat kwam een boerke uit Limburg daar uitrichten? Vijf jaar al hadden ze geprobeerd om kampioen te worden in derde. Het lukte in mijn eerste jaar. Dan United: eindronde. En dan hier: ik had twee jaar om naar eerste te komen. En kijk nu, twee jaar later.

“Ik ondertekende mijn contract op 15 juni, en de dag nadien moest ik beginnen. De avond van de 16de ben ik naar huis gereden en dacht ik: ‘Jongens, waar ben ik nu aan begonnen?’ Echt waar.”

Hoezo?

“Ik begon met 27 man. Veel namen. Collen, Rocky Peeters, Coulibaly, Van Houdt, Boeckx, vaste waarden op dit niveau. De eerste week zouden we allerlei testen doen, dat was al op voorhand afgesproken. Na elke test organiseerden we toen een partijtje. Als ik de opwarming van sommigen zag... jongens. Er waren er die het niet meer konden opbrengen. Wat moest ik doen als trainer? Ze hier laten rondlopen? Dan is het gedaan met mij.

“De tweede dag ben ik naar huis gereden en heb ik tegen mezelf gezegd: ‘Ik moet ingrijpen’. Anders had ik het einde van augustus zelfs niet gehaald. Ik heb toen een afspraak gemaakt met de voorzitter. Ik moest er met de schop door. Hij heeft zich nooit gemoeid. Uiteindelijk zijn er tien spelers afgehaakt. Geleidelijk aan. Per week één of twee. Ik zei tegen sommigen: ‘Jij moet niet meer om tien uur komen, maar een uur later.’ Jongens die nog onder contract lagen. Ze mochten gaan lopen. Met de groep moesten ze niet meer meedoen. Na drie weken zijn die dat kotsbeu.

“Ik moest die groep ook opnieuw leren wat winnen was. We speelden een partijtje tegen Veldwezelt, een derdeklasser. Zó slecht. De volgende dag heb ik het trainingsuur verschoven naar zes uur ’s morgens. Ik wilde winnaars, geen bezigheidstherapie. Er zijn er nog afgehaakt. Uiteindelijk bleven er zeventien over. Met hen hebben we het gedaan.”

Jullie houden het bij zo’n kleine kern, maar is dat wel te doen om dan ook nog eens in Europa te gaan voetballen? Dit weekend is tegen Club de derde plaats de inzet, maar willen jullie die wel?

“Ik heb tegen mijn spelers gezegd: als we dat kunnen nemen, moeten we dat gewoon doen. We zullen dan volgend jaar wel zien. Misschien krijgen mijn jongens wel nooit meer zo’n kans. Dat moeten ze beseffen.”

Heb jij het jezelf ook niet moeilijk gemaakt voor volgend seizoen door het zo goed te doen?

“Dit is een momentopname. Ook toen we eerste stonden, heb ik altijd gezegd dat het fantastisch zou zijn, mochten we veertiende worden. We moeten rekening houden met onze mogelijkheden. Ons budget blijft hetzelfde: tussen 4,7 en 5 miljoen euro. We moeten onszelf niets wijsmaken. En onze voorzitter denkt daar net hetzelfde over. We hebben het ook gehad over volgend seizoen: als we kunnen eindigen tussen de achtste en de dertiende plaats, dan hebben we een fantastisch seizoen. Dat is de afspraak, en onze voorzitter is een man die zich aan afspraken houdt.”

Wat in je huis in Mopertingen gebeurt tijdens een uitmatch van STVV, is goed voor een Man Bijt Hond-reportage. Je bent de enige in de straat met een Belgacom-decoder en iedereen komt dan maar in jouw living zitten om te kijken.

(lacht) “Dat klopt, ja. Bij ons staat de deur altijd open. De laatste uitwedstrijd tegen Gent zat het vol in de living. Mijn vrouw is dan maar rondgegaan met koffie en gebak. Tja, zij moeten dat maar weten. Ik moei mij daar niet mee. Als ik thuis ben, wil ik alleen naar het voetbal kijken. Dan moeten ze daar niet allemaal komen zitten.

“Dat is gewoon een dorpsmentaliteit. Vorig jaar, toen we promoveerden, kwam ik op een dag thuis en er stond een fanfare en een tram voor mijn huis. Ik werd naar het stadhuis van Bilzen gevoerd voor een huldiging. Daarna een zaal in: tweehonderd mensen stonden er op mij te wachten.”

Je vader van 77 vindt dat je te veel ‘in de gazetten’ staat.

“Ja, het is bij ons ook altijd heel rustig geweest. Mijn moeder is twee jaar geleden, toen ik hier net was begonnen, overleden en ze heeft nooit de zee gezien. Wij hadden geen auto thuis. Mij pa wilde dat niet. Ik heb mijn praktisch examen gedaan voor mijn rijbewijs nadat ik acht uur les had gevolgd. Mijn instructeur zei: ‘Neem er nog maar een paar uur bij, want je kunt er niets van’. Ik kwaad. Ik ben toch gegaan, en was geslaagd. Zo zit ik ook in elkaar.”

Is dat volkse imago geen belemmering voor een carrière als trainer bij topclubs?

“Nee. Ik bén van het volk. Ik praat met iedereen. Als het goed gaat, sta ik hier niet op het dak. En als het slecht gaat, zit ik ook niet in de kelder.”

Om te besluiten, de vraag die iedereen zich stelt: kun jij op jouw manier ook slagen bij pakweg Club Brugge?

“Pfff... Daar kan ik niet op antwoorden. Toen ik in vierde zat, heb ik ook nooit gedacht dat ik coach zou worden in eerste nationale. Ik ben uiteindelijk telkens maar een reeks hoger geraakt door zelf met een ploeg te promoveren. Voor mij was dit seizoen uiteindelijk echt alles nieuw. Ik ben vier matchen bezig geweest met het feit dat elke beweging die ik maakte werd gefilmd. Ik zit nu aan 36 matchen in eerste. Ik hou nog altijd de tel bij. Ze nemen ze mij nooit meer af.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234