Zaterdag 17/04/2021

Guido Belcanto over de tragiek van zijn leven

'Als je eenmaal een depressie hebt gehad, word je nooit nog de oude. Die onbezorgdheid is voorgoed weg. Ik ben mijn passies kwijt''Natuurlijk voel ik me te kort gedaan. Ik heb net de plaat van mijn leven gemaakt en ze wordt geboycot'

'Ik mis het talent om gelukkig te zijn'

'Dit is mijn heiligdom', zegt Guido Belcanto wanneer we aan de vervallen blokhut stoppen die hij sinds kort zijn thuis noemt. Een jaar geleden is hij in dit bos komen wonen uit protest tegen het prostitutiebeleid van de stad Antwerpen. En hier, in dit huisje zonder stromend water of centrale verwarming, voelt hij zich op vakantie. Ver weg van de moderne tijd waar hij zo'n hekel aan heeft. En ver weg van de depressies die hij nu, op zijn vijftigste, eindelijk overwonnen heeft. 'Ik ben heel lang een hoopje ellende geweest.'

Wechelderzande

Eigen berichtgeving

Bart Steenhaut

Belcanto ziet er niet alleen goed uit, met Koning & Clochard heeft hij zopas een van de beste cd's uit zijn carrière gemaakt. Een plaat met behalve een handvol eigen nummers ook uitstekende vertalingen van Loudon Wainwright en de onvolprezen Franse zanger Renaud. Maar Radio 1 wil ze niet draaien, en dat maakt hem kwaad. "Gelukkig vind ik veel steun bij mijn fans. Al hebben die heel vaak een compleet verkeerd beeld van wie ik ben. Ze zien me als een onverwoestbaar iemand. Als een onverwoestbaar wezen dat rijk en gelukkig is. Enerzijds vind ik dat goed, want die mythe is me dierbaar. Maar tegelijk ben ik net zo'n grote sukkelaar als iedereen."

Hij schenkt cola in. "Ik ben minder cynisch dan vroeger. Ouder worden heeft me milder gemaakt, en dat is jammer. Ik heb vaak heimwee naar de gast die ik vroeger was. Toen liep ik echt mijn pik achterna. Maar die branie ben ik kwijt, inmiddels. Het zou ook pathetisch zijn om me als vijftiger nog als een haantje te gedragen."

Als ik zie wat je de laatste jaren allemaal overkomen is - depressies, platencontract verloren, weggevlucht uit Antwerpen - kan ik alleen concluderen dat je recentelijk niet veel geluk hebt gehad.

"Ik heb een paar zware depressies achter de rug, ja. Ik ben er heel erg aan toe geweest, maar ik ben uit de put geklommen. Het is me nooit gegund geweest om vrolijk door het leven te fietsen. Dat ligt trouwens sowieso niet in mijn aard. Ik heb niet het talent om gelukkig te zijn. En daar moet je talent voor hebben. Ik ben geen optimist, iemand die op feestjes de show steelt of opvalt door zijn vrolijkheid."

Je hebt zelfs ooit beweerd dat optimisme een zonde is.

(steekt een sigaret op) "Ik begrijp de mensen gewoon niet die dag in dag uit vrolijk door het leven huppelen. Die hebben iets engs, vind ik. Die dragen een masker. En ik voel me niet op mijn gemak in hun gezelschap."

Zelf heb je nooit goede dagen?

"Jawel. Ik geloof wel in momenten van geluk. Concerten zijn bijvoorbeeld heel vaak gelukservaringen. Omdat ik daar de liefde van het publiek voel. Ik kan niet eens verwoorden hoe diep me dat raakt. Als mensen me in vertrouwen nemen, of me na een optreden komen bedanken omdat ze troost hebben gevonden in mijn liedjes: dat is... fantastisch. Eigenlijk ben ik een welzijnswerker. Zingen is in de eerste plaats een sociale taak. Ik heb dit nooit als een carrière bekeken. Of als een business. Nooit. In mijn ogen is muziek maken iets wat ik moet doen. En als ik zie hoeveel plezier ik de mensen daarmee bezorg, zou het immoreel zijn om te stoppen."

Als je dat allemaal beseft, wat heeft je dan zo doen wegzakken? Wat heeft je dan zo depressief gemaakt?

"Dat waren dingen in mijn privé-leven. Er zijn mensen geweest die ik voor de volle honderd procent vertrouwde, en ze hebben daar misbruik van gemaakt. Ik heb nooit een zelfmoordpoging ondernomen, maar er zijn momenten geweest - een jaar aan een stuk, eigenlijk - dat ik dood was. Ik bestond enkel nog lichamelijk. Voor de rest was ik een hoopje ellende. En als je eenmaal een depressie hebt gehad word je nooit nog de oude. Die onbezorgdheid is voorgoed weg. Ik ben mijn passies kwijt."

De medicatie die je moest innemen was wellicht een vergiftigd geschenk voor een songwriter als jij. Enerzijds had je die pillen nodig om je beter te voelen, anderzijds zorgden die er net voor dat de extreme emoties waar je als artiest op teert helemaal worden afgevlakt. Je ervaart geen pieken en geen dalen meer.

"Dat is helemaal waar. De liedjes die ik in die periode maakte waren technisch wel goed, maar ze misten toch een dimensie die er voordien wel was. Mijn emoties waren compleet verdoofd. Alsof er een bankschroef op mijn hoofd stond. Akelig."

Dat lijkt me de nachtmerrie van iedere artiest: moeten toegeven dat je vroeger beter was.

"Maar het klopt. Vroeger was ik beter. Het is veel gemakkelijker om briljant te zijn op je twintigste dan op je vijftigste. Ik ben ook lang niet meer zo productief als toen. Componeren is een intellectuele inspanning, en naarmate ik ouder word kan ik dat alsmaar minder lang volhouden. Vroeger kreeg ik een idee en kon ik dat binnen het uur verwerken tot een kant-en-klare song. Nu moet ik er na één of twee strofes mee ophouden, en wachten tot de volgende dag."

Is het ook niet zo dat de onderwerpen waarover je kunt schrijven langzaam op raken?

"Neen, dat is het niet. Ik heb songs over liefde en seks geschreven. Over zelfbevrediging, bijvoorbeeld. 'Ik kan mezelf helaas niet pijpen / ik kom vijf centimeter te kort.' Dat is zo specifiek dat ik daar niet nog eens iets over moet melden. Maar de onvolmaaktheid van het leven, de valkuilen van de liefde... dat zijn onuitputtelijke thema's."

Klopt het dat je uit Antwerpen bent weggegaan uit protest tegen het prostitutiebeleid van het stadsbestuur?

"Dat was de druppel, ja. Toen ik dertig jaar geleden in Antwerpen kwam wonen vond ik dat het paradijs. In die tijd had je daar meer dan een vierkante kilometer bordelen, en toen ik dat als boerenpummel zag ging er een wereld voor me open. Die sfeer van het verbodene, van de zonde, trok me enorm aan. Telkens als er een boot aanlegde zag je hoe de hele rosse buurt overspoeld werd door matrozen. Daar blijft nu niks meer van over. Er zijn nog twee glazen straatjes, en al de rest heeft plaats moeten ruimen voor nieuwbouw."

In Amsterdam zijn de Walletjes een van de voornaamste toeristische attracties.

"Voilà. Hier heeft het Antwerpse bestuur de ziel van de havenstad vermoord. Echt: de mentaliteit van een bekrompen provinciestadje. Daarom heb ik op mijn nieuwe cd een lied staan dat 'Jezus Ging Naar De Hoeren' heet. Als provocatie. En om de prostituees een hart onder de riem te steken. Ik ben ook uit Antwerpen weggegaan omdat ik het Zuid, de buurt waar ik woonde, heb zien veranderen van een rustige, volkse buurt tot een hippe place to be. Het loopt er vol walgelijke snobs die erbij willen horen. Maar waarbij, dat weten ze niet. Bovendien heb je daar cafés waar BV's samentroepen. Die genieten er dan van om daar fijn samen bekeken te worden. Daar wilde ik niet mee geassocieerd worden. En dus ben ik maar naar hier gevlucht."

Dit is wel het andere uiterste: een blokhut zonder stromend water of centrale verwarming.

"Dat is waar. Ik woon hier als een monnik."

Kun je leven van je muziek?

"Eerder: overleven. Dankzij de auteursrechten, vooral. Dat is de helft van mijn inkomen. De rest komt van de concerten. Het is een hard bestaan zonder financiële zekerheden. Ik heb geen pensioen en op het eind van de maand ligt er geen loon klaar. En die onzekerheid weegt. Maar ik kan overleven van iets wat ik graag doe, dus ik heb nog geluk. Eigenlijk ben ik blij dat ik mijn schaapjes niet op het droge heb. Dat houdt me alert. Al blijf ik me afvragen waarom ik nooit in de toptien heb gestaan. Ik heb toch veel radiohits geschreven? Dat nummer over de botsauto's', bijvoorbeeld. Dat is een evergreen, intussen. (zwijgt) Ik heb gewoon een te controversieel imago voor Vlaanderen. Ik hoor niet thuis in het rijtje ideale schoonzonen. Het grote publiek vindt mij een rare kwiet. Een curiosum."

Voel je jezelf ook zo? Als een curiosum.

"Al heel mijn leven. En niet alleen in de muziek."

De meningen over Guido Belcanto zijn alleszins erg verdeeld. Je hebt fans die je bijna aanbidden, maar een boel anderen vinden je fake: een poseur die zijn winkel draaiend houdt.

"Ik voel me beledigd wanneer ze me een poseur noemen, maar ik ga me niet aanpassen om een paar extra platen te verkopen. Wat ik doe is te nemen of te laten. Ik weet dat veel media mij ook niet ernstig nemen, en die kortzichtigheid stoort me. Vooral omdat diezelfde journalisten van in het begin ook een aantal zangers tot heiligen hebben gepromoveerd wier rotzooi steeds weer met de mantel der liefde wordt bedekt. Maar ik zal geen namen noemen."

Je hébt die namen al eens genoemd: Raymond van het Groenewoud, Johan Verminnen en Jan De Wilde.

"Ja, dat had ik nooit mogen doen. (gooit een blok hout op de kachel) Kijk: ik vind dat ze allemaal goede dingen hebben gedaan, en onlangs zag ik een optreden van Raymond op Canvas waar ik behoorlijk van onder de indruk was. Maar hij heeft ook rommel gemaakt, en dat heeft niemand ooit hardop durven te zeggen. Ik kan tegen kritiek. Ik wil dat horen. Misschien heb ik er zelfs nog iets aan."

Woon je hier ook niet zo teruggetrokken uit een soort escapisme? Ver weg van de moderne wereld. Van de dagelijkse realiteit vol computers en rinkelende gsm's.

"Jij noemt dat escapisme, voor mij is het een kwestie van levensbehoud. Ik gruwel van deze tijd waar vedetten door de televisie worden gemaakt. Onlangs was ik op de Boekenbeurs, en wat ik daar zag vatte de tijdgeest heel goed samen. Honderden mensen stonden aan te schuiven om hun Pfaff-strips te laten signeren. Jeroen Brouwers en Walter van den Broeck zaten daar ook. Topschrijvers, maar bij hen kwam haast niemand langs. Dat vind ik een bedenkelijke evolutie. Daarom probeer ik hier in dit kleine tempeltje mijn eigen kleine geluk te koesteren."

Vervolg op pagina 21

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234