Zondag 13/06/2021

Gruwel bij de buren

De psychologische thrillers van (Luc) Deflo

Interview door

Fred Braeckman

Het Vlaamse thrillerwereldje is klein. Aspe, Geeraerts, Mendes, Teigeler, Schoeters, Vermeulen, De Bruyn en nieuweling Jonathan Sonnst - dat zijn ze zowat. En Luc Deflo. Onlangs verscheen zijn lovend onthaalde derde thriller, Lokaas, en de vierde is al klaar - alles om de fans te verwennen.

Drie jaar geleden maakte Luc Deflo (43) een meer dan opvallende entree in de Vlaamse thrillerwereld met Naakte zielen. Deflo introduceerde Bosmans en Deleu, twee Mechelse speurders die op zoek waren naar een seriemoordenaar. De thriller werd meteen genomineerd voor de Hercule Poirot-prijs, die de beste Vlaamse misdaadroman van het jaar bekroont. Het speurdersduo kwam terug in het iets minder gewelddadige Bevroren hart. In zijn jongste boek, Lokaas, zet Deflo de psychopaten even in de koelkast en gaat dieper in op de personages.

Luc Deflo: "Echt bewust heb ik dat niet gedaan. In Naakte zielen en Bevroren hart laat ik de lezer de gebeurtenissen meebeleven vanuit het oogpunt van de dader, wat een boeiende en tegelijkertijd huiveringwekkende ervaring blijkt. Bovendien hou ik van die formule, omdat ze me toelaat meer te doen met de dader. Als je een klassieke whodunit schrijft, kan je immers nooit de echte gevoelens en drijfveren van de dader uitdiepen, want dan geef je het personage voortijdig weg. In Lokaas heb ik bewust gekozen voor een andere formule, omdat ik wou bewijzen dat ik ook een klassiekere opbouw in de vingers heb en omdat ik niet het etiket 'psychopatenauteur' opgekleefd wil krijgen. Lokaas is een puzzel. Als je de stukken zorgvuldig rangschikt, kan je ze samen met de speurders in elkaar klikken."

In een heel mooi stukje toon je veel empathie voor een Marokkaans gezin dat moet praten over de dood van hun zoon. In weinig woorden leg je ook de machtsverhoudingen bloot. Ken je allochtone families van binnenuit?

"Nee, maar ik heb mijn boek wel laten nalezen door Safia, een blitse Marokkaanse dame uit mijn kennissenkring. Voor mij was dat gesprek een boeiende en leerrijke ervaring. Mijn aanvoelen van de gezinsverhoudingen bleek waarheidsgetrouw. Toch heb ik een aantal dingen bijgespijkerd. Zo krijgt Deleu in mijn eerste versie een schuimende Hoegaarden aangeboden. Daar heb ik op aanraden van Safia dan toch maar een watertje van gemaakt. Wat ik nog geleerd heb is dat integratie ondanks alle goede bedoelingen hoe dan ook niet zo eenvoudig is en dat we nog een lange weg te gaan hebben. Maar dat is een ander verhaal."

Vooral in je debuut leek je wel bezeten van lichamelijk geweld. Of overdrijf ik?

"Geweld om het geweld is nooit mijn bedoeling geweest. Maar zoals ik al zei, ik heb in mijn eerste twee boeken gekozen om de lezer de gebeurtenissen te laten beleven vanuit het oogpunt van een psychopaat. Een psychopaat die uiteraard zijn ding doet en weinig ruimte laat voor suggestie. Ik wilde de moorden zo levensecht mogelijk weergeven. Niet om het geweld te verheerlijken, integendeel. Je kan het conceptueel bekijken zoals je een anti-oorlogsfilm ervaart, waar de gruwel van de oorlog in al zijn facetten uitvergroot wordt om het zinloze ervan te beklemtonen. De rauwe realiteit waarmee speurders geconfronteerd worden, die ze elke avond meenemen naar huis, daar was het me om te doen."

De scène in Bevroren hart waar een oog wordt uitgelepeld is me lang bijgebleven. Dat was ook de bedoeling, vermoed ik?

"Om eerlijk te zijn: ja. Die scène wel. Misschien was dat net iets van het goede te veel voor de doorsnee Vlaamse lezer. Maar bon. Ik heb American Psycho van Brett Easton Ellis gelezen. Daarbij vergeleken is mijn uitgelepeld-oogscène maar klein bier. Hij schotelt de lezer een onwaarschijnlijk zwart beeld voor van de Amerikaanse yuppiecultuur, waar je kledij belangrijker is dan je gevoelens. Dat boek is van 1991, van een seriemoordenaar had men in Vlaanderen toen nog nooit gehoord. Sinds Dutroux ligt dat natuurlijk anders. Tien jaar geleden zou men mijn verhaal misschien weggelachen hebben. Vandaag is dat jammer genoeg niet meer het geval. Vraag dat maar aan de speurders die al maanden hun tanden stukbijten op de vuilniszakkenmoorden."

Naakte zielen heeft veel succes gehad, ook in Nederland. Denk je dat er goodwill is voor een debuut?

"Nee, zeer zeker niet. Mij valt het op dat een Vlaming het moeilijker heeft om serieus genomen te worden. Dat is jammer, want er is kwaliteit aanwezig in Vlaanderen. Positief of negatief, een recensie is en blijft een subjectief iets. Wat me vooral bezighoudt, is de reactie van de doorsnee lezer. Naakte zielen is een page-turner. Ik heb ontzettend veel positieve reacties ontvangen. Allemaal met dezelfde teneur: 'Ik heb je boek in één ruk uitgelezen.' Toen besefte ik dat het boek goed was en dat het aansloeg. Mond-aan-mondreclame is de enige echte waardemeter. Het gaat traag, maar het is de enige weg naar succes."

Je werd meteen genomineerd voor de Hercule Poirot-prijs. Doet dat iets voor de verkoop?

"Zeer zeker. Al mag je de impact ervan niet overschatten: Vlaanderen is een heel klein taalgebied. Maar mij hoor je niet klagen. Ik heb een trouw lezerspubliek weten uit te bouwen, een schare onvoorwaardelijke fans. Daar ben ik dankbaar om want zonder je trouwe lezer sta je nergens - de buitenlandse concurrentie is moordend."

Al je thrillers spelen in Mechelen.

"In mijn boeken wil ik een sfeer van kleinschaligheid scheppen. Geen bombastische Hollywoodiaanse toestanden. Een psychologische thriller wordt pas echt beklemmend als hij de lezer het gevoel geeft dat het allemaal ook naast zijn deur zou kunnen gebeuren. In Mechelen heerst zo'n sfeer, rustig en burgerlijk. Dat komt het verhaal alleen maar ten goede."

Waarom ben je eigenlijk beginnen te schrijven?

"Ik kan niet anders dan schrijven. Het is een hardnekkig virus. Als er iets te schrijven viel, wat dan ook, wist men me altijd al te vinden. Een afscheidsrede aan het vrijgezellenbestaan, een speech voor een gouden jubileum, je kan het zo gek niet bedenken. Ik heb ooit toneel gespeeld. Daar behoorde ik tot het lectorencorps van de plaatselijke toneelkring. Ik heb zodanig veel uit het Engels vertaalde rommel in mijn strot geduwd gekregen dat ik besloot om zelf een poging te wagen. Ik werkte toen als stagiair bij de NMBS en dat leverde me genoeg stof op voor wel drie kluchten. Het werd uiteindelijk een tragikomedie en het is me gelukt. Het stuk werd uitgegeven en tijdens de opvoeringen zat de zaal afgeladen vol. Die mensen hebben zich te pletter gelachen. Toen had ik de microbe echt te pakken. Ik heb mezelf bijgeschoold, ben cursussen scenarioschrijven gaan volgen, heb luisterspelen geschreven. En dan krijg je zin in het schrijven van een boek. Ik ben een ontzettende fan van psychologische thrillers, dus de keuze was gauw gemaakt. Wat je echt graag doet, doe je meestal ook goed."

Ga je uit van een bepaalde structuur?

"Ik heb geen bepaalde structuur in mijn hoofd en ik weet nooit vooraf waar ik ga eindigen. Ik vertrek van een basisidee. Bij Naakte zielen heb ik me afgevraagd waar mensen bang voor zijn. Waar heb ik zelf schrik van? Ik kwam toen op schending van de privacy. Mensen die zonder scrupules jouw privacy misbruiken. Dat leek me een prima uitgangspunt voor een psychologische thriller. Sommige mensen kicken daar op. Tv-programma's zoals Big Brother doen me huiveren. Mensen die tot het uiterste gaan voor een spatje naamsbekendheid, om toch maar uit de anonimiteit te kunnen treden. En de media die daar handig op inspelen. Bangelijk. "Het idee voor Bevroren hart is ontsproten aan een krantenartikel. Het ging over een seriemoordenares in de Verenigde Staten. Ze heeft al acht moorden op haar actief en de FBI zit haar op de hielen, maar ze verplaatst zich razendsnel van staat naar staat en is nog steeds voortvluchtig. Dat verhaal boeide me. Ik vroeg me af: 'Wat als ik deze problematiek naar ons kleine Belgenlandje met zijn flitsende politieapparaat transponeer?' Laat ik ze dan hier maar van stad naar stad reizen. Bij Lokaas wilde ik iets doen rond een overkoepelend thema. Iets actueels. Dat is rassenconflicten geworden. En over hoe ver mensen bereid zijn te gaan om macht te verwerven.

"Mijn spilfiguren zijn niet op bestaande personen geënt. Ik wilde een magistraat die nederdaalt tussen het plebs en iemand die heel intuïtief met zijn vak bezig is en daardoor vaak faalt op menselijk vlak. Ik wilde mensen van vlees en bloed neerzetten. Ik denk dat ze perfect zouden kunnen functioneren in de werkelijkheid. Ik heb urenlang met echte rechercheurs gepraat. Ik heb hun dagelijkse werk leren kennen en appreciëren. Bosmans en Deleu zijn naar hun profielen gemodelleerd."

Doe je veel research voor je boeken? Vind je dat alles moet kloppen of is de sfeer belangrijker?

"Beide. Het moet kloppen en de sfeer is superbelangrijk. Een thriller valt of staat met de sfeer. Ik doe veel research. Vooral op het internet. Daar vind je voldoende informatie om zelf anatoom-patholoog te worden. Ik laat mijn verhalen ook steevast nalezen door rechercheurs. Mensen die met beide benen in de dagelijkse realiteit staan. De kleine anekdotes die je van hen hoort maken het allemaal nog veel waarheidsgetrouwer. Realistischer. Pittiger ook. De lezer voelt zoiets aan en weet het te appreciëren."

Wat is voor jou het belangrijkst, de plot of de personages?

"Zonder enige twijfel de plot. Een boek moet boeiend zijn van de eerste tot de laatste bladzijde. Als de lezer mijn boek zonder enige spijt voor een weekje opzij legt, dan heb ik gefaald. Ik wil een spannende page-turner maken. Een brok leesplezier die je in één ruk wil verslinden."

Ik heb de indruk dat de genres aan het vervagen zijn. Dat er eigenlijk vaak niet veel onderscheid is tussen een gewone roman en een misdaadroman. Of betekent het etiketje 'literair' bij een thriller dat we met een saai boek te doen hebben?

"Niet noodzakelijk. What's in a name? Ik las onlangs Het goud en de as van Eliane Abécassis. Dat is zo'n 'literaire thriller'. Ik heb ervan genoten. Voor mij bestaan er geen minderwaardige en verheven genres, er bestaan alleen goede en slechte boeken. Navelstaarderij, schrijven voor een select groepje en moraliserend uit de hoek komen, daar knap ik op af. Wat mij betreft is de lezer de enige maatstaf."

Wat lees je zelf?

"Ik ben een veellezer. Van Kundera over Mulisch tot Erwin Mortier. Ook crime uiteraard. Joseph O'Connor vind ik goed en Brigitte Aubert en Thomas Harris. Dat is de absolute meester in het genre. Ik kijk eigenlijk naar niemand op, maar voor hem doe ik mijn pet af.

"In Vlaanderen voel ik me met niemand echt verwant, want ik denk dat ik zowat de enige Vlaming ben die zich aan het psychologische genre waagt. Pieter Aspe vind ik goed. Schrijft zoals hij is, zonder veel poeha en met een groot relativeringsvermogen en gevoel voor humor. Ik word in de media vaak met hem vergeleken, maar hij focust eerder op de personages, waar ik het verhaal belangrijker vind. Geeraerts is niet slecht maar hij schrijft jammer genoeg geen thrillers meer. Ook Patrick De Bruyn doet leuke dingen. En er zijn er nog een paar die me af en toe kunnen bekoren."

Wat wordt je volgende boek?

"Het is klaar. Alleen de titel ontbreekt nog. Het zal verschijnen ergens in maart 2002. Het is het boek dat ik altijd al heb willen schrijven. Het gaat over een schizofrene man die een baby ontvoert. Een race tegen de klok waar de lezer vanaf de eerste bladzijde met huid en haar in zit. Waanzinnig spannend en ontroerend. Mijn testlezers identificeerden zich alvast met de dader die ondanks een serie weerzinwekkende moorden voldoende empathie oproept om je als lezer te doen twijfelen. Dat vind ik het einde. De scheermesscherpe lijn tussen goed en slecht aftasten. De grens tussen genialiteit en krankzinnigheid verkennen. Op een slappe koord balanceren. Dat boeit me ontzettend."

Ga je verder werken met het duo Bosmans en Deleu?

"In mijn vierde boek is het hoofdpersonage ongetwijfeld de dader. Toch besteed ik veel aandacht aan het uitdiepen van de karakters van mijn personages. De lezer vraagt dat. Hij leeft mee met Bosmans en Deleu. Toch zal ik mijn personages nooit laten primeren op het verhaal. Ik wil de echte thrillerfanaat verwennen."

Waarom heet je voortaan alleen maar Deflo op je boeken?

"Mijn voornaam is verdwenen, ja. Dat is eigenlijk een publicitaire stunt om de Nederlandse markt te veroveren. 'Luc' zou er een tikkeltje te Vlaams klinken. Als Vlaming moet je er wat voor over hebben om het te maken bij onze internationaal georiënteerde noorderburen."

De thrillers van Deflo verschijnen bij Manteau.

'De lezer is de enige maatstaf'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234