Woensdag 27/01/2021

Groten der aarde dialogeren met licht

Luc Van De Steene

Tentoonstelling in het Parijse Musée National Picasso belicht unieke samenwerking tussen Picasso en Brassaï

Sinds gisteren loopt in het Parijse Musée National Picasso een tentoonstelling die een nauwelijks bekende kant van de 'kunstenaar van de (20ste) eeuw' blootlegt: Picasso's fascinatie voor de fotografie. Een fascinatie die hij luidens de neergeschreven Conversations avec Picasso (1964) en het gemeenschappelijke werk - dat we dus nu, voor het eerst, te zien krijgen - deelde met de beroemde fotograaf Brassaï (Paris de Nuit, 1933). De expositie loopt tot 1 mei. Tot dan beschikt u met andere woorden over een perfect alibi om de Lichtstad nog eens te bezoeken.

Het is uiteraard op zich geen reden om tot kunstenaar van de eeuw te worden uitgeroepen, maar feit is wel dat Pablo Ruiz Picasso (°1881) met zijn gezegende leeftijd van net geen 92 (overleden in 1973) zowat de hele artistieke 20ste eeuw overspant - er wordt wel eens geopperd dat de eeuw in wezen in 1881 begon. Vooral hij, die buitengewoon zintuiglijk was ingesteld, heeft gezien hoe fotografie en film als autonome artistieke media tot volle wasdom kwamen. Hij was er ook telkenmale getuige van hoe, door bijvoorbeeld 'anti-schilder' Marcel Duchamp en zijn vele adepten, het schilderen eerst werd doodverklaard en vervolgens voor dood werd achtergelaten. Picasso daarentegen slaagde erin de 'vrije schilderkunst', waarvan hij een pleitbezorger was, telkens weer een nieuw élan te geven en fris en actueel te houden, ondanks de aanvallen in het eigen kamp, en ondanks de volwassen-wording van de nieuwe media, in casu de fotografie in zijn tijd. Hij was absoluut geen vijand van de fotografie zoals Duchamp dat wel van de schilderkunst was, integendeel zelfs. Over de relatie tussen beide 'media' zei Picasso ooit: "De fotografie heeft zich zo ontwikkeld dat zij in staat is om de schilderkunst te bevrijden van het literaire, het anekdotische en zelfs van het onderwerp. Waarom zouden schilders niet profiteren van hun pas verkregen vrijheid en andere dingen gaan doen?" Het is alsof Picasso elke artistiek-geslaagde foto wilde beantwoorden met een nog genialer schilderij, alsof hij de stijfheid van de camera telkens weer wilde overklassen met de grilligheid van de verfborstel.

Hoe groot Picasso's belangstelling voor de fotografie wel moet zijn geweest, begon pas goed door te dringen bij de inventarisatie van zijn nalatenschap. De wereldvermaarde schilder, graficus en keramist bleek tot ieders verbazing zowat alles gedaan te hebben wat je maar met fotografie kunt doen: hij fotografeerde zelf, verzamelde foto's van anderen, experimenteerde er op los (ensceneringen, fotogrammen, dubbelbelichtingen,...), vond foto's niet te min om als uitgangspunt te dienen voor tekeningen of schilderijen. Bovendien, en dan spreken we voornamelijk over de jaren 50 en 60, liet de blote bast uit Barcelona zich gewillig en met het geduld van een sfinx fotograferen door iedereen die daar zin in had; dikwijls waren dat klinkende namen: Man Ray, Henri Cartier-Bresson, Robert Capa, Cecil Beaton, Lee Miller, Irving Penn e.a. Met nog anderen werkte hij intensief samen aan veeleer kleinschalige fotoprojecten. Hiervan zijn Brassaï en Dora Maar de bekendsten. De laatste is een Joegoslavische fotografe die Picasso in 1936 via Paul Eluard en Georges Bataille leerde kennen in Mougins bij Cannes, en die hij nadien nog meermaals zal portretteren (zie ook het portret elders op deze pagina). In 1937 maakt hij zowel de ets Droom en leugen van Franco als het bekende olieverfdoek Portret van Dora Maar, dat qua 'techniek' reeds duidelijk de Guernica (eveneens 1937) in zich draagt.

In 1970 schenkt Picasso alle werken die op dat ogenblik nog in Spaans familiebezit zijn, aan het museum in Barcelona. In 1979, goed vijf jaar na zijn dood, gaat een groot deel van Picasso's privécollectie over in handen van de Franse staat, als pasmunt voor de kolossale successierechten. In 1985 verhuist de hele verzameling - 203 schilderijen, 191 sculpturen, 85 keramieken, meer dan 3.000 tekeningen en grafische werken - van het Parijse Grand Palais naar het pas gerenoveerde 17de-eeuwse 'Hôtel Salé', het nieuwe Musée Picasso. Picasso's nalatenschap bleek voorts uit enkele duizenden foto's te bestaan, waarvan de inventarisatie tot nog toe geleid heeft tot drie tentoonstellingen in datzelfde Musée Picasso: 'Picasso photographe 1901-1916' (1994), 'Picasso et la photographie - A plus grande vitesse que les images' (1995) en 'Le miroir noir, Picasso, sources photographiques, 1900-1928' (1997). Momenteel loopt de vierde in de rij: 'Brassaï/Picasso - Conversations avec la lumière', met als onderwerp de samenwerking van beide tenoren, die een aanvang nam in 1932 en bleef duren tot 1984, toen de jongste van de twee ook het eerst onder de zoden belandde.

Fotografie als bindmiddel

Aanvankelijk wees niets erop dat de toen al legendarische Picasso en de illustere onbekende Brassaï (ps. Gyula Halász, 1899-1984), elkaar tegen het lijf zouden lopen, laat staan dat ze ooit zouden samenwerken. Dat de samenwerking heel intens verliep, bleek in 1964 toen Brassaï, op aandringen van Picasso, zijn Conversations avec Picasso bij Gallimard liet verschijnen.

Brassaï, afkomstig uit Hongarije - zijn 'artiestennaam' is afgeleid van Brasov, zijn geboortestad -, kwam in 1924 in Parijs terecht, als pas afgestudeerde aan de academie van Berlijn, en ging er aanvankelijk als journalist werken voor een Hongaarse en Duitse krant. Pas in 1929 maakte hij er zijn eerste foto's, maar al gauw volgde het eerste fotoboek, Paris de nuit (1933), met 64 reproducties die op een ijzingwekkende manier het Parijse nachtleven belichten - De Morgen-fotograaf Tim Dirven toont me zijn exemplaar en maakt me attent op enkele 'historische' beelden: "Heel knap, en dat al in de jaren dertig!". Een jaar eerder had vriend en Parijzenaar Tériade aan Brassaï de opdracht gegeven een reeks opnamen te maken van Picasso's beeldhouwwerk, reeks die moest dienen om het eerste nummer (mei '33) van het blad Minotaure op te vrolijken - Picasso bevond zich toen inderdaad in zijn 'stierenperiode'. De afdrukken zouden vergezeld gaan van een tekst van André Breton, getiteld 'Picasso dans son élément'. Brassaï liet meteen ook een aantal naakten opnemen. Via Minotaure kwam de fotograaf in contact met de surrealisten; in nummer vier zal hij trouwens een artikel van Salvador Dalí van foto's voorzien, en plaatst hij ook een reeks opnamen van ateliers d'artistes (Giacometti, Lipchitz e.a.).

Zijn eerste ontmoeting met Picasso vindt plaats in december 1932. "Ce jour-là, ayant dû changer chez lui mes clichés dans mon sac noir, j'oubliai une plaque vierge sur une table", schrijft Brassaï in bovengenoemde Conversations. 's Anderendaags keert hij terug naar het atelier in de rue La Boétie, en vindt er inderdaad de glasplaat ('cliché de verre'), maar intussen had Picasso er wel een gravure op aangebracht. "Picasso trouva ma petite plaque (amper 9 op 6 cm, red.), la tâta, la renifla, la palpa, en fut intrigué, séduit." Deze techniek met glasplaten was uiteraard niet nieuw - ze is zelfs ouder dan de fotografie zelf -, maar heeft er wel toe geleid dat beiden zich de rest van hun leven met experimentele fotografie gingen bezighouden.

Cliché de verre

De glasplaattechniek die Brassaï en Picasso toepasten, is uiteindelijk slechts een iets kunstzinniger manier van fotogrammen maken. Fotogrammen bieden de mogelijkheid om zonder camera foto's te maken. En dat gaat dan als volgt (wie nooit een doka aan de binnenkant heeft gezien, mag nu zappen): leg een vel bromidepapier onder de vergroter, maak boven op dat papier een compositie met een aantal voorwerpen die je geschikt acht, en belicht daarna voldoende lang zodat schaduwen worden gevormd. Na ontwikkeling van het fotopapier zie je dat de schaduwen zich als witte vormen aftekenen tegen een donkere achtergrond. Wanneer je nu in plaats van die voorwerpen een doorzichtige glasplaat gebruikt (als fotogram dus), waarop desgewenst een gravure of ets is aangebracht, dan is het resultaat net hetzelfde: een 'negatief' beeld op een vel bromidepapier. Wens je toch een 'positieve' afdruk, een foto dus, dan werk je met vlakfilm of papierdun bromidepapier.

Dora Maar

Picasso maakte rond die tijd een van de meest verscheurende periodes uit zijn leven mee. Olga, zijn 'muze' in de jaren 20, en tegelijk zijn eerste echtgenote, had de scheiding aangevraagd; de sensuele Marie-Thérèse, de vrouw van de jaren 'waarin alles kon' (eind 20, begin 30), had hem een dochtertje, Maya, geschonken; en de fotografe Dora Maar was in zijn leven verschenen en hengelde eveneens naar de gunsten van de bronstige stier. In veruit de meeste gevallen zal hij Dora portretteren als een gekwelde figuur, vol angst in de ogen, getuige het beroemde doek La femme qui pleure (1937). "Dora was voor mij altijd de vrouw met de tranen...", aldus Picasso tegen André Malraux in 1945, geciteerd in Picasso's Mask (1976). En ook het volgende komt uit de mond van de Spanjaard: "Van Marie-Thérèse hield ik omdat ze zo lief en aardig was en altijd deed wat ik haar vroeg. Van Dora hield ik om haar intelligentie. Ik kwam tot de conclusie dat kiezen geen zin had. (...) Ik zei dat ze het zelf maar moesten uitvechten. En dat deden ze! Het is een van mijn meest dierbare herinneringen". Dora Maar zou tijdens de oorlogsjaren constant aan de zijde van Picasso blijven.

Musée national Picasso, Hôtel Salé, 5 rue de Thorigny, Parijs. De tentoonstelling 'Brassaï/Picasso. Conversations avec la lumière' loopt nog tot 1 mei 2000. Elke dag behalve dinsdag, van 9.30 tot 17.30 uur (op danderdag nocturne tot 20 uur), vanaf 1 april tot 18 uur. Toegang: 38 FF (5,79 euro), 's zondags 28 FF (4,27 euro). Het ticket geeft meteen ook toegang tot de vaste collectie van het museum. Catalogus, 344 pagina's, 320 illustraties in kleur: 385 FF (58,69 euro). En zo komt u er: métro Filles du Calvaire, Saint-Paul, Chemin-Vert; bus 29.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234