Maandag 24/01/2022

Grote klank, samengeraapt programma

Het Filharmonisch Orkest van Oslo in het PSK

Brussel

Van onze medewerker

Stephan Moens

De ultieme test voor een grote concertzaal is het symfonisch concert. Het Filharmonisch Orkest van Oslo toonde maandagavond aan dat de vernieuwde Henry Le Boeufzaal ook grote klankvolumes aankan, al is het nog even wennen aan de eigenaardigheden van de weergave. Het concert zelf, dat door de aanwezigheid van chef-dirigent Mariss Jansons en zangster Barbara Bonney grote verwachtingen had geschapen, liet een verdeelde indruk achter.

Het werk dat Jansons met dit orkest heeft verricht, is bewonderenswaardig: zoals het in de symfonische fantasie uit 'Die Frau ohne Schatten' van Richard Strauss bewijst, kan het ook in de ingewikkeldste partituren nog een rijke klank produceren. Dat stuk geeft dus ook de gelegenheid de akoestische kwaliteiten van de vernieuwde zaal naar waarde te schatten: je hoort heldere, krachtige bassen en zijige, mooier-dan-echte violen; in fortissimopassages is het resultaat bijna te sonoor, maar nagenoeg altijd blijft de klankenmassa doorzichtig en ruimtelijk. Minder vleiend is de zaal voor het lage middenregister: de celli klinken beduidend minder klaar gedefinieerd dan de contrabassen; een instrument als de fagot is (op mijn plaats aan de rechterkant van het parket) enkel goed hoorbaar als het luid begint te ronken.

Dit hybridische werk van Strauss, dat weinig meer betekenis heeft dan een showstuk voor orkest, is de inleiding tot een samenraapsel van een programma. Voor de pauze komen er nog vijf orkestliederen van Grieg: twee uit 'Peer Gynt' en telkens één uit zijn drie grote bundels. Barbara Bonney zingt ze hemels, met een stem die soms haar hele lichaam omvat en er soms schijnt boven te zweven; het orkest speelt in kamerbezetting een begeleiding met een hoog Fiamminghi-gehalte: uitsluitend gericht op klankschoonheid en op die manier op en soms over het randje van het goedkope sentiment. Bonney dankt het - na elk lied luidruchtig applaudisserende en zo de zangeres uit haar concentratie brengende - publiek daarna met nog een lied van Hugo Alfvén, in dezelfde stijl.

Na de pauze gooit Jansons het over een heel andere boeg met de zevende symfonie van Beethoven. Na de bevalligheid van het eerste deel zou dat een tegendraads stuk moeten zijn en dat is het ook gedeeltelijk, vooral in het scherzo en de opzwepende finale. In Beethovens tijd, toen de moeilijkheidsgraad van deze symfonie nog bovenmenselijk was (en de instrumenten directer reageerden), kwam dat resultaat er haast vanzelf. Om een vergelijkbaar doel te bereiken met de middelen van dit goed geoliede moderne orkest moet Jansons vele effecten bovenhalen, nagenoeg allemaal in het fortissimogebied: paukenslagen als kanonschoten, schetterende hoorns enzovoort. In de genoemde twee bewegingen is dat indrukwekkend; in het allegretto en in de trage tussenwerpsels in het scherzo leidt die aanpak echter tot onnodig brede, pasteuze klanken. Na deze uitbarsting (die ook al na elke beweging door het ongedisciplineerde publiek met applaus werd onderbroken) dankt Jansons passend met twee overbodige en stijlloos gespeelde bisnummers.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234