Woensdag 08/12/2021

Grote contrasten in poëzienacht

De Nacht van de Poëzie, kun je stellen, is een venster op de Nederlandstalige dichtkunst. De achttiende Nacht, afgelopen zaterdag in het MuziekcentrumVredenburg in Utrecht, een ietwat brave, wisselvallige nacht, liet vooral zien hoe groot de verschillen binnen een klein taalgebied kunnen zijn. Toeval in de gedichtenkeuze of de volgorde der dichters bracht die contrasten nog eens extra aan het licht.

Zo las Lut de Block aan het begin van de avond op haar eigen, bescheiden wijze onder andere het mooie gedicht over haar menstruerende dochter voor: "Ze klaterlachte, kon het ook niet helpen. Of bloeden niet een beetje bloeien is?" Terwijl tegen het eind van de nacht Jules Deelder zonder omhaal begon met zijn Kutgedicht : "O pruim, o spleet, o gleuf, o grot" en zo nog een paar wagonladingen vol synoniemen die in denderende vaart over het publiek werden uitgestort. Deelder was flink op dreef. Nog een schril contrast was dat tussen Patty Scholten en Jan Kal. Weet Scholten in haar sonnetten humor te combineren met aandoenlijke en soms onthutsende diepgang, de sonnetten van Kal, vooral wanneer hij het heeft over het heelal of over Jean-Pierre Rawie, zijn niet eens leuk te noemen.

Werkelijk een afgrond gaapte er tussen Tom Lanoye en Kees Ouwens, die vlak na elkaar optraden. Rasperformer Lanoye wist met gedeelten uit Ten Oorlog de hele zaal te enthousiasmeren, terwijl Ouwens zijn gehoor slechts in verbijstering achterliet. Verbijstering vooral uit onbegrip, en dat is jammer. Ouwens, een van de allergrootste dichters van dit moment, wist de vervoerende ritmiek die de ziel is van zijn werk niet over te brengen.

Wezenlijker was het verschil tussen Ruben van Gogh en Rutger Kopland, ook precies na elkaar te beluisteren. Van Gogh deed nog eens een poging om rap en poëzie te combineren. Het resultaat was voorspelbaar: poëzie waarvan de formele en vaak ook inhoudelijke oubolligheid gemaskeerd moet worden door haar drie keer zo snel voor te lezen. Kopland daarentegen laat iets gebeuren in de taal en dat overtuigt of ontroert lezers en toehoorders. Aangrijpend was zijn afscheidsgedicht voor Herman De Coninck. Kopland had vanuit Griekenland nog een kaart willen sturen, voorzien van een grap: "maar ik hoorde dat je al dood was / voor ik een grap had gevonden". De dood tegenover een grap geeft deze regels hun lading, maar in het woordje 'al' schuilt alle subtiliteit. Het is alsof ze erop zaten te wachten en even later blijkt dat ook zo: "zonder de dood te verwachten / schrijf je geen poëzie".

Kopland is misschien wel de ultieme nacht-dichter: begrijpelijk en indringend tegelijk. Een niet al te fijnmazige typering die eigenlijk opgaat voor alle dichters in de mainstream, zoals Enquist, Mandelinck, Zuiderent, Van Toorn, die zaterdag van de partij waren.

Het blijkt voor de jongere garde al een aantal Nachten moeilijk om zich hier tegen af te zetten: ook afgelopen zaterdag boden zij niets wezenlijks nieuws. Erger is dat zij maar te keer blijven gaan tegen de hermetische poëzie of het suffe academisme; maar wie goed kijkt, ziet dat dit in de Nederlandstalige poëzie allang gepasseerde stations zijn. Ontwikkel liever een eigengereide visie zoals Arjen Duinker of Erik Menkveld, die ik de verrassing van deze nacht vond. Met zijn bijna surrealistisch inlevingsvermogen weet Menkveld onze ogen te openen voor zaken waar we gewoonlijk aan voorbij of doorheen kijken.

"Onder het uitspansel bij Paul Twaalf

in de verlaten strandtent waar wij zaten

slaan, kort na elkaar, twee diepvrieskasten aan.

Menig stokje brengt zijn eerste nacht

in zand door, of zijn laatste

in bevroren ijs, diverse smaken."

Dat is mooi en intrigerend. Dat is genoeg. Gelukkig komen er bijna iedere Nacht dichters als Menkveld boven drijven; vandaag meteen zijn bundel De karpersimulator kopen. Koen Vergeer

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234