Maandag 05/12/2022

Grootvadertje Grammy

Zondagnacht weten we welke muzikanten naar huis twerken met een Grammy Award. Door de aanhoudende blunders van een hopeloos ouderwets nominatiecomité staan deze 'Oscars van de muziek' evenwel al jaren onder druk.

De naam verwijst naar de grammofoonplaat, maar zelfs in tijden van streaming hebben de Grammy's niets ingeboet aan publieksaandacht: vorig jaar keken bijna 30 miljoen mensen naar de uitzending. Toch zijn de reacties op de (sociale) media niet mals. Clichés winnen het steeds van vernieuwing, luidt de zwaarste kritiek op de jury. Die bestaat dan wel uit artiesten en professionele muziektechnici, vorig jaar deed een spijtoptant uit dat comité een boekje open over de werking. Een gebrek aan vakkennis blijkt er geen bezwaar: iedereen mag zijn stem uitbrengen in eender welke categorie. Daardoor zou bekendheid van avontuur winnen.

Dat verklaart allicht waarom James Blake - goed voor vijf ep's en twee volwaardige langspelers in de laatste vier jaar - ondergebracht werd in de categorie meest beloftevolle nieuwkomers. Maar het verklaart nog veel grotere blunders. In 1966 kon je de Grammy's nog met enige goodwill verdenken van kinderziektes toen het comité de keuze kreeg tussen 'Eleanor Rigby' (The Beatles), 'Good Vibrations' (The Beach Boys) en 'Winchester Cathedral' (The New Vaudeville Band'), waarbij ze voor die láátste koos.

En begin jaren 90 wilde je desnoods geloven dat het terecht was dat 'Jeremy' van Pearl Jam en 'Smells Like Teen Spirit' van Nirvana de duimen moesten leggen voor Eric Claptons stekkerloze versie van 'Layla'. Die laatste song was immers ook een klassieker, zij het dan een uit 1970. Gênanter was dat Nirvana pas twee jaar na de dood van Kurt Cobain eerherstel kreeg met een award voor zijn eigen akoestische sessie.

Daarmee deed het comité wel vaker denken aan een oud mannetje dat jong tuig vloekend wegjaagt met een dreigend geheven wandelstok. Led Zeppelin, The Who, The Kinks, Jimi Hendrix, The Beach Boys, Bob Marley, The Doors en Queen werden tijdens hun gloriejaren botweg genegeerd, hoewel hun muziek de blauwdruk zou vormen voor rock-en popmuziek.

Celine Dion won in '97 van Beck, Fugees, Smashing Pumpkins. En de gedoodverfde winnaar Elvis Costello moest zelfs ooit het onderspit delven voor de disco-eendagsvlieg A Taste of Honey. Dat was in 1978: het jaar waarin punk doorbrak en 'Disco sucks' een wereldwijde slogan werd.

Minstens even hilarisch was een Grammy-flater van tien jaar later. Toen zag Metallica een welverdiende metal performance-award aan zijn neus voorbijgaan. De dwarsfluitrock van Jethro Tull won immers het pleit. Metallica won pas jaren later zijn eerste Grammy, waarop de groep sarcastisch Jethro Tull bedankte om géén plaat uit te brengen.

Zelfs in de jaren 90 hielden de Grammy's de vinger zelden aan de pols. Björk werd dertien keer opgenomen in een categorie, maar kon in al die jaren niet één nominatie verzilveren. Hetzelfde geldt voor Snoop Dogg, die liefst 15 keer vruchteloos genomineerd werd. Hiphop is dan ook een heikel punt. Pas in 1989 kreeg het genre een eigen categorie. Dat jaar ging de award naar DJ Jazzy Jeff and the Fresh Prince. In 1991 wonnen ze nogmaals. Onbegrijpelijk genoeg droogden ze toen Public Enemy af, hoewel die groep op dat ogenblik al ettelijke hoofdstukken hiphopgeschiedenis had geschreven.

Zelfs 2Pac stak nooit een beeldje op zak, al werd hij na zijn dood in 1996 wel nog vier keer genomineerd. Eminem oogstte dan weer commercieel en artistiek succes met The Marshall Mathers LP, maar de award voor beste plaat moest hij afstaan aan het oubollige Steely Dan, dat in eenzelfde klap ook Radioheads meesterwerkje Kid A naar de kroon stak.

Onder het mom 'beter laat dan nooit', schakelde het comité dan maar een Lifetime Achievement Award in, als lapmiddel. Chuck Berry, één van de vaders van de rock-'n-roll, won nooit een Grammy maar mocht wel zo'n LAA in ontvangst nemen. Ook Led Zeppelin werd voor 300 miljoen platen bedacht met dit uitgesteld eerherstel. Zonder de Ramones zouden Black Flag, The Dead Kennedys of Bad Religion dan weer nooit bestaan hebben - hún woorden - maar toch kregen de aartsvaders van de punkrock pas krediet in 2011 met een LAA. En toen lagen de belangrijkste leden Joey, Johnny en Dee Dee al een paar jaar onder de zoden.

Zijn de Grammy's dan een populariteitswedstrijd, die enkel de waan van de dag volgt? Ook dat lijkt niet te kloppen. Kid Rock was immers de best verkopende mannelijk artiest van de jaren nul, maar kon geen van vijf nominaties verzilveren. Katy Perry werd er zelfs voor élf genomineerd, maar ging steeds met lege handen naar huis, hoewel ze met Teenage Dream (2010) de eerste artieste was die vijf nummer 1-hits uit eenzelfde plaat kon schudden.

Misschien had Eddie Vedder van Pearl Jam het wel bij het rechte eind tijdens zijn awardspeech in 1996: "Ik heb geen idee wat hier de betekenis van mag zijn... Ik denk niet dat het iéts betekent."

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234