Vrijdag 14/05/2021

buitenland

Grootste plaag in geschiedenis: ziljoenen vuurmieren teisteren Australië

De wereldwijde opmars van de rode vuurmier lijkt niet te stoppen. Beeld thinkstock
De wereldwijde opmars van de rode vuurmier lijkt niet te stoppen.Beeld thinkstock

Australië trekt miljoenen uit om ziljoenen rode vuurmieren te bestrijden, de nieuwste plaag in het land. Want voor je het weet marcheren de mieren door Sydney.

Hoe het begon, weet eigenlijk niemand. Ja, ze zullen zijn meegekomen met een Amerikaans containerschip, ergens begin 2001, vermoeden biologen. Een handjevol mieren misschien nog maar, verstopt tussen de goederen, ergens in een container die in Brisbane aan land werd getakeld. Nog geen twee jaar later waren ze uitgegroeid tot een plaag die de hele deelstaat Queensland had gekoloniseerd. En daar blijft het niet bij, want inmiddels zijn de vuurmieren ook op 50 kilometer van Nieuw-Zuid-Wales gespot. Als de opmars niet snel wordt gestuit, zo waarschuwen experts, dan zullen de vuurmieren binnenkort door Sydney, Melbourne en Perth marcheren.

Een verontrustend vooruitzicht, vindt de milieuorganisatie National Red Imported Fire Ants Eradication Program, die zich sinds 2001 bezighoudt met het bestrijden van de vuurmier. In een deze maand verschenen rapport strooit de organisatie met termen als "een pest van nationale betekenis" en "een stille invasie" van miljarden mieren. De onderzoekers denken dat de vuurmier wel eens de ergste plaag kan worden die het eiland ooit heeft gekend. Erger nog dan konijnen, reuzenpadden en vossen samen. Ze adviseren de overheid dan ook om veel geld vrij te maken voor de strijd tegen de mier: 358 miljoen euro voor de komende tien jaar. Dat is boven op de 309 miljoen euro die tot nu toe is uitgegeven.

Moet Australië inderdaad huiverend toezien hoe de vuurmier het land overneemt of overdrijven de experts een beetje? Entomoloog Bert Vierbergen van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit vindt dit lastig in te schatten. Het bedrag van 358 miljoen euro klinkt hem nogal hoog in de oren, "maar wetenschappers proberen natuurlijk altijd zo veel mogelijk geld los te peuteren". Wel is Vierbergen het eens met de constatering dat de vuurmier een ware plaag is. "Anders dan de rode mier zoals wij die kennen en die netjes in het bos blijft, verspreidt deze mier zich in urbane gebieden. De insecten wandelen door tuinen en woningen en komen daardoor heel dicht bij de mens."

Dat kan behoorlijk irritant zijn. Vierbergen vergelijkt het met wespen die een zomerse picknick verstoren met hun onuitputtelijke pogingen een slokje limonade mee te drinken. "En die wespen zijn er alleen een korte periode van het jaar. Terwijl vuurmieren het hele jaar rondzwermen."

Allergie

Behalve hoogst irritant zijn de insecten ook niet geheel ongevaarlijk. De Australische onderzoekers schatten dat vuurmieren, als ze blijven ronddwalen, jaarlijks drieduizend allergische reacties zullen veroorzaken. Dat kan de dood tot gevolg hebben. In de zuidelijke staten van Noord-Amerika, waar de insecten al sinds de jaren dertig een plaag vormen, zijn tot nu toe tachtig doden gevallen. De mier is bovendien een enorme kostenpost. In de VS wordt jaarlijks 4,5 miljard euro uitgegeven aan medische kosten, bestrijdingskosten en materiaalschade. Dit laatste moet niet worden onderschat: alleen al in Texas veroorzaken de mieren jaarlijks 133 miljoen euro schade door aan kabels van stoplichten te knagen.

De vuurmier is een zogenaamde exoot, een organisme dat zich heeft gevestigd op plekken waar het oorspronkelijk niet vandaan komt. De roots van de vuurmier liggen in Brazilië. Via transportmiddelen als containerschepen en vliegtuigen zijn de insecten verder uitgeweken naar onder meer de Verenigde Staten, Taiwan, China, Nieuw-Zeeland en Australië. Een eigenschap van exoten is dat ze zich makkelijk aanpassen aan nieuwe leefomstandigheden.

Een plaag is al snel een feit. De koningin van een kolonie vuurmieren kan wel achthonderd eieren per dag leggen. Die komen na ruim een week uit, waarna de larven zich binnen negen tot vijftien dagen ontpoppen tot volwassen wezens. De nesten kunnen met 2 meter een indrukwekkende hoogte bereiken.

Australië heeft na de komst van de vuurmier in 2001 meteen werk gemaakt van de bestrijding. Met succes, want in 2005 werd de plaag in de haven van Brisbane uitgeroeid, twee jaar later gebeurde hetzelfde in Gladstone en dit jaar opnieuw in Gladstone en Port Botany. Maar de vuurmier is hardnekkig en blijft opduiken.

"Vuurmieren zullen een enorme klap zijn voor onze economie, ons milieu, ons gezondheidssysteem en onze outdoor-levensstijl", waarschuwt Andrew Cox, directeur van de Invasive Species Council, een organisatie die Australië probeert te beschermen tegen invasieve diersoorten. "Het bestrijden (van de mieren) is in het belang van ons land en nog altijd mogelijk, maar de tijd om te handelen raakt snel op."

Gif

De boodschap is duidelijk: Australië moet in actie schieten, en snel een beetje. Op dit moment investeert het land vooral in een niet al te milieuvriendelijke methode. Namelijk het bestrijden van de mier door de inzet van gif, verpakt in maïskorrels die in sojabonenolie zijn gedoopt. De korrels worden - afhankelijk van de grootte van het gebied - verspreid met handgestuurde machines, terreinwagens, quads of helikopters. Een theelepel gif per vierkante meter is voldoende. De vlijtige werkmieren doen de rest van het werk. Die dragen het gif mee naar het nest, waar het wordt overgedragen van mier tot mier, totdat het de koningin bereikt. Het gif doodt de mieren niet, maar steriliseert de koningin. Hierdoor sterft een kolonie uit.

Australische experts vinden dat er meer gedaan kan worden dan het strooien met gif. Ze verwijzen naar een methode die met succes in de VS wordt ingezet. Daar dienen bochelvliegen (Phoridae) als natuurlijk bestrijdingsmiddel. De Pseudacteon, een van de ruim vierduizend soorten die deze vlieg telt, heeft de gewoonte eieren te leggen in de torso van mieren. De larven die daaruit voortkomen, voeden zich met de spieren, zenuwen en uiteindelijk de hersenen van de mier. Het aangetaste beest kan nog twee weken hersenloos rondstruinen voordat de kop eraf valt.

Hoewel de vuurmier vooral veel overlast veroorzaakt, levert zij ook een positieve bijdrage aan de natuur. "Ze eten schadelijke insecten zoals de bladluis", zegt mierenkenner Vierbergen. "Ook dient de mier als voedsel voor andere dieren."

Bang dat de vuurmier ook in Nederland of België haar entree maakt hoeven we volgens Vierbergen niet te zijn. "De weersomstandigheden zijn hier niet goed genoeg." Verder naar het zuiden is dat anders. "Aangezien vuurmieren zich heel goed kunnen aanpassen aan een nieuwe omgeving, zou het me niet verbazen als ze ooit in Zuid-Europa opduiken."

Nog vier exoten die in Australië zijn uitgegroeid tot plagen

1. Reuzenpad

Ze zijn een begrip in Australië: toadbusters. Ze jagen op cane toads, oftewel reuzenpadden. Er zijn hele televisieprogramma's aan gewijd. De toadbusters helpen slechts een handje bij het bestrijden van de plaag, want de reuzenpad is een taaie. Met zijn giftige klieren weet hij de meeste roofdieren op afstand te houden. Zelfs slangen en krokodillen leggen het loodje na het eten van een reuzenpad, die een lengte van 20 centimeter kan bereiken. De gelevaranenpopulatie is door toedoen van dit giftige hapje zelfs met 90 procent afgenomen. Onderzoekers zoeken al jaren manieren om de paddenplaag in te dammen. Er wordt gewerkt aan een virus dat de reuzenpad doodt. Ook wordt gepoogd de geslachtschromosomen van de padden aan te passen zodat alleen nog mannetjes worden geboren.

2. Konijnen

De Britse boer Thomas Austen zette in 1859 24 hazen en konijnen uit op zijn landgoed in de deelstaat Victoria. Het idee was om de Britse traditie van konijnenjagen naar Australië over te brengen. De konijnen groeiden uit tot een van de meest gevreesde plagen van Australië. Ze vreten hele landbouwvelden kaal en veroorzaken miljarden euro's aan schade. Tussen 1901 en 1907 werd in West-Australië een hekwerk van 3.256 kilometer gebouwd om de opmars van de dieren te stuiten. Tegenwoordig laat de Australische regering virussen los om de populatie te verkleinen. Na verloop van tijd worden konijnen resistent voor het virus en wordt een nieuw virus losgelaten.

3. Kamelen

Halverwege de 19de eeuw werden kamelen in Australië geïntroduceerd als transportmiddel. Door de opkomst van de auto werden kamelen overbodig. In het wild verspreidden ze zich razendsnel. Er lopen er naar schatting een miljoen rond. Ze drinken zoveel water dat er weinig overblijft voor andere diersoorten, zoals kangoeroes. Ook laten ze een spoor van vernieling achter. Boeren schieten geregeld kamelen dood, maar een effectief bestrijdingsmiddel is nog niet gevonden.

4. Rode vossen

De rode vos werd, net als het konijn, in de 19de eeuw naar Australië gebracht voor de jacht. Inmiddels lopen er 6,2 miljoen rond op het eiland. Door vossen en andere katachtigen zijn sinds 1788 11 procent van de 273 inheemse landzoogdieren, zoals de woestijnkangoeroerat, uitgestorven. Het jagen op vossen is legaal in Australië en de populatie wordt in toom gehouden door gif te strooien. Ook worden dingo's (wilde honden) uitgezet om vossen te doden.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234