Zaterdag 31/10/2020

Grootste kanshebbersniet grootste kaskrakers

Cowboys onder filmstudio's met erg veel Oscarnominaties aan de haal

Zondagnacht worden voor de tachtigste keer de Oscars uitgereikt. Net als in 1997 wordt ook nu van The Year of the Independents gesproken. Niet de kaskrakers van de grote studio's zijn met de meeste nominaties aan de haal gegaan, maar wel de kleinere studio's, de cowboys van Hollywood. door Jan Temmerman

Op 24 maart 1997 werd The English Patient van de Engelse regisseur Anthony Minghella met acht Oscars, waaronder die voor beste film en beste regisseur, de grote overwinnaar. Geoffrey Rush werd bekroond als beste acteur voor zijn vertolking in Shine en Frances McDormand als beste actrice voor Fargo, waarvoor de Coenbroers toen ook de Oscar voor het beste scenario wonnen. Het werd dus een ware triomf voor de independents of indies, waarvan de producties gemakshalve door twee basiselementen kunnen worden gedefinieerd: kleinere budgetten en betere kwaliteit.

Behalve The English Patient, Fargo en Shine waren dat jaar ook Jerry Maguire van Cameron Crowe en de Britse film Secrets and Lies van Mike Leigh genomineerd als beste film. Alleen Jerry Maguire, waarvoor Cuba 'Show Me The Money!' Gooding Jr. de Oscar voor de beste bijrol kreeg, kon toen met een dosis goede wil beschouwd worden als het werk van een major. Die film werd toen geproduceerd door TriStar Pictures, een filiaal van de grote Hollywoodstudio Columbia, zelf een onderdeel van het Sonyconcern.

De grote Hollywoodstudio's of majors, met legendarische namen als Paramount, MGM, United Artists, Warner Bros., Fox, Universal en Disney, hadden de les begrepen en het volgende jaar zag men wat toen The Revenge of the Majors werd gedoopt. In 1998 ging Titanic van regisseur James Cameron, een coproductie van Fox en Paramount, met maar liefst elf Oscars op de loop en evenaarde daarmee het historische record van Ben Hur. De acteerprijzen gingen dat jaar naar Jack Nicholson en Helen Hunt voor hun vertolkingen in de romantische hitkomedie As Good As It Gets, opnieuw een productie van TriStar Pictures.

Er zijn dus jaren dat Oscar resoluut voor blockbusters kiest, zoals in 1998 voor Titanic, in 2001 voor Gladiator en in 2004 voor Lord of the Rings: The Return of the King. En jaren dat ze de grootste kaskrakers, zoals Spider-Man 3 uit 2007, niet eens één nominatie gunnen.Bij deze tachtigste editie kan dus opnieuw van het Jaar van de indies gesproken worden, want van de vijf titels die in de running zijn voor de Oscar van beste film werd geen enkele gefinancierd door een grote Hollywoodstudio. Een voorbeeld: een film als Michael Clayton (zeven nominaties) werd in de VS weliswaar gedistribueerd door Warner, maar dat was een zogenaamde pick-up. Met andere woorden, de productie én de financiering gebeurden door enkele kleinere filmbedrijven (zoals Section Eight van Steven Soderbergh) en Warner Bros. betaalde alleen voor de distributierechten.

Alhoewel het onderscheid tussen majors en indies nog steeds fundamenteel is, wordt de scheidingslijn toch dunner. En dat heeft alles te maken met de opmars van de zogenaamde specialty divisions. Elke grote Hollywoodstudio beschikt inmiddels over een eigen filiaal of arthouse film division, waarmee zij minder dure en meer artistieke films kunnen produceren. Vermits er veel minder geld mee gemoeid is, willen en kunnen ze dus ook meer risico's nemen. Die filialen kunnen, als distributeur, ook makkelijker shoppen bij de independents. Dat levert dan, zoals dit jaar opnieuw blijkt, vaak films op die met Oscarnominaties en andere filmprijzen overladen worden.

De Amerikaanse release van de Brits/Franse coproductie Atonement (zeven nominaties) gebeurde door Focus Features, onderdeel van Universal. Enkele jaren geleden was Focus Features, samen met Paramount, ook al betrokken bij de productie van Brokeback Mountain.

De verrassingshit Juno (vier nominaties) werd geproduceerd door Fox Searchlight Pictures, filiaal van Twentieth Century Fox. Ook The Savages (nominatie voor beste actrice en beste scenario) vond een onderkomen bij Fox Searchlight.

De twee topfavorieten van dit jaar, No Country for Old Men en There Will Be Blood, zijn allebei goed voor acht Oscarnominaties. Beide films werden mogelijk gemaakt door een samenwerking tussen Paramount Vantage en Miramax, onderdeel van de Disneystudio. De symbiose tussen major en indie is wellicht nergens zo duidelijk als bij Warner Bros., want daar wordt de specialty division gewoonweg Warner Independent Pictures genoemd. Dat filiaal haalde dit jaar met In the Valley of Elah een nominatie binnen voor Tommy Lee Jones als beste acteur.

Maar behalve door kleinere budgetten en betere kwaliteit worden de meeste indies nog door iets anders gedefinieerd, namelijk lagere box office. Toen de Oscarnominaties van dit jaar bekend raakten, werd meteen ook de rekening gemaakt. Daarbij vielen twee zaken op. Ten eerste: geen enkele film uit de top tien van de Amerikaanse box office van 2007 kreeg een belangrijke Oscarnominatie achter zijn naam, maar wel troostprijzen zoals een nominatie voor beste make-up voor Pirates of the Caribbean: At World's End, voor de beste klankmixage voor Transformers of voor de beste klankmontage voor The Bourne Ultimatum. Ten tweede: de vijf genomineerden voor beste film hadden op dat moment, allemaal samen, niet meer dan zo'n 246 miljoen dollar opgebracht aan de bioscoopkassa. Ter vergelijking: The Lord of the Rings: The Return of the King, de grote Oscarwinnaar van 2004, was alleen al goed voor 377 miljoen dollar.

Het cijfer van 246 miljoen dollar is weliswaar een momentopname, want de vijf genomineerden voor beste film draaien momenteel nog steeds in de Amerikaanse bioscopen, dus de uiteindelijke opbrengst zal uiteraard een stuk hoger zijn. Dat verandert weinig aan de kern van de zaak, namelijk dat het (met uitzondering van de verrassingshit Juno) geen van allen kaskrakers zijn. Een film als No Country for Old Men klokt momenteel af op ongeveer 61 miljoen dollar en is daarmee de meest lucratieve film uit de hele carrière van de Coenbroers. Maar het blijven natuurlijk peanuts in vergelijking met de 336 miljoen dollar van Spider-Man 3, de 322 miljoen dollar van Shrek the Third of de 319 miljoen dollar van Transformers. Kortom, de grote Hollywoodstudio's blijven films produceren die massaal veel geld opbrengen en dus de aandeelhouders tevreden houden. En via hun specialty divisions blijven ze ook betrokken bij films die hen een of meerdere tickets voor de Oscarceremonie kunnen opleveren. Vergelijk het met een fastfoodgigant als McDonald's die, uiteraard onder een andere naam, een aantal gastronomische restaurants zou openen. Of met een persbedrijf dat via zijn populaire krant voor een positieve jaarbalans zorgt, maar met zijn kwaliteitskrant vooral voor het prestige en de prijzen gaat.

Geen enkele van de vijf titels die in de running zijn voor beste film werd gefinancierd door een grote studio

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234