Woensdag 02/12/2020

Grootse duels op de Kleine Bernard

Bergen liegen niet. En ‘tweeduizenders’ verbloemen de waarheid nooit. Dat is de conclusie van een Alpenrit als de Grand Saint-Bernard en de Petit Saint-Bernard waarvan vooraf niet zo heel veel werd verwacht, maar die achteraf topsport op hoog niveau opleverden. Een rit zonder winnaars, maar met veel verliezers. Namelijk al die mannen met maskerade.En natuurlijk Jens Voigt, de oude Duitse krijger die langzaam onder stoom kwam - dat is een beetje typisch voor zijn leeftijd (bijna 38) - maar elke week beter reed en gisteren een sleutelrol speelde in de strategie van zijn ploeg Saxo. Tot hij uitgleed in de afdaling van de Petit Saint-Bernard. Zelfs in de auto was die afdaling geen sinecure. De eerste kilometers naar het dal in Bourg-Saint-Maurice zijn smal, over een verraderlijke, zelfs valse weg met kronkels en vuile zigzagjes, en een wegdek met groeven en oneffenheden en te veel steengruis. En een witte middenstreep, helaas. Toen de nochtans uiterst ervaren Jens Voigt over die streep reed, slipte zijn voorwiel weg. Er werd net tegen maximale snelheid naar beneden gezoefd. Alleen al kijken deed pijn, naar de beelden van de vallende, schuivende, rollende renner. Jens Voigt kwam eerst op zijn schouder neer, dan botste ook zijn hoofd op het korrelige asfalt. Een motorrijder met fotograaf kon hem net ontwijken. De man was verbijsterd: “Ik zag zijn gezicht, wit en vol bloed. Het was vreselijk.”Voigt werd prompt per helikopter naar het ziekenhuis in Grenoble gebracht. Volgens Tourdokter Gerard Porte, die hem vergezelde, verloor de renner een paar minuten lang het bewustzijn. In het ziekenhuis werd hij meteen aan een scanner-onderzoek onderworpen. Bij het ter perse gaan van deze editie was zijn toestand nog altijd erg zorgwekkend. “Het enige wat mij nu bekommert, is de gezondheid van Jens Voigt”, zei een zichtbaar ontdane Saxomanager Bjarne Riis. “Maar hij is nu bij bewustzijn, en hij kan bewegen.”Zonder die val zouden de sportieve aspecten van de rit zeker zijn aandacht getrokken hebben. Want het was zijn Saxoteam dat de tweede Alpenrit redde van een wederom dreigende banaliteit.Vooraf waren er verdeelde verwachtingen over de etappe tussen Martigny, Zwitserland en Bourg-Saint-Maurice, Frankrijk, en tussenin door de vallei van Aosta, Italië. Goed, het parcours had best iets, met de beklimming van de Grand Saint-Bernard (2473 meter, het hoogste punt van de Tour) en de Petit Saint-Bernard (2188 meter), een col van buiten en één van de eerste categorie. Maar de stijgingspercentages die het roadboek van de Tour toonden, waren niet vreselijk dramatisch. Lange beklimmingen, maar hele stroken van ‘maar’ vijf procent, of minder. Zo leek het tenminste.En dan was er nog de foute plaats van de ‘Bernard-rit’ in het Tourschema. Enige uitleg: weliswaar ging het om de eerste rit na de rustdag - in theorie zijn de renners dan weer wat frisser - maar tegelijk was het ook de eerste van vier cruciale dagen. Want na de doortocht over de ‘Bernards’, gisteren dus, staat vandaag de extreem lastige rit naar Le Grand Bornand op het programma. Een rit met vijf cols, met vlak na de start de hoge Cormet de Roselend en onderweg de onbekende maar wegens zijn stroken van 12 procent onbeschoft steile Col de Romme. Morgen donderdag is er dan de cruciale lange tijdrit van veertig kilometer rond het meer van Annecy. En na een overgangsrit door de Provence, maar één col van tweede categorie, is er zaterdag dan de veelbesproken finale naar de Ventoux. Met andere woorden: als er bij de favorieten nog extra poeier te verschieten was, dan was de kans eerder klein dat ze gisteren al hun “grand cartouche” (dixit wijlen Jacques Anquetil) zouden afschieten.Van dat scenario gingen de meeste ploegen uit. En dus werd er al vanop de Grand Bernard aangevallen. Door renners wiens namen al eerder in de Tour een eervolle vermelding kregen. Zoals Mikel Astarloza, ook al in de aanval in de Pyreneeën en in de eerste Alpenrit naar Verbier. Daar was ook Silence-Lottoman Jürgen Van den Broeck mee. Van den Broeck, die ook (heel even) iets had geprobeerd op de eerste Pyreneeënklim naar Arcalis. Sandy Casar was er ook weer bij, net zoals Jens Voigt, Nicolas Vogondy, Pierrick Fédrigo of Franco Pellizotti.

QuickStep-‘kopman’ Devolder

Bekende namen die zich in deze Tour al vaker in de kijker reden, en dat is geen verrassing. De rit over de Grote en ‘Kleine’ Bernard - ondergetekende krijgt dat woord bijna niet getikt zonder aanhalingstekens, daar onze Kleine een dikke tweeduizender is, een pak hoger dan Alpe-d’Huez, Mont Ventoux, Glandon of Aubisque - is namelijk lastig, en dus het terrein voor sterke renners in een puike conditie. Tweeduizenders liegen niet. Men kan zich dus de vraag stellen naar de onzin van QuickStep-‘kopman’ (ook hier dringen aanhalingstekens zich op) Stijn Devolder, die in slechte conditie en met overgewicht in Monaco aan de Tour begon, maar alle kritiek wegwuifde “dat hij er in de derde week wel zou staan”. Welja, Devolder hield woord. Op de Bernards stond hij er. Te voet, zo ongeveer. Hij kwam aan de streep helemaal achterin de allerlaatste bus, niet die van de niet-, maar van de nooit-klimmers. Het groepje van Mark Cavendish, Mark Renshaw en andere dikbillen, op 27 minuten 36. Alleen Kenny Van Hummel deed slechter, maar die Skill-sprinter toont tijdens deze Tour zo’n doorzettingsvermogen dat hij nu al een nationale bekendheid is in Nederland, een halve hype. Elke bergrit moet hij als eerste lossen en ligt hij vele minuten achter. Maar telkens vecht hij tegen zijn eigen logge lijf, bijt hij door - zelfs door de cols - en komt hij (nipt) op tijd binnen. In de algemene rangschikking ligt Kenny Van Hummel nu al, een goede week voor het einde, meer dan drie kwartier (!) achter op voorlaatste Yauheni Hutarovich. Maar die jongens toonden zich in andere ritten. In Saint-Fargeau was Hutarovich derde, en in Issoudun was Van Hummel zevende in de massasprint. Devolder raakte amper in de top vijftig van een rit.Soit. De vluchters reden flink en hard vooruit, onderhielden hun tempo, en beklommen met overgave de Grote en Kleine Bernard, om zich vervolgens met doodsverachting naar beneden te storten. Jürgen Van den Broeck excelleerde. Maar een finale van een bergetappe in de Tour rijden is niet alleen voor mannen met sterke benen - die heeft Van den Broeck - maar ook met stalen zenuwen en een helder oordeel. En dat laatste ontbrak de man van Silence-Lotto. Toen Mikel Astarloza ging, dacht hij dat de Fransman Amaël Moinard hem zouden halen. Maar de Italiaanse bollentrui Pellizotti had zich speciaal in het Belgische wiel gezet (“omdat jij de beste man van de koers was”, zei hij achteraf), en bijna al de anderen waren Fransen uit concurrerende ploegen, of Nicolas Roche, de zoon van Stephen, en die rijdt ook bij een Franse ploeg. En Astarloza toonde deze Tour bij herhaling dat hij in grote vorm verkeert. Bovendien is hij een gepatenteerd hardrijder. En dus won Astarloza.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234