Zaterdag 19/09/2020

Groot kampioen in wording, genekt door de Groote Oorlog

Goovaerts had te veel soldatensoep gedronken, Spiessens had geen tuben meer en Vandevelde reed op een oud wijveken. Dedju. Alleen Polydore Deman kende de receptuur voor winst in de eerste Ronde: den boel in brokken vaneen rijden. Requiem voor een renner, een spion, een gewone mens met een gouden tand.

Veeg was zijn lijf. Veeg. 'Verouderd', zegt Van Dale over dat woord. Maar het klopt. Wie Pol Deman op 25 mei 1913 aan de start van de Ronde van Vlaanderen zag staan, zag een iel ventje met een lage stem. Ze noemden hem 'de bas'. Er hing niet veel vlees aan zijn benen. Zijn lijf zag er niet sterker uit dan een zak sprokkelhout. Maar godverdomme, ge moest er voor opletten.

Want Koarle had het treffend verwoord in Sportwereld: "'t Zijn meest van allen oud-stratekoersers, die hun herte gaan ophalen op de stenen en indien ik Pol Deman als vermoedelijke overwinnaar geef, dan is't alleenlijk omdat de kleine Reckhemnaar uiterst slim is en in den eindsprint zijnen voet nevens de besten mag zetten." En zeggen dat Van Wijnendale er niks van moest weten. Deman wilde hem niet als manager. Deman reed liever op plavuizen dan op de piste. En Deman, godbetert, die voelde zich meer Belg dan Vlaming. En dat paste niet in het kraam van de organisator.

Eén vriend had hij in het peloton: Joseph - Jef - Van Daele, een buurman. Mannen uit een streek aan de skreve, daar bij Menen. Dagelijks zwaaide meneer pastoor er met de kwispel, orerend, voor het godvrezende volk, dat koersen geen job is. Vader Jean en moeder Philomène spuugden in de kwispedoor, en ze vloekten, waarna ze een kruisteken maakten. Ze vloekten omdat hij niet luisterde. Henri, Florent, Pierre, Arthur, Robert, Etienne en Marie Urbaine, die luisterden wel. Pol niet. Die moest per se koersen. Philomène tapte bier in hun huis annex café L'Espérance, en vader Jean dronk zich een ongeluk. Wie koerst er nu? In tijden van klerezooi en teringherrie. Maar neen, meneer wil coureur worden.

Vers bord broccoli

Pol won de Etoile Caroloregienne en de Ronde van België voor amateurs. Hij werd derde in Luik-Bastenaken-Luik. En meneer pastoor zweeg. Dat koersen, dat leverde veel meer op dan bier en worsten. In 1909 won Pol 2 moto's en 31 fietsen. En een bundel bankbiljetten, dat ook. De Ronde van België leverde het gezin Deman 6.000 frank op. Op de Ronde van Vlaanderen stond in 1913 een prijs van 500 frank. En pas op, goed nieuws voor de Belgen, want de Fransen deden niet mee aan die nieuwe wedstrijd van Van Wijnendale. Geen Petit Breton. Geen Passerieu, Geen Leturgie.

Maar dus wel Deman, die zoals het schema voorschreef om 6u15 vertrok op de Gentse Rooigemlaan. Met hem ook 36 andere Belgen. Wegebbend in het zwart van de ochtend. Met hier en daar een koplamp. Coureurs als nachtvlinders, geverfd in de kleuren van Automoto Pirelli, van La Française Diamant, van Alcyon en Celer-Pirelli. Een bende Vlamingen die een belachelijk zware tocht diende af te leggen. Op slechte wegen vol putten. Die werden gevuld met grint en bitumen. Of met niks. In die tijd was er geen pommade om de holbrand te blussen. Dokkeren en daveren, van strot tot staart.

Het parcours? Van Wijnendale trok gewoon pijlen, van stad naar stad. Als was het een kindertekening. Lokeren, Sint-Niklaas, Aalst, Oudenaarde, Kortrijk, Menen, via Ieper over Veurne, Oostende om uiteindelijk via Torhout, Roeselare en Brugge op de piste in Mariakerke te eindigen. Zoals Herman Chevrolet schrijft in De Muur: "Het gebied beschreven door Rodenbach, Verriest, Streuvels, Verschaeve en pater Callewaert." Gewoon stoempen, en maken dat ge niet uit elkaar valt.

Onderweg voltrok zich de wet van de natuurlijke selectie. Sportwereld noteerde. Méchan kreveerde twee keer. Doms had een te groote steke, Pier Vandevelde reed op een wijveken, Spiessens had geen tuben meer, Van Lerberghe had een onherstelbaar machienongeval, Goovaerts had te veel soldatensoep gedronken. En Deman, die voelde zich op vijftig kilometer van de meet vitaler dan een vers bord broccoli.

Pol en Jef reden op het eind van de wedstrijd het gat dicht op de kopgroep. Met z'n zessen reden ze het houten ovaal in Mariakerke op. En nat hout, dat glijdt. Een eerder gebrekkige stuurmanskunst, samen met de ondragelijke vermoeidheid deed een paar mannen vallen. Op en over elkaar. De weg lag open voor Pol. Want Jef ging niet meer sprinten, de premies waren al verdeeld. Polydore Deman reed na 12 uur, 3 minuten en 10 seconden als winnaar over de streep. 324 kilometer, aan een gemiddelde snelheid van 26,880 km/u. De ontvoogding van het Vlaamse volk was de betrachting van Van Wijnendale.

Maar de Ronde van Vlaanderen werd de ontvoogding van een West-Fluut die amper Nederlands sprak. Zijn taal was het franskiljons van aan de skreve. Een koeterwaals dat Van Wijnendale niet kon aanhoren. Sportwereld, daags nadien: "Pol Deman is een dier rijders bij wien 't koersen eenen stiel is geworden en die met kalme berusting de lasten van dien stiel draagt. Werkingen en inspanningen zijn berekend en belegd, berust op mate en rede en hierdoor onderscheidde hij zich van de meededingers, daarom is hij bij de beste rijders, op papier althans."

Philomène sloeg het vat aan. En vader Jean dronk zich een stuk in zijn kraag, dit keer van contentement. Het zou één van de laatste strapatsen van zoonlief betekenen. Pol Deman is een wat ondergesneeuwde figuur in de geschiedschrijving der wielrennerij. Hij won de Ronde, dat wel. En later zelfs Bordeaux-Parijs, Parijs-Roubaix en Parijs-Tours. Hij had iets met Parijs, Pol, want hij werd ooit 13de in de Ronde van Frankrijk. Hij werd daarin ook eerste bij de 'onverzorgden', het aparte klassement voor mannen die zelf hun banden moesten vervangen, zonder hulp van de organisatie. Maar het uitbreken van de Groote Oorlog was het einde van zijn carrière.

In de Eerste Wereldoorlog was Pol spion voor de geallieerden. Hij verstopte spionageberichten in zijn gouden tand en reed die per fiets de Nederlandse grens over. Zonder te demarreren. Aan het einde van de oorlog, in 1918, werd zijn vijftiende etappe hem fataal. Gesnapt door den Duits. Pol Deman werd in de gevangenis van Leuven gegooid, turfde de dagen op de muur en vreesde die vervloekte 18 november 1918. De eerste winnaar van De Ronde van Vlaanderen werd ter dood veroordeeld. Na het koerspeloton, het vuurpeloton.

Schoon en sierlijk

Maar alla, Deman werd gered door de oprukkende geallieerden. Die braken de ban in Leuven en lichtten Deman uit zijn kooi. Maar de rampspoed bleef aanhouden voor Polydore. Door zijn gebrekkige Nederlands twijfelden de Engelsen. Was Deman geen Duitser? Waarom zat hij in de dodencel? Wederom werd Polydore bedreigd met de executie. Maar wederom kon hij ontsnappen. Een brief uit Brussel overtuigde de Britten. En Deman, die kreeg later een speld op de revers geprikt, voor zijn spionagewerk. Een medaillon van het Franse Croix de Guerre.

Weinig coureurs van voor de oorlog hadden nadien nog de moed en kracht om te koersen. De knoken van Deman hingen met lijm aan elkaar. Hij won dus nog wel koersen, maar zonder de oorlog bekleedde Pol Deman een ongetwijfeld veel belangrijkere rol in de canon van de vaderlandse sportgeschiedenis. In Het Rijke Vlaamsche Wielerleven schrijft Van Wijnendaele: "Een der schoonste en sierlijkste athleten die we ooit hebben gekend. Maar spijtig genoeg blijven hangen tusschen worden en zijn. Onderwege gebleven op den berg van kunde, roem en fortuin."

Pol trok zich later terug in Outrijve, in de buurt van geboorteplek Rekkem, kocht bloemen voor zijn vrouw Jeanne en ging weven bij textielbedrijf Gratry in Moen. In hun eerste huis was de schandpaal van Outrijve verwerkt. Maar populair, dat bleef Deman. Ook aan de getouwen. "Wielerclub de Paul De Mansvrienden", blonk niet uit in spitsvondigheid. Maar het deed Pol wel deugd.

Zijn bestaan zal altijd wel baden in mist en mysterie. Veel is er niet geweten over Pol. Dat hij kanker kreeg, pancreaskanker, en er aan bezweek, op 31 juli 1961. Er is dat vreemde verhaal dat bij zijn overlijden een container vertrok naar Amerika. Met daarin al zijn spullen. Een container bestemd voor een onbekende vrouw ergens in de USA. Of het klopt, weet niemand.

Een fietsfabriek, dat is er wel. Het is een van de tastbare bewijzen die hij achterliet.

Dat er niet veel meer is geweten van Polydore, ach ja. Dat maakt het tegelijk ook mooi. Hij is voor altijd de eerste winnaar. Morgen passeert het profpeloton in Rekkem, als eerbetoon aan Pol. Die ligt wat verderop. Zijn graf is geen magneet voor wielerliefhebbers. Niet zoals dat van VDB, waar een wiel is gemaakt in de zerk. Bij Pol is het gewoon. Maar Van Wijnendaele ten spijt. Deman kon zijn voet nevens de besten zetten.

Dag Pol.

Met dank aan Marc Pyncket van de heemkring Rekkem-Menen, die een boek schreef over het leven van Pol Deman.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234