Woensdag 08/12/2021

Grondbeginselen der Quickofobie

We hebben het feest van de Onnozele Kinderen toch al even achter de kiezen, dacht ik, maar desondanks is de doorluchtige excellentie die zich zichzelf weleens als 'Quickie' wil omschrijven de afgelopen weken nog flink blijven doorvieren, als ik mijn vrienden van de geschreven en meer auditief en visueel getinte media tenminste mag geloven.

Tijdens de eerste helft van deze mooie maand maart was de malle minister werkelijk met geen bazooka uit het mediazwerk te branden. Dat deed hij aan de hand van een niet aflatende reeks 'ideeën' - of noem ze voor mijn part 'idettes' - die in werkelijkheid niets meer waren dan een stoet van halfdoorbakken vondsten en verzinsels die elkaar in hoog tempo opvolgden en elkaar al even snel weer voor de voeten gingen lopen om uiteindelijk roemloos te gaan struikelen op het veld van de vergetelheid.

De ene keer zag je Quick (helemaal verweesd, zo zonder Flupke!) voor het Antwerpse Sportpaleis staan ter gelegenheid van de eenmalige doorkomst van het Australische kamermuziekensemble AC/DC. Lichtjes opgewonden stond hij daar te zaniken dat er nog véél onrechtvaardigheid bestaat in de vermaledijde wereld van het concertwezen en de daarbij horende ticketverkoop.

Ik ben er zeker van dat het hem in mondaine metropolen als Poperinge en Bavikhove enige positief getinte stembusgang zal opleveren maar mij lijkt het voorliggende probleem niet écht een prioriteit te zijn in deze barre tijden.

De dag daarna moest ik de ministerman en zijn vervelende, eeuwige studentenhoofd alweer verdragen - in de hemel, op de aarde en op alle plaatsen - omdat hij de ochtend daarvoor, wellicht tijdens het flossen, bedacht had dat de burger in het vervolg zijn of haar restaurantbezoek alleen nog zou kunnen afrekenen bij middel van een plastic betaalkaart.

Daarmee zette hij niet alleen wettige of traditionele betaalmiddelen als harde cash, ruilhandel en een rondje afwassen in de zeik, maar hij bezondigde zich tegelijk ook aan het soort ergerlijke bemoeizucht welke de liberale familie zo graag verwijt aan andersdenkenden.

Misschien moet agent Van Kwikkegem gewoon op zijn elan voortgaan en ook maar eens definitief regelen wát we voortaan 's middags of 's avonds precies moeten eten. Graag vernamen we tegelijk ook of daar een karafje rood dan wel een karafje wit bij hoort.

Puur voor de aardigheid ben ik eens naar de webstek van onze minister van Openbare Oprispingen gesurft - ja, ook in de Westhoek hebben ze nu internet - en daar worden we algauw helemaal ingewijd in de grondbeginselen van de zogenaamde 'Quickonomie'.

Ik verneem er eveneens dat onze Held van de Week in een persbericht of twee waarschuwt voor allerlei soorten roekeloze kredietverlening én er de arme dompers onder ons nog absoluut wil op wijzen dat geld lenen ook geld kan kosten.

Vervolgens wordt Vadertje Staat nog aangemaand om binnengekomen facturen vanaf nu wat minder lang te laten slingeren voor ze betaald worden. Begrijpelijk: voor een keer dat de modale betongieter eens iets in het wit doet, moet je hem er ook niet nodeloos voor plagen.

Of hoe een open deur intrappen, ook als men daar post factum een communiqué over verspreidt, niets anders blijft dan een open deur intrappen.

Maar ik ga u niet langer vervelen met mijn acute aanval van quickofobie en vaar met u van Quickieland naar een veel geraffineerdere politiek geladen hoofdstedelijke plek.

Ik heb het over de kleine Brusselse buurt tussen de Congreskolom en het Madouplein die van haar eigen Onze Lieve Vrouw Ter Sneeuw heet, ook al weten maar weinigen dat en herinnert zich wellicht niemand nog waarom dat zo is. Het is een wonderlijk stuk hoofdstad na zes uur 's avonds, wanneer het van alle pendelvee gezuiverd is.

Ik wilde er in de late jaren vijftig weleens komen omdat mijn moeder er, zo rond de helft van de maand, met graagte het majestatische Postchequegebouw bezocht om er een groene assignatie te verzilveren met daarop het financiële residu dat ze mocht overhouden van mijn vaders vele 'overuren'.

Nu hoort het gebouw de verkozenen van ons volk toe. Ze lezen en schrijven en studeren er. En ze denken er hopelijk af en toe een beetje na. Wellicht doen ze er ergens ook wel eens pipi en kaka.

Maar wat vooral goed is, is dat je er tegenwoordig voor werkelijk geen geld af en toe een fraaie tentoonstelling van één onzer talrijke boeiende kunstenaars kunt bezoeken in die fraaie Lokettenzaal van het Vlaams Parlement.

Dezer dagen is het de beurt aan Roger Raveel, een jonge god van bijna 90 die aan de zijde van zijn al even eeuwige Zulma sinds mensenheugenis en helemaal op zichzelf een hele kunststrekking uitbaat.

Verwondering uit bewondering is wat mij overkomt als ik de soms vertrouwde, soms helemaal ongeziene maar wel altijd goedgekozen werken bekijk die deze kleine maar fijne tentoonstelling bevolken.

Touchant zijn vooral de enkele replica's die de oudere Roger van het werk van de jongere Raveel gemaakt heeft. In verf gevangen weemoed naar toen de wereld nog simpel was of leek.

Eenvoud en humor, het zijn kwaliteiten die me zowel in het leven als in de kunst ten zeerste mogen behagen.

Daarom ook: roll over, Quickie, and tell Tchaikovsky the news.

Misschien moet Van Kwikkegem ook maar eens regelen wat we 's middags of 's avonds precies moeten eten

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234