Maandag 25/10/2021

Groeten uit Overbodigem

Uit de luidsprekers van mijn bescheiden stereo-installatie komt de oude dode zwarte zanger Louis Jordan (1908-1975) gekropen die met zijn gebruikelijke brio de prachtsong ‘If You’re So Smart, How Come You Ain’t Rich?’ brengt .

Net zoals bij andere luisterbeurten denk ik ook deze keer dat die song over mij gaat, al kan dat misschien vooral een onomstotelijk bewijs zijn van bij mij vroeg ingetreden ouderdomswaanzin, vermits ik er mezelf er eerder op de week ook al op betrapte dat ik in een hoek van de keuken tegen mijn boterhammen zat te spreken.

Ik heb er mijn dokter over geconsulteerd, maar die zegt dat ik me pas echt zorgen moet beginnen maken wanneer die boterhammen ook gaan antwoorden op mijn vragen.

Mijn advocaat zegt dan weer dat het hoog tijd is om eens een paar moorden te plegen.

Verder gaat het goed met mij al voel ik me vandaag vooral een ereburger van de wellicht onbestaande landelijke gemeente Overbodigem en neem ik aan dat zoiets ook te maken heeft met een chronische aanval van de voorjaarsblues, een toestand die bij mij traditioneel opduikt op de dag waarop de laatste restjes najaarsblues uit mijn lijf weg getrokken zijn.

Nu, Louis Jordan helpt altijd. Hij is dan ook een man naar mijn hart. Altijd strak in het pak en geheel opgetrokken uit natuurlijk ritme. En nooit vies van een grap. Zo telde zijn kwintet altijd tenminste twaalf leden en was zijn muziek zo dansbaar dat er in zijn tijd over gezegd werd dat ‘If You Can’t Dance To This, You Got No Business Havin’ Feet’.

Wat me dan weer onvermijdelijk doet denken aan die andere ongeleide zwartoïde genaamd Wouter Van Bellingen, plaatselijk politicus uit het zeer plaatselijke Sint-Niklaas, en nu op zoek naar nationale roem door de astrale danspiste van vtm te beklimmen en laat op de avond bij wijze van geinige wedstrijd ook nog wat bh’s los te haken in het cultuurmagazine M!lf op 2 BE.

Zo ligt de weg nu wijd open voor Van Bellingen om eindelijk de ultieme ‘uitdaging’ aan te gaan die alle onnozele bekende Vlamingen tegenwoordig toch één keer in hun boeiende leven op hun cv moeten kunnen schrijven “om mijn kinderen en/of kleinkinderen plezier te doen”. Ik heb het over het inspreken van een Vlaamse versie van een of andere buitenlandse tekenfilm genre Wickie de Viking , een irritante kleine Noorman waarvan ik in stilte hoop dat hij zich binnenkort door middel van een onhandige beweging snel de eigen hersens zal inslaan.

Misschien kan hij dan en passant en met één goed geplaatste mep ook die rechtop wandelende gifkikker van een Olivier Maingain naar de eeuwige jachtvelden jagen. Want ook al zal u me zelden in een fluwelen korte broek gehuld met een leeuwenvlag zien vendelzwaaien, toch denk ik dat ik al lang genoeg in een meertalig stadsgebied woon om te weten dat onversneden haat en fundamentele kwade wil niet de juiste ingrediënten zijn om de burgers bij elkaar te brengen.

En in dat verband wil ik graag de loftrompet steken van de bewonderenswaardige reeks reportages die op zaterdag al eens in deze krant opsteekt en waar Rudi Rotthier als een ware ontdekkingsreiziger en stadsantropoloog door de straten van Sint-Jans-Molenbeek en Sint-Joost-ten-Node trekt. Steeds met een luisterend oor en een open vizier. Hij komt er merkwaardige mensen tegen die u en ik wellicht gewoon voorbijlopen, hij praat met hen en hoort dan warempel dat ze ook iets te zeggen hebben. Sommigen verbergen zich achter godsdienstwaanzin, anderen achter angst. Maar hun bekentenissen zorgen er bijvoorbeeld wel voor dat, wanneer ik een Marrokaanse vrouw door mijn straat zie fietsen, ik nu besef dat die dame per definitie wel iets van een heldin heeft.

De serie van Rotthier sterkt me ook in de idee dat dichtbij-journalistiek boeiende kopij kan opleveren. Dat in scherp contrast tot het nieuwe type reisjournalistiek dat mijn vrienden van Humo uitgevonden hebben en dat er in bestaat makkelijk toegankelijke interviewees, omzeggens van bij de redacteur om de hoek, zo ver mogelijk van huis te gaan ondervragen, liefst in een Parijse brasserie of op hun Zuid-Afrikaanse datsja. Waar dan vastgesteld kan worden dat Jan Wauters een oude knorpot aan het worden is en Tom Lanoye zoetjesaan doodgeïnterviewd is door Humo.

Nee, doe mij dan maar Louis Jordan. Terwijl ik dit schrijf, zingt hij in een belendende kamer zijn oerhit ‘Caldonia’, dwars tegen zijn orkest in. In een vlaag van verliefdheid heeft hij vijftig jaar geleden de auteursrechten van dat nummer aan een liefje geschonken , de verukkelijke Fleecie Moore, met als gevolg dat zij rijk gestorven is en hij arm.

Niet écht smart dus, die Louis, en ook al niet rich.

Mijn soort van kerel, ik zei het al. Moest hij niet dood zijn, dan ging ik hem nu interviewen in een Zuid-Afrikaanse brasserie in Arkansas.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234