Zaterdag 15/08/2020

Groeten uit het vriesvak

In 'de warmste week van het jaar' trok onze reporter naar Jakoetsk, de allerkoudste stad op aarde. Overleven bij min 30 doe je zo

Moskou, even voor middernacht. Een vliegtuig van Aeroflot maakt zacht brommend aanstalten om op te stijgen, op mijn schouder ligt een Jakoet. Niks tegen Jakoeten, maar in het licht van wat nog komen moet, is deze situatie bepaald niet aangenaam te noemen. Dadelijk zetten we koers naar 's mans heimat, de autonome republiek Jakoetië, nog net iets oostelijker dan Oost-Siberië, the Russian Far East.

"Een vlucht van zeven uur", zo meldt ons een Aeroflot-hostess. Het zijn zeven uur waarin we een zeer on-Europese afstand zullen overbruggen. Tussen hoofdstad Moskou en Jakoetsk liggen, in vogelvlucht, ongeveer 7.500 goeddeels onbewoonde kilometers. Je kunt de stad ook bereiken met de auto, maar dan is het nog eens 1.500 kilometer meer, over een weg die nauwelijks berijdbaar is, bovendien.

Terwijl de Jakoet op mijn schouder al in dromenland is gearriveerd, sla ik zo geruisloos mogelijk mijn exemplaar van The Moscow Times open. Behalve uitvoerige berichtgeving over de deal tussen de Oekraïense president Viktor Janoekovitsj en Vladimir Poetin staat er in de krant ook een bijna paginagrote kaart van het onmetelijke land waarover we de komende uren zullen vliegen.

Het is een weerkaart, met daarop een voorspelling van de temperaturen voor morgen in de verschillende grote Russische steden. Moskou: -2, voorspelt The Moscow Times. In Kazan wordt het volgens dezelfde bron straks -7. In Novosibirsk: -11. Jekaterinburg: -19. Omsk: -21.

En dan is er nog onze eindbestemming Jakoetsk: -28.

In het vliegtuig, dat inmiddels al even in de lucht hangt, hetzelfde vliegtuig trouwens waarin de Jakoet zijn hoofd definitief op mijn schouder te rusten heeft gelegd, zijn net een paar honderd heteluchtblazers hun ding beginnen te doen. Het voelt alsof je onder een batterij haardrogers zit. Het temperatuurverschil met de eindbestemming van onze reis moet, ruw geschat, een graadje of 70 zijn.

Zeven uur later, de verlossende landing. Eindelijk wat frisse buitenlucht. Achter ons ligt de kleine maar kraaknette luchthaven van Jakoetsk. Voor ons een zicht op de rokende, diepgevroren buitenwijken van de stad.

Vijf minuten blijft het hier nagenoeg stil, vijf minuten die volstaan om het snot in onze neusgaten te doen bevriezen. Dan komt de bus, een ouderwets maar buitengewoon snoezig stuk openbaar vervoer dat binnenin een unieke microkosmos herbergt. Vrouwen in enorme bontjassen en mannen met imposante berenmutsen zitten er op plastic, met een soort badstof overtrokken stoeltjes. Voor de ramen hangen gordijntjes. Het plafond is versierd met paarse en zilverkleurige slingers, op het dashboard staat een sparretje met flikkerende kerstverlichting.

Neen, de kerstkitsch kent geen grenzen, laat staan een visumplicht. Al zijn blijkbaar toch niet alle vormen van kerstkitsch voorbij de grenzen van Oost-Siberië geraakt. We stappen uit het busje aan het Leninplein, pal in het hart van Jakoetsk. Voor het eerst in weken zien we nog eens een groot plein waarop geen kerstchalets zijn neergepoot.

De sfeer is er niet minder levendig om. Bijna dertig graden onder nul, maar aan de speeltuigen hangen hele trossen joelende kindertjes. Een snijdende wind blaast door de brede, stalinistische lanen, maar laat dat voor de doorsnee-Jakoet geen reden zijn om binnen te blijven.

Wat minder centraal, op een goede kilometer van het Leninplein, is er de dagelijkse markt. Dik ingeduffelde marktkramers prijzen er met veel lawaai hun waar aan: een opmerkelijk gevarieerde keuze aan diepgevroren vlees en vis. Hier, op deze even levendige als bizarre plek, begint het mysterie Jakoetsk zich te ontsluieren.

Zes maanden lang liggen de temperaturen in deze stad ver onder het nulpunt. In de wintermaanden december, januari en februari schommelt de gemiddelde temperatuur hier tussen de 30 en 40 graden onder nul, uitschieters tot onder de min vijftig zijn geen uitzondering.

Dat lijkt allemaal onleefbaar, en toch hebben de Jakoeten hun winter in het hart gesloten. Het barre winterseizoen heeft ook zo zijn voordelen. Zonder deze extreme winter was er bijvoorbeeld niet deze vlees- en vismarkt, een hoorn des overvloeds die begint te verschralen als het april wordt en het kwik hier al eens boven nul wil komen. Vanaf dan zouden het vlees en de vis beginnen te bederven, en is het dus afgelopen met de dagelijkse vlees- en vismarkt.

De Jakoeten weten, net als de Russen trouwens, een goed stuk vlees te waarderen. Maar minstens zo veel houden ze van vis. Als de avond gevallen is, gaan we op zoek naar een restaurant dat de plaatselijke specialiteiten serveert. Tygyn Darkhan is zo'n restaurant. Als we de laatste van drie deuren hebben geopend, worden we begroet door een man in een uniform met onmiskenbaar Sovjet-design. Hij neemt onze jassen aan en geeft ons een groene zak waar we onze mutsen en handschoenen in deponeren. Nog eens een deur verder arriveren we in de eetzaal. We bestellen er een groot glas bier en een goed gevuld bord rauwe vis. Het is vis die nog half bevroren is. Zo hebben de Jakoeten het graag. Kwestie van die extreme koude ook nog eens in je mond te kunnen ervaren, allicht.

In Jakoetsk wonen ongeveer 270.000 mensen, dat zijn er meer dan in een stad als Gent. Zo'n cijfer roept vragen op. Vragen als daar zijn: waarom wonen er een paar honderdduizend mensen op een plek die bijna uitsluitend te bereiken is per vliegtuig, en waar de stenen zes maanden lang soms ook letterlijk uit de grond vriezen?

Een deel van het antwoord is te vinden in de donkerste hoofdstukken uit de Russische geschiedenis. Het idee om op onherbergzame plekken als deze grote en middelgrote steden te gaan bouwen, vond zijn oorsprong in de hoofden van de Sovjet-leiders.

Ze lieten hun oog vallen op, onder meer, Magadan, Chabarovsk en Komsomolsk, steden in het Verre Oosten die net als Jakoetsk hun inwoneraantal minstens vertienvoudigd zagen tijdens het Sovjet-tijdperk.

Het verhaal is bekend. Deze vermenigvuldiging was niet altijd een gevolg van de vrije wil. Onder het bewind van Jozef Stalin (1929-1953) werden naar schatting 18 miljoen Sovjet-burgers naar kampen in Siberië en het nog verdere oosten verbannen.

Het waren deze dwangarbeiders die het barre, voorheen haast onbewoonde land transformeerden tot een gebied met een (zeer beperkt) wegennet en (wat minder beperkte) industrie. Een land dat, kortom, min of meer bewoonbaar mocht heten.

Maar of het daarom ook leefbaar is? Niet volgens Fiona Hill en Clifford Gaddy, de auteurs van het boek Siberian Curse. Volgens deze auteurs is het Verre Oosten van Rusland simpelweg veel te koud voor menselijke bewoning.

Het feit dat er vandaag nog zo veel mensen wonen, zou de Russische overheid handenvol geld kosten. Daarom, zo stellen Hill en Gaddy, zou die overheid het wonen in Siberië en het Verre Oosten beter ontmoedigen, en de bewoning van het veel mildere Europese Rusland moeten aanmoedigen. Behalve de Russische staatskas zou dat ook de bewoners ten goede komen. Wie wil er immers in zo'n extreem koude, afgelegen en door de Sovjets geconcipieerde stad wonen?

De demografische evolutie van steden als Magadan en Chabarovsk lijkt het gelijk van Hill en Gaddy te willen bewijzen. Sinds Gorbatsjov midden jaren tachtig meer democratie en openheid propageerde, liepen de bevolkingsaantallen er stelselmatig terug, waardoor ze natuurlijk pas echt onleefbaar werden.

Maar er is ook een stad die aan deze logica ontsnapt. Met een gemiddelde jaartemperatuur van circa min tien is Jakoetsk met ruime voorsprong de koudste stad van dit onherbergzame gebied. Gelegen in het midden van een haast oneindige toendra is Jakoetsk ook nog eens met voorsprong de meest afgelegen stad.

Toch blijft het bevolkingsaantal er gestaag groeien. Waarom? Er is wellicht meer dan één reden te verzinnen. Omdat er in Jakoetsk en omgeving een zeer belangrijke diamantindustrie is. Omdat er hier goud in de bodem zit. Omdat er een universiteit is.

Maar ongetwijfeld ook omdat deze stad erin geslaagd is om van haar grootste nadeel een troef te maken. Vraag de Jakoet of hij zijn stuk bevroren grond zou willen ruilen voor een stuk veel mildere Moskovitische grond, en hij zal schudden van njet. "Nee", zo antwoordde desgevraagd ook Angelika Popova, 37, en gedurende een halve dag onze gids door haar stad. "Moskovieten zijn me te nerveus. Ze zijn me te onbeleefd en te bot. En ik zou niet zonder onze strenge winter kunnen. Onze winter, die zou ik nog wel het meest missen."

Wil je deze winterliefde echt doorgronden, dan moet je naar de Lena, de rivier die deze stad aanvloeit zoals de Schelde de stad Antwerpen. Omaatje Lena, zoals ze hier zeggen, is met haar 4.400 kilometer een van de langste rivieren van de wereld. De rivier is de levensader van deze stad, een rol die ze het meest overtuigend vertolkt tijdens de lange, barre winter.

Eind november, uiterlijk begin december wordt het ijs op deze rivier zo dik dat je er zelfs met een zware vrachtwagen over kunt rijden. Vanaf dan functioneert de Lena als een autoweg, en moet bederfbare waar niet langer per vliegtuig naar Jakoetsk worden aangevoerd. Meteen wordt het leven in de stad een stuk goedkoper, meteen is de stad ook voor minstens een half jaar uit haar zomerse isolement bevrijd.

Eind van november is doorgaans ook het begin van het seizoen voor de ijsvissers van Jakoetsk. Vanaf dan verlaten veel families hun flatje in stad om een weekendje door te brengen in een tent op de rivier.

De familie van Volodja en Jelena, bijvoorbeeld. Wij ontmoeten het stel vrijdagochtend, rond de vier gaten die ze in het ijs hebben geboord. Terwijl Jelena de ene vis na de andere uit het water hengelt, vertelt ze dat dit ogenblik, een uur of elf en dus net na zonsopgang, het beste tijdstip is voor de vangst.

Volodja probeert ons nog het een en ander te verduidelijken, maar de poging mislukt. Voor de zesde keer al schudt hij ons nét iets steviger dan noodzakelijk de hand. "Uit België", mijmert hij. "Ach België. Ik was een jaar of tien geleden in Engeland." Volodja kijkt erbij alsof dat land een rottende vis is. Doe hem maar Jakoetië. Al zijn de winters ook hier niet meer wat ze ooit geweest zijn. "Min 25, vandaag", zegt hij. "Niet normaal. Midden december moet het hier minstens veertig graden vriezen."

Wij rijden over de Lena, terug naar de stad. Onderweg vertelt onze gids Angelika Popova over de opwarming van de aarde, en hoe die ook en misschien wel vooral de koudste stad ter wereld bedreigt. Huizen en flatgebouwen staan in Jakoetsk op betonnen palen, minstens acht meter diep in de permafrost. Maar die permafrost verliest door de opwarming van het klimaat meer en meer van zijn stevigheid. Gevolg is dat hier jaarlijks enkele huizen instorten.

Aan de rand van de Lena wijst Angelika ons de plek waar straks, eind deze maand, het ijssculpturenfestival van Jakoetsk van start gaat. "Het festival had al begin december van start moeten gaan. Maar het ijs was nog niet dik genoeg."

Bij afwezigheid van het ijssculpturenfestival wil Angelika ons een andere toeristische attractie tonen, het Permafrost Kingdom. De attractie ligt een vijftal kilometer buiten de stad, het geeft ons tijd voor een wat persoonlijker gesprek. Angelika vertelt dat ze geboren is in Mirny, een stadje met 40.000 inwoners "in de buurt van Jakoetsk". Om iets preciezer te zijn: een duizendtal kilometer oftewel twee dagreizen richting westen.

Gevraagd naar haar jeugdjaren in de Sovjet-Unie herinnert Angelika zich in de eerste plaats de schaarste. "Al had ik het geluk dat mijn tante bij een supermarkt werkte. Heel af en toe bracht ze iets extra's voor ons mee."

En de befaamde Siberische strafkampen? Kent ze die geschiedenis? "Ik ken de verhalen uit De Goelag Archipel van Aleksandr Solzjenitsyn. Verboden literatuur? Het stond op de literatuurlijst van onze school." Angelika spreekt niet makkelijk over dit soort onderwerpen. Ze vindt het naar eigen zeggen moeilijk om te spreken over het communisme in het algemeen. "Ik denk dat de meeste Russen het vandaag beter hebben. Maar ik weet ook dat niet iedereen hier negatief denkt over het Sovjet-verleden."

Angelika doet het verhaal van haar vader. "Hij was een worstelaar. In Jakoetië is worstelen dé nationale sport. In 1976 was hij geselecteerd voor de Olympische Spelen van Montréal. Hij won er een zilveren medaille. Dankzij die medaille had hij een aparte, geprivilegieerde status. Hij is nog altijd een nationale held. Iedereen hier kent mijn pa."

We rijden voorbij een van de twee grote sportcomplexen van Jakoetsk. Angelika wijst naar de ingang, waar een monument staat ter ere van de lokale sporthelden. "De man links is mijn vader, Aleksandr Ivanov." Ze zegt het achteloos, alsof het helemaal niks te betekenen heeft. Het Permafrost Kingdom, dat is wat wij hier echt moeten zien.

Angelika leeft helemaal op als ze ons door de met ijssculpturen versierde gangen mag leiden. We volgen gedwee, met frisse tegenzin die gaandeweg plaats maakt voor verbazing. In het Permafrost Kingdom is nogal wat te zien. Bezienswaardigheden uit de hele wereld zijn hier nagebouwd in ijs, met als onmiskenbaar en ietwat bizar hoogtepunt Picasso's Guernica, op ware grootte.

Jakoetsk heeft Picasso's Guernica, integraal nagebouwd in ijs. Jakoetsk heeft een grote sportheld, en een machtige, bevroren rivier. Jakoetsk heeft diamant en goud. Jakoetsk heeft buitengewoon vriendelijke bewoners, en een plein waar de oude Lenin nog altijd op zijn sokkel staat. Maar heeft deze innemende stad ook een nachtleven die naam waardig? Het antwoord luidt: zeer zeker. Tijdens onze laatste avond in deze stad ontmoeten we Jevgeni, de zoon van een Russische truckchauffeur, wodka drinkend in de bar van ons hotel. We worden uitgenodigd om er een op zijn kosten te drinken. Of we misschien een wodkaatje van de streek moeten proberen? "Oh no", zegt Jevgeni verschrikt. "Not Yakut wodka. Yakut wodka is shit drink."

Drie Russische wodka's later legt Jevgeni zijn hart op tafel. Het komt er allemaal in één geut uit. "I don't like communism, I don't like Putin. I like freedom. I like people. I like Germany. I like music. Elton John is the best."

Jevgeni toont ons de weg naar de Europe Club, blijkbaar de place to be in Jakoetsk. Terwijl wij er al snel wegzinken in een roes van wodka, trekt Jevgeni de gashendel pas helemaal open. Extreme kerel, deze Jevgeni. Maar wel warm. Zoals, op een bepaalde manier, ook het wonderbaarlijke Jakoetsk.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234