Vrijdag 03/12/2021

Groene wissel op de toekomst

Het politieke leven van groene politici valt uiteen in twee delen: dat voor en dat na 18 mei 2003, de dag dat de kiezer de jonge beleidspartij ongenadig uit het federaal parlement stemde. Rudi Daems besliste na die zwartste dag uit de groene geschiedenis dat het tijd werd om zijn verantwoordelijkheid te nemen. Een jaar later zit hij als Antwerps lijsttrekker in het Vlaams Parlement. 'Ik ben van nature onzeker, maar ook een ongelooflijke keikop.'

Liesbeth Van Impe

Achttien mei 2003. Na vier jaar in de federale regering-Verhofstadt I wacht Agalev in spanning de verkiezingsresultaten af. In 1999 ging de partij nog op een wolk naar de verkiezingen: de dioxinekippen maakten haar thema van voedselveiligheid tot hot item in de campagne en de groenen telden hun winst uit. Regeringsdeelname was een feit.

Op het einde van de rit wordt groen de zondebok van paars-groen. De partij verwacht niet zonder kleerscheuren uit de stembusslag te komen, maar als de eerste resultaten binnenrollen, wordt het wel heel stil. Agalev duikt onder de kiesdrempel, verdwijnt uit het federaal parlement en weet nauwelijks hoe het op Vlaams niveau verder moet. Rudi Daems, dan adjunct-kabinetschef van Vlaams minister Vera Dua, zit die 18de mei thuis en ziet op tv hoe het groene licht uitgaat.

"Ik ben die dag niet meer buitengekomen. Er was afgesproken dat we voor een partijvergadering naar Brussel zouden komen, maar ik kon het niet aan. Ik kon de anderen niet in de ogen kijken. En intussen zit je je daar af te vragen of we echt zo verkeerd bezig waren, lokaal, regionaal, federaal. De partij ging door een onvoorstelbare identiteitscrisis, je begint overal fouten te zoeken.

"Ik heb ook voor mezelf de analyse gemaakt en kwam bij een combinatie van factoren uit. Ja, we zijn bij momenten hard aangepakt door VLD en SP.A, maar we reageerden daar te verkrampt op. De fameuze betoging van 11 mei (waar Dua voor 'groene hoer' uitgemaakt werd, LVI) was geen gerichte actie van VLD en SP.A tegen ons. Jaak Gabriels (VLD) liep mee, maar iemand als Dirk Van Mechelen (VLD) liet intern verstaan dat hij zich daar rot bij voelde. Het was niet nodig om krampachtig in de tegenaanval te gaan.

"We hebben zelf ook fouten gemaakt, we wilden 'lopen voor we konden gaan'. In 1999 zijn er heel groene regeerakkoorden afgesloten en we wilden die eerste jaren alles realiseren waar we al zolang voor ijverden. Het kon niet snel en verregaand genoeg zijn. We grepen steeds vaker terug naar die regeerakkoorden om de dingen te forceren, maar de andere partijen en de maatschappij volgden niet meer. Op een paar uitzonderingen na hebben de coalitiepartners de akkoorden loyaal uitgevoerd, zij het soms schoorvoetend. Maar we waren te gretig. Het beeld van de groenen met hun eeuwig en altijd opgestoken vingertje bleef hangen bij de mensen.

"Vaak was dat beeld overdreven. Neem de reglementering over vuurtjes stoken in de tuin. Dat mocht al jaren niet meer. We hadden de dioxine-uitstoot drastisch verminderd bij de non-ferroindustrie, bij de verbrandingsovens, noem maar op. Bleef over: de particulieren die plastic in hun tuin opstookten. Via een campagne wilden we onder de aandacht brengen hoe ongezond dat is, maar het item werd gigantisch opgeblazen. En als de perceptie tegenzit, heb je een probleem. We hebben daar in het laatste jaar in de Vlaamse regering en zeker in de campagne meer rekening mee gehouden."

"Persoonlijk vond ik dat we in 1999 nog niet helemaal klaar waren voor regeringsdeelname. Vanaf het midden van de jaren negentig zijn we door een belangrijke herstructurering gegaan, we werden professioneler. Onder leiding van Jos Geysels en Luc Lemiengre (toenmalig politiek en partijsecretaris, LVI) werd de partij klaargestoomd voor beleidsdeelname. Nationaal waren we ook klaar, maar lokaal nog niet helemaal. In vele gemeenten zaten we nog in de oppositie, er heerste een oppositiecultuur. Daar hebben we het lastig mee gehad, niet iedereen kon zomaar de knop omdraaien. Maar het succes in 1999 was zo spectaculair, dat we niet meer aan de kant konden blijven staan.

"Achteraf gezien is dat, ondanks de afstraffing van 18 mei 2003, de goede keuze gebleken. Op een aantal terreinen hebben we de bakens verzet. De uitstap uit de kernenergie is een feit, het stadsbos van Vera is een begrip geworden, in de zorg hebben we wachtlijsten ingevoerd en grotendeels weggewerkt. De nieuwe regering durft het nu niet eens aan om kwantitatieve doelstellingen naar voren te schuiven, ondanks hun kritiek tijdens de campagne. Voor het eerst zijn we er in 2003 in geslaagd om economische groei los te koppelen van afvalproductie. Er is een, weliswaar kleine, knik in de curve en dat is baanbrekend.

"Onze verdienste zit voor een stuk in een nieuwe politieke cultuur. Het is nog niet zo zuiver als we zouden willen en ik ga de opendebatcultuur hier niet als voorbeeld geven. Maar tussen de kabinetten kon er op een no-nonsensemanier met elkaar gepraat worden. Het pure machtsdenken van de partijen werd doorbroken. Ook de relatie met de administratie is grondig veranderd. Vroeger zat het kabinet hoog in de toren, de ambtenaren kwamen daar niet. Het was voor hen soms een stijlbreuk dat wij hen uitnodigden en bij het beleid betrokken. Ik hoop dat die cultuur voortgezet wordt.

"Nu liggen de kaarten helemaal anders. Beleidsdeelname was na 13 juni geen optie. Als je een jaar daarvoor serieuze meppen krijgt, waarvan je nog altijd niet goed bent en je wel politiek overleeft, maar toch met een gehalveerde fractie, dan moet je niet te hoog van de toren blazen. Enige bescheidenheid is op zijn plaats en nu is het voor ons een tijd om te herbronnen en te verbreden. We moeten mensen aanspreken die open staan voor ons verhaal, maar het nog onvoldoende kennen. Kleine, groene ondernemers, jongeren, bewuste consumenten...

"Was paars-groen nog mogelijk geweest, dan hadden we het misschien nog overwogen. We hadden dan het beleid kunnen voortzetten, kunnen vertrouwen op de samenwerking in het verleden. Maar een coalitie met CD&V-N-VA was een totaal ander verhaal. Daar moest je van nul beginnen en dat met een partij als N-VA, die wel heel ver van ons af staat. Er was een algemeen gevoel dat onze taak in de oppositie lag. We waren er ook tijdens de campagne niet mee bezig. In 1999 waren we al maanden voor de verkiezingen bezig met scenario's 'voor het geval dat...'. Op een enkeling na was niemand daar nu mee bezig. Overleven, het behoud van een groene stem in het parlement, daar ging het om."

"Ik kom niet uit een politieke familie. Mijn vader is wel een overtuigd ACV-syndicalist en van hem heb ik vooral de koppigheid geërfd. Maar mijn ouders hebben zich in het verleden zeker zorgen gemaakt over het pad dat ik koos. Het begon eigenlijk in het jezuïetencollege van Diest, met een paar geëngageerde leerkrachten en aangrijpende gebeurtenissen zoals de moord op Romero in El Salvador. Later evolueerde ik naar de vredesbeweging, in volle antirakettentijd. Zeker toen ik een tijd in de gevangenis zat (Daems werd door een Amerikaanse CIA-infiltrant onterecht beschuldigd van een wapenroof op de militaire basis van Florennes, LVI), dachten mijn ouders dat het helemaal fout ging. Intussen zijn ze gerustgesteld en steunen ze de campagne heel actief.

"De milieubeweging is daar snel bijgekomen, met de problematiek van zware metalen in de Kempen en Tessenderlo Chemie. De politiek was toen wel nog veraf. Ik studeerde politieke en sociale wetenschappen, omdat ik iets in de media wilde gaan doen. Na mijn studies begon het toch te kriebelen, al stond ik sceptisch tegenover het politieke bedrijf dat te eenzijdig dacht en veel basisbewegingen probeerde te recupereren. Na twee jaar getwijfel raakte ik eruit dat ik mijn engagement het best politiek kon vertalen. In 1987, de tijd van mijn burgerdienst, heb ik de stap naar Agalev gezet.

"De keuze voor de groenen was een vanzelfsprekendheid. Het waren in die tijd de enigen, op een socialist als Jef Sleeckx na, die kwamen waar ik ook was. Een figuur als Paul Staes fascineerde me, iemand die zonder er doekjes om te winden, zei waar het op stond. De manier waarop hij tegen de afvalmaffia ten strijde trok, sprak me wel aan. De kater achteraf was enorm: dat zo iemand om zijn eigen hachje te redden, gaat shoppen bij andere partijen (Staes ging van de CVP over de NCD van Johan Van Hecke naar de VLD, LVI).

"Op een van mijn eerste bijeenkomsten zat de nog piepjonge Jos Geysels. Hij was voor mij misschien iets te intellectualistisch, maar toch een baken. Dat opboksen tegen gevestigde situaties, ongeacht wie er voor hem stond. En ook zuiverheid speelde mee: Agalev was niet verzuild, niet verstrengeld met de macht, niet verkocht aan belangenorganisaties of bedrijven.

"Zelf op het voorplan gaan staan, speelde toen totaal niet. Mensen als Jos en Vera waren zo sterk, daar kon je niet zomaar naast gaan staan. Ik wilde wel voor hen werken, zorgen dat ze het nog beter deden. Ik ben toen milieukunde gaan bij studeren. Ik weet graag waarover ik praat.

"In 1990 ben ik halftijds voor de partij gaan werken, als politiek coördinator van de regionale en provinciale werking. Ik kreeg de kans om met parlementairen de boer op te gaan, dossiers voor te bereiden. Eigenlijk een logische voortzetting van wat ik daarvoor in mijn vrije tijd deed. Dan werd dat voltijds werk, op de studiedienst en later bij de ondersteuning van lokale raadsleden. In 1999 ben ik adviseur van Vera Dua geworden en later adjunct-kabinetschef.

"Het idee om zelf een mandaat op te nemen is er pas op 18 mei gekomen. Ik heb gesolliciteerd voor het lijsttrekkerschap in Antwerpen. Niet omdat ik zo zeker van mezelf ben, want ik ben eerder onzeker van aard. Maar voldoende mensen hadden me gezegd dat ik er klaar voor was en tot mijn verrassing werd mijn kandidatuur aanvaard. Echt bang was ik niet voor het resultaat, we zouden wel zien. Voor debatten was ik wel zenuwachtig, bang dat ik zou verknallen wat we zorgvuldig opgebouwd hadden. Ik vreesde er ook voor dat we het maar heel nipt zouden halen, met twee of drie verkozenen, zodat we als minigroepje in het Vlaams Parlement zouden terechtkomen. De opluchting op 13 juni was heel groot."

"We gaan met zijn zessen constructief oppositie voeren. Het regeerakkoord verdient op veel vlakken het voordeel van de twijfel. Op papier zegt de regering dat ze veel dingen wil voortzetten. Maar we zullen waakzaam moeten zijn. Ruimtelijke Ordening en Mobiliteit zien er niet goed uit. Het zint me evenmin dat het deel 'vereenvoudiging van de milieuwetgeving' onder Economie valt. Wij hebben op de noodzaak daarvan gehamerd, maar wie vereenvoudiging als versoepeling wil verkopen, zal van ons horen.

"Ik denk wel dat we onze stem zullen kunnen laten horen. Leterme heeft duidelijk gemaakt dat we de ruimte zullen krijgen om ons ei te leggen. Nu moeten we ons terrein verbreden. We moeten onszelf niets wijsmaken, op de sympathie van 13 juni kunnen we geen tien jaar drijven. Maar Groen! staat voldoende sterk om het op eigen kracht te proberen. Op bepaalde punten kunnen we samenwerking met SP.A-Spirit of zelfs met andere partijen zoeken, maar het verleden heeft ons geleerd dat dat niet altijd kan. Het Doel-dossier bijvoorbeeld was een grote kater. In die zin sta ik sceptisch tegenover samenwerking per definitie, tegen het kartelidee. Maar we koesteren geen rancune tegen Stevaert, dat is in de pers zwaar overroepen.

"Waar ik wel enorm mee worstel, is ons antwoord op extreem-rechts. Geen vezel in mijn lijf overweegt om met het Vlaams Blok samen te werken, maar ik wil begrijpen waar ze voor staan. Ik ga naar hen luisteren, maar ik denk dat ik veel tegenstellingen in hun verhaal zal horen. In Doel stonden ze op de barricaden, ons verwijten te maken, terwijl in dezelfde partij de grootste havenlobbyisten zitten. Ik raak er niet uit hoe we daarop moeten antwoorden.

"Ik doe aan politiek om dat te realiseren waarover ik al vijftien jaar leuter. Dat geeft een ongelooflijk gevoel. Je steekt er veel in en je loopt ontgoochelingen op, maar als je vertrouwen krijgt van je partijgenoten en dingen gedaan krijgt, dan kijk je niet op een uurtje langer werken.

"Mijn doelstelling voor de volgende vijf jaar? Zorgen dat meer en meer mensen, binnen en buiten de politiek, vaststellen dat zorg voor het milieu geen bedreiging is, maar een kans en een uitdaging."

Maandag in het laatste deel: Hendrik Bogaert (CD&V)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234