Donderdag 23/01/2020

Grimeurs Appie Gorter en Els van Lierde

Appie Gorter: 'Ik knoop mijn pruiken nog steeds zelf. Ze zijn op maat gemaakt, naar het hoofd van die bepaalde acteur. Elk haartje is door mijn vingers gegaan. Ik vind het belangrijk dat men mijn vak begrijpt'Els van Lierde: 'Chris Van den Durpel paste die pruik van Spiessens en zette een heel vrouwelijk vlinderbrilletje op zijn neus. Hij veranderde zijn stem, begon te slissen, ik maakte een paar tanden zwart en ineens stond hij daar: Kamiel'

'Het is een roeping'

Marijke Libert

Foto Stephan Vanfleteren

Appie Gorter is grimeur en stylist, maar zijn grote liefde heet 'haar', hoofdhaar. Hij is de man achter de gefriseerde haardos van Frankie Loosveld en de pannenkoekpruik van Alain Vandam. Stel je bij Appie niet het genre fashion-nicht voor uit De heren maken de man. Appie heeft meer iets van Henk Wijngaard in diens betere truckersjaren of van de buitenwipper voor Club 69. Toch verkennen Appies vingers kruinen en pruiken en is alles wat op de hoofden van de acteurs uit Het Eiland of In de Gloria staat door hem bedacht en gemaakt.

Els Van Lierde is de grimeuse van Chris Van den Durpel en dus van Dokter Lecompte, Kamiel Spiessens, Jimmy B, Schampers, Dana Winner, La Esterella, redder Berten, bokser Firmin Crets, Sabine Tiels, Johan Verminnen, Herman Brusselmans, Snelle Eddy, Prins Laurent, Ben Crabbé, Jan Hoet, Ingeborg, Gerty Christoffels, Ronny King, Filip Mars, Sylvain van Genechten... et j'en passe. Els meet Chris valse neuzen, hele gebitten en halve voorhoofden aan, maar ook de meest opmerkelijke kapsels.

Els en Appie zijn binnen hun vakgebied vermaard. Appie, een Fries, en Els, een Brusselse, werkten nooit echt samen maar uiteraard kennen ze elkaar. Een eerste ontmoeting was er jaren geleden in de coulissen van de 'H' van Humo. Appie bouwde er toen Frank Focketyn om tot Liliane uit 'Den Draad', dé cultsketch uit In de Gloria. Els werkte die avond aan alweer een gedaante van Chris. "Appie is een echt fenomeen", zegt Els bewonderend. Appie kaatst terug. "Hoe jij al elf jaar wonderen verricht. Echt waar, hoedje af." Hoog tijd om te onderbreken met een vraag.

Mensen zijn al eens geneigd te denken dat grimeurs en haarspecialisten op vijfjarige leeftijd maar één centraal object in hun leven hadden, of beter... twee: een verkleedkoffer en een schminkdoos. Klopt dat?

Appie Gorter: "Bij mij niet. Het centrale ding in mijn leven was een ziekenhuisbed. Ik tuimelde op een heel vreemde manier in mijn vak. Ik was als kind een ontzettende belhamel. Ik klom in de hoogste bomen. De hoogste kerk was er eentje voor mij. Tot ik tijdens een van mijn beklimmingen door een dak heen viel. Ik was veertien jaar oud. Beneden bleek dat mijn heup kapot was. Om die toch op de een af andere manier in orde te krijgen moest ik drie jaar in het ziekenhuis verblijven. Stil liggen. Vandaar."

Hoezo, vandaar? Hebt u er aan de lopende band verpleegsters gerestyled?

Appie: "(lacht luid) Toch niet. Aangezien ik zo lang in die houding lag, werd ik bezig gehouden, met handenarbeid. Ik heb me daar een serie rieten mandjes liggen maken, jonge jonge. Na de rieten mandjes kwam de fase 'tegeltjes op hout plakken', daarna bijzettafels maken. Toen ben ik gaan borduren. Bah. Kruissteekjes maken. Vond ik niets aan. Tot ik het smyrna-knopen ontdekte. Lach niet, het was énig om te doen. Ik heb voor elke verpleegster een kussen gemaakt. Ik had voorrechten, hoefde niet steeds op zaal te liggen, werd af en toe naar de hall gerold. Ik zag er veel mensen langs lopen, veel typetjes zo u wilt. Ik ging ze observeren. Maar ik had vooral weer een vorm van menselijk contact. En intussen knoopte ik kussens. Op een dag kwam er een man langs die me zei: 'Wat doe je dat handig, jij moet pruikenmaker worden.' Die man is me blijven opzoeken en later ben ik bij hem aan het werk gegaan. Eerst in zijn kapsalon, later on the road. Hij was dé grimeur van het Friese amateurtoneel, dus ben ik met hem heel Friesland afgereisd. Ik heb in alle bovenzaaltjes van die boerengehuchten staan schminken."

Els was wel een beetje het meisje met de opmaakdoos?

Els Van Lierde: "Als kind was ik inderdaad nogal met schmink in de weer, met borstels en kammen en dus ook met haar. Het is niet zo'n straf verhaal als bij Appie. Feit is wel dat ik snel doorhad dat ik mensen wou restylen en schminken. Ik studeerde schoonheidsverzorging, een belangrijke basis voor het werk wat wij doen. Vooral dat vak grime trok me aan. Ik ontdekte hoe je mensen kon veranderen, op het toneel bijvoorbeeld. Hoe je ze een ander elan kon geven door hun gezichten aan te zetten maar ook door grotere ingrepen door te voeren. Na mijn studies kwam ik bij de toenmalige BRT terecht. Ik maakte mensen op voor ze de tv-studio betraden. Op een dag mocht ik van een collega het programma De Drie Wijzen overnemen. Chris van den Durpel debuteerde daar met dokter Lecompte. Dat typetje was dus al geconcipieerd, ik heb het overgenomen. We gingen met andere types experimenteren. Het klikte enorm goed met Chris en kijk, we werken nog steeds samen. Ik volgde hem toen hij naar VT4 vertrok. Intussen verander ik hem al elf jaar in allerlei figuren, zoveel dat ik de tel ben kwijtgeraakt."

Appie: "Heel belangrijk is dat, die goede band, waarover Els spreekt. Als ik regisseur Jan Eelen van Het eiland en In de Gloria, niet had aangevoeld, was het niet gelukt. Ook met de acteurs heb je best een fijn contact. Ze moeten pruiken opzetten, uitproberen, zich inleven. Je moet dus naar elkaar luisteren. Dat haar is ook iets heel persoonlijks voor mij. Ik knoop mijn pruiken nog steeds zelf. Ze zijn op maat gemaakt, naar het hoofd van die bepaalde acteur. Elk haartje is door mijn vingers gegaan. Ik vind het belangrijk dat men mijn vak begrijpt."

Els: "Pruiken maken betekent geduld oefenen, uren en uren diezelfde knopen leggen. Ik begrijp niet hoe je dat volhoudt, Appie."

Appie: "Ik vind het heerlijk. Ik móét dan niets. Ik kom na een hectische week thuis, in mijn hokkie in Friesland. Deur dicht, de muziek gaat uit, de wereld is weg. Alleen ikzelf, het haar en de knopen zijn dan belangrijk. Ik kan het makkelijk acht uur na elkaar volhouden. Je weet niet in wat voor een oase je terechtkomt."

Jullie werken met écht mensenhaar?

Els: "Niet altijd. Ik durf al eens kunsthaar te gebruiken omdat echt haar bijzonder duur is."

Appie: "Bij mij is het altijd puur Europees haar. Het haar komt van mensen die hun haar verkopen aan tussenpersonen. Er bestaat een echte haarbusiness. Koploper daarin is Duitsland. Ik vind het eerlijk gezegd een beetje een rare industrie. Vooral ook door het land waaruit het komt. Ik heb ooit gehoord dat er na de oorlog nog een tijdlang joods haar werd verkocht. Ik weet niet of het klopt, maar je mag er toch niet aan denken! Nu, hoe dan ook, het klopt dat haar duur is. Het kost momenteel zo'n 2.000 euro per kilo. Grijs haar kost het meest - 4.000 euro voor een kilo natuurlijk grijs. Je kunt je dus voorstellen dat ik precieus omga met die pruiken."

Hoe maken jullie die personages?

Appie: "Ik bespreek het met Jan Eelen, hij beschrijft me de lijn van het verhaal, hoe de personages zijn. Daarna zet ik een bak vol pruiken voor hem neer en gaan we ze samen uitkiezen. Ineens zegt Eelen dan 'dit is 'm'. De pruik moet echter ook nog goed aansluiten met kruin, voorhoofd en nek van de acteur. Ik moet dus afhankelijk van de acteur technisch een paar aanpassingen doen of de pruik hermaken."

Els: "Bij ons gaat het zo: Chris heeft een idee voor een nieuw personage. We bestuderen dat en stellen een type samen. Het gebeurt allemaal heel organisch."

Het resultaat is soms ontluisterend. Ik vernam dat u, Appie, zich ongelooflijk schaamde over de pruik van Liliane uit, u weet wel: 'Het zit zo, ons Liliane heeft den draad... ze peinst dus fictief dat er een koord uit haar gat komt.'

Appie: "(schudt het hoofd) Zwijg! Een vreselijk verhaal is dat. Het schaamrood heeft meerdere keren mijn wangen gekleurd tijdens de opnamen van In de gloria. Wat ik daar soms aan lelijke dingen moest maken. Veel lol gehad, dat wel, maar het was er soms echt enorm over. 'De Draad' bracht me aan de rand van wat ik professioneel kon toelaten. Ik herinner me die zondagochtend bij Woestijnvis nog alsof het gisteren was. Jan Eelen vertelde me dat ze iets zouden doen met Frank Focketyn en Tom Van Dijck. Frank zou een vrouw worden en Tom een iets oudere man. Tom kreeg een mooi grijs pruikje en snorretje. Meteen perfect. Maar hoe moest dat met Frank? Het was hopeloos. We hebben dertig pruiken geprobeerd. Alles werd afgekeurd door mijnheer Eelen. Ik was uitgeput, stak de armen in de lucht, gaf me over. Jan begon te graaien in mijn kisten en diepte er iets op waarvan je niet meer kon zien dat het een pruik geweest was. Een klein zwart gevalletje. Hij zei: dit is 'm. Ik antwoordde: dan haal je mijn naam maar meteen van de aftiteling. Het ging om een haarlapje dat uitgediend was, waarmee kinderen gespeeld hadden, dat verknipt en geverfd was, kortom waardeloos voor mij. Maar Jan was in de wolken. De hele dag heb ik me geërgerd tijdens de opnamen. Goed dacht ik, het zijn drie minuten uitzendtijd, dat vergeten we weer snel. Uitgerekend dat filmpje kreeg een cultstatus. Verrek!"

Els: "Plezant toch? Ik heb dat ook meegemaakt en zelfs meer dan één keer. Je maakt iets waarvan je, denkend vanuit jouw vak, weet dat het niet kan. Maar nadien wordt het een hit. Heel dubbel is dat. Het overkwam me met Kamiel Spiessens. Chris had een figuur bedacht met stemmetje en een vaag beeld. Het zou een oud mannetje worden dat 'iets met de natuur deed'. Het idee was gerijpt, maar het type moest fysiek nog geboren worden. We werkten toen nog bij de VRT. We zochten en zochten en uiteindelijk vonden we tussen de rekwisieten een volledig uitgediende pruik die enkel nog goed was voor de vuilnisbak. Ook ik viel, toen ik later de opnamen zag, bijna om van schaamte."

Het beste zijn de afvalpruiken, als ik het goed begrijp?

Els: "Dat is het nu ook weer niet. Feit is dat je ineens een flits hebt. Zo van: 'Aha.' Chris paste toen die pruik van Spiessens en zette een heel vrouwelijk vlinderbrilletje op zijn neus. Hij veranderde zijn stem, begon te slissen, ik maakte een paar tanden zwart en ineens stond hij daar. Kamiel. Mooi maar tegelijk soms vreemd."

En jullie typetjes hebben zo'n succes. De mensen gaan ze imiteren: het Gents van Firmin Crets, de gilletjes van Jimmy B. en Alain Vandam, het 'Surprise me' van Bucky Laplasse. Hebben jullie 'lievelingen'?

Els: "O ja! Mijn absolute lieveling is Jimmy B. Niet alleen leuk om op te maken, ook om mee te maken. Overal waar Jimmy komt is het feest. Heel vermoeiende gast trouwens, die Jimmy."

Appie: "Ik heb Frankie heel graag gedaan. Fantastisch was verder de hele periode van In de Gloria. En Tom Van Dijck is een dankbaar iemand om mee te werken. Hij is kinderlijk verrukt als hij een pruik mag opzetten. Hij heeft echt een pruikenhoofd. Niet elke acteur leent zich daartoe. Neem Lucas Van den Eynde. Tjonge, is me dat een moeilijk hoofd!"

Uitgerekend hij kreeg dan nog zo'n haarmat in de nek geschoven, hoe bent u dáár op gekomen?

Appie: "Bucky heeft niet echt een pruik. We hebben Lucas' echte haar bewerkt en er in zijn nek een haarstukje bij gezet. Weer die mijnheer Eelen (lacht). Moest heel Amerikaans zijn, zei hij. Jan had boeken van bij de kapper mee genomen en hij koos er een foto uit. Dat werd dus Lucas. Op zich was ik daar best gelukkig mee. Zo moest ik niet met het hoofd van Lucas werken. Hij heeft een buitenmaat. Bijna nog eens zo groot als dat van Wim (Opbrouck, ML). Om je een idee te geven. Wim heeft maat 57 en Lucas maat 60."

Zegt me op zich weinig, maar dit betekent dat jullie zoals bij kleding ook over 'maten' spreken.

Els: "Uiteraard, en dat wordt heel keurig berekend. Een pruikenmaat is iets anders dan een hoedenmaat. Voor de pruikenmaat moet je naar de haargrens en de haarinplanting kijken. Niet altijd simpel."

Appie: "Dat is mede een van de redenen waarom de ene acteur er zich beter toe leent om er typetjes van te maken dan de andere."

Jo De Meyere vertelde me ooit: 'Ik heb geen hoofd, voor elke rol die ik speel moet men mij een hoofd maken.' Bij Jan Decleir ligt het nog anders. Die heeft zo'n karakteristieke kop. Wellicht verdraagt die geen pruik. Of?

Appie: "Ik heb hem voor Ten Oorlog toch een pruik opgezet, een hele mooie zelfs, met blond lang haar. Paste hem zeer goed. Maar het blijft natuurlijk moeilijk omdat Jan zo zichzelf is. Je kunt een ander personage van hem maken, maar men zal altijd zeggen 'wat is die Jan Decleir weer goed'. Hij is die persoon met dat grote talent, herkenbaar, door die mooie taal, die manier van praten, die berusting. Anders dan pakweg een Frank Focketyn die je iemand anders kunt laten spelen, zoals bijvoorbeeld een zure ouwe pruim. Hij kan heel ver in die andere persoon kruipen, leent zich enorm tot typetjes."

Hoe beschouwen jullie dat: iemand vermommen. Maak je dan een nieuw soort persoon of verander je iemand?

Appie: "Ik haal bepaalde symptomen uit het gezicht van de acteur en maak met die bepaalde trekken een nieuw type. Het is geen vermomming, want dat zou betekenen dat je de oorspronkelijke mens helemaal weggomt. Dat wil ik niet. Ik zet de mens met zijn specifieke eigenschappen extra in de verf. Ik heb het om die reden ook niet zo begrepen op kunstneuzen en zo. Te onecht."

Els: "Ik moet wel, omdat ik veel met diezelfde persoon werk. De bokser Firmin Crets moet een grote neus hebben, Chris zelf heeft zo'n fijn en elegant neusje, daar kun je op zich niets mee doen. Wat ik de laatste tijd wel vaststel is dat je heel veel kunt verwezenlijken met subtiele dingen, met schaduw maken, ogen bijzetten, iets kleins uitvergroten. Ik werk inderdaad steeds met hetzelfde hoofd dat op zich weinig verandert. Toch slagen we er telkens weer in, vind ik, om andere accenten te leggen en dat hoeft niet steeds via grote ingrepen. Neem, de redder aan de kust, Berten. Ineens moest dat personage gemaakt worden en rap. Het was snel gebeurd. Haarstukje, bril, subtiel bijwerken van het gezicht en hup. Toch is die figuur weer iets anders dan de rest."

Hebt u al meegemaakt dat acteurs moeilijk loskomen van types, dat ze moeilijk afscheid kunnen nemen?

Els: "Chris heeft natuurlijk wel typetjes die hij koestert, maar hij komt er altijd makkelijk los van. Dat is een aspect van zijn vakmanschap. Chris vindt de kick vooral ook in de afwisseling tussen de personages, in het feit dat het voor hem wordt mogelijk gemaakt om van die ene mens met specifiek voorkomen en karakter in die andere te springen."

Wat is na jaren werken jullie beste leerschool gebleken?

Els: "Het theater is een zeer goede leerschool. Voor de rest is met overgave dag aan dag werken en creëren belangrijk."

Appie: "Voor mij was het de opera. Ik heb er vijf jaar voor gewerkt. Ik was toen beginner en mocht niet aan de solisten komen. Die werden door de chef geschminkt. Ik kreeg het koor en daar heb ik me ook op gestort. Ik pikte er hoofden uit van koorleden die dat ook leuk vonden en ging aan het experimenteren."

Hoe kwam u vanuit het verre Friesland dan met Woestijnvis in contact?

Appie: "Ik kwam in België terecht via Luc Perceval. Ik had een theatervoorstelling in Groningen gedaan met hem. Een geweldig succes overigens. Ik werkte er voor de eerste keer met 'die Belgen'. Katelijne Daemen, Vic De Wachter, heel leuke figuren. Luc vroeg me of ik zijn volgende productie wou doen. Nou, graag natuurlijk. Zo kwam ik bij de Blauwe Maandag Compagnie terecht, toen nog in Borgerhout. We hebben Wilde Lea gemaakt, met Els Dottermans. Het is een van mijn mooiste herinneringen."

Ligt u dan ook mee aan de basis van de professionele afscheidsnemer, Xavier de Baere, het typetje van Lucas Van den Eynde?

Appie: "Onrechtstreeks. Die is voortgekomen uit Wilde Lea. Lucas was als Xavier de presentator van die show. Wilde Lea was om diverse redenen enorm bevrijdend voor mij. Ik mocht met gigantisch grote pruiken werken, een make-up gebruiken die er echt over was en nog wat gekkigheid. Later ben ik met Blauwe Maandag mee naar Gent verhuisd. Ik werk nog af en toe voor Toneelhuis. Woestijnvis belde me omdat ze mijn naam hadden gekregen van Lucas, Tom en Wim, weer via Blauwe Maandag en Het Toneelhuis. Ik ben met Woestijnvis gaan praten, wat meteen een belevenis was. Man man, die naam alleen al en dat sfeertje dat er heerste. Echt wel mijn pakkie an. Heerlijk, dat geordende zootje. Ze zouden In de Gloria maken, maar wisten toen nog niet echt hoe. Ik herinner me hoe dat startte, via improvisatie. Ik moest Sien Eggers en Frank Focketyn schminken en zij werden in de VRT-gang tussen een buslading echte bezoekers gedropt. Daarachter liep dan Jan Eelen met een kleine camera. Te gek voor woorden."

U ziet er, sorry dat ik het zeg, niet echt uit als een grimeur.

Appie: "Tja, ik weet het. Men verwacht doorgaans zo'n modieus type, een beetje hoe zal ik het zeggen om niet te kwetsen..."

De verwijfde types met de wapperende handjes?

Appie: "Voilà. En ik ben dus meer het type vrachtwagenchauffeur. Dat zegt men mij toch. Tot men me vijf minuten aan het werk ziet."

Els: "Het is nogal een vrouwenberoep, schminken. En toch, mijn twee collega's zijn mannen. Wat wij met zijn allen, man of vrouw, wel missen in België is een soort atelier. Nu werkt iedereen op zich. Enkel grote instellingen, zoals de Munt, hebben een werkplaats. Wij moeten ons behelpen, we hebben niet genoeg plaats om materiaal te stockeren of om aan onze creaties te werken. We zijn veroordeeld tot het werken in mobilhomes en rondzeulen met gigantische koffers."

Appie: "In mijn auto staan een paar kratjes met tientallen pruiken erin. Ik heb thuis een atelier, maar eigenlijk is het ook niet meer dan een hokje."

Zijn de pruiken exclusief? Zeg je dan: voilà, dat is den Alain, daar mag niemand anders mee rondlopen, of 'dat is Schampers, exclusief en alleen in die hoedanigheid te gebruiken'?

Els: "Pruiken worden aan typetjes toegewezen. Ze zijn op zich niet herbruikbaar."

Appie: "Klopt, maar ze blijven na gebruik wel bij mij. Ik zou dat kroezelhaar van Frankie niet op een ander hoofd kunnen verdragen. Het zou technisch kunnen, maar ik wil het niet. Dus stapelen zich in mijn huis, in mijn kasten, in mijn kratten, hopen pruiken op. Ze zijn ook te duur om ze als cadeautjes uit te delen. Hoewel, Tom zou ik misschien nog 'den Alain' willen meegeven. Die pruik past hem zo fantastisch en Tom is er dol op. Af en toe belt hij me op, met de vraag 'of hij even Alain mag lenen', voor een fotosessie van Humo of zo. Hij behandelt die pruik ook keurig. Hij zou er nooit carnaval mee gaan vieren. Hij schat die waarde enorm in."

Sommige personen hebben geen pruik. Ze worden niet opgemaakt, maar spelen zichzelf. Neem de rosse Sammy uit Eiland, acteur Bruno Van den Broecke. Daar hebt u niets mee gedaan, Appie.

Appie: "Helemaal niets. Hij speelt met wat hij aan uiterlijk heeft. Het is er zo verschrikkelijk over, wat hij doet. Ik moet altijd vreselijk hard om hem lachen. Nee, ik raak hem niet aan, hij is de enige die het niet nodig heeft om hem op te lappen."

Els: "Dat bedoelde ik daarnet. Hoe minder je aan iemand doet, hoe meer succes die ermee kan hebben. Het hangt niet altijd af van snor, baard en pruik. Je kunt soms uren staan prutsen en herproberen, en op een bepaald moment neem je alles weg, doe je een klein dingetje en je zit in de roos."

Appie: "Over in de roos gesproken. Ik heb Sammy natuurlijk wel een keer onder handen genomen. Dat gebeurde naar het einde van de vorige reeks van Het eiland. Rare vraag weer van Jan Eelen. 'Sammy moet twee pijlen in zijn hoofd hebben, Appie, kun je dat?' Nu, die dingen zijn loodzwaar, op zich zou dat niet lukken. Ik heb de dartspijlen dus nagemaakt in balsa, een heel lichte houtsoort. Op het eind zaten afgesneden saté-stokjes en dat alles werd op Bruno's hoofd geplakt met sterke medicinale lijm. Toen Sammy aan zijn actie begon, liep hij tegen een deur aan en knapte een pijl af. Bruno kwam in tranen de schminkkamer binnen met de boodschap 'er is een pijltje stuk'. Secondenlijm en hup. Ik vond het resultaat heel geslaagd."

Wat was het bizarste wat jullie ooit meemaakten?

Els: "Alles wat je doet is natuurlijk een beetje bizar. Moeilijkst vind ik als Chris een bestaand personage wil naspelen. Hij heeft een paar keer inspecteur De Cock van Baantjer gedaan. Pruikje en hoedje waren vrij snel gevonden en ik had me suf gekeken op tv-beelden en foto's. We zaten in die mobilhome de laatste hand aan het gezicht te leggen. Je weet wel, bril opzetten, valse wenkbrauwen bijwerken, andere neus gezet. Toen dat gebeurd was zei ik, heel onzeker, 'Chris, dit is het, ik kan niet meer doen dan dit om de gelijkenis te benaderen'. Nu, Chris trok die jas aan, zette het hoedje op, ging staan, zocht een stemregister en jawel. Daar stond De Cock. Dat proces vind ik nog steeds iets eigenaardigs. Het begint vol schroom, je werkt om de perfectie te benaderen, je besluit dat het je nooit lukt en ineens stapt de acteur in die nieuwe situatie en... lap, geslaagd. Pas op, soms is het anders. Neem de imitatie van Stijn Meuris, daar slagen we maar niet in. Voorlopig toch. (lacht)"

Doen jullie ook lijken of is dat een apart soort grime?

Appie: "Een lijk is op zich niet zo moeilijk om te maken. Dat is kleur, met name geen kleur want een soort grijswit. Bij moord, met veel bloed en zo, moet je dan heel technisch op effecten werken. Met modelling wax om littekens te maken bijvoorbeeld. Het moet ook heel realistisch vandaag de dag. Ik doe het graag. Het is mooi werk, heel impressionant qua resultaat. Enig hoor, brandwonden maken, of slagaderlijke bloedingen."

Niet lastig, Appie, dat je als Nederlander hier Vlaamse typetjes moet zitten maken? Die figuren uit In de Gloria, kom je toch niet tegen bij jullie.

Appie: "(lacht) In Friesland wel hoor, ik vergelijk ze af en toe een beetje, die Belgen en de Friezen. Trouwens, lastig heb ik het alleen met het herbekijken van wat ik ooit heb gemaakt. Kan ik niet tegen."

Els: "En waar ik het lastig mee heb, eerlijk waar, is erover praten. Sorry hoor, dat ik dat hier zeg. Ik kan technisch heel veel uitleg geven, maar over de drijfveren, de beschouwing een stuk minder. Hoe je het ook bekijkt, het is een job, die wat vakmanschap vereist, maar zo zijn er wel meer jobs, denk ik."

Appie: "Het is een roeping, Els, dat vind ik wel. Op zich is het een zwaar vak. Constant bezig zijn, voortdurend bedenken, fris blijven. Als ik een nieuw stuk moet doen, of een nieuwe reeks, dan ga ik ermee slapen en droom ik daarvan. Het is er permanent. Als ik rondloop, zie ik overal types mensen. Ik onthou vreemde kapsels of haarstukjes. Heel veel pruiken heb ik zo gemaakt. Ik zie een kapsel en denk 'moet ik hebben'. Ik sla dat op in mijn hoofd en als ik dan even tijd heb, haal ik het boven, vertaal ik het in een pruik, zit ik een paar uur te knopen. Verdwijnt de wereld weer. Voor even toch."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234