Zaterdag 28/11/2020

InterviewFilm

Griet Op de Beeck en Tanya Zabarylo: ‘Als het publiek hier massaal onbewogen bij blijft, snap ik officieel níéts van wie mensen zijn en van wat kunst kan’

Beeld Geert Van de Velde

Kom hier dat ik u kus is, naast een bevel dat de nationale woordenschat verlaten heeft sinds een op de mensheid verliefd virus de lucht zwaar maakt, de titel van de roman van Griet Op de Beeck (47) uit 2014, en nu ook van een film die je de vochtige donkerte van het boek in het gezicht kletst. Tanya Zabarylo (34) speelt Mona, een vrouw die in haar volwassen leven doet wat ze als kind al deed in het imploderende gezin waarin ze opgroeide: haar zuchten naar liefde verstoppen onder dik gesneden plakken meegaandheid.

Griet Op de Beeck: “Ik heb de film voor het eerst gezien in een zaaltje in Amsterdam, met alleen Sabine Lubbe Bakker en Niels van Koevorden erbij, de regisseurs. Vooraf had ik hen gewaarschuwd: ik zou er allicht op een heel andere manier naar kijken dan de meeste mensen, omdat ik nu eenmaal de schrijver ben van het boek. Maar het tegendeel bleek waar. Ik zag een film, een echte film. Eén die me helemaal door elkaar schudde. Alleen al bij het openingsbeeld voelde ik het kippenvel over mijn armen rennen. En eigenlijk is dat de hele tijd zo gebleven. Het kan niet dat het publiek er massaal onbewogen bij zal blijven. Als dat toch zo is, dan snap ik officieel níéts van wie mensen zijn en van wat kunst kan. Het zijn ferme woorden, ik weet het, maar het is zo: wat de acteurs en de regisseurs met mijn boek gedaan hebben, is van een verpletterende gevoeligheid. Het raakt aan mijn diepste sentiment, aan alle broos- en breekbaarheid die in me verzameld zit.”

Tanya Zabarylo: “(verlegen) Dank je, Griet. Er is lang, compromisloos, perfectionistisch én met niets dan liefde gewerkt aan Kom hier dat ik u kus.

“Ik had het boek jaren geleden al gelezen – ik heb toen zelfs nog even overwogen om er een theaterbewerking van te maken. Toen Sabine en Niels me de rol van Mona gaven, vroegen ze me meteen om het boek niet te herlezen. Ik kreeg natuurlijk wel het script, maar dat moest ik weer inleveren zodra ik het gelezen had. Sabine en Niels wilden dat hun acteurs zo argeloos mogelijk zouden reageren tijdens het spelen. Ik ging naar een draaidag en kende de grote lijnen van de scène die we zouden opnemen, maar al de rest moest ik met de andere acteurs zélf invullen. Dat is een heel uitzonderlijke manier van werken.”

Op de Beeck: “Ik ben nogal gevoelig voor dialogen. In films en boeken wordt vaak te mooi gepraat, te gekunsteld. Maar hier zit zo’n grote waarachtigheid in! Ik heb nog nooit een film gezien waarin zoveel door elkaar gepraat wordt. Samen met de beeldvoering – de camera van Niels zit de personages héél dicht op de huid - maakt dat dat je als kijker geen buitenstaander bent. Je kunt niet koel observeren: je zit ín die familie.”

Zabarylo: “Het voelde als once in a lifetime, die manier van werken. Al was mijn eerste reactie bij de film wel: ‘Oei, ik ben zoveel in beeld! En van zo dichtbij!’ (lacht) Ik was altijd al een beetje een underdog, iemand die de neiging heeft om zich te excuseren voor zichzelf.”

Op de Beeck: “Maar trots mag je toelaten, hè, en aan complimentjes mag je je warmen. Toen vijf jaar geleden de hausse rond het boek begon, kon ik dat ook niet goed. Het hadden dagen van gelukzaligheid moeten zijn, de zwaartekracht die het even liet afweten, maar mijn onzekerheid priemde erdoor. Dat vind ik nog altijd erg jammer, want je maakt zoiets geen vijf keer in je leven mee.”

Wapent bevestiging je dan niet tegen onzekerheid?

Op de Beeck: “Ik koester een oprechte bewondering voor mensen met een gezond, natuurlijk zelfvertrouwen: mensen die hun zelfbeeld niet laten aanvreten door pietluttige reacties van anderen. Maar mijn onzekerheid is toch een monster dat diep in mij gulzig koekjes zit te eten. Ik zat vorige week in De afspraak op Canvas. Daar kreeg ik fijne reacties op, maar er kwam ook een mail binnen van een mij onbekende man. Die drukte het, euh, nogal kort en kernachtig uit, en uiteraard in kapitalen: ‘GEEUW’. Dat was het. Dat iemand na zo’n televisie-interview de moeite doet om mijn e-mailadres op te zoeken en zo’n reactie te schrijven, ja, dat komt even hard binnen.”

Zabarylo: “Natúúrlijk krijg je dat niet meteen weggerelativeerd. Dat begrijp ik helemaal.”

Ik zou het tragikomisch vinden, zo’n man die uit het brede gamma van dingen-die-je-vandaag-kunt-doen kiest voor: ‘GEEUW’ sturen naar Griet Op de Beeck.

Op de Beeck: “Daar hoop ik ooit te geraken, ja: het gewoon als knullig en lullig klasseren, en vrolijk verder wandelen. Maar dat zelfvertrouwen heb ik niet. Ik vind het heerlijk om coureurs te zien die na een overwinning complexloos zeggen: ‘Ik had een superdag, ik was de beste van het peloton.’ Nul filter, nul zelftwijfel, nul gespeelde nederigheid: fantastisch!”

Zabarylo: “Ik ben niet onzeker over mijn werk: als het over acteren gaat, weet ik wat ik kan en wat ik niet kan. Maar in mijn persoonlijk leven heb ik dat zelfvertrouwen helemaal niet. In mijn werk metsel ik een muurtje – telkens een rij erbij – maar in mijn leven voelt het als altijd weer opnieuw beginnen.”

Op de Beeck: “Het is goed dat je dat benoemt. Want ik hou van gezond zelfvertrouwen, maar heb het moeilijk met de patsers. Als dertiger liet ik het eruitzien alsof ik met een euforische schoolslag door het leven zwom. Ik had een fijne baan als dramaturg in het theater, ik was sociaal, ik figureerde in zwierige café-avonden. Alles glansde! Maar binnenin stormde er zoveel: er was donkerte, paniek, wanhoop en zelfhaat. Maar verdriet was niet sexy, dacht ik. Ik had als kind geleerd om de mij toegewezen plaats in te nemen, om te functioneren volgens de verwachtingen. En als er nu iets oninteressant is, is het dát wel. De afgelopen jaren heb ik geleerd om die valse vrolijkheid keurig thuis te laten. Het is verleidelijk om je op te sluiten in een bunker, want die houdt moeilijke en pijnlijke dingen buiten. Maar: hij zorgt er ook voor dat de schoonheid niet meer binnenkomt.”

KOTSEN EN ZOENEN

Dit is het eerste project waarin je zo groot en zichtbaar bent, Tanya. In de luwte heb je de afgelopen tien jaar wel een heel omvangrijk cv verzameld.

Zabarylo: “Ik heb véél gespeeld, ja, vooral in het theater. Misschien wel te veel. Het heeft te maken met de wetmatigheden van de branche: op de toneelschool krijg je aangeleerd dat je een voorstelling of een productie alleen afzegt als je dood bent. Een acteur wordt niet ziek, een acteur heeft geen nood aan rust, een acteur kraakt niet onder het gewicht van het leven. Neen, een acteur is beschikbaar, punt. Zit je in een dure productie en voel je je grieperig, dan word je opgelapt – een cortisonespuit is geen uitzondering. In die zin lijkt acteren op topsport. Die gigantische druk zorgde er lang voor dat ik erg neurotisch was: ik mocht niet ziek worden, ik mocht niet instorten. En net die stress zorgde er natuurlijk voor dat mijn immuunsysteem wél begon op te spelen. Ik kreeg klierkoorts maar bleef doorspelen, raakte in een soort van hypermodus, en kon uiteindelijk niet meer slapen.

“Uiteindelijk zag ik in dat ik in een vicieuze cirkel rondtolde, en dat ik hoognodig voor mezelf moest zorgen. Die keuze moest ik zélf maken, want er is geen regisseur die me zal zeggen: ‘Neem jij maar even rust.’ Sindsdien heb ik het wat kunnen loslaten. Ik plan de dingen beter, en ik zeg niet meer op alles ja.”

Kom hier dat ik u kus is bepaald geen reclamespot voor de theaterwereld. Mona, je personage, is dramaturg bij een gezelschap dat geterroriseerd wordt door een agressieve, door en door narcistische regisseur: een angstaanjagend goede vertolking van Stefan Perceval.

Zabarylo: “Die man overschrijdt alle mogelijke grenzen, ja. Nu goed, dat soort extreme dingen heb ik in het echte leven nog nooit meegemaakt. Maar in de film – en dus eerder in het boek – was er een contrapunt nodig voor de timide, zorgzame Mona.”

Op de Beeck: “Ik ben zelf dramaturg geweest. Het is een bij uitstek ondergeschikte functie: je dient. Dat paste perfect bij Mona, die niet gelooft dat ze gewaardeerd mag worden om wie ze ten diepste is, maar wel om wat ze betekent voor anderen. En dat werkte het best met een contrastfiguur ertegenover. Maar het was zeker niet mijn bedoeling om af te rekenen met de theaterwereld. Want dat is een overwegend móói milieu, waarin mensen voor elkaar zorgen, en de ander kwetsbaarheid gunnen.”

Er is toch een generatie regisseurs geweest die erg ver ging?

Op de Beeck: “Dat is waar. Ik heb ooit een productie meegemaakt waarin de acteurs kotsend van de repetitie wegliepen – letterlijk, hè. En dat ging niet om vers van de toneelschool geplukte, nog onzeker wiebelende meisjes. Neen, dat ging om kloeke venten met een indrukwekkend palmares. De oorzaak was inderdaad de regisseur: een potentaat die vernedering als tweede taal gebruikte en eiste dat bij het binnenkomen iedereen hem op de mond kuste. En dat déden we ook met z’n allen. Daar heb ik soms nog nachtmerries over.

“Het pijnlijkste vind ik dat die aanpak soms nog werkte ook. Ik heb het gezien, hoe mensen in zo'n toxische omgeving boven zichzelf uitstegen, hoe ze gingen excelleren. Maar: het weegt nooit op tegen de menselijke schade. Ik ben ooit bij een gezelschap weggegaan omdat de tol te groot was. Mensen stapten helemaal kapotgemaakt uit het project, sommigen moesten in therapie... Ik dacht: dit kan niet, dit kan niet de bedoeling zijn van kunst, en als dat wel de bedoeling is, doe ik niet mee.

“Tegelijk kan ik niet genoeg benadrukken dat het prachtige plaatje óók bestaat. Ik heb zoveel schoonheid gezien in het theater.”

Zabarylo: “Bij mij zijn de excessen beperkt gebleven tot één docent op de toneelschool die stomdronken lesgaf, en dan geen grenzen kende. Ik heb dat toen gesignaleerd bij de school, maar ik vond geen gehoor: de lesgever bepaalde, en wij moesten volgen. Dat zou nu wel anders zijn, denk ik. Want je voelt dat alles aan het schuiven is in die wereld. Regisseurs mogen hun onzekerheid tonen, de hiërarchie vervaagt zienderogen, en sámen de dingen doen is nu de norm. Gelukkig maar, want ik zou niet kunnen functioneren in zo'n overdonderende, agressieve omgeving. Ik zou verkruimelen.”

Gingen de opnames van Kom hier dat ik u kus niet ook behoorlijk ver?

Zabarylo: “Ja, net omdat er heel veel geïmproviseerd werd, en de acteurs dus naar allerlei kwaads in zichzelf op zoek moesten gaan. Hadden mijn vrienden het gezien, ze hadden allicht gezegd: ‘Dit gaat te ver.’ Ik zag altijd op tegen de scènes met Stefan. Niet vanwege Stefan, natuurlijk – formidabele man – maar voor elke scène namen we heel veel takes op, en telkens moest hij voluit gaan. Er zijn uren aan takes waarin hij dingen naar mijn hoofd gooit, mij door elkaar rammelt, mij uitmaakt, of plots naakt naast mij staat. Hetzelfde gold voor veel scènes met Wine (Dierickx, die de onvoorspelbare, veeleisende stiefmoeder speelt, red.). Dat nooit luwende sfeertje van intimidatie en agressie, met áltijd ook een camera op mijn vel: het voelde heel onveilig, en ik heb veel geweend. Er was die tweespalt. Natuurlijk wilde ik dan naar huis, naar mijn veilige cocon, maar tegelijk dacht ik: fantastisch voor de film, dit is goed, dit is goud!

“Sabine en Niels zijn gelukkig heel lieve en fijngevoelige mensen. Ze kwamen voortdurend vragen hoe het met me ging, knuffelden me wanneer ik dat nodig had.”

Op de Beeck: “Dat is een cruciaal verschil met de voorbeelden die ik gaf: dat het hier fictie is. Dat het niet om een ploert van een regisseur gaat waar je écht elke dag weer heen moet.”

Zabarylo: “Dominante en narcistische persoonlijkheden vind je overal.”

Op de Beeck: “Ja. Het gebeurt zo vaak in ogenschijnlijk gewone, normale gezinnen. Je smacht naar appreciatie, je wilt zó graag liefde, en als je dan voortdurend het gevoel hebt dat je moet wérken om graag gezien te worden, ben je tot veel bereid. Mona wéét het gewoon niet, dat grenzen bestaan – laat staan dat je die mag bewaken. Dat is de essentie van het verhaal voor mij: dat Mona een patroon uit haar jeugd telkens weer opzoekt, in haar persoonlijk leven, in haar werk, in haar relatie. De positie die ze in het gezin innam, neemt ze ook in de wereld in.”

Beeld Geert Van de Velde

EEN STUKJE DOOD

Ik gruwde als kijker het meest van de vriend van Mona, een schrijver die haar koudweg manipuleert en chanteert.

Zabarylo: “Ik vind het grappig dat je dat zegt: best veel mannen die de film hebben gezien, zeggen me dat ze zich een beetje herkennen in hem. En tijdens het draaien vond ik hem zelf eigenlijk ook de minst kwalijke figuur van allemaal. Omdat hij toch bij Mona blijft, dacht ik, omdat hij haar op z’n minst niet in de steek laat. Pas bij het bekijken van de film zag ik hoe wreed en manipulatief hij is.

“Zelf eis ik veel meer mijn plaats op in een relatie, maar ik kan me voorstellen dat Mona in haar situatie - haar vader ligt op sterven - niet meer helder kijkt en denkt. Ik heb het zelf ook meegemaakt: ik was 26 toen mijn vader stierf, en daarna heb ik me verloren in domme dingen. Plots waren er geen grenzen meer. Ik werkte ontzettend veel, en op liefdesvlak was alles warrig en destructief. Ik was moe, de dagen waren één grote, langgerekte snik van verdriet, en alles wat ik wilde was troost, een beetje troost. Ik ben uiteindelijk zelf rechtgekrabbeld, maar ik kan me voorstellen dat het voor anderen een gevaarlijke, verwoestende spiraal wordt.”

Kwam de dood van je vader onverwacht?

Zabarylo: “Neen. Het was een lang aftakelingsproces na een hersenbloeding. Al ging het op het einde, toen er ook nog kanker bijkwam, plots wel heel snel. (peinzend) Het voelt vreemd om eraan terug te denken, want het was tegelijk ook een heel vitale periode voor mij. Ik was net begonnen aan de toneelacademie toen mijn vader die hersenbloeding kreeg: ik zou m'n vleugels uitslaan, het grote leven zou beginnen. En zo was het ook - maar op de achtergrond was er het lijden van mijn vader. Nu, het is niet zo dat thuis de grote gesprekken dáárover gingen. Het was eerder: ‘We maken er het beste van.’ Hij kwam ook nog altijd kijken naar mijn stukken. Maar het is waar: er zat toen al een stukje dood onder heel veel leven. Het heeft ervoor gezorgd dat ik altijd klaar ben voor teleurstelling. De argeloosheid is weg, bedoel ik, de overtuiging dat alles naar geluk en vrolijkheid leidt. Ik ben altijd voorbereid op het angeltje dat mogelijk in de dag zit: iets verschrikkelijks dat kan gebeuren, iemand die plots sterft. Dat voortdurende op mijn qui-vive zijn probeer ik nu wat te milderen.”

Vond je het moeilijk om ook in Kom hier dat ik u kus afscheid te nemen van een vader? Of was dat net een cadeau?

Zabarylo: “De scènes bij het ziekbed waren héél persoonlijk. Na die takes ben ik eventjes gecrasht. Maar achteraf was ik heel opgelucht en blij – noem het gerust: bevrijd. Alsof er iets tegen me gezegd was dat nog niet eerder tegen me gezegd was in het echte leven.”

In de film probeert de vader van Mona krampachtig om de boel bijeen te houden.

Op de Beeck: “(fel) Maar hoe probeert hij dat? Door niets te doen!”

Zabarylo: “Hij durft geen keuzes te maken. Het is de grote lafheid.”

Toch sympathiseerde ik enigszins met hem. Hij is de besluiteloze man, iemand die wat omvergelopen wordt door het leven.

Zabarylo: “Ik vind niet dat hij zoveel mededogen verdient. Hij heeft alles in handen, hij ziet alles, en hij laat het gebeuren. Hij zou kunnen weggaan bij zijn vrouw, en zo het gezin van die nare, bedompte sfeer kunnen redden, maar hij kiest ervoor om niet te kiezen.”

Op de Beeck: “Zijn leven is één grote zoektocht naar hoe buiten schot te blijven. Hij wil Zwitserland zijn.”

Zabarylo: “En zo laat hij de verwoesting woekeren. Ik vind het moeilijk om daarmee te sympathiseren.”

Op de Beeck: “Dat zegt veel goeds over jou. Want Mona blijft wel eindeloos loyaal en begripvol, terwijl die vader toch ook háár verwoesting betekent. Je ziet het zo vaak: kinderen die vol liefde naar hun ouders blijven kijken, terwijl die dat helemaal niet verdienen.”

DE DISNEYDROOM

Straks ben je zelf een moeder, Tanya. Je bent vijf maanden zwanger.

Zabarylo: “Het wordt een jongen, en als alles goed gaat, wordt hij geboren in de maand waarin ook mijn vader geboren werd. Het voelt een beetje als een cirkel die rondgemaakt wordt. Ik vind het mooi om er op die manier voor mezelf betekenis aan te geven.”

Durf je te zeggen: ik word een goede moeder?

Zabarylo: “Ja, omdat het me geen moeite kost om liefde te geven. Er zit niets op slot in mij. En mijn vriend (acteur Bill Barberis, red.) is net hetzelfde. (denkt na) Ik ben er klaar voor. Er is ruimte om mezelf even aan de kant te schuiven en voor iemand anders te leven.

“Bill en ik hebben het echt doorgepraat. Wel of geen kind: dat is een keuze die je voor jezelf moet maken, eerder dan voor je relatie. Aanvankelijk vond ik dat een moeilijke gedachte. Ik zat nog te zeer vast aan de Disneydroom, waarin een grootse, romige liefde als vanzelf leidt naar kinderen. Zo werkt het dus niet. We zijn rationele, analytische mensen, en die kant moet óók meespelen bij zo'n beslissing. Ik begrijp dat er mensen zijn die het leven overlaten aan wilde impulsen, maar ik vind het net fijn om te redeneren. Elke keuze die Bill en ik tot nu gemaakt hebben, was heel bewust, na heel veel nadenken en praten. We schaatsen nooit over onzeker ijs. Ja, we gooien zo het romantische beeld van een relatie wat aan diggelen, maar je krijgt er iets anders voor in de plaats: duurzaamheid.”

Jij bent geen moeder geworden, Griet.

Op de Beeck: “Neen, terwijl in mijn hoofd wel altijd de vage overtuiging heeft geleefd dat dat wel zou gebeuren. Maar het concrete, dwingende gevoel, de tikkende klok, is er nooit geweest. Het is jammer, want ik hou van kinderen, en ik herken wat Tanya zegt: ik zit vol liefde, en ik aarzel ook nooit om die liefde te géven. Maar: het is geen concreet gemis, niet iets dat zeurt.”

Zabarylo: “Ik vind mijn leven nu even waardevol als het straks zal zijn met een kind. Dat vind ik belangrijk: er is niet iets onvervuld waar dat kleintje voor zal moeten zorgen.”

Al in de eerste minuten van Kom hier dat ik u kus zien we het tegendeel. De moeder van Mona is gestorven in een auto-ongeval, en zij troost haar vader – niet omgekeerd.

Op de Beeck: “Parentificatie heet dat. Er bestaan zóveel mensen die het goede kind moeten zijn, en die dat de rest van hun leven meeslepen. Als dat de fond is die gelegd wordt in je jonge jaren, vergt het héél veel werk om daar later vanaf te raken. Het is de ultieme tragiek: ik ben er heel gevoelig voor. Zelfs een simpel tafereeltje op straat waaruit zo'n kromgegroeide verhouding tussen ouders en hun kinderen blijkt, haakt zich in me vast.”

Zabarylo: “Het is zo'n groot gevaar: je kinderen als de oplossing voor je problemen zien.”

Op de Beeck: “Ik hoor mensen voortdurend zeggen hoe sterk kinderen toch zijn, hoe veerkrachtig. Maar daarin zit verdomme net het gevaar! ‘Het is zo’n lieve, ons Julie, ze neemt de scheiding zo goed op. Heel anders dan onzen Tom. Daar hebben we wat mee te stellen!’ (bevlogen) Néén, néén, néén. Hoed je voor de kinderen die altijd glimlachen. In dat voorbeeldje is het onzen Tom die de logische, natuurlijke reactie vertoont, en ons Julie het kind waar je je zorgen over hoort te maken. Zeg haar dat ze droevig mag zijn! Zeg haar dat ze dat niet hoeft te verstoppen! Je kinderen zijn niet in staat om je pijn weg te nemen: verlang dat niet van hen.”

Mijn dochtertje van 5 is een grote bron van troost voor me. Is dat dan verkeerd?

Op de Beeck: “Absoluut niet. Het is net prima om je kind ernstig te nemen, en het te vertellen dat je met allerlei dingen worstelt. Hoe meer je je best doet om een vlekkeloze, soevereine ouder te zijn, hoe meer je je kind het signaal geeft dat het moet dóórdoen in het leven, en dat emoties maar nutteloze ballast zijn. Nee, het is goed om je verdriet te laten zien aan je kind. Maar: je mag het niet vragen om je problemen op te lossen.”

Zabarylo: “Mijn ouders hebben bewust nooit ruziegemaakt in mijn bijzijn. Dat was een keuze: ze wilden me daartegen beschermen. Het gevolg was dat ik, toen ik voor het eerst ruzie kreeg met mijn eerste lief, dacht dat het uit was. Ik wist niet dat conflict bij een gezonde relatie hoort. En dus is de kans groot dat ik het als moeder op een andere manier zal proberen. En op zijn beurt zal ook dat tot beschadiging leiden. Dat is nu eenmaal de tragedie van het ouderschap: zwemmen in goede bedoelingen, maar je kind tóch met iets opzadelen. Maar bang word ik daar niet van. Liefde lost veel op. En ik ben nieuwsgierig, zo gúlzig nieuwsgierig naar dat jongetje dat hier straks zal rondlopen.”

Kom hier dat ik u kus komt op woensdag 4 november in de zalen.

Bekijk hier de trailer: 

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234