Woensdag 20/01/2021

interviewLust en Liefde

‘Griet is de enige vrouw in mijn leven. Uit al die jaren herinner ik me slechts één ruzie’

Beeld Getty Images

Aan meisjes dacht Herman (67) in de jaren zeventig niet, hij had genoeg aan zijn motor. Maar een pasfoto van blonde Griet bleef door zijn hoofd spoken en hij besefte: deze vis moest gevangen. Ze trouwden en hadden een geweldig huwelijk, tot het noodlot toesloeg. 

In 1976, een van de warmste zomers van de vorige eeuw, maakte ik als 23-jarige een lange tocht op mijn motor naar de kust van de Zwarte Zee. In mijn eentje, zoals gebruikelijk, was ik op weg naar een bijeenkomst van internationale motorrijders toen ik op een ­camping in Roemenië een ouder echtpaar ­ontmoette dat me bekend voorkwam van andere keren. In die tijd was Roemenië een onherbergzame plek voor buitenlanders, je werd voortdurend gecontroleerd door de politie. We raakten aan de praat en ik stelde voor om, vanwege de veiligheid, samen een stuk te ­rijden. De rally aan de Zwarte Zee zou drie dagen duren, daarna reed ik weer alleen via Italië terug naar huis.

“Mijn ouders hadden een meisje voor me op het oog, maar ik was niet bezig met meisjes, de motor was mijn escape. In die jaren werkte ik bij de spoorwegen. Ik deed reparatieklussen in treinwagons, een job die me weinig vreugde schonk. Ik voelde me er opgesloten. Maar op de motor gingen alle ­zintuigen open, daar rook, voelde en zag ik alles beter. Op de motor dacht ik ongestoord uren na.

“Op een avond voor de tent in Roemenië toonde het echtpaar me pasfoto’s van hun bijna ­volwassen kinderen. Ik zag een meisje met kort blond haar, die de dagen erop in mijn hoofd bleef dansen. Ze leek me erg aardig.

“Het echtpaar nodigde me uit om na de vakantie eens hun filmpjes van de reis te komen bekijken en toen ik een paar maanden later in de buurt was, besloot ik langs te gaan. Want het meisje bewoog nog steeds in mijn hoofd en dat gevoel kende ik niet. Het was zondagmiddag, ze hadden net gegeten en waren aan de afwas. Hun dochter stelde zich voor. Ik ben Griet, zei ze. Ik ben Herman, zei ik. Dat was alles.

“Het dansen werd heviger. Ik loop meestal niet zo hard van stapel, maar zij raakte me wel. Liefde is een raar ding. Intuïtief begreep ik dat ik er iets mee moest. Deze vis moest gevangen, om het zo maar te zeggen, dat snapte ik wel. Maar hoe? Ze werkte in een afgelegen psychiatrische zorg­kliniek en ik wist dat ze eens in de veertien dagen bij haar ouders was.

“Terug thuis zocht ik wat kleingeld bij elkaar en liep ermee naar een telefooncel. Mijn ouders hadden nog geen telefoon, geloof ik, en als we er wel een hadden, bood die te weinig privacy. Haar moeder nam op. ‘Mag ik Griet spreken?’ Ik vertelde Griet dat er het weekend erop een motorbijeenkomst was aan zee, en vroeg of ze meeging. ‘Ik heb alleen een probleem, ik heb maar één tentje. Voor een extra slaapzak kan ik wel zorgen.’ Dat waren mijn letterlijke woorden, ik herinner ze nog ­precies.

“Het was de eerste keer dat ik een meisje achterop had. Dat ik überhaupt íémand ­achterop had. Haar dijbeen botste af en toe tegen de mijne. In de bochten helde ze ­ontspannen en vol vertrouwen mee, dat was goed nieuws. Ze was twee jaar ouder dan ik en vijf ­centimeter korter. We sliepen naast elkaar in de kleine tent, elk in onze slaapzak. Er gebeurde verder niks, maar andere mannen sloeg ze af, ook daarin zag ik een goed teken.

“Eenmaal thuis, nadat ik haar weer af had gezet en had gevraagd of het goed was als ik vaker langskwam, merkte ik dat ik ineens niet meer kon eten. Slapen ging ook niet meer. Mijn ­collega’s hadden het meteen in de gaten en begonnen me te plagen. En ik kon niet wachten tot ze twee weken later opnieuw achterop klom, met dezelfde vanzelfsprekendheid als de eerste keer, naar weer een motortreffen.

“In de bar op de camping dronken we een pintje, tot ze zei, kom, loop even mee naar de tent. En ook al dacht ik, de tent, wat moeten we daar, volgde ik haar naar wat onze eerste kus zou worden. Een jaar later zijn we getrouwd. Ik kon een huis krijgen van mijn werkgever maar dan moest ik wel getrouwd zijn. Het werd het beste huwelijk ooit.

“Griet is de enige vrouw in mijn leven. Ongecompliceerd, nooit op zoek naar moeilijkheden. Uit al die jaren herinner ik me slechts één ruzie, die keer dat we de tent wilden op­zetten in Noorwegen. Het ene moment zit je daar op zeeniveau en het volgende op een paar ­duizend meter hoogte. Ineens was het ijskoud, we waren moe en werden het niet eens.

“Veertien dagen voor haar overlijden in 2012 zat ze nog achter op de motor. Het was ­spannend. Ze had een stoma en door alle ­operaties ging het op- en afstappen moeizaam. Maar als we eenmaal reden was het nog steeds even heerlijk. Wat ze de eerste keren in 1976 niet deed, deed ze inmiddels nu wel: ze sloeg een arm om mijn middel en ik legde even een hand op haar knie.

“Haar dood heeft die ­koppeling als van een stekker in een contactdoos – ik kan het niet anders zeggen – op een gruwelijke manier ­verbroken. Hoewel wij elkaar veel vrijheden gunden en zij iedere vrijdagavond alleen naar haar zwemclub ging, had het ‘wij’ het ‘ik’ vervaagd. Zij hield van Neil Diamond en Leonard Cohen en ik van The Doors. Maar verder zaten we altijd op één lijn.

“Een prater ben ik nooit geworden, dat vroeg ze niet van me. Als er strubbelingen waren, lachten we er achteraf om en zeiden: het zal wel aan mij gelegen hebben. Dan dronken we nog een kop koffie. Ze was gek op koffie.

“Ik heb natuurlijk weinig ervaring, maar ik denk dat het hielp dat we geen precieze ­voorstelling hadden van ons huwelijk toen we eraan begonnen. Ik had geen beeld bij de liefde. Op goed geluk hebben we er samen onze eigen invulling aan gegeven.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234