Vrijdag 03/12/2021

Gregory Peck de gentleman neemt afscheid

Gregory Peck, van kermisjob tot Oscar-winnaar

Brussel

Van de persagentschappen

Wilfried Eetezonne

In de lente van 1939 spijbelt Eldred Peck als student aan de Universiteit van Berkeley. Hij heeft 160 dollar op zak en een aanbevelingsbrief. Hij neemt de trein naar New York. Drie dagen later stapt hij in Manhattan uit als Gregory Peck, acteur, van plan om de wereld te veroveren. In de nacht van woensdag op donderdag stierf Gregory Peck op 87-jarige leeftijd in zijn woning in Los Angeles. Hollywood is een ster en vooral een eeuwige gentleman kwijt.

Zoals wel vaker geschiedt met echt grote acteurs en filmmakers won ook Peck in zijn vijftigjarige carrière op het grote scherm slechts één Oscar, al werd hij vijfmaal genomineerd en werd hij tevens door de Oscar-jury onderscheiden voor zijn humanitaire werk.

Vorige week nog werd hij uitgeroepen tot lievelingsheld van het Amerikaanse filmpubliek en dat voor zijn rol als advocaat Atticus Finch in het racismedrama To Kill a Mockingbird (1962) van Robert Mulligan. Die rol betekende meteen de eerste en enige Oscar voor de in 1916 in het Californische La Jolla geboren acteur.

Eldred Gregory Peck was zoon van een apotheker. Zijn rare voornaam kwam gewoon uit het telefoonboek en algauw zou iedereen hem aanspreken met zijn tussennaam. Zijn ouders scheidden toen hij zes was en Peck zou vooral opgroeien bij zijn grootmoeder. Een zalige tijd, vond hij, want elke week gingen ze naar de bioscoop. Een te zalige tijd, volgens zijn ouders, want op zijn tiende werd Peck naar de militaire school gestuurd. Peck hield van de militaire discipline en de leerschool zou later nog van pas komen in de oorlogsfilms die hij maakte, zoals Guns of Navarone (1961).

Op de universiteit echter kreeg hij de smaak van het acteren te pakken. Een professor vroeg hem om auditie te doen voor de rol van Starbuck in een studentenvoorstelling van Moby Dick. Later, in 1956, zou hij de massieve rol van de waanzinnige kapitein Ahab op een briljante manier spelen in de verfilming van Moby Dick.

Nadat hij de smaak te pakken had, vertrok Peck naar Broadway, op zoek naar eeuwige roem. Hij werd eerst echter een job op de kermis in Flushing Meadows, een buitenwijk van New York.

Hij moet mensen lokken om een ritje te maken op de Meteor Speedway, een Belgische attractie en soort vooroorlogse rups. "Ik begon voor 25 dollar per week", zei hij ooit daarover. "En ik moest roepen van: 'Hey, young fellow! Ben jij een beetje sportief. Het gaat met een snelheid van één mijl per minuut, zo snel, en een kick in één seconde.' Het was de laagste sport op de showbizzladder. Ik maakte kennis met de man met de speldenkop uit Yucatan."

Jobs als gids en ober volgden en na acteerlessen maakte hij in 1942 zijn debuut in het stuk The Morning Star. Het werd een flop maar een jaar later al stond hij in een filmstudio van RKO voor de film Days of Glory. Dankzij een rugletsel werd hij niet naar het front gestuurd van de Tweede Wereldoorlog.

Met zijn donkere looks, zijn lengte en zijn zuinige spraak werd hij de keurige maar dappere actieheld. Vanaf dat filmdebuut was hij niet minder dan een ster die allerlei rollen speelde. Van priester in Keys of the Kingdom (1944) tot de titelheld in Captain Horatio Hornblower (1951) of zelfs The Omen (1976). In de miniserie The Blue and the Grey speelde hij president Lincoln.

Als hij al een slechterik speelde, zoals de nazi-dokter Josef Mengele in The Boys from Brazil (1978), ging hem dat duidelijk een stuk minder af. Peck was mister nice guy zowel op het scherm als in het dagelijkse leven.

Hij was een waardig persoon en in schandalen - één scheiding, die vriendelijk verliep - werd hij nooit genoemd. Bovendien spande hij zich in voor allerlei organisaties, zoals de American Cancer Society en de Motion Picture Academy.

Zijn rol in To Kill a Mockingbird typeerde zijn politieke gedachtegoed. Als Atticus Finch speelde hij een advocaat uit het diepe Zuiden van de VS die de publieke opinie tegen zich heeft als hij een zwarte verdedigt die ten onrechte wordt beschuldigd van verkrachting. "Ik heb er alles in gestoken. Alles wat ik in mijn leven had geleerd", zei hij over zijn rol. "En ook mijn ideeën over discriminatie en ongelijkheid."

Vanaf de jaren zeventig ging hij enkel nog films maken die hij wilde maken. In 1989 stond hij nog tegenover Jan Fonda in Old Gringo en 1998 kruiste opnieuw Moby Dick zijn pad, maar nu als mini-serie.

"Ik werk zoveel ik wil", vertelde hij in een van zijn laatste interviews. "Als ik het kan vermijden wil ik niets middelmatigs doen. Op mijn leeftijd staat het niet dat je in een flop speelt."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234