Woensdag 12/05/2021

Greg Dulli verruimt zijn horizon met Twilight Singers

'Ik weet dat mijn platen vaak als zwartgallig worden omschreven, maar er zitten veel kieren en gaten in waarlangs voortdurend licht naar binnen valt'

'Wie wil vliegen, moet bereid zijn neer te storten'

Dertien jaar was hij de spilfiguur van Afghan Whigs, een van de meest intense, soulvolle en sexy gitaarbands die ooit in de VS zijn opgestaan. Maar nu de meeste Whigs-leden voor een rustig gezinsleven hebben gekozen, opereert Greg Dulli met wisselende medestanders onder het pseudoniem Twilight Singers. Vorig najaar bracht hij met die band Blackberry Belle uit, een sinistere ode aan de decadentie. In Dulli's universum nemen liefde en lust immers vaak obsessieve vormen aan.

Brussel

Eigen berichtgeving

Dirk Steenhaut

Passie is als een koortsaanval, liefde doet je kruipen en bloeden en verleiding kan dodelijk zijn. Het zijn slechts enkele van de wijsheden die te rapen vallen op de tweede cd van de Twilight Singers. "Blackberry Belle staat voor de duivel", vertelt Greg Dulli grijnzend. "Wat zeg ik? De duivelin. Want vanzelfsprekend gaat het om een vrouw, haha." Het mag duidelijk zijn: 's mans zwarte humor is intact gebleven, al heeft het er na het verscheiden van Afghan Whigs in 2001 even naar uitgezien dat ook hij de handdoek in de ring zou gooien. Dulli werd eigenaar van The Short Stop, een bar in Hollywood, en van een tweede café in Highland Park. Het bestieren van beide zaken slorpte zoveel van zijn energie op dat hij gewoon niet meer aan songschrijven toe kwam. Twee jaar lang stonden zijn gitaar en piano in een hoekje van de kamer stof te vergaren.

U hebt zich wel erg lang lang gedeisd gehouden. Had muziek voor u haar aantrekkingskracht verloren?

Greg Dulli: "Na de split van Afghan Whigs raakte ik verwikkeld in een rouwproces. Met een schok drong het tot me door dat mijn jeugd onherroepelijk voorbij was. We waren twintig toen we met die groep begonnen en voor ik het wist, had ik de helft van mijn leven met die kerels doorgebracht. Achteraf bekeken ben ik blij dat we afscheid hebben genomen met een nonchalante plaat die inhoudelijk volledig brak met al ons voorgaande werk.

"Bovendien was onze laatste tournee de leukste uit onze carrière en gingen we als vrienden uit elkaar. John Curley werd vader, Rick McCollum verhuisde naar Minneapolis... Op den duur woonden we zo ver uit elkaar dat we nog maar één keer per jaar samenkwamen. Soms ontstond er dan pure magie, maar uiteindelijk moesten we erkennen dat de gedrevenheid van vroeger zoek was geraakt. Op zo'n moment kun je er beter mee ophouden. Daarbij komt dat ik zelf veel te rusteloos was om op de anderen te wachten."

Intussen ging u aan de slag als clubuitbater. Mij maakt u niet wijs dat u daar veel voldoening in vond.

"Eh... Het betaalde de rekeningen, hé? Van de ene dag op de andere werd ik barmanager en bracht ik de hele dag aan de telefoon door. Maar in die dagen zag ik het echt niet meer zitten weer de hort op te gaan. Ik was podium-moe, had met The Whigs zo'n 1.300 optredens gegeven en je kunt je niet voorstellen hoezeer ik er die laatste dagen de pest aan had. Maar ik neem het muziekmaken erg serieus. Als ik het niet meer kan doen uit volle overtuiging kap ik er liever mee. Ik wil niet op een podium gaan staan en doen alsof. Geld is voor mij sowieso nooit een motivatie geweest, dus...

"Toen ik na een jaar schoorvoetend weer begon te spelen, stond ik te stuntelen als een amateur. Voor iedere goeie song die ik bedacht, schreef ik er tien slechte. Maar op een dag vloeide 'Teenage Wristband' uit mijn pen. En daarna 'Decatur St'. Pas toen wist ik dat ik weer op het goede spoor zat."

Twilight uit 2000 was een schemerige triphopplaat. Blackberry Belle daarentegen herinnert qua intensiteit weer aan het vertrouwde Whigs-geluid.

"Ook op de nieuwe cd heb ik veel elektronica gebruikt, hoor. Alleen zit die nu wat dieper begraven in de mix, waardoor de muziek een organischer indruk maakt. Twilight was zo koud als roestvrij staal: in mijn exploratie van licht en schaduw streefde ik een haast robotachtige precisie na. Die aanpak werd ingegeven door mijn voorliefde voor hiphop. Maar live werk ik toch liever met een echte drummer. Ik ben er tenslotte zelf een.

"Weet je, ik heb nog nooit een oneerlijke plaat gemaakt. Alles wat ik doe, is van de eerste tot de laatste noot gemeend. Maar het klopt dat ik met Blackberry Belle een brug trachtte te slaan tussen de afgemeten Twilight-sound en het stormachtige geluid van mijn vroegere band. Ik heb inmiddels wel ingezien dat ik niet alleen een verleden heb, maar ook een toekomst."

Twilight Singers is nu een echte groep. Toch gelooft u niet langer in een vaste bezetting.

"Neen, een permanente line-up voelt aan als een keurslijf. Ik wil de vroegere leden van Afghan Whigs niet afvallen, want het waren fantastische muzikanten. Alleen wil ik af en toe ook samenwerken met mensen die er een andere visie op na houden of buiten de lijntjes kleuren, omdat het nu eenmaal je horizon verruimt. Van Fila Brazilia heb ik geleerd hoe je elektronische drums programmeert. Cool toch? Ik hoefde enkel op te letten en mijn ogen de kost te geven. Daarna ben ik naar de hiphopschool geweest, door scheep te gaan met Muggs van Cypress Hill en de Lo-Fidelity All-Stars.

"Door je krachten te bundelen met andere artiesten ga je dingen doen waar je in je eentje nooit op zou zijn gekomen. Door op platen van Muggs en de Lo-Fi's te zingen heb ik bijvoorbeeld geleerd mijn stem op een heel andere manier te gebruiken. Een beetje competitie is gezond: als je wordt uitgedaagd en tot experimenteren wordt gedwongen, slaag je er beter in het beste in jou naar boven te brengen."

Als songschrijver wordt u aangetrokken tot dingen die het daglicht niet kunnen verdragen. Blackberry Belle is een behoorlijk sinistere cd.

"Hmm. Ik waag me graag op de rand van een steile rots, om diep in de afgrond te kunnen kijken."

De cd begint en eindigt in duisternis. De eerste regel luidt 'Let's black out the window, it's party time', de laatste 'I'll make you blind'. Die circulaire opbouw kan geen toeval zijn.

"Neen. De plaat begint met een zelfmoord en eindigt met het moment dat eraan voorafgaat. Beide songs hebben trouwens een walstempo. Grappig, niet?"

Bij onze vorige ontmoeting vertelde u dat u aanleg hebt tot depressie. Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat u in een dip zat toen u de songs voor Blackberry Belle schreef. In 'Papillon' zingt u: 'If down iz up, I think I'll be doin' alright'.

"Touché. Eigenlijk had ik al een plaat klaar voor ik aan deze begon. Ze heette Amber Headlights en had, zeker tekstueel, een heel ander karakter. Maar toen mijn vriend Ted Demme (Amerikaans cineast, DS) stierf, werd die cd voor mij volkomen betekenisloos en wilde ik hem niet meer uitbrengen. Ted was een van de beste vrienden die ik ooit heb gehad. Ik voelde me totaal ontredderd, kon niet geloven dat hij er niet meer was, heb maanden in een ontkenningsfase verkeerd. Ik was ervan overtuigd dat hij vroeg of laat op mijn deur zou kloppen om te zeggen dat het maar een grapje was. Zelfbedrog, natuurlijk: ik had zijn dode lichaam gezien."

U hebt in twee van zijn films geacteerd: Beautiful Girls en Monument Avenue.

"We hielden van dezelfde dingen: hiphop, honkbal, biljarten, een nachtje doorzakken. Het leek alsof we jeugdvrienden waren. Ik lette bijvoorbeeld regelmatig op zijn kinderen. Als filmregisseur had hij zijn potentieel nog niet helemaal waargemaakt: de eerste 45 minuten van Blow vond ik fantastisch, daarna had de film iets van een auto waar de wielen waren afgevallen. Maar we hadden allebei dezelfde lijfspreuk: Durf te falen. Soms streef je iets spectaculairs na en draait het uit op een grandioze mislukking. Wel, als je wilt weten of je kunt vliegen, moet je bereid zijn neer te storten. Ted was zo'n grappige, vriendelijke, spirituele kerel. Nooit eerder had ik iemand als hij ontmoet. Het was alsof er binnen in hem een licht gloeide."

Is uw versie van de traditional 'Black is the Color of My True Love's Hair' een postume ode aan Nina Simone?

"In zekere zin. Ik wou dat nummer al opnemen sinds ik nog heel jong was, maar wist niet goed hoe ik eraan moest beginnen. Later maakte Jeff Buckley een fantastische versie van Nina Simones 'Lilac Wine', die me weer even aan mijn voornemen herinnerde. Op een dag zat ik in mijn veranda een beetje op mijn gitaar te klooien en plots ontvouwde de song zich als vanzelf. Ik trommelde de groep samen en we namen het meteen op, heel snel en spontaan. Vandaar het geprononceerde livegevoel."

Op de hoes van de cd citeert u de laatste regels uit Jack Londons roman Martin Eden: 'And at the instant he knew, he ceased to know'. Geeft u uw onderbewustzijn vrij spel als u schrijft?

"Ik heb geen controle over mijn creativiteit, maar mijn songs blijken inderdaad aan mijn onderbewuste te ontspruiten, ja. Schrijven is voor mij iets heel onnatuurlijks, het vervult me met onbehagen. Maar het brengt ook momenten van pure vreugde, die me doen beseffen dat ik het mooiste beroep ter wereld heb. De blazers die invallen in 'Esta Noche', dat is voor mij een feest. Ik weet dat mijn platen vaak als zwartgallig worden omschreven, maar er zitten veel kieren en gaten in waarlangs voortdurend licht naar binnen valt. Ach, het is een wankel evenwicht, maar het past perfect bij mijn schizofrene natuur."

Laat u zich weleens verrassen door wat u op papier hebt gezet?

"Zeker. Soms bouw je een schip, maar twijfel je aan de zeewaardigheid ervan. En zoals een schip niet kan uitvaren zonder vlag zijn mijn songs nooit af zonder enkele gevatte oneliners. 'Why you watch a carwreck, muthafucker? Cuz it looks fun to die.' Dat zijn regels die de zaak doen bewegen. Ik raak stilaan weer op dreef, ja. I can shoot my guns again and I'm shooting them pretty loud."

De sfeer uit uw songs sluit nauw aan bij die uit het werk van noir-schrijvers als Raymond Carver of James Ellroy.

"Dát is pas een compliment. Bukowski, Fante, Jim Thompson... Voor die schrijvers heb ik altijd al bewondering gehad. De jongste maanden heb ik ook zelf een paar korte verhalen geschreven. Voorlopig niet voor publicatie vatbaar - ben ik een veel te grote angsthaas voor. Maar misschien geef ik ze ooit wel uit onder een pseudoniem, bij voorkeur de naam van een vrouw. Zo verzeker ik me tenminste van interessante reacties."

Wat is het verband tussen de roman Martin Eden en de gelijknamige song op uw cd?

"Ik kreeg het boek cadeau van een vriend nadat Ted was gestorven. Op school had ik van Jack London ooit White Fang en Call of the Wild gelezen, maar toen ik me vastbeet in Martin Eden merkte ik dat het me op een vreemde manier opbeurde. London schrijft prachtig, nooit is verdriet zo poëtisch onder woorden gebracht als in de laatste drie bladzijden van dat boek. Ik voelde dat ik de auteur iets schuldig was, omdat hij me had geholpen mijn eigen verdriet te verwerken, dus reed ik vorig jaar op mijn verjaardag helemaal van LA naar Noord-Californië om zijn graf te bezoeken. Onderweg vond ik een dode vlinder, die ik op zijn grafzerk legde, en toen ik vertrok was het alsof ik een missie had volbracht. Ik wist nu dat ik klaar was om mijn eigen plaat af te ronden."

Gek hoe de geschiedenis zich herhaalt. U bewijst eer aan Jack London, terwijl hij zelf de laatste pagina's van zijn boek opvatte als een hommage aan dichter Charles Swinburne.

"Daar had ik nog niet bij stilgestaan. Maar je hebt gelijk: Swinburne was Jack Londons mentor, net zoals hij en Ted mijn mentors waren. Die uitwisseling vind ik wel mooi. Sommige mensen zeggen: 'Je hebt ons leesplezier verknald door te verklappen dat Martin Eden doodgaat aan het eind'. Maar dat is flauwekul: zo eindigt elk verhaal. We zijn sterfelijk, dus aan het eind gaan we allemaal dood."

Blackberry Belle is uit op Labelman. Op 6 september verschijnt de coverplaat She Loves You. Twilight Singers speelt op 20 augustus om 0.55 uur in de Marquee op Pukkelpop in Hasselt Kiewit.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234