Maandag 18/10/2021

Great Ocean Road

indelijk! Dat was wat ik dacht toen ik ging reizen. Eindelijk tijd om te leren surfen. Om twintig boeken te lezen. Om elke ochtend push- en sit-ups te doen, zodat ik niet langer door het leven moet met de looks van Louis Theroux, maar met die van Brad Pitt of Leonardo DiCaprio. En vooral: eindelijk tijd om te leren wat ik altijd al had willen kunnen: in beeld komen na de koers.

Ik heb veel respect voor Fabian Cancellara en Tom Boonen, maar minstens evenveel voor de mannen die het aanstormende peloton weten te omzeilen en achter de renners verschijnen op het moment dat die het koersverloop uit de doeken doen. Let wel, er zijn er bij die de sport om zeep helpen. Pubers die staan te springen en te zwaaien en zo alle aandacht naar zich toe trekken. De echte klasbakken staan onopvallend naast de helden van de natie en kijken na elke vraag vol onbegrip naar Renaat Schotte. Zo van: ‘Maar allez, Renaat, gij hebt toch ook gezien dat de benen uitstekend waren vandaag?’

We zijn vierenhalve maand verder en ik kan nog altijd niet op een surfplank staan. Ik zit niet eens aan de helft van de boeken die ik had willen lezen en de blonde babes op het strand van Bondi Beach in Sydney zullen het met een Theroux moeten stellen in plaats van een DiCaprio.

Maar als in het najaar het WK wielrennen wordt gereden in Melbourne, dan weet ik wie straks rechts achter Cancellara in beeld zal staan. Ik heb een groot stuk van het parcours al verkend en mag de jongens van de security al met hun voornaam aanspreken. Daarvoor ben ik tot het uiterste gegaan tijdens de Pro Bells 2010, een van de grootste surfwedstrijden ter wereld.

De Pro Bells worden jaarlijks uitgevochten aan Bells Beach, een strand vlak bij Melbourne en langs een weg met de weinig bescheiden naam Great Ocean Road. Er zijn er die beweren dat het de mooiste autoweg ter wereld is, en toegegeven: hij moet niet onderdoen voor zijn grootste concurrent in dezelfde categorie: de Big Sur, tussen LA en San Francisco.

Wat die Amerikanen kunnen, kunnen wij ook, zo dachten de Australiërs. En dus begonnen ze na de Eerste Wereldoorlog aan de bouw van een autoweg langs de oceaan. De Great Ocean Road zou een eerbetoon worden aan de duizenden soldaten die Groot-Brittannië te hulp waren gesneld maar om het leven waren gebracht door de Turken. De weg werd gebouwd door soldaten die de Grote Oorlog wel hadden overleefd, helden van hun land voor wie er geen ander werk meer was.

Net als de Big Sur kronkelt de Great Ocean Road hoog boven de woeste zee en net als in Schwarzeneggerland kun je af en toe halt houden om prachtige beesten te groeten. Langs de Big Sur zijn dat zeeleeuwen en pelikanen, in Australië koala’s en dolfijnen. Maar de Great Ocean Road heeft iets wat ze in de VS niet hebben: gigantische rotsblokken die in allerlei gedaanten uit de zee piepen, één keer zelfs met acht naast elkaar. Die blokken worden de ‘Twaalf Apostelen’ genoemd, ook al zijn ze nooit met meer dan negen geweest. De naam dient om toeristen te lokken, wat zijn effect niet heeft gemist bij de Japanners. Ze komen met tientallen bussen tegelijk en duwen je letterlijk omver om een foto te nemen, alsof je in de moshpit zit tijdens een concert van Rage Against the Machine.

De Japanners rijden snel heen en terug vanuit Melbourne, waardoor ze missen wat de Great Ocean Road echt tot de mooiste autoweg ter wereld maakt: de verhalen waaraan je herinnerd wordt bij elke vuurtoren met een fenomenaal uitzicht. De voorbije twee eeuwen zijn bijna tweehonderd schepen gezonken voor de kust tussen Melbourne en Adelaide. Wat spreekt er meer tot de verbeelding dan die gezonken boten, vol mensen die in een tijd zonder telefoon of internet vrienden en familie hadden achtergelaten om twee maanden op een zeilschip te zitten?

Het mooiste verhaal vind je aan de Loch Ard Gorge, een inham die genoemd werd naar een pracht van een zeilschip dat in 1878 tegen een rots voer, in de nacht nadat de bemanning gevierd had dat ze de volgende dag eindelijk in Melbourne zouden arriveren. Twee tieners overleefden de ramp. Eva en Tom. Tom was met het meisje tot in de inham gezwommen, die uitmondt in een verborgen strand, een van de mooiste die ik ooit heb gezien.

Een paar kilometers verder ligt het ongerepte strand van Johanna, waar de finale van de Bells Pro werd uitgevochten nadat de golven aan Bells Beach te klein waren gebleken. Eerst hadden we een volledige dag aan dat strand gewacht, maar er werd een rustdag ingevoerd omdat de golven niet meewilden. En toen 24 uur later beslist werd om aan Johanna te surfen, mochten we drie uur terugrijden. Nu, er zijn slechtere wegen om twee keer in een week tijd te berijden dan de Great Ocean Road. De finale werd beslecht tussen Mick Fanning, Australiër en regerend wereldkampioen, en Kelly Slater, negenvoudig wereldkampioen en nog altijd ‘The Boss’, want zelfs met een zware voetblessure liet de Amerikaan zien waarom hij de Lance Armstrong van de surfwereld wordt genoemd.

Vandaag doorblader ik de weekendeditie van de Sydney Morning Herald. Er staat een foto in van Kelly Slater, met trofee, en achter hem, netjes in beeld, een lange slungel, verdwaald uit België. Dezelfde die u straks zult zien na het WK wielrennen, als u goed kijkt wie er rechts achter Cancellara staat. Met wat geluk kunt u hem herkennen aan die brede borstkas. Ik moet dringend nog eens pompen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234