Dinsdag 20/04/2021

Goud tussen de kiezels

undefined

Dit verhaal begint al eind maart. Dan geeft Robert Parker in zijn Wine Advocate 100 op 100 aan Le Pin Pomerol van 2009. Dat is niet de eerste keer, maar het is wel van 1982 geleden.

En dus rijden we Pomerol binnen. De kaart van het dorp duidt nog een hippodrome aan, maar daarvan zijn de allerlaatste resten ("tot vorig jaar stonden er nog wat hokjes") verdwenen. In de plaats ervan zijn druivenranken gekomen. Zoals overal. "Als ze hier wijnranken op het dak konden zetten, dan deden ze het ook." Zelfs de kerk van Pomerol is omgeven door wat ooit wijn wordt. Geen miswijn. Toch: Clos L'Eglise, Château L'Eglise-Clinet, Domaine de l'Eglise. En Château Saint-Pierre. Bordjes wijzen hier de weg en voeden de goesting. Op de wijngaard van Château Clinet is een jonge Italiaans klinkende man bezig met wat hij l'épamprage noemt. De leek hoort en ziet het hem doen: er worden takjes geteld, scheutjes afgeknepen, twee warm ingepakte vrouwen leren mee knijpen.

Het is ook koud. "In 1991 was het op 21 april tot min 7", zegt Jacques Thienpont. "Er stonden al bloemen op. Alles ging kapot. Daar kwam geen wijn van. Dit jaar was het in februari, maart al warm. Nadien moet je hopen dat het niet meer vriest. Maar ook het omgekeerde is mogelijk. In 2003 was het zo warm, toen heb ik geen wijn gemaakt. De druiven hadden de smaak van gedroogde pruimen. En je kunt echt alleen maar goede wijn maken van goede druiven. Tegen de koude kun je nog iets doen, tegen de grote hitte niet. Er bestaat geen enkele fles Le Pin 2003. Je moet wijn hebben die met plezier gedronken wordt. We hebben onze vaten toen vlug aan de Carrefour gesleten, dat we ervan af waren."

Binnen in dit huis is het warm. Een kasteel? Ben je gek: een bescheiden huis, je rijdt er zo voorbij, mensenmaat. Naar deze grote naam verwijst zelfs geen bordje. "Mijn buurman vroeg onlangs om er toch eentje te zetten", glimlacht Thienpont. "Daar komen mensen op af en dan zien ze ook zijn bordje. Ik heb maar gezegd dat ik geen geld had voor zo'n bordje." Dat is een grapje, maar het zegt wel veel over de mensen die hier in de keuken aan de tafel mettoile ciréezitten. Hij, Jacques Thienpont dus. Zij is zijn vrouw: Fiona Morrison. Google haar en je vindt dat ze een in Amerika geboren Schotse is, de allereerste vrouwelijke 'Master of Wine', ook wel journaliste en columniste. En dan is er nog een neef, Cyrille Thienpont. Né in de streek. Op tafel staan flessen, flesjes, maatbekers en spuwkommen. "Wijn drinken doen we pas vanaf zes uur 's avonds", glimlacht Fiona. "Nu proeven we. Bedoeling is om een blend samen te stellen voor de 2010 van L'If, een wijngaard die we twee jaar geleden kochten en waar we nu volop aan bezig zijn. We zitten hier al voor de vierde keer samen, trouwens. Maar het is dan ook wel echt belangrijk. De naam van Jacques Thienpont komt op het etiket. Het moet echt goed zijn."

Met de fiets van Etikhove

Even over die naam. 66 is Jacques Thienpont en geboren in een geslacht van wijnhandelaars, wijnliefhebbers en dus wijnbouwers. Hij runt nu de wijnhandel in het Oost-Vlaamse Etikhove, in 1842 opgericht door een voorvader. Maar dat we hier zitten, komt door zijn grootvader Georges, die in 1921 in Pomerol het toen al mooie wijndomein Troplong Mondot kocht. Drie jaar later ook het Vieux Château Certan. "Af en toe reed hij met de fiets van Etikhove naar Pomerol", vertelt Jacques. "Dat was goedkoop. Maar in 1934 moest hij Troplong Mondot verkopen. Door allerlei ziektes was de oogst vier jaar na elkaar mislukt en door de crisis had niemand nog geld om wijn te kopen. In de jaren 30 was de wijn trouwens nergens goed. Het Château Lynch-Bages in Pauillac is in diezelfde periode voor een appel en een ei aan de plaatselijke bakker verkocht.

2012 zijn we, en Cyrille Thienpont is dus een kind van de Vieux Château Certan-tak, les tjènponds sont connus dans la région. Hij is het die flesjes bovenhaalt. Met codes: PCF, FPEO, St-Martin. Slechts traag dringt en druppelt bij de Colruyt-wijndrinker door welk tafereel zich hier afspeelt. Cyrille mengt en schenkt. Ze proeven alledrie. Fiona zegt dat bij de 3 en 4 "le nez plus agréable" was. En vraagt Jacques of hij met deze mengeling à l'aise is. Dat is hij. Met vulpen maakt zij dan aantekeningen in een Moleskine-schriftje. Cyrille doet dat op kladbladeren. Haalt er af en toe een rekenmachine bij. Jacques noteert niks. "Eigenlijk doen we een assemblage uit verschillende kuipen en vaten. Een wijngaard is niet één geheel: druiven op een deeltje van de wijngaard hebben een andere smaak dan op een ander deel. En zorgen dus voor andere wijn. Ligging, ondergrond: het heeft allemaal invloed. Ook de vaten. Ook al is het dezelfde jaargang. Het komt erop aan uit die smaken één wijn te maken."

Dat gaat dus door: nu weer wat uit een barrique van PCF, twee maten uit een barrique FPEO. De codes voor een stukje wijngaard. Vaten van telkens 225 liter, goed voor 300 flessen per vat dus. De rekenmachine van Cyrille is er om te tellen hoeveel flessen ze zouden kunnen maken als ze zo veel vaten van dit en zo veel vaten van dat gebruiken. "Maar het volume mag je niet laten meetellen", zegt Jacques. "Je moet het op lange termijn bekijken. Alleen de kwaliteit telt dan." 2003 is daarvan dus zijn beste voorbeeld. Natuurlijk had hij dat jaar Le Pin kunnen maken. "Desnoods van twee vaten, vroegen ze mij", herinnert hij zich. Misschien had hij die flessen niet voor 2.000 euro moeten verkopen, maar misschien zelfs voor veel meer. Schaarste creëert hype. Maar hij weigerde dus. "Mijn naam staat erop. Als ik dat jaar minder goede wijn had gemaakt, dan had dat op langere termijn gevolgen. Niet dus. Waarom zou ik het wel doen? Voor het geld?" Hij glimlacht: "Neen."

Fiona Morrison, mevrouw Thienpont dus, weet dat net zo goed. En waakt er even hard over: "Wat jij hier nu ziet, dat kun je in de bourgognestreek niet meemaken. Maar voor ons is dit zeer belangrijk. Tenslotte zijn we geen wijn aan het maken van 5 euro. Tegelijk blijft het een tweede wijn. Je moet je ook afvragen: is hij niet té goed voor een tweede wijn?" Cyrille mengt verder, vraagt of ze akkoord gaan met de architectuur, Fiona zegt dat voor haar de aroma's belangrijker zijn dan de architectuur, Jacques suggereert om er nog een druppel 2011 bij te doen. "Het is zoals een schilder die verf mengt. Een druppel erbij zorgt voor een extra nuance." Deze L'If moet dus zijn naam waardig zijn. "We hebben deze wijn uit Saint-Emilion twee jaar geleden gekocht, hij heette toen Haut-Plantey. Maar dat vonden we niet zo'n goede naam, zeker voor de export. If is beter omdat er een link is met Le Pin, 'If' is immers ook een type van coniferen. En 'if' is ook de titel van een gedicht van Rudyard Kipling, een gedicht dat elke Engelsman kent en dat uitstekende bij onze filosofie past: je moet geen dikke nek krijgen. Het is elk jaar opnieuw beginnen."

Dat gedicht begint zo: If you can keep your head when all about you / Are losing theirs and blaming it on you, / If you can trust yourself when all men doubt you, / But make allowance for their doubting too.

En acht verzen later eindigt het zo: If you can fill the unforgiving minute / With sixty seconds worth of distance run - / Yours is the Earth and everything that's in it, / And - which is more - you'll be a Man my son!

We mogen even meeproeven. Twee glazen met twee verschillende mengelingen. Ja, het smaakt anders. Een beetje. "Voor ons is het verschil gigantisch", zegt Fiona.

Net over het tuinhek begint de wijngaard van Le Pin. Toen Jacques Thienpont deze wijngaard in 1979 kocht, was hij één hectare groot. Klein dus. "Het was eigendom van een weduwe", zegt Jacques, "maar toen zij overleed, kwam het te koop. Haar twee dochters waren niet geïnteresseerd." Zij niet alleen: Jacques' oom van Vieux Château Certan had er evenmin een goed oog in. "Vraagprijs van de wijngaard was één miljoen Franse frank. Te duur, vond hij. Maar een andere oom had er wel een goed oog in. Hij wist dat hier goede wijn gemaakt werd. Met zijn steun en die van mijn vader kon ik het kopen. De rest is geschiedenis."

Jaargang 1979 noemt hij zijn 'kladversie'. "Anti-academique", glimlacht Thienpont, als we aan tafel zitten in een wijnhuis in St-Emilion. "Het was pionierswerk. En omdat ik geen geld meer had, moest ik de tweede gisting van de wijn ook op vat laten gebeuren. Daarmee was ik in de bordeauxstreek ongeveer de eerste. Nu wordt dat als voorbeeld genomen, maar toen was dat absoluut niet bewust gedaan voor het procédé of voor de smaak. het was noodzaak."

Fiona lacht: "Typisch Jacques is dat. Ze zeggen dat hij een technische revolutie ontketende, terwijl het toen gewoon niet anders kon. Maar daar bestaat een mooie uitspraak voor: 'Necessity is the mother of invention'."

1980 was geen groot jaar. 1981 was goed. Jacques Thienpont zegt: "Ik was beter georganiseerd." Vorig jaar hebben ze hem nog geproefd. En in 1982 kreeg hij van Robert Parker dus 100 op 100. "Toen maakte hij nog maar 4.000 flessen", zegt Fiona. "Die 1982 heb ik ooit nog eens voor Jacques gekocht bij Christie's. (glimlacht) Neen, ik zeg niet voor hoeveel. Maar het was een héél mooi kerstcadeau."

Nog een klein beetje history: beetje bij beetje kocht Thienpont rond de wijngaard wat extra grond bij. "In stukken en brokken", zegt hij. Eén hectare werd 2,7 hectare. Groter wordt het nooit meer. Capaciteit voor 9.000 flessen, die hij tot 6.000 beperkt. "De grond heeft kiezel en zand", zegt hij. "Maar heel diep zit er klei. Bij Vieux Château Certan heb je bijvoorbeeld ook zand en kiezel, maar je komt veel sneller in kleigrond. Dat bepaalt de smaak. Net als de druif natuurlijk. Die is 100 procent merlot."

Chinezen met een Porsche

Onderweg naar het wijnhuis in Saint-Emilion zijn we een Porsche Panamera gepasseerd. Geparkeerd bij een wijnwinkel. In die winkel een groepje Chinezen. "Veel kans dat die Porsche van hen is", glimlacht Jacques. "Ze vliegen naar Bordeaux en huren daar een auto. Een Porsche dus." Zelf rijdt hij hier met een Citroën rond. Twee keer per maand een een dag of twee-drie in Pomerol. Al sinds 1979 dus. Lange tijd woonde hij in een rijhuisje aan de wijngaard. Sinds vijf jaar nu in het huis net ernaast. Hij draagt een groene jekker die al veel meegemaakt heeft. Zijn uurwerk doet aan de jaren 70 denken. Zwart gevlochten bandje waar je het pinnetje overal kunt steken, u herinnert zich dat. Geen iPhone, een ouwe gsm. Geen gram luxe te zien. Nochtans: in de wijnwinkel waar die Chinezen proeven, liggen in de gewone rekken flessen die meer dan 800 euro kosten. Er is alleen een glazen beveiligde kast voor de toppers. Daarin Château Petrus. Rotschild. Roma- née-Conti. En Le Pin Pomerol, gehandtekend door Jacques Thienpont. "Die 100 op 100 van 1982 heeft voor een enorme boost gezorgd. En er was meer. Jacques Luxey (een autoriteit in de wijnwereld, RVP) noemde onze wijn de 'Ro- manée-Conti van de bordeauxstreek' en Rene Gabriel, die verantwoordelijk was voor de aankoop van wijn bij Movenpick, had bij een blindproeverij Le Pin gedronken. 'Ik wil u ontmoeten en ik wil weten hoe u hem maakt', schreef hij."

Vandaag gaat alles eenvoudig. Als de wijn gebotteld is, moet hij verkocht worden. "Ik heb acht handelaars met wie ik werk. Die bel ik dan. De verkoop van mijn zesduizend flessen neemt me exact een half uur per jaar in beslag."

Dat doet hem zelf lachen. Voor die van 2009 betaal je dus nu tussen de 2.500 en de 3.000 euro per fles. "Voor een fleske wijn, hé", zegt hij. "Soms denk je: het is te gek voor woorden."

En Fiona: "Maar sommige mensen redeneren: als je geen Le Pin in je kelder hebt, heb je geen kelder. Er zijn collectioneurs die alle 100/100-flessen hebben. Er zijn er ook die meer Le Pin hebben dan wijzelf. Die 2009 springt er nu wel uit, door die score van Parker. Andere jaargangen heb je soms voor 1.600 euro per fles. Maar dat is nog altijd heel veel.

"Het heeft allemaal met de markt te maken. Vroeger verkocht je in Frankrijk, België en Engeland. Later is Amerika erbij gekomen. Dan Japan. En nu dus China. Punt is dat wij allemaal een achtergrond hebben van tientallen jaren wijn. Wij kunnen dus vergelijken en we weten dat dat heel veel geld is voor zo'n fles. In China hebben ze die traditie niet. En wie daar dus heel rijk is, stelt zich daar geen vragen bij. Natuurlijk bepaalt Parker de prijs enorm. Maar toch vermindert zijn invloed. Mensen hebben meer hun eigen smaak ontwikkeld. Maar het blijft voor een wijnhuis geweldig om 100 op 100 te krijgen. Alleen zijn er dus vijftien huizen die dat krijgen. En misschien is dat wat overdreven. Tegelijk zijn er die bijvoorbeeld geen 90 op 100 halen. Daar wordt dan over gedaan alsof het niks voorstelt. Terwijl dat uiteraard ook niet zo is. (wijst naar de wijn op tafel) Deze Château Lamothe Gaillard maken is even moeilijk als Le Pin maken."

Jacques: "Het grote succes van Le Pin is dat iedereen er wel bij vaart: wij, de sommelier, de handelaar, de consommateur."

Ze gaan natuurlijk zelf regelmatig uit eten. Goed. In toprestaurants. Daar staat hun wijn vaak op de kaart. Voor die van 1999 zul je bijvoorbeeld op restaurant makkelijk 4.000 euro betalen. "Dat zal ik zelf nooit betalen", glimlacht Jacques. En zij: "Le Pin is echt boven onze stand. We kunnen alleen onze eigen wijn meebrengen." Wel mooi is dit: een Braziliaanse verzamelaar nodigde hen uit om bij hem thuis een boel jaargangen van hun eigen Le Pin te komen proeven.

Hij maakt een vergelijking: "Vincent Van Gogh gaf zijn schilderijen voor een appel en een ei weg. Wat er nu voor zijn werk betaald wordt, heeft absoluut niks meer te maken met wat hij er toen voor kreeg."

Nog een gelijkenis met de kunstwereld, is dat er ook valse Le Pin bestaat. Dook in China op. Zoals er veel meer valse wijn bestaan. "Rijke mensen die niks van wijn kennen, kun je dat verkopen", zegt Jacques. "Ik heb valse Le Pin uit 1982 gezien. Een man had er op een site zes flessen van gekocht. Mja."

Fiona: "Als je zo'n aanbieding ziet, moet er ook een lichtje gaan branden. If it's too good to be true, it's too good to be true."

Jacques: "Ooit was Château Lafitte in China zeer in. Heel eenvoudig omdat Lafitte makkelijk uit te spreken was door Chinezen. Dat geldt trouwens ook voor Le Pin. Maar Lafitte is ginder in elkaar gestort. Wij gelukkig nog niet. We doen er wel alles aan om die vervalsingen tegen te gaan. Het etiket wordt nu gedrukt om heel speciaal papier, papier dat in Zwitserland gemaakt wordt en dat gebruikt wordt voor postzegels. Er zitten stoffen in die je alleen met UV-licht kunt zien en de tekening is elk jaar anders. Je kunt dit gewoon niet nabootsen. En ik zie het zelf meteen."

Maandje niet geslapen

En dan rijden we terug naar de wijngaard. Onderweg toont Thienpont de collega's: daar Cheval-Blanc, waar Albert Frère aandelen heeft, daar Petrus, hier Franc-Mayne van Griet Van Malderen. Er wordt overal gebouwd en verbouwd. En vorig jaar gebeurde dat ook bij Le Pin. Er staat een modern gebouwtje aan de wijngaard. Je kunt niet zeggen dat het groot is. Maar het is opvallend. Ontworpen door architecten Robbrecht en Daem, die ook het Brugse Concertgebouw tekenden. "Serieuze investering, ja", glimlacht Jacques. "Heb ik toch een maand niet zo goed van geslapen. Maar we zijn er bijzonder blij mee."

Het gebouw heeft een torentje met boven een terras met uitzicht. Ooit kunnen ze er mensen te eten ontvangen. Er is een wijnkamer met rek, waar straks Le Pin komt te liggen. Ook het interieur, met veel hout, is helemaal door Robbrecht en Daem getekend. Dan gaan we naar beneden, een technische kamer door, een kelder in. En hier liggen 34 vaten, de merken zijn Taransaud en Seguin Moreau, warm hout, daarin Le Pin van 2011. "Wijn maken word je niet gewoon", zegt Fiona. "Elk jaar hebben we vlinders in de buik als we de druiven voor het eerst proeven. Want daar begint het mee."

Maar wat zo gek is: de buurman van Jacques Thienpont heeft, sinds het torentje er staat, een groot spandoek aan zijn huis hangen. Croix-Saint-Georges ziet wie Le Pin komt bezoeken. Hij was ook de man die vroeg of monsieur tjènpond geen bordje wilde zetten. Want hier rijden autobussen op wijntoer en dan pikt Croix-Saint- Georges een graantje mee. Zijn wijn kost 15 euro. Tussen beide wijngaarden ligt hooguit drie meter. Drie meter, kostprijs maal 100, voor Le Pin. "Goeie wijn maak je van goeie druiven", zegt Jacques. "Goeie druiven heb je van goeie druivenranken. En goeie druivenranken kunnen enkel in goeie grond groeien."

Maar juist daarom. Het verschil bedraagt amper drie meter. Is het uit te leggen? Zeer moeilijk. Zoals een kok met peper en zout aan de slag gaat, daar vergelijken ze het wel eens mee. Waar zit het talent?

En dan zuigt Jacques Thienpont met een soort pipet Le Pin 2011 uit een van de vaten. Hij proeft, zij proeft, wij proeven. Ja. Heerlijk is het. Vindt ook Tim, de fotograaf, die voor één keer niet durft te zeggen: "Sportief wijntje." En neen, wij durven ook niet te zeggen dat we dit verschil van factor 100 proeven. Maar dit is wel goed om een jaloersmakend sms'je naar huis te sturen.

Vierendertig vaten, dat zou dus makkelijk 9.000 flessen kunnen opleveren. Dat zal niet gebeuren. 6.000 toppers worden het. Maar de andere vaten worden niet weggegoten. In een ander huis langs de wijngaard liggen die van 2010. Ook daar gaan ze nu een blend van samenstellen, Trilogie, officieel niet de tweede wijn van Le Pin. Komt zonder jaartal op de markt. Toch ook zeer lekker.

Als Fiona ervan proeft, vraagt ze oprecht: "Tiens, waarom hebben we dit vat eigenlijk gedeklasseerd?" Daar komen straks flessen van goed 50 euro van. "Er zijn er veel die hun eerste wijn voor 50 euro zouden willen verkopen", glimlacht Jacques. En het is meteen een doordenker voor de Pomerol van 12 euro die we in de supermarkt kopen.

We rijden nog even langs Vieux Château Certan, een werkelijk prachtig domein waar de neef van Jacques Thienpont de leiding heeft. In de tuin kan een helikopter landen. "Het beste plateau van Pomerol is dit", zegt Jacques. "Vijfhonderd meter verder zien mensen zwarte sneeuw. Hier is het een paradijs. Zo klein zijn de verschillen."

Maar veel verschil zit in werk. "Eigenlijk is het een boerenstiel", besluit hij dan. "Er zijn mensen met veel geld die een wijndomein kopen, dat staat goed voor het imago. Maar wijn maken, dat is weer iets anders. Dat moet je kunnen. Wij plukken wat later dan de rest, maar in die periode ben ik hier dan zeker een maand. Het is werken."

En een missie. Dat ze de Trilogie maken en dat ze L'If zullen maken, heeft ook een reden. "We willen goeie wijn maken, maar wijn moet ook terug naar de mensen. Imago is niet de realiteit. En wijn is only a drink", zegt Fiona.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234