Dinsdag 06/12/2022

gorillazbaas damon albarn na mtv en het succes van de cd 'demon days'

'Albarn is de moderne versie van de negentiende-eeuwse Britse ontdekkingsreiziger, niet op zoek naar culturele buit maar samenwerking'

De laatste der popintellectuelen

De Britse zanger Damon Albarn werd wereldberoemd met Blur, maar is ook de bezieler van Gorillaz, de cartoongroep die afgelopen weekend nog de prijs voor de beste band op de MTV Awards wegkaapte en er via driedimensionale projecties een optreden gaf. Albarn kleurt zijn commerciële successen echter met een heerlijke reeks van amodieuze en controversiële projecten.

Londen

The Independent

Andy Gill

Voor een korte periode, in de late jaren zestig, was het bon ton voor popsterren om interesse buiten de muziek te tonen. Geen enkele vernissage van een hippe tentoonstelling in swingend Londen was geslaagd zonder de aanwezigheid van een Beatle of Rolling Stone. Popmuzikanten hielden zich bezig met film en schreven boeken alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Die culturele tendens bereikte een hoogtepunt met David Bowie die rock-'n-roll kruiste met mime en make-up en meer dan verdienstelijk acteerde. De man manifesteerde zich zelfs als kunstcriticus en pakte onder meer uit met gewichtige interpretaties van het werk van schilders als Balthus.

Die bloei van culturele kruisbestuiving bleef echter niet duren. Ze werd een van de slachtoffers van de punk en dat is ironisch, zeker als je bedenkt dat de theoretische roots van punk in het situationisme liggen. Postpunk new wave was wel degelijk zwaar gelieerd met literatuur, kunstfilms en filosofie, maar die interesses werden al snel uitgewist door de New Romantics die stijl boven inhoud verkozen. Sinds dan lijkt een revival van popintellectualisme verder weg dan ooit. Een muzikant die met ideeën speelt die buiten zijn niche vallen, zal hetzelfde lot delen als Brian Eno. De ex-Roxy Musicmuzikant en producer van U2 en Talking Heads is een baanbrekend videoartiest en geluidskunstenaar, maar wordt nog altijd spottend afgedaan als 'professor Eno' en met argwaan door het macho rockwereldje bekeken.

Ook Damon Albarn wordt zo gestigmatiseerd en hij is ondanks zijn wereldsuccessen nooit meer bekomen van de hatelijkheden tijdens de britpopoorlog in de jaren negentig. Volgens zijn tegenstanders is hij te middle class om een echte rocker te zijn, een depreciatie die gemakshalve voorbijgaat aan Albarns jeugd als Eastender en de vaak veel twijfelachtiger origine van heel wat andere rocksterren. De zangers artistieke roots vallen echter niet ver te zoeken. Zijn ouders zijn ex-hippies met een brede culturele interesse. Vader Keith gaf les in kunst, ontwierp meubels, was betrokken bij kunstprogramma's op tv en zelfs een tijdlang manager van de harige artrockers Soft Machine. Zijn moeder Hazel werkte als decorontwerpster. Hij deelde de muzikale smaak van zijn ouders - wereldmuziek, jazz en artrock - niet, al was zijn interesse in toneel en muziek wel zo groot dat hij op school in Essex als nicht werd bestempeld.

Albarn werd nadien aangenomen door het prestigieuze toneelinstituut Goldsmith's College, maar daar realiseerde hij zich al snel dat zijn voorkeur niet naar acteren uitging. "Ik was er niet genoeg mee bezig", gaf hij later toe. Hij heeft dan ook nog maar een paar kleine rolletjes gespeeld, onder meer in de Britse gangsterfilm Face. In plaats daarvan schrijft hij liever filmmuziek. Zo werkte hij samen met ex-Sugar Cube Einar Örn Benediktsson aan de soundtrack van 101 Reykjavik.

Albarn bezit trouwens een huis in de IJslandse hoofdstad vlak naast dat van Benediktsson. Hij werkte verder samen met Michael Nyman voor Ravenous, een zwarte komedie over kannibalisme. Voor de uitvoering gebruikten de twee een massa exotische instrumenten, waaronder citer, harmonium, accordeon en marimba. Het bleek een voorproefje van latere experimenten met wereldmuziek. De samenwerking met de befaamde filmcomponist gaf hem de moed om te musiceren met de virtuoze koraspelers en percussionisten die hij in Mali ontmoette.

Zo'n muzikale pluraliteit kon onmogelijk voorspeld worden toen Albarn voor het eerst kwam piepen met zijn band Blur. Het groepje leek eerst stuurloos en gezichtsloos. Ten tijde van Modern Life Is Rubbish viel alles mooi in de plooi en de groep bleek de rechtgeaarde erfgenaam van de Kinks te zijn. De platen dropen van de sardonische commentaar en worden door Albarn nog altijd als kwaad en cynisch omschreven, iets wat men toen over het hoofd zag. Zonder dat het Blurs bedoeling was, zaten ze ineens tot over hun nek in de britpopoorlog met Oasis. Het is ironisch dat Oasis de noordelijke kant claimde van de geüpdatete versie van de Beatles/Rolling Stones-discussie, terwijl het enige wat ze met de Beatles gemeen hebben een zekere Lennonachtige nijdigheid is. De aftandse, geleende stijl van Oasis hield op geen enkele manier gelijke tred met die van Blur, laat staan met The Beatles, allebei bands die wel weg weten met verbeeldingrijke recyclage en diversiteit.

Als je naar de omgang met het buitenland van Oasis en Blur kijkt, merk je ook een gigantisch verschil. De platte, dronken Brit-aanpak van de Gallaghers heeft ervoor gezorgd dat ze buiten Engeland nauwelijks nog een voetnoot zijn, terwijl Blurs 'Song 2' nog altijd bij Amerikaanse sportwedstrijden door de speakers schalt. Het essentiële onderscheid tussen Blur en Oasis is verder dat je Damon Albarn nooit zonder een boek ziet, terwijl Noel Gallagher vrolijk bekent dat hij er nooit een gelezen heeft.

Albarn werd ondertussen de moderne versie van de negentiende-eeuwse Britse ontdekkingsreiziger. Ook die onderzoekers schuimden de wereld af op zoek naar nieuwe culturele horizonten. Het hoofdverschil is dat de Victoriaanse avonturiers de wereld zagen in termen van culturele buit, terwijl de zanger zoekt naar punten waar de verschillende culturen samenvloeien. Door die werkwijze is hij erin geslaagd om in de VS met Gorillaz veel meer succes te behalen dan Blur of Oasis samen. Van het debuut van Gorillaz werden er inmiddels zes miljoen exemplaren verkocht en de opvolger Demon Days loopt ook als een spooktrein. De verandering van een britpopper naar een culturele globalist is duidelijk traceerbaar naar het moment toen hij realiseerde dat hij niet meer in 'Englishness' geloofde.

Dat was op het hoogtepunt van de hele britpoprage. Samen met Jarvis Cocker was hij een erfgenaam van de fijne Britse artschool-poptraditie die kunst als een gave en niet als iets belachelijks ziet. Toen Oasis en hun fans tekeergingen, leek het wel alsof Groot-Brittannië niet langer in die traditie geloofde, maar liever luisterde naar grijs gehakt afgeleverd door muzikale slagers.

Zelfs Blurfans begonnen te vragen waar de volgende 'Girls and Boys' of 'Country House' bleef. Hij liet weten dat hij het haat om zich muzikaal te herhalen: "Als je dat moet doen, dan betekent het dat je het de eerste keer niet duidelijk genoeg gezegd hebt. Ik ben op zoek naar mijn eigen identiteit en daarom moet ik steeds verder gaan, desnoods mijn hele leven lang."

Het weerspiegelde zich in de telkens opnieuw veranderende muziek van Blur en de cd Mali Music die Albarn met Afel Bocoum en Toumani Diabete maakte. De oorsprong van het project was echter niet muzikaal, maar politiek: "Ik werd door Oxfam gevraagd om naar Mali als hun ambassadeur te gaan en daar hun initiatieven te bekijken. Ik vond echter dat ze fout zaten om daarvoor een muzikant te vragen. Ik heb dus tegen Oxfam gezegd dat ik naar ginds wilde om muzikanten te bezoeken."

In Bamako jamde hij met diverse musici en achteraf nam hij de tapes mee naar Londen. De jaren erop luisterde hij er wel eens naar, voegde er iets aan toe en vroeg zich af wat hij ermee moest doen. Uiteindelijk stuurde hij de tapes terug naar Mali zodat Afel Bocoum er viool en stem aan toe kon voegen.

De plaat was de eerste op zijn eigen label Honest Jon's. Het platenmaatschappijtje richtte hij samen met de mensen van Honest Jon's Records op, een platenwinkel in de buurt van zijn woning in Ladbroke Grove die bij hem de meest diverse muziek introduceerde. Het label is inmiddels een van de fascinerendste van deze tijd, met archiefreeksen die onder meer de zwarte muziek in het naoorlogse Engeland inventariseren, folk uit de jaren zeventig belichten en onlangs nog een excellente compilatie van het werk van de Amerikaanse blinde componist Moondog uitbracht.

Toen Mali Music uitkwam, werd Albarn direct het mikpunt van spot omdat hij het aandurfde als westerse popmuzikant met eeuwenoude klanken te gaan spelen. Het is nochtans vreemd dat artiesten als Ry Cooder of Robert Plant, die net hetzelfde doen, wel respect daarvoor krijgen. Blijkbaar was de figuur van Albarn de aanleiding om de muziek te veroordelen. Het houdt hem echter niet tegen om over de muzikale schuttingen te blijven springen. Zo is zijn bijdrage aan de onlangs verschenen War Child Benefietplaat een samenwerking met de Chinese citerspeler Zeng Zhen. Het is het meest meeslepende stuk muziek op de plaat en de beste verwezenlijking van twee culturen die de hand naar elkaar uitsteken. Zelfs zijn grootste critici konden de charme ervan niet ontkennen.

Albarns verwezenlijkingen gaven tevens gewicht aan zijn kritiek op Live8: "Meer dan ooit is de zwarte cultuur een onderdeel van onze maatschappij, waarom is de affiche dan zo Angelsaksisch getint? Als je een feestje houdt ter ere van bepaalde mensen, dan nodig je hen toch uit? Live8 bracht ons niet dichter bij Afrika, maar behandelde het continent als een falende, zieke, afgeleefde, versleten plaats."

Ook toen New Labour hem na zijn protest tegen Tony Blairs plannen met de universiteiten toch voor de kar wilde spannen, reageerde hij scherp: "Ik kan niet op uw uitnodiging ingaan, want ik ben niet langer een aanhanger van New Labour. Ik ben nu communist. Amuseer u verder nog." Albarn lijkt zich dan ook niet te bekommeren om beroemdheid of geld. Zelfs het immense succes van Gorillaz kent immers een flinke knauw door de enorme budgetten die met de grootse projecten errond gemoeid zijn. De afgelopen dagen was er bijvoorbeeld de integrale uitvoering van Demon Days in het Manchester Opera House. Daaraan werkten zo maar eventjes tachtig artiesten (onder wie Shaun Ryder, Roots Manuva, Martina Topley Bird, Ike Turner en Neneh Cherry) mee. Het project zal na de vijf voorstellingen nooit meer opgevoerd worden. Een strategie die Damon Albarns bankdirecteur zeker een hartaanval zal bezorgen, maar geef toe: kan er iemand een betere manier bedenken om geld te spenderen?

www.gorillaz.com

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234