Zaterdag 15/08/2020

Review

GOOSE in de Lotto Arena: gans geil!

Beeld Alex Vanhee (archief)

Na hun legendarische passages op Pukkelpop had je er niet meer op durven hopen. Maar in de Lotto Arena speelde GOOSE zowaar het optreden van zijn leven. Een dag later is de verpletterende licht en decibelstorm van beats, gitaren en synths nog steeds niet helemaal gaan liggen in ons hoofd.

Het is halftien 's avonds. De zaallichten doven, het publiek houdt zijn adem in en... een ruimteschip landt in de Lotto Arena. Of dat had je ons toch kunnen wijsmaken. Zoals het alien mothership op het witte doek dramatisch flitsend en knetterend zijn opwachting maakt op aarde, zo landt GOOSE op het hoofdpodium. Het Grote Gebaar gaat de vier gezworen vrienden - in eenvoudig zwart gekleed - verbazend goed af.

'Black Gloves' wordt ingezet: een oerkreet van een riff, een monster van een beat. Die opwindende lap lawaai blijkt de opmaat voor de gouden oudjes 'Audience' en 'Bring it On'. Toegegeven: de groep speelt daarmee natuurlijk op veilig. Die oude floorfillers garanderen steeds een ouderwets rondje vuistpompen in een kolkende moshpit. En ook wie zin heeft om als een halve hooligan mee te brullen, kan zich geen buil vallen aan die withete elektrorock van weleer.

Suggestief met kruis

Hun laatste plaat is een ander paar mouwen, merkten we in april nog. De songs van What You Need werden toen wat schutterig onthaald in de AB. Later gaf GOOSE zelfs toe dat een ontgoochelde fan hen opbelde met zijn grieven over de nieuwe sound op die laatste plaat. Toegegeven: ook voor ons was het danig slikken toen de Kortrijkse nachtburgemeesters ineens op emotionele popsongs leek in te zetten. Maar uiteindelijk trekt GOOSE alweer aan het langste eind. Een paar jaar eerder dreven ze hun fans al tot wanhoop, toen ze hun knetterende beats en sloganeske mokersongs plots inruilden voor onderonsjes met Kraftwerk en Depeche Mode. Maar vandaag wordt datzelfde Synrise door de fans beschouwd als één van hun beste werkstukken. Op een zelfde manier bleken songs als 'What You Need' en 'So Long' van de laatste plaat in uitgesteld relais als hymnes omarmd te worden. Méér nog: terwijl de oudere songs zich leenden tot springerig gedrag en ontucht in de boîte, leken de nieuwe bedoeld om écht te dansen. Gans geil!

Zo wreef 'What You Need' zijn kruis suggestief aan tegen een late Daft Punk, terwijl 'Trip' de allures van een gothische ballad meekreeg. Toch werd het volume meer dan eens drastisch opgeschroefd. 'Come Home' kende een finale met drie gitaren, terwijl de beats van 'Control' en 'British Mode' als sloopkogels door de zaal joegen. Songs stoomden nu eens als een pletwals doorheen de Lotto, om een andere keer als straaljagers laag over te scheren. Op de parterre was het feestje compleet; maar ook op de balkons lieten de fans zich niet onbetuigd. We durven er een week deel op te verwedden dat nauwelijks een handvol zitjes warm aanvoelden na de show.

Beeld (gva)

Schuimbekken op de bliksem

Even genereus als GOOSE met knoertharde beats omsprong, zo weinig zuinig toonde de groep zich ook met de lichtshow. Drie levengrote panelen met spots zorgden voor een zinnelijke ervaring die je meestal schuimbekkend tegen het canvas mepte ('Can't Stop Me Now'! 'Everybody'! De finale van 'Words'!), maar in het geval van 'So Long' en 'Call Me' ook sfeervol en - zouden we het durven schrijven? - romantisch.

Eén constante: in geen enkele song leek de lichttechnicus half werk te willen afleveren. Met helwitte flitslichten leek het haast doorlopend te bliksemen in de zaal, maar net zo goed liet hij de lichtbundels een gestileerd ballet opvoeren. Eén van de vele hoogtepunten? De glitterbal die in 'Synrise' lichtdruppeltjes over de zaal sprenkelde.

Ook een beetje vochtig werd je voordien van J.Bernardt en dj Nadiem Shah die de zaal moesten chambreren voor de hoofdact. Shah toonde zich dienstbaar in twee bedrijven, waarbij hij het publiek verwelkomde met de subtropische house van Cassius (in een Butch-remix) om zo langzaam op te werken naar de nieuwe Justice, 'My Moon, My Man' van Boys Noize en 'Fuck That Shit' van The Subs.

Balthazar en de synth

J.Bernardt bleek op zijn beurt het solovehikel van Jinte Deprez: de frontman van Balthazar slaat net als de andere leden zijn vleugels uit, en doet dat met een vrij verrassende sound. De songs worden voornamelijk gedragen door synths - geen wonder natuurlijk, met Pomrad in de gelederen - terwijl de stem en kèkke danspasjes van Deprez de enige duidelijke herinnering aan Balthazar zijn. Verder zag je hem al eens morrelen en trommelen op elektronica, en leek hij onvervalste ambities als crooner te koesteren. In avant-première kreeg je ook zijn single 'Running Days' te horen, waarin vooral de wondermooie finale op gitaar ons bijbleef.

Binnenkort trekt dit trio met Local Natives op tour doorheen Duitsland en Scandinavië, maar we maken ons sterk dat u de heer Bernardt ook in een aantal fraaie Belgische clubs zult aantreffen. Ook hij heeft what you need.

Beeld (gva)
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234