Vrijdag 18/10/2019

Google: pretpaleis en geldmachine

Rijd naar het bedrijvenpark van een middelgrote gemeente, ergens in de Vlaanders. Stap uit, kijk rond, en sluit nu je ogen. Fantaseer dat er voortdurend werknemers van het ene bedrijf naar het andere crossen op BMX-fietsen die rood, geel, groen en blauw geschilderd zijn. Dat er gigantische plastic donuts, bijenraten of bustes van de Amerikaanse acteur Lloyd Bridges op het gazon staan. Of standbeelden van een grote groene robot, het logo van Android, het besturingssysteem voor smartphones. Beeld je ook een Californisch zonnetje in, en denk aan suikeres- en sequoiabomen op de achtergrond.

Het is de enige manier om je min of meer een beeld te vormen van de omvang die de Googleplex heeft, een klein dorp van 34 bedrijfspanden dat internetmogol Google de afgelopen dertien jaar rond zijn hoofdkantoor in het Californische Mountain View heeft uitgebouwd. Alleen het centrale gedeelte van de Googleplex, vier kasten van gebouwen ter hoogte van het officiële postadres van het bedrijf (1600 Amphitheatre Parkway), is echt nieuw. De rest is in zeven haasten bijgebouwd of overgenomen van bedrijven die de afgelopen jaren naar elders verkasten.

In een van de twaalf lobby's die het complex telt, rollen de zoektermen die gebruikers wereldwijd op Google invoeren in realtime over een projectiescherm, in dezelfde signatuurkleurtjes als degene waarin het logo van het bedrijf is getooid, of de fietsen waarmee het personeel zich over de megacampus voortbeweegt.

Mijn bezoek valt tijdens de middaguren. Heel wat personeelsleden eten in de bedrijfskantine. De keuze is enorm: er zijn hamburgers, er is Thais, Mexicaans, Italiaans, sushi, Indiaas. In een hoek van de kantine in Building 40, een van de gebouwen in het hart van het complex, staat een podium. "Hier zitten Larry en Sergey elke vrijdagnamiddag een bedrijfsmeeting voor", zegt Gina Weakley, pr-dame van de Androidafdeling van het bedrijf. "Een traditie die ze al vanaf de eerste dagen opstartten en sindsdien zijn blijven aanhouden. Iedereen probeert te komen kijken. Voor wie dat niet kan, is er een mogelijkheid om de meeting via videoconferencing te volgen."

Werken is spelen

Larry Page en Sergey Brin, de twee stichters van het bedrijf, waren nog jonkies toen ze eind jaren negentig op hun studentenkamer in Stanford het zoekalgoritme uitvonden dat inmiddels de basis vormt van alles wat Google doet, en dat net als het geheime recept van Coca-Cola angstvallig wordt beschermd. De zoekmachine die ze ermee bouwden, klopte in geen tijd de toen heersende zoeksites, de ondertussen gefuseerde sites Yahoo! en Altavista. Enkele jaren later hadden ze ook het commerciële succesrecept gevonden: onlineadvertenties die aan zoekresultaten gekoppeld werden. Het legt hen geen windeieren: vorig jaar maakte het bedrijf 8,5 miljard dollar (ongeveer 6 miljard euro) nettowinst op een omzet van 29 miljard dollar (20 miljard euro).

Het bedrijf heeft een cashberg van 35 miljard dollar (24 miljard euro) klaarliggen, en die wordt ook gebruikt. Met de regelmaat van de klok neemt Google veelbelovende start-ups over, zonder dat het daar noodzakelijk iets mee doet. Softwarebedrijven SketchUp en BumpTop - de software van die eerste is nu gratis te downloaden, het product van de tweede werd vreemd genoeg offline gehaald - zijn daar een markant voorbeeld van. Andere overnames, zoals YouTube, werden aparte merken onder de Googlevlag. Ondertussen breidde het bedrijf, gesterkt door de forse inkomsten, zijn activiteiten op het internet zienderogen uit. Je hebt webmail (GMail), een cartografiedienst (Google Earth/Google Maps) en onlineproductiviteitssoftware (Google Docs). Een aantal van die activiteiten kreeg een eigen gebouw in de Googleplex, wat - samen met de tot meer dan tienduizend werknemers (op een wereldwijd totaal van 24.000) aangegroeide headcount - meteen de omvang van de bedrijfscampus verklaart.

Maar het blijft een kind van de dotcomboom uit de tweede helft van de jaren negentig, en dus staat de bedrijfscampus vol met zaken waaraan de werknemers ook hun vrije tijd kunnen besteden: werken is spelen. "Die campuscultuur was oorspronkelijk een fenomeen dat je alleen bij start-ups zag", zegt Chris De Vylder, een Belg die al veertien jaar woont en werkt in Silicon Valley. We spreken elkaar op de vooravond van mijn Googlebezoek tussen pot en pint in de Tied House Brewery, een lokale tent in het centrum van Mountain View. "De werknemers die ze aanwierven, verdienden iets minder dan wat ze zouden binnenhalen als ze bij een van de mastodonten zouden werken. Dus moesten ze dat kleine loonverlies compenseren: een vibe waarin iedereen zich thuisvoelt, omdat werken ook een beetje spelen is. En ja, uiteraard is het ook meegenomen dat mensen langer op hun werkplek blijven."

Google is echter al lang geen start-up meer. Onder die speelse, eclectische façade die het bedrijf blijft cultiveren, is ondertussen een heel andere onderneming gegroeid: een die in minder dan twaalf jaar compleet uit haar voegen is gebarsten. Het is ook een bedrijf van tegenstrijdigheden geworden: oprichters Brin en Page rijden dan wel allebei milieubewust met een elektrische Tesla Roadster rond, het park van bedrijfsjets bevat een Boeing-767 en een Boeing-757, twee vliegtuigen die normaal gezien worden ingezet voor commerciële lijnvluchten.

Het is een onvermijdelijk fenomeen bij een bedrijf dat zo snel zo groot is geworden: niet alle werknemers kunnen optimaal tevreden worden gehouden, door de activiteiten van het bedrijf zijn er belangrijke issues gerezen over de privacy van de internetgebruiker, en Google greep zoveel macht en markt op het internet dat de vrees voor monopolisering er stilaan in zit. Wat dat betreft heeft Google, minus de met folies getooide werkomgeving, erg veel weg van Microsoft in de jaren negentig, toen ook dat bedrijf door één succesfactor (de opkomst van pc-software als consumentenproduct) ineens veranderde in een mastodont.

Maar ook dat pakken ze slim aan in het imago dat ze uitdragen: het 'andere' Google, het bedrijf dat geobsedeerd is door winstmaximalisatie en procedures, wordt verpersoonlijkt door Eric Schmidt, die jarenlang CEO van het bedrijf was en, sinds Larry Page vorig jaar dat zitje van hem overnam, momenteel voorzitter van de raad van bestuur is. Schmidt belijdt het imago van het onderliggende, financieel succesvolle maar ethisch iets roekelozere Google, ook tijdens zijn publieke optredens. Naast het brede publiek, dat vooral de capriolen van Page en Brin volgt, moet er namelijk ook een tweede partij tevreden worden gehouden: de aandeelhouders. Over de campuscultuur van Google zei Schmidt onlangs op de tv-zender Fox News: "We willen dat mensen de hele tijd werken." En over hun marktpositie, tijdens een interview in 2009 in het zakenblad Forbes: "Ons model is gewoon beter. We zouden, daarop gebaseerd, 100 procent marktaandeel moeten hebben."

Sleutel tot succes

Maar misschien zit in die tegenstrijdigheden wel de sleutel tot Googles succes. Het is net dat rigide, berekende Google dat enorm goed weet waarmee het bezig is. Neem Android, het besturingssysteem voor smartphones dat Google in 2007 voorstelde, twee jaar nadat het een start-up die aan de software bezig was had overgenomen. Ondertussen zijn wereldwijd 135 miljoen smartphones met het besturingssysteem geactiveerd, van merken als Samsung, LG en HTC, en bestaan er 250.000 apps voor dat soort toestellen. De verkoop van Androidtoestellen is het afgelopen jaar ook met 38 procent gegroeid.

"Ze wisten wat er nodig was op de mobiele markt", zegt Marc Vanlerberghe, marketingdirecteur van Google Android. "Dat is ook de reden waarom ik voor hen ben beginnen werken." Vanlerberghe is een Vlaming die tot in 1998 als directeur business development bij de Belgische mobiele operator Proximus werkte. Daarna trok hij naar Silicon Valley, waar hij Quios opstartte, een bedrijf dat sms-diensten leverde. In 2007 gaf hij de teugels van zijn bedrijf uit handen en kwam hij na een korte zoektocht bij Google terecht. "Het probleem in die tijd was dat mobiele operatoren te veel macht hadden over de content die op het mobiele internet werd verbruikt", zegt Vanlerberghe. "Er was nood aan een platform dat tussen die operatoren en de leveranciers van content kwam. Google zag dat. Na de introductie van mobiele platformen als Android is er meteen een markt voor mobiele apps ontstaan."

Tijdens mijn korte gesprek met Vanlerberghe, aan gebouw 43, wordt hij constant geflankeerd door pr-dame Gina Weakley en haar collega. Die tonen, vooraleer ik het bedrijf moet verlaten, ook nog eventjes de personeelswinkel van Google: een snuisterijen- en souvenirshop waar de rekken gevuld zijn met kledingstukken en gadgets met alle merknamen van het bedrijf (Google, YouTube, Android, Chrome) erop. "Soms koop ik hier cadeaus voor vrienden en familie, maar die denken dat ik ze gewoon gratis heb gekregen", zegt Weakley. "Ik moet vaak heel wat moeite doen om hen ervan te overtuigen dat ik hier effectief voor heb betaald." Daarna wandelt haar collega mee de campus uit, tot aan de overkant van de straat, neemt beleefd afscheid, en wandelt terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234