Donderdag 02/04/2020

'Goeie voetballers krijgen altijd stampen'

Ooit werden Herman Brusselmans (49) en Tom Lanoye (48) regelmatig aangesproken als de mooie jonge goden van de Vlaamse letterkunde. Nu de vijftigste verjaardag in zicht komt, is die titel wat in onbruik geraakt, maar het gevoel van verwantschap is gebleven. 'Wij laten onze vrijheid niet inperken door een dogma.'

Door Jeroen de Preter

De twee meest geliefde Vlaamse auteurs van hun generatie leerden elkaar begin jaren tachtig kennen aan de universiteit van Gent. Tom Lanoye zat in de tweede kandidatuur Germaanse, toen hij - "helemaal vooraan in het auditorium" - de jonge Brusselmans zag zitten. "Na verloop van tijd was hij een vertrouwd gezicht, zij het dan zo eentje waar je nooit een woord mee wisselde."

Voor de ontwikkeling van de schrijverscarrière van de jonge Brusselmans zou de even jonge maar veel zelfbewustere Lanoye van grote betekenis blijken. "Ik denk dat ik Tom voor de eerste keer bewust gezien heb toen hij in auditorium E van de faculteit letteren en wijsbegeerte in Gent zijn voorstelling Jamboree zag spelen. Hij was toen al echt goed, een ster. Wat later mocht ik zijn voorprogramma doen. Die rol paste me als gegoten. Ik was niet zo'n tafelspringer."

Het duurde niet lang of de jonge twintigers Lanoye en Brusselmans werden in één adem genoemd. Om te beginnen omdat het klikte tussen de twee. "Wij zijn al snel maten geworden", vertelt Lanoye. "Er was toch wel een merkwaardige parallel. Alleen al onze afkomst: jouw vader een beestenkoopman, mijn vader een beenhouwer, en allebei kwamen we uit het Waasland.

"Ook de buitenwereld zag blijkbaar een band, wat achteraf bekeken te begrijpen is. We waren twee angry young Belgen, die alletwee uitgaven bij Bert Bakker in Holland en alletwee een opzienbarend boek hadden geschreven: Herman De man die werk vond en ik Slagerszoon met een brilletje.

Brusselmans: "Ik las zijn werk graag, was ervan onder de indruk. Slagerszoon met een brilletje vond ik fantastisch boek. En ik vond hem een fijne gast. Wij zijn nog samen met zijn 2pk naar Nederland gereden. Twee jonge Belgen, die samen de literaire cafés in Amsterdam gingen afschuimen... Wij werden echt maten en zijn dat, ook na jouw verhuizing naar Antwerpen, gebleven."

Lanoye: "Er was natuurlijk ook Mooie jonge goden, die verhalenbundel van uitgeverij Kritak waar we samen in stonden. Aanvankelijk vond ik het maar een domme titel. Ik had aan de uitgever, André Van Halewyck, voorgesteld om het boek It's a long way to De Slegte te noemen. Van Halewyck vond het voorstel van Brusselmans beter en hij had gelijk: al snel bleek Mooie jonge goden inderdaad een schitterende vondst."

Brusselmans: "Als ik er nu op terugkijk vind ik het strafste van al dat we ooit in staat waren om samen een toneelstuk te schrijven, die Canadese muur. Ik kan me niet voorstellen dat ik dat ooit heb gedaan, laat staan dat ik me kan voorstellen dat ik het met iemand anders dan Tom Lanoye zou hebben gedaan."

Lanoye: "Dat hebben we echt letterlijk samen gedaan. Zin per zin. Ik heb hem trouwens nog uitgelegd hoe de computermuis werkte. (lacht) Stel je voor, ik die Brusselmans moest uitleggen hoe men de muis bedient!"

Drie jaar geleden vertelde Brusselmans dat er van de mooie jonge goden van toen nog maar twee over zijn: Lanoye en Brusselmans zelve. Volgens hem waren jullie alleen maar overgebleven 'omdat wij zijn doorgegaan'. Is het zo simpel, die schrijverscarrière?

Brusselmans: "Daar komt het voor een deel toch wel op neer. Schrijven is in de eerste plaats werken. Tom en ik hebben de afgelopen twintig jaar niet met onze vingers gedraaid, hé. Neem zo'n gast als Luc Boudens, die stond niet in die bundel, werd toch 'mooie jonge god' genoemd en had onmiskenbaar talent. Maar waarom is hij niet doorgegaan? Omdat het een wezenlijk onderdeel van je talent is om elke keer opnieuw achter je computer te gaan zitten en zes maanden aan een stuk aan een roman te schrijven."

Lanoye: "(knikt) Kunnen schrijven is echt niet voldoende. Je moet zitvlees kweken. En ook wel een zeker incasseringsvermogen. Als je vijf jaar van slag bent na een slechte kritiek, kom je er ook niet."

De kritiek was aanvankelijk absoluut niet mals voor jullie. Jullie brachten circus, geen literatuur.

Lanoye: "Dat klopte ook voor een deel. Er mocht met ons gelachen worden. Sterker: wij wilden dat er met ons gelachen werd. Je moet rekenen, er was in Vlaanderen nog geen stand-up comedy. We hadden in zekere zin een gat in de markt ontdekt, waardoor we ongelofelijk veel gevraagd werden. Maar aan de andere kant kregen we inderdaad ook heel veel tegenwind. Wij waren volgens sommigen de mannen die de literatuur kapot gingen maken. We traden op, zorgden voor entertainment. Toen kon dat niet. Het is een discussie die vandaag nauwelijks nog bestaat."

Brusselmans: "Wij waren pipo's, al was het maar omdat we op tv kwamen. Het grappige is dat een van onze grootste critici van toen, Marc Reynebeau, ons om die reden toen beiden schertsfiguren noemde, terwijl hij intussen zelf een groot tv-figuur geworden is. Men zou iemand voor minder van jaloezie verdenken."

Lanoye: "Het is gewoon de gang der dingen, denk ik. Er was plots een jonge generatie, wij, maar ook iemand als Hemmerechts, die als vanzelfsprekend van de 'moderne' media gebruikmaakte. En er was een generatie voor ons, grote kanonnen als Ruyslinck en Vandeloo, die daar gigantisch kwaad over waren en die wij dan ook nog eens gigantisch door de mangel haalden."

Inmiddels zijn jullie misschien zelf die generatie.

Lanoye: "De jonge gasten zetten zich nu ook tegen ons af. Wij zijn vandaag de oude zakken."

Brusselmans: "Onlangs zat ik in De laatste show. Ze hadden vier jonge schrijvers, Verhulst, De Coster, Vekeman en Petry, gevraagd wat ze van Brusselmans vonden. Vekeman was positief - die woont dan ook in Gent en komt hier al eens over de vloer -, maar de drie anderen vonden dat mijn werk op geen kloten trok. Dat is niet plezierig om te horen, maar anderzijds: zo werkt het nu eenmaal. En het zijn ook drie schrijvers die totaal andere dingen doen dan ik."

Lanoye: "En ze hebben het recht om dat te doen. Ze moeten dat zelfs doen."

Over Lanoye zal men vandaag minder makkelijker zeggen dat het op geen kloten trekt dan over Brusselmans.

Brusselmans: "Tom is veel sneller au sérieux genomen, vanwege zijn politiek engagement en zo. Over mij wordt altijd maar gezegd dat ik een schlemiel ben die niet evolueert. Wat waar is. Als ik zo'n vroeg boek van mij als Het zinneloze zeilen vergelijk met mijn jongste boek Muggepuut, dan zie ik weinig evolutie."

Lanoye: "Kom op, man, je gaat de Ramones toch ook niet vragen naar de evolutie in hun werk? Op dat vlak is er trouwens een kentering op komst. Stilaan gaan er stemmen op die erkennen dat Brusselmans een belangrijke schrijver is en dat het hoog tijd wordt om eens te kijken wat zijn werk echt voorstelt. Het is trouwens al gebeurd, onlangs in Yang, waar Kees 't Hart jouw werk in de traditie van de avant-garde heeft geplaatst."

Een Nederlander als 't Hart kan de schrijver Brusselmans allicht makkelijker zien, omdat de mediafiguur niet in de weg zit.

Brusselmans: "Ongetwijfeld staat dat het zuivere oordeel in de weg. Vroeger schreef ik een column voor De Morgen. Mijn credibiliteit was toen een stuk groter dan nu, eenvoudigweg omdat ik tegenwoordig een sportcolumn voor Het Laatste Nieuws schrijf. Voor veel mensen is dat dubieus, want een serieus schrijver doet zoiets niet. Terwijl ik die column echt wel serieus neem. Ik ken iets van voetbal. Ik heb het zelf nog gespeeld en kan het analyseren. Ik heb op dat vlak recht van spreken, wat niet van iedereen gezegd kan worden. Als voetbalanalist heb ik ook al met Herr Seele in de tv-studio gezeten. Die vroeg op een bepaald ogenblik: 'Een voetbalwedstrijd, hoe lang duurt dat?' Dat vind ik dan weer schandalig. Ik weet ook: iedereen die iets van voetbal kent, gaat daarvan over zijn nek."

Lanoye: "Ik zou me daar vooral niet te veel van aantrekken. Want als we het dan toch over voetbal hebben: als je als voetballer op het veld komt en je bent goed, dan word je vroeg of laat onderuitgestampt. Iedereen die met zijn snuit vaak in de media verschijnt, wordt daar ooit het slachtoffer van. Dat heeft niets meer te maken met je werk, maar met je populariteit en de hoeveelheid waarmee je als gevolg daarvan in de media verschijnt.

"Belangrijker vind ik dat het oordeel over het werk van Brusselmans aan het wijzigen is. Vandaag wordt aan de universiteiten het deconstructivisme enorm aanbeden, als een nieuwe vorm van waarheid. De waarheid is volgens mij dat Herman al jaren ook die waarheid op zijn manier toch weer onderuithaalt en dat men dat toch stilaan begint te zien."

Brusselmans: "Maar zelfs als die waarheid op haar beurt als een nieuw dogma wordt geschreven, zal ik er nooit aan meedoen. Omdat ik mijn eigen ding doe en ik niet anders kan. Een boek als jouw Het derde huwelijk zou ik niet kunnen schrijven. Alleen al het thema: een homoseksuele man die trouwt met een zwarte vrouw, ik heb niet de gave om dat driehonderd bladzijden spannend te houden."

Je zou ook kunnen zeggen: Brusselmans heeft dat thema niet nodig om zeshonderd pagina's lang aan de gang te blijven.

Lanoye: "Dat bedoel ik net. Je kunt net zo goed zeggen dat ik te conventioneel ben, omdat ik nog een thema nodig heb, en een verhaal. Op dat vlak is Herman veel radicaler. Het is Oblomov, gezever, de verveling, de oppervlakte waarvan te weinig gezien wordt dat het een commentaar is op schrijven, leven en lezen. Mij blijft het trouwens verbazen dat we na al die discussies over nihilisme en absurdisme die we de afgelopen decennia hebben gehad, nog altijd vragen krijgen als: waar blijft de plot nu? Waar zit de evolutie?"

Op dat vlak zijn jullie altijd elkaars tegenpolen geweest. En groeien jullie misschien zelfs nog meer uit elkaar.

Brusselmans: "Met het ouder worden wordt mijn wereld steeds kleiner, ja. Anders dan Tom trek ik me meer en meer op mezelf terug. Mijn leven is: wat zich tussen deze vier muren afspeelt, slechts onderbroken door de wandelingetjes met mijn hond. Ik kan me niet meer druk maken over het beleid van Bush. Ik lees er zelfs geen stukken meer over."

Lanoye: Er was mij beloofd dat ik me met het ouder worden wat minder zou opwinden, maar blijkbaar niet dus."

Brusselmans: "Zoals Tom doet, na de overwinning gaan vieren op de Grote Markt als Patrick Janssens de verkiezingen gewonnen heeft, dat zou ik nooit doen. Dat heeft niets te maken met mijn gevoelens over die overwinning, het is gewoon mijn temperament niet."

Lanoye: "Het mijne net wel. Ik wou dat moment beleven, misschien wel in de eerste plaats om sentimentele redenen. Toen ik Rene (zijn levenspartner, JdP) leerde kennen, was het Vlaams Blok net doorgebroken en zijn we uit protest naar de Grote Markt gegaan. Het zou onnatuurlijk zijn mocht ik nu opeens niet zijn gaan feesten. Die overwinning mocht en moest zelf in de verf worden gezet.

"Natuurlijk is dat een politiek statement, maar dat is nu eenmaal een essentieel deel van mezelf. Ik ben een politiek dier. Ik kan en wil dat niet scheiden van Lanoye de schrijver, ook al heeft men mij dat vaak voor de voeten geworpen. Onlangs, in Vrij Nederland, werd Het derde huwelijk nog maar eens gezien als een boek van een zedenmeester, de zedenmeester Lanoye die de schrijver in de weg zit. Zulke kritieken vind ik in se heel zedenprekerig. Als criticus moet je vertrekken van wie de schrijver is en wat hij wil vertellen. Zijn boek is geslaagd of niet in de mate waarin hij zijn intenties heeft kunnen waarmaken. Je kunt het, zoals ik, vaak oneens zijn met Houellebecq, maar hij is een fenomenaal schrijver. Moet ik hem nu slecht vinden omdat hij zijn politieke standpunten pure et dure in zijn romans flikkert en er zijn verhaal door laat sturen? Fuck you.

"In die zin ben ik ook zo bekeken misschien ook wel géén tegenpool van Herman. Ik bedoel: als ik zin heb om op een lijst te gaan staan, dan ga ik op een lijst staan. Wij laten onze vrijheid inperken door geen enkel dogma. Ooit is mij gevraagd of een boek niet a priori amoreel moet zijn. Kom op zeg. Een boek moet niets, dus ook niet bij voorbaat amoreel zijn, zoals de nieuwe politieke correctheid ons dicteert. Overigens, als kunst geen grein 'moreel' mag zijn, hoeveel boeken en muziek smijt je dan weg? Bob Dylan? Wordt onmogelijk. George Orwell? Onmogelijk. Arthur Miller? Onmogelijk. Wat Herman en mij misschien nog het meest verbindt is dat we ons nooit gedragen hebben naar welk bestaand beeld ook van dé schrijver. We zijn elk onszelf. En daardoor allebei interessant als auteur, en als duo nog meer."

Herman, vrijdag wordt je vijftigste verjaardag gevierd. Maar in de buurt van een literaire prijs kwam je nog niet. Steekt dat?

Brusselmans: "(zucht) Kijk, als je een bepaalde leeftijd hebt, dan ga je dat aanvaarden, het is zoals ouder worden een probleem dat ik niet kan oplossen. Ik vind het niet leuk, maar wat kan ik eraan doen? Niets. Dus leef ik ermee."

Lanoye: "Ik zeg niet nee tegen die prijzen, maar je moet het toch kunnen relativeren. Mij steekt het, in Herman zijn plaats, wel dat Brusselmans die prijzen niet krijgt. Maar als je het in perspectief ziet: leg zijn beste werken naast een Gouden Uilwinnaar als Varkens zijn ook paarden of zoiets (Paarden zijn ook varkens, JdP) van die Guido Van Heulendonk, Wie leest dat boek nog?

"Ik heb geen bezwaar tegen zo'n prijs op zich. Maar als ik aan zo'n Gouden Uil één ding erg vind, is het de plechtigheid ervan. Pluche en champagne in de Hilton... Voor mij staat dat allemaal haaks op wat ik vind dat literatuur zou moeten zijn. Ik zou met die Gouden Uil uitwijken naar de Roma in Borgerhout, met optredens, discussie, controverse... Het decor en de sfeer van Alles uit de kast zouden me nog het meest bevallen."

Brusselmans: "Al blijft het goede aan zo'n prijs dat je een aantal weken extra aandacht hebt voor de literatuur. Oké, misschien gaat de aandacht nog eens naar Dimitri Verhulst en verkoopt hij daardoor nog maar eens honderdduizend exemplaren van De helaasheid der dingen, maar op die manier vinden de mensen wel de weg naar de boekhandel en komen ze misschien ook wel eens bij iets anders uit."

Lanoye: "Dat is waar. We moeten meer dan ooit een soort guerrilla-aanpak prediken, om de literatuur te verdedigen. We realiseren ons te weinig hoe groot de concurrentie is van de nieuwe manieren van vrijetijdsbesteding. Hoe hard er om de vrije tijd van een achttienjarige gevochten wordt. Op dat vlak is Herman Brusselmans een stichting lezen op zich."

Waarom zouden jullie, ter promotie van de letteren, niet nog eens samen op tournee gaan?

Brusselmans: "Ik sluit het niet uit. Luc Coorevits (voorman van de literaire vereniging Behoud de Begeerte, JdP) heeft het twee jaar geleden al voorgesteld, maar ik heb toen de boot afgehouden. Optreden vind ik oké, maar maanden aan een stuk heel Vlaanderen rondrijden, wachten, weer naar huis rijden, dat zie ik niet zitten. Zeven optredens, dat misschien wel. Maar ik weet dat Tom er veel meer zou willen."

Lanoye: "Ik zou er dan onmiddellijk 25 willen doen. Op dat vlak zijn we te verschillend. Ik zie ons ook niet nog eens een Canadese muur schrijven. Ik zou bang zijn om de herinnering van toen kapot te maken. Ik heb ook niet opnieuw met Perceval een toneelstuk gemaakt. De dingen moeten veranderen voor mij."

Brusselmans: "Terwijl ik de herhaling opzoek. Zoals Tom doet, even een paar maanden Zuid-Afrika, dat kan ik me met de beste wil van de wereld niet voorstellen. Ik moet vastzitten om te functioneren."

Lanoye: "Zo monomaan als Herman in zijn leven en zijn boeken is, zo snel moet ik veranderen van locatie, genre of thema. Ik kan een column niet langer dan een aantal maanden volhouden. Zoals Herman zijn kader schept, zo vlucht ik ervan weg. Ik moet altijd het gevoel hebben: het komt nog, het is nog niet echt begonnen, altijd op de loop... Ieder zijn afwijking. En die leer je met ouder worden alleen maar beter onder ogen zien."

Brusselmans:

Met het ouder worden wordt mijn wereld steeds kleiner. Anders dan Tom trek ik me meer en meer op mezelf terugLanoye:

Er was mij beloofd dat ik me met het ouder worden wat minder zou opwinden, maar blijkbaar niet dus

Tom Lanoye

Het derde huwelijk

Prometheus, Amsterdam

352 p., 19,95 euro

Herman Brusselmans

Muggepuut

Prometheus, Amsterdam

255 p., 16,95 euro

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234