Zondag 16/06/2019

portret

Goedkoop, hard en kampioen in vriendjespolitiek: portret van Mogi Bayat

Mogi Bayat. Beeld Photo News

Dit portret van Mogi Bayat verscheen in Het Laatste Nieuws op 1 september 2016.

Afgelopen nacht is de transferperiode in het voetbal afgesloten. De man die ook deze keer de meeste deals sloot, is Mogi Bayat. Nog maar zes jaar als makelaar actief, en toch werkt nagenoeg elke Belgische club al met hem samen. Volgens sommige berekeningen is 90 procent van de markt in zijn handen. Hoe speelde de 42-jarige Iraniër dit klaar?

Om te beginnen is Mogi Bayat niet duur. Een makelaar verdient gemiddeld 10 tot 15 procent op een transfer. Niet één keer, maar elk jaar dat het contract loopt. Voor een speler van 1 miljoen euro die voor drie jaar wordt vastgelegd, vangt de makelaar in totaal dus 300 tot 450.000 euro. Maar Bayat laat zijn prijs naar verluidt soms tot 7 procent zakken. Dat is een serieuze korting. Bayat kan die geven omdat hij véél transfers doet. Andere makelaars zijn kruideniers of kleine kmo's, hij is een supermarkt.

Bovendien is Bayat een meester in het verkopen van spelers op overschot. Grote schoonmaak in de kleedkamer? Eén adres: Bayat. Dankzij een loyaal netwerk in binnen- en buitenland krijgt hij voetballers altijd wel ergens voor een degelijke prijs verkocht, zelfs als ze weinig of niks hebben gepresteerd. Eén manier om dat te doen, is een soort van koppelverkoop: 'Als je die goeie speler koopt, moet je die mankepoot er voor een klein prijsje bijnemen.' Kortom: hij is niet vies van ondankbaar werk - waarvoor veel andere makelaars wél de neus ophalen - en ook niet van véél werk. Meestal levert het de clubs iets op én hij is niet duur.

Onder de duiven schieten

Het netwerk van Bayat bestaat uit de clubs waarmee hij vaak werkt. Of beter nog: clubs waarvóór hij werkt. Bij Bayat zijn zij de belangrijkste klant. Een concurrent noemde hem ooit "geen spelersmakelaar, maar een clubmakelaar". Dat is niet eens overdreven. Mogi Bayat heeft bijna geen enkele speler onder contract. Als een club een speler wil halen of wil verkopen, bellen ze Bayat. Die zoekt eerst contact met de ploeg waar de speler zit of naartoe zou kunnen. Pas als die club geïnteresseerd is, gaat Bayat naar de speler zelf. Ziet de voetballer de transfer ook zitten, dan sluit Bayat een eenmalige overeenkomst. En die spelers zién het vaak zitten, omdat hij met voorstellen komt die ze van hun vaste makelaar soms niet krijgen. Kortom: hij schiet geregeld onder de duiven van collega's en is dus niet geliefd. Ze noemen hem graag 'crapuleus' en 'maffieus'. Toch is er nog geen enkel hard bewijs van malafide praktijken opgedoken. Maar hij speelt het spel hard, gaat onder de prijs en is kampioen in de vriendjespolitiek.

Op die manier heeft Bayat zich bij ongeveer elke club in België tot de nummer 1 opgewerkt. Zelfs met Club Brugge en Racing Genk - die een tijd lang niets meer van hem moesten weten - doet hij nu opnieuw zaken. Omdat hij volgens veel clubleiders gewoon de beste is. Bij Anderlecht, AA Gent en Charleroi (geleid door zijn broer Mehdi) is hij zelfs kind aan huis, daar speelt hij duidelijk een rol in de transferpolitiek. Er werd zelfs gezegd dat hij bij Anderlecht een eigen bureau had. Een fabeltje, maar wel eentje dat iets zegt. Dat Hein Vanhaezebrouck en Felice Mazzu, de trainers van AA Gent en Sporting Charleroi, wél een langer lopend contract met Bayat hebben, is dan weer geen fabel. Zijn invloed is met andere woorden groot. En dat er stilaan sprake is van een monopolie - volgens Voetbalkrant.com doet Bayat 90% van alle Belgische transfers - is ook geen overdrijving. En monopolies zijn nooit gezond.

Leeuwenjong

Internationaal stelt Bayat op dit moment niet veel voor - maar dat hoeft ook niet, want hij boert heel goed. Als hij de parking van een club oprijdt, is dat in een Ferrari of een Hummer. Nieuw is dat niet voor hem. De Bayats zijn geld gewoon: de familie van zijn ouders was eigenaar van het grootste melkbedrijf in Iran ten tijde van de sjah. Voor haar zesde verjaardag kreeg zijn moeder ooit een echt leeuwenjong cadeau: dat soort 'rijk', dus.

Mogi werd nog in Iran geboren, verhuisde na de val van de sjah met zijn ouders naar Amerika en belandde op zijn 7de in Frankrijk. Op zijn 29ste verhuisde hij naar ons land. Zijn oom Abbas - eigenaar van Chaudfontaine en Looza - was baas bij Sporting Charleroi en Mogi mocht er in 2003 als manager aan de slag. Op die manier leerde hij alle clubleiders in België kennen, en zij hém: eerst vonden ze hem maar een luidruchtige blaas, gaandeweg leerden ze de zakenman in hem te waarderen. Toen zijn oom hem in 2010 na een ruzie bij Charleroi aan de deur zette, wist Mogi meteen wat gedaan. Hij zou makelaar worden. In zes jaar tijd groeide hij uit tot de belangrijkste in België.

Booming business

De laatste drie jaar gaan de transferbedragen die de G5-clubs samen uitgeven en incasseren in stijgende lijn. In de zomer van 2014 hadden ze samen 32,4 miljoen euro veil voor nieuwe spelers, één jaar later was dat 40,4 miljoen, deze zomer 48,6 miljoen. Zelfde tendens bij de bedragen die ze vangen door spelers te verkopen: van 68,6 miljoen in de zomer van 2014, over 77 miljoen in 2015 tot 81,9 miljoen euro nu.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden