Vrijdag 03/12/2021

Goede zeden in Iran

Mensenrechten in verdrukking door strijd tegen 'morele verloedering'

Sinds dit voorjaar is Iran in de ban van de 'campagne voor sociale zekerheid', geen maneuver om 's lands burgers pakweg een gegarandeerd minimuminkomen te verschaffen, maar om de 'morele verloedering' te bestrijden. Resultaat: duizenden arrestaties, gesloten kapperszaken, verboden concerten, afgetroefde verjaardagsvierders en de barbarij van een publieke steniging en een verhanging in hartje Teheran.

Door Catherine Vuylsteke

Het was ongetwijfeld een van de meest onthutsende foto's van deze maand: die van de 28-jarige, knappe en goed geklede Majid Kavousifar, luttele ogenblikken voor zijn dood. Hij glimlachte en zwaaide naar het publiek. Je had de casual aandoende jongeman voor een voetbalster kunnen verslijten die zijn supporters bescheiden groet, ware het niet dat de dood hem al omarmde in de strop die toen nog relatief soepel tegen zijn sleutelbeen hing.

'Waar haalde Kavousifar de moed voor die glimlach vandaan?'. Het was een vraag die velen bezighield. Een naar de VS uitgeweken Iraanse blogster schrijft dat ze het pas begreep toen ze met haar vader overlegde over een in te lijsten foto van Akbar Mohammadi, een van de leiders van het studentenprotest van 1999, die op 36-jarige leeftijd in de gevangenis stierf. Dat ze een foto van hem moest zoeken, zei haar vader, waarop hij glimlachte. Aan de vijand, wist de man, mag je immers nooit tonen dat je triest, ontmoedigd of verslagen bent.

Zo was het voor Jamil Kavousifar ongetwijfeld ook. Hij werd samen met zijn vier jaar jongere neef Hoessein schuldig bevonden aan de moord op de erg gehate rechter Hassan Moghaddas in augustus 2005. De man hield zich met zaken van 'zedenverwildering' bezig en zette onder meer de Iraanse journalist en schrijver Akbar Ganji voor zes jaar achter de tralies. Ganji kwam in maart van vorig jaar vrij. Moghaddas, zo schreef de BBC na zijn overlijden, zou ook aanwezig geweest zijn bij de 'ondervragingen' van de Canadees-Iraanse fotografe Zahra Kazemi in de Evingevangenis. Kazemi overleefde haar daar opgelopen verwondingen niet; de zaak is tot dusver niet opgehelderd.

Jamil Kavousifar vluchtte meteen na de moord naar de Verenigde Arabische Emiraten, hij haastte zich naar het Amerikaanse consulaat in Dubai, dat hem doorverwees naar de VS-ambassade in Abu Dhabi. Daar werd zijn asielaanvraag onbehandeld gelaten: Majid werd overgedragen aan de autoriteiten en aan Iran uitgeleverd. Het resultaat van die beslissing was op 2 augustus in het centrum van Teheran te zien, niet ver van de Australische en de Japanse ambassades. Er kwamen kranen aan te pas, en duizenden mensen kwamen kijken hoe de jongemannen werden verhangen, onder luide 'Allah is groot'-kreten en voor het levensgrote portret van de vermoorde rechter.

Het was de eerste keer in jaren dat er in de Iraanse hoofdstad, en nog wel in een middenklassewijk, mensen publiekelijk werden geëxecuteerd. "Het motief van een dergelijke daad is duidelijk", schrijft een vooraanstaande Iranwatcher. "Men wil de bevolking, en dan vooral de jonge, goed opgeleide en welvarende moot ervan, intimideren. Het is president Ahmedinejad menens met de repressie. Dat is het signaal."

Tevens past de publieke verhanging in een sinds april gelanceerde campagne voor 'sociale zekerheid' en ter beteugeling van de 'zedenverwildering'. Enerzijds leverde die haast hilarische berichten op over de (enigszins utopische) plannen voor gendergescheiden voetpaden in een overbevolkte en zelden filevrije stad als Teheran en over de uitvinding van een moslimfiets. Dat vehikel, waarvan de aerodynamische kwaliteiten wellicht nog bewezen moeten worden, heeft een soort bak, waardoor het onderlichaam van de vrouwelijke fietser onzichtbaar zal zijn en het huidige, acht jaar oude verbod op tweewielers voor dames kan worden opgeheven. Het werd destijds door de opperste leider zelf, ayatollah Khamenei, uitgevaardigd met het argument dat fietsen contact met vreemdelingen aanmoedigt en de vrouwelijke vormen toont, wat voor maatschappelijke verloedering zorgt.

Minder lachwekkend is dat de nieuwe campagne volgens officiële bronnen resulteerde in de arrestatie van zo'n 150.000 mensen. Het gros van hen waren vrouwen die hun verplichte hoofddoek al te zeer in Audrey Hepburnstijl droegen en haarlokken zichtbaar lieten. Of nog: dames in al te strakke en bont gekleurde overjassen of te korte pantalons, waardoor hun vormen en hun enkels konden worden bewonderd, en ze er 'onzedig' gingen uitzien.

De meeste arrestanten werden weer vrijgelaten na het ondertekenen van een 'engagementsbrief', waarin ze beloven zich voortaan aan de strenge kledingvoorschriften te houden.

Op de luchthaven van Teheran alleen al werden volgens de autoriteiten 17.000 dergelijke incidenten genoteerd: in 85 gevallen kwam er strafrechtelijke vervolging, en honderden vrouwen misten wegens de vestimentaire moeilijkheden hun binnen- of buitenlandse vlucht.

Het gros van die 'aansporingen tot moreel hoogstaand gedrag' wordt uitgevoerd door de Basijimilitie, een paramilitaire organisatie die in 1979 door ayatollah Khomeini werd opgericht en die volgens officiële bronnen zo'n dertig miljoen leden telt. De Basiji maken deel uit van de Revolutionaire Garde, die de VS eerder deze maand nog op de lijst van terroristische organisaties wilden plaatsen.

Deze moraalridders houden niet alleen vrouwen tegen, ze pakken ook jongemannen op met een onacceptabele haartooi. Volgens Robert Tait, de Irancorrespondent van de Britse krant The Guardian, moeten de arrestanten veelal het kapsalon aanwijzen dat hen een dergelijke coiffure heeft verstrekt.

Maar ook haarstilisten zonder klanten die tegen de lamp lopen, riskeren dezer dagen bezoek van de Basiji. In de voorbije maand werden zo'n 730 kapperszaken in Teheran 'doorgelicht', tientallen ervan moesten dicht omdat ze zowel vrouwen als mannen in dienst hadden of zich aan laakbare praktijken schuldig maakten zoals het uitdunnen van mannenwenkbrauwen en het tatoeëren van weggeschoren vrouwenwenkbrauwen.

De controles beperken zich bovendien niet tot handelszaken of publieke etablissementen. De islamitische deugdzaamheid naar Ahmadinejads model laat zich overal afdwingen. Of zoals Joe Stork van Human Rights Watch het stelde: "De muren van de huizen van Irans burgers zijn transparant, die van zijn juridische instanties ondoorzichtig".

Iraanse en internationale mensenrechtenorganisaties noteerden tal van invallen van de Basiji bij burgers. Een van de opmerkelijkste verhalen was dat van het verjaardagspartijtje van de negentienjarige Farhad in Irans derde grootste stad, Isfahan, op 10 mei. Zevenentachtig mensen, onder wie vier vrouwen en een kind, werden door de militie naar buiten gesleurd, half uitgekleed en vervolgens afgeranseld. Het gros van hen werd enige dagen later vrijgelaten, meestal na betaling van hoge borgsommen. De jarige Farhad, zo schrijft de naar Canada gevluchte Arsham Parsi op zijn blog, zat eind juli nog altijd vast omdat zijn familie de borgsom van 250.000 dollar niet bijeengeharkt kreeg.

Verschillende van de verjaardagsvierders waren homoseksuelen; hen wacht verdere vervolging. Een aantal is ondertussen naar Turkije gevlucht waar de grootste organisatie voor Iraanse holebi's, Irqo, drie onderduikadressen heeft. Homoseksualiteit wordt bij eerste 'overtreding' met zweepslagen, gevangenisstraf en eventueel boetes bestraft, recidivisten riskeren te worden geëxecuteerd.

Ook de jongeren die op 1 augustus een tot op het laatste moment geheim gehouden minimuziekfestival bijwoonden in Karaj, nabij Teheran, hebben daar een hoge prijs voor betaald. Tweehonderddertig mensen werden gearresteerd wegens 'satanisme', er werden 150 flessen alcohol in beslag genomen alsook honderden 'obscene' cd's en enkele camera's. Vrouwen mogen in Iran immers niet solo zingen voor een mannelijk publiek, gendergemengde bijeenkomsten kunnen alleen mits voorafgaandelijke toestemming en alcohol is geheel uit den boze. De meeste concertgangers zijn intussen weer vrij, maar een aantal blijft vastzitten en heeft geen contact met een advocaat.

En ondertussen is het bang afwachten wat er met Mokarrameh Ebrahimi (43) zal gebeuren. De vrouw haalde het wereldnieuws toen eind juni bekend raakte dat zij en haar 'minnaar' Jafar Kiani zouden worden gestenigd wegens overspel, een misdaad waarvoor ze beiden al elf jaar in de cel zaten, Ebrahimi zelfs samen met hun twee kinderen. De nakende executie zorgde voor veel internationaal protest, dat alleen enig respijt opleverde. Kiani werd niet zoals voorzien op 21 juni met stenen vermoord, dat gebeurde op 5 juli. Tal van internationale instanties, van mensenrechtenorganisaties tot VN-organen en de EU, reageerden onthutst en vroegen garanties dat moeder Ebrahimi minstens die barbarij zou worden bespaard.

Ebrahimi is overigens niet de enige die een dergelijk lot wacht. Enige maanden geleden startte een Iraanse feministische organisatie de campagne stop stoning forever, waarbij ze onder meer een lijst aanlegde van alle burgers die, in hoofdzaak wegens overspel of 'prostitutie' zijn veroordeeld tot de stenigingsdood.

Sinds Ahmadinejad in 2005 Khatami opvolgde als president is de repressie in alle opzichten sterk toegenomen. Niet alleen zit een recordaantal journalisten, studenten, vakbondsleiders en andere activisten achter de tralies, tevens werd in 2006 bijna een verdubbeling vastgesteld van het aantal executies, in vergelijking met een jaar eerder. De doodstraf werd minstens 177 keer uitgevoerd.

Het cijfer voor dit jaar zal wellicht nog hoger liggen. Amnesty International telde er midden juli al 124 en in twee weken in juli alleen al werden maar liefst tweeëntwintig mensen ter dood gebracht. Opvallend daarbij was dat de televisie zelfs beelden toonde van executies die achter gesloten deuren in de Evingevangenis plaatsvonden.

Niet alleen behoort Iran tot de club van zes naties die het meeste burgers ter dood brengt, bovendien maakt het zich volgens Amnesty International ook schuldig aan de executie van minderjarigen. In een in mei gepubliceerd rapport van de organisatie staat dat geen enkel land ter wereld zoveel kinderen executeerde sinds 1990: maar liefst 24. Dit jaar waren het er al twee. En de lijst van in de dodencel wachtenden telt evenzeer tientallen namen.

Eén daarvan is die van Sina Paymar. De nu net achttienjarige jongen kreeg het twee jaar geleden in een park aan de stok met een man van wie hij hasj wou kopen. Hij diende de dealer een dodelijke messteek toe en kreeg de doodstraf.

Toen hem in september van vorig jaar, net voor zijn geplande executie, naar zijn laatste wens werd gevraagd, antwoordde de jongeman dat hij voor de allerlaatste keer op de ney-fluit wilde spelen. Het verzoek werd ingewilligd en de familie van het slachtoffer was dermate geroerd door zijn spel dat ze zich op de valreep akkoord verklaarde met het aanvaarden van bloedgeld. Honderdzestigduizend dollar wilde ze, een kapitaal dat Paymars familie volgens sommige bronnen niet bijeen kreeg. Andere zeggen dat ze het bedrag tegen april van dit jaar had verzameld, maar dat de familie van het slachtoffer zich intussen heeft bedacht. Wat er ook van zij, de fluitspeler wacht nu nog altijd op zijn dood.

Verhangingen passen in een campagne ter beteugeling van 'zedenverwildering'. Dat leverde hilarische berichten op over de moslimfiets, een bak die het onderlichaam van vrouwen verbergt. Minder lachwekkend is de arrestatie van duizenden vrouwen die hun hoofddoek te los dragen

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234