Zaterdag 21/05/2022

Goede bedoelingen wachten nog op concretere invulling

Franstalig Brussel zet dansopleiding in steigers

De Franse gemeenschap in ons land heeft al jaren weinig middelen veil voor dans, ook al kent ze internationaal succesvolle ensembles. Maar dat er zelfs geen hogere dansopleiding is, vonden ze al te bar. Daarom ondernam een groep mensen nu zelf stappen voor de oprichting van een ESAD, een Ecole Supérieure de l'Art de la Danse, in Brussel.

Door Pieter T'Jonck

BRUSSEL l Op 16 december werd het initiatief voorgesteld. Onder de initiatiefnemers treffen we bekende namen uit de Franstalige danswereld, zoals Ida De Vos, Nicole Mossoux, Michèle Noiret, Patrick Bonté of Antoine Pickels, en ook in België gevestigde buitenlanders als Pierre Droulers of Joanne Leighton.

Het initiatief is alvast stevig ingebed in de Brusselse kunst- en onderwijswereld. Drie belangrijke instituten treden op als partner. La Cambre, de hogere kunst-, mode- en architectuuropleiding van de Franse Gemeenschap, laat een kruisbestuiving tussen modeontwerpers, scenografen en choreografen toe. Via de theateropleiding INSAS (de tegenhanger van het Vlaamse RITS) wordt de band met de theaterwereld aangehaald. Het Brusselse Conservatorium ten slotte brengt muzikale knowhow binnen.

Deze constructie heeft een praktisch voordeel: er moet alvast niet onmiddellijk naar gebouwen en werkingsmiddelen gezocht worden. Inhoudelijk wordt daardoor ook de ambitie van ESAD duidelijk om een opleiding te bieden die aansluit bij de toenemende interdisciplinariteit in de dans. ESAD wil ook een bredere rol opnemen in het Brusselse kunstenlandschap. De lat ligt dus hoog.

Dansklasje

Een eerste ruw lesprogramma maakt onderscheid tussen een driejarige bachelor en een één- of tweejarige master. De bachelor biedt eerst een brede opleiding hedendaagse dans. In het derde jaar kan een student zich dan specialiseren als uitvoerder of choreograaf. De masteropleiding diept die keuzes verder uit. De toelatingsvoorwaarden zijn streng: kandidaten moeten een ingangsexamen afleggen. Het aantal leerlingen zou ook beperkt worden tot slechts 10 à 15 studenten per jaar. In ruil wordt een lerarenkorps van internationaal niveau beloofd.

Op het eerste gezicht beantwoordt dit initiatief in Franstalig België aan een leemte, zeker in een stad die internationaal een hoofdrol speelt in de dans. Die leemte is er overigens ook aan Vlaamse zijde: in feite biedt enkel de Artesis Hogeschool Antwerpen een hogere dansopleiding in Lier, met een bijkomende opleiding als leraar in Antwerpen. Die opleidingen groeiden ooit uit het Ballet van Vlaanderen. Verder is er enkel een postgraduaat instructor dans in Torhout.

Toch is het niet allemaal rozengeur en maneschijn. Het valt bijvoorbeeld op dat het curriculum geen goed omlijnde inhoudelijke invulling kent. Het is een schema waarin nog alle namen in te vullen vallen. Met leraars valt of staat echter de kwaliteit van zo'n school, wil die meer zijn dan een dansklasje aan het INSAS en internationaal meespelen. Dat laatste is noodzakelijk in een erg internationaal veld als de dans.

In de onmiddellijke omgeving zijn er echter al veel instituten met wereldfaam: Rotterdam, Amsterdam, Parijs, Lyon, Wuppertal en... Brussel. Daar is immers P.A.R.T.S. gevestigd, de school die Anne Teresa De Keersmaeker oprichtte in 1995. Die heeft een scherp profiel, rekruteert internationaal en heeft een excellent lerarenkorps. Bovendien: het is geen school van de Vlaamse Gemeenschap. Hoewel die P.A.R.T.S. financieel steunt, is de instelling niet erkend. De diploma's zijn daarom trouwens niet wettelijk erkend. Toch opent een P.A.R.T.S.-diploma internationaal heel veel deuren. Wil de Franse Gemeenschap het geld opbrengen om die concurrentie aan te kunnen?

Parallelle plannen

Wat daarnaast opvalt, is welke namen niet voorkomen in het lijstje van initiatiefnemers. Van de vier bestuurders van Charleroi Danses - toch het Centre Choréographique de la Communauté Française - duikt enkel Pierre Droulers er ten persoonlijke titel in op. Nochtans steunde Charleroi Danses gedurende jaren het D.A.N.C.E.-project, een internationaal opleidingsproject dat intussen op zijn einde loopt omdat de Europese subsidies wegvallen. Net als PARTS werd dat gedragen door belangrijke Europese choreografen. Ook Serge Rangoni, een zwaargewicht in de Franstalige theaterwereld, nu baas van Théâtre de la Place in Luik, schittert door zijn afwezigheid.

De reden hiervoor is simpel: zowel Rangoni in Luik als de UCL in Louvain-la-Neuve smeden ook plannen voor een hogere dansopleiding. Daarom onthoudt Charleroi Danses zich als nationaal instituut liever van commentaar. Bestuurder Thierry De Mey maakt echter enkele pertinente bedenkingen bij het plan. Wat is de zin van een hoger instituut, vraagt hij zich af, als er niet tegelijk iets wordt gedaan aan dansopleidingen op het niveau van middelbare scholen? Die zijn nu quasi onbestaand. En wat, vervolgt hij, moet er gebeuren met de afgestudeerden, als de kans om aan de bak te raken in Franstalig België zogoed als nihil is bij gebrek aan middelen?

De vraag is dan ook of het in het geval van de dans voor één keer niet interessant zou zijn om na te denken over een Brusselse opleidingspool, met P.A.R.T.S. als hoeksteen, die nationaal, niet vanuit de gemeenschappen, ondersteund wordt? Of is dat in deze tijden een waanbeeld geworden?

Een paar van de zwaargewichten blinken uit door hun afwezigheid

n Zal de Franse Gemeenschap het geld opbrengen om de concurrentie aan te kunnen met de wereldwijd geroemde dansschool P.A.R.T.S. van Anne Teresa De Keersmaeker?

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234