Zondag 15/12/2019

'Goed theater kan een meervoudig voelen oproepen'

Acteur, regisseur en schrijver Jan Decorte is de vijfde in een reeks van tien bekende Nederlandstalige toneel- en filmgrootheden die geïnterviewd worden door Margot Vanderstraeten. Fotograaf Stephan Vanfleteren zet de door de wol geverfde zestigplussers voor zijn lens.

Arno, the one and only, stapt het stamcafé van Jan Decorte binnen. We zitten aan de achterste tafel in een bruine kroeg, ergens halverwege de Vlaamsesteenweg, hartje Brussel. Hintjens en Decorte groeten elkaar kort en amicaal, een blitzintermezzo waarna de rocker uit Oostende, zichtbaar bedrukt, plaatsneemt op een bank tegen de wand, aan de overkant van onze tafel.

"Hij is jaloers", zegt Sigrid lachend. Sigrid is Jans vrouw, zijn steun en toeverlaat, zijn muze, zijn artistieke evenknie, zijn favoriete actrice, zijn intellectuele sparringpartner, zijn ranke, knappe, wandelende nuchterheid, zijn beschermengel, zijn chauffeur, zijn zoveel meer. "En nee," vervolgt ze, "Arno is niet jaloers op Jan, omdat die nu aandacht van jou krijgt. Arno is jaloers op jou, op de aandacht die jij aan Jan geeft. Het is een spelletje dat deze twee altijd spelen, een ritueel binnen hun vriendschap. Jan is Arno's lief. Arno wil Jan graag voor zich alleen hebben."

En zie. Het interview is nog maar net afgelopen, de rekening nog niet betaald, of Arno vlijt zich al tegen Jan aan: twee grijze tortelduiven met lichtjes in de ogen.

Maar eerst vond dus dit gesprek plaats.

Tijdens onze woordenstroom zal Decorte - acteur, regisseur, schrijver en voormalig parlementslid - enkele malen dwangmatig naar de toog lopen om het flesje cola dat hij in zijn glas heeft leeggeschonken, aan de cafébazin te overhandigen. Zijn tred is daarbij moeizaam: "Dit is al m'n tweede valse rechterheup. Slijtage, niets aan te doen."

De tafel waaraan we zitten, moet precies ingericht zijn zoals Decorte dat wil. Dat betekent dat er geen lege flesjes thuishoren, en links voor hem dient een meer dan tien centimeter hoge stapel bierviltjes te liggen. De stapel is loodrecht geschikt, hij zal hem, in een ritmisch terugkerende beweging, herhaaldelijk vastpakken, schudden en zo mogelijk nog rechter terugleggen. Onder elk glas hoort een kersvers viltje, logo pal naar voren gekeerd.

U ziet er goed uit.

"Dank u. U ook."

U drinkt nu cola. Er was een tijd dat u niet zonder alcohol kon.

"Ik kon ook een leven lang niet zonder sigaretten!

"Enkele maanden geleden ben ik erg ziek geweest. Toen begreep ik dat ik een paar zaken maar beter kon veranderen. Ik ben niet bang voor de dood. Ik ben nergens bang voor, zelfs in noodsituaties ken ik geen angst of iets wat daarop lijkt. Mocht u dus denken dat ik, zoals zovelen onder ons, alcohol nodig had om mijn angsten te bezweren, dan heeft u het mis. Ik dronk om slechts één reden: om de tijd door te brengen, de verveling te lijf te gaan.

"Maar omdat ik 'het toenemen van leeftijd' als een zeer aantrekkelijk gegeven beschouw en van plan ben om nog veel ouder te worden, heb ik mezelf na die zieke periode dus enkele gedragsveranderingen opgelegd.

"Al een half jaar raak ik geen alcohol meer aan. En ik kan u garanderen: sindsdien functioneert onder meer mijn geheugen beter. Ik herinner me tegenwoordig zelfs meestal het gezelschap waarin ik heb vertoefd. Niet dat dit altijd een voordeel is, maar soms wel.

"Tot zes maanden geleden rookte ik ook makkelijk één pakje Barclay per dag, de lichte versie. Nu leef ik zonder nicotine. Ik ben van de ene dag op de andere gestopt en heb voor dat afkicken geen surrogaat - Nicorette, stoomsigaretten of wat dan ook - nodig gehad. Ik ben nogal radicaal."

U die toch niet bang bent voor de dood; zou dat een gepast grafschrift voor u zijn: hier ligt een man die nogal radicaal was?

"Die 'nogal' kunnen we best weglaten.

"'Hier ligt een onverwoestbaar iemand', zou ook passen. En beleefd. Ik ben altijd beleefd; die houding heb ik als kind aangeleerd. Ik raak ze niet meer kwijt, en dat is maar goed ook. Het kan voor mij vreselijk moeilijk zijn om in mijn hoofd te leven. Door altijd beleefd te zijn tegenover de buitenwereld help ik mezelf, kan ik mezelf beter aan.

"'Niets aan hem ploeterde', nog een beschrijving die me samenvat. Iets scheppen kost me weinig moeite. Bloed, zweet en tranen: niet bij mij. Ik zit thuis, in de keuken, in mijn pyjama aan tafel en de ideeën komen vanzelf. Nee, ik overdrijf niet. En liegen doe ik zeker niet. Liegen is niet beleefd. Het optekenen van mijn ideeën gaat ook heel snel. Ik ken geen vrees voor het witte blad.

"'De man die nooit moe was.' Ik ga slapen omdat de klok me zegt dat het tijd is voor rust, en omdat ik pillen, heel veel pillen, tegen mijn insomnia slik. Mijn energie kan tomeloos zijn. Mooi woord trouwens, insomnia, vindt u niet, heel mooi. O, en honger heb ik ook nooit. Ik eet omdat Sigrid me een bord voorschotelt.

"'De man die alles was.' Nog een mogelijke omschrijving van wie ik ben. In het theater ben ik alles: acteur, schrijver, regisseur, toeschouwer.

"Maar het ging over radicalisme. Ik ben radicaal omdat ik naar liefde en vrijheid streef. Ik wil dat men van mij houdt. En ik wil me vrij voelen, en mensen vrij doen voelen."

Biedt het theater die vrijheid? En krijgt u de liefde waarnaar u zo hunkert?

"Het theater in het algemeen biedt me dat niet. Mijn eigen theater - mijn gezelschap en mijn stukken - geven me dat wel. Dat is niets nieuws, dat was zo al toen ik begon.

"Aan het einde van de jaren 70, ik liep tegen de 30, besefte ik dat het klassieke theater niet werkte. Met 'niet werken' bedoel ik: ik voelde niets bij de voorstellingen die ik in Vlaanderen bijwoonde, er gebeurde niets met me in zo'n zaal. Nu ja, er gebeurde bij de meeste mensen niets, maar die 'meeste mensen' schenen zich daar minder aan te storen dan ik.

"In die jaren ging ik ook regelmatig naar Duitsland. Daar zag ik theater - onder andere van Peter Stein, Klaus Michael Grüber en Langhoff en Karge - dat wél werkte. Ik werd er gewaar hoe publiek en makers, tijdens dat vluchtige en vergankelijke moment dat een theatervoorstelling is, wél die energie en vrijheid ervoeren waarnaar ik zo snakte. Ik beleefde, samen met hen, dat unieke gevoel dat totaal niets met ratio te maken heeft, maar alles met nieuwe ervaringen opdoen.

"Het is een onderschatting om te stellen dat goed theater een mens aanzet tot nadenken. Nadenken is het minst belangrijke. Goed theater spitst zich niet toe op het bewuste, maar op het onderbewuste leven. Het slaagt erin om een meervoudig voelen op te roepen. Dat bedoel ik met die nieuwe ervaringen opdoen: dat ontstaan van een abstract en complex gevoelen dat je niet kunt uitleggen maar moet meemaken. Iedereen beleeft dat meervoudige voelen bovendien anders; ook dat is deel van die noodzakelijke vrijheid.

"Niets is zo erg en geringschattend als theatermakers - en ze zijn jammer genoeg nog altijd met velen - die aan hun publiek opleggen wat dat moet voelen: 'In dit stuk hekelen we het racisme/seksisme, dus zul je meevoelen met het slachtoffer, en je ongemakkelijk voelen met de houding van de racist/seksist.' Politieke correctheid en moralisme zijn the horror. Ze vertrekken vanuit de betutteling van de mens en hebben met kunst, en met de hoogst belangrijke vrijheid die daaraan inherent is, niets te maken.

"Duiding; nog zoiets gruwelijks. Ik háát duiding. Omdat het belerend is. Je ziet wat je ziet, je voelt wat je voelt, elk op zijn manier."

Er zijn mensen, critici en publiek, die over u gelijksoortige oordelen vellen. 'U neemt de toeschouwer niet au serieux, u wilt vooral subversief zijn, u maakt pretentieuze onzin, u omhult zich met opgeklopte pseudo-kunstzinnigheid, u verkracht, als schrijver, acteur en regisseur, de taal en de verhalen van Shakespeare, u kunt geen voorstelling maken zonder seks...' Het zijn maar enkele meningen over u.

"Mooi toch?! Succes hangt voor mij niet van een volle zaal af. En wie geliefd is, wordt ook gehaat.

"Er zijn veel mensen, jong en oud, die van ons houden, die bereid zijn om zich over te geven aan ons spel, en die niet bang zijn voor de heftige reacties die we uitlokken. Ik verbaas me daar trouwens nog steeds over, over hoeveel liefde we keer op keer krijgen.

"Maar er zijn inderdaad veel meer mensen, jong en oud, die ons uitspugen. Daaronder ook theatercritici en zogenaamde cultuurpauzen; zoals Frie Leysen (voormalig directeur van deSingel, mede-oprichtster van Kunstenfestivaldesarts, directeur van Wiener Festwochen en Berliner Festspiele; MV) en Myriam De Clopper (programmator Podiumkunsten Kunstencentrum deSingel; MV), of wijlen Gerard Mortier die zich nu in zijn graf zal omdraaien, want wij speelden, heel grappig vind ik dat, met ons gezelschap, Bloet, op het podiumkunstenfestival Ruhrtriennale waarvan Mortier begin jaren 2000 de allereerste intendant was.

"Mensen zijn bang van ons, omdat ze bang zijn van zichzelf. Ze zijn bang om in ons werk de ongemakkelijke kanten van zichzelf te herkennen, om dichter bij zichzelf te komen. Is dat een simpele weerlegging van kritiek? Soms zitten dingen simpel in elkaar.

"Waarom is amateurtoneel in ons land zo populair? Omdat deze producties de mens bevestigen in zijn veilig bestaan, omdat ze geen discussie, controverse of heftige reacties uitlokken! Bij onze voorstellingen komt het regelmatig voor dat mensen de zaal verlaten. Of dat ze niet in staat zijn om te applaudisseren, omdat ze ontdaan zijn, verward. De wereld die wij opvoeren is zeer confronterend. Velen vinden die confrontatie vies.

"Ik kan dat frustrerend vinden, soms, jawel. Maar ik weet ook dat het - en dat is een wetmatigheid binnen het culturele veld - erg gemakkelijk is om met iets wat heel slecht is, groot succes te oogsten en veel geld te verdienen.

"Ik kan u de formule voor zo'n succes op een blaadje geven: schenk de mens wat hij wilt hebben, ga mee met de stroom, breng in herhaling wat al bestaat, geef de mens vooral niets nieuws en al zeker niet iets dat ontregelend werkt.

"De omgekeerde wetmatigheid is al even dwingend: het is bijzonder moeilijk om met iets wat zeer goed is, zelfs maar weinig succes te hebben.

"Ik sta, dat begrijpt u, dus volledig los van de triomftocht van musicals en stand-upcomedians. Al hun gedoe beroert me totaal niet. Geert Hoste heeft een conference genaamd LOL. Toen wij die naam hoorden, moesten wij voor één keer heel hard lachen met Hoste. Lol? Ik heb er geen aan."

Waar heeft u wel lol aan?

"Ik kijk heel veel televisie en ik kijk naar alles: soaps, detectives, talkshows, films, reclame... Sinds kort kopen we dvd's en we hebben House of Cards ontdekt. Wat een waanzinnig goede reeks, op alle vlakken, acteurs, scenario, regie, psychologie... Daar beleef ik eindeloos veel genoegen aan, aan die meerlagige kwaliteit.

"Als je zoals ik volksvertegenwoordiger bent geweest (voor R.O..S.S.E.M., de tijdelijke partij van Jean-Pierre Van Rossem, in 1991, en daarna als onafhankelijke; MV), worden al die machtsstrategieën in House of Cards natuurlijk nog eens extra interessant.

Het is met ons koningshuis niet anders dan in het Witte Huis. Heerschappen als Jacques Van Yperzele (voormalig kabinetschef van de koning) en Fons Verplaetse (oud-gouverneur van de Nationale Bank) zijn pionnen in een monarchistisch machtsspel dat grof wordt gespeeld en waarin men over lijken gaat."

Machtsintriges zijn zo oud als de mensheid.

"Al mijn theaterstukken gaan over macht. En mijn verlangen om de mens vrij te maken, is een verlangen naar emancipatie. Dat was bij Aeschylus, de oudste van de drie Griekse treurspeldichters, niet anders."

U hebt ook macht over uw acteurs. Wat is voor hen het moeilijkst: Jan Decorte, of de vrijheid die Jan Decorte hen aanbiedt of 'oplegt'?

"Vrijheid vereist een eigen verantwoordelijkheid en vele acteurs willen die niet, ze hebben liever dat je hen expliciet zegt wat ze moeten doen. Met zulke acteurs kan ik niet werken. Ik wil dat acteurs zelf hun verantwoordelijkheid nemen, dat ze optimaal vrij zijn binnen het strakke kader dat ik hun aanbied, want natuurlijk moeten ze zich binnen dat kader houden. Kunst is niet democratisch, kunst is autonoom en autoritair, ik weet wat ik wil en binnen dat stramien moet men voluit gaan.

"Het is vreselijk als ik aan een acteur moet uitleggen wat ik bedoel. Ik kan een 'waarom-vraag' niet verdragen. De acteur moet zelf, vanbinnen, het antwoord op die waarom-vraag geven. Doet hij dat niet, dan hoort hij bij ons niet thuis.

"Wij werken - dat komt daar dus van - altijd met dezelfde mensen samen. We hebben tegenwoordig vaste clubjes voor elk genre, de Oude Grieken, Shakespeare, de dansvoorstellingen... . Woorden zijn bij deze medewerkers overbodig.

"Kent u de werkwijze van de Japanse filmmaker Kurosawa? Hij organiseerde audities voor zijn films. De kandidaat-acteurs moesten van hem op de deur kloppen, binnen komen en hun naam zeggen. Voor Kurosawa was dit voldoende om te zien wie talent had en wie niet. Ik volg hem daarin."

Kunt u dat uitleggen?

"Als iemand tegen mij zegt: 'Ik wil acteur worden', antwoord ik: 'Fijn, ga dan eerst maar zeven jaar voor dokter studeren en ga daarna acteren.' In het onderwijs staan enkel gefaalde acteurs en regisseurs. En die mensen gaan dus aan hun studenten datgene doorgeven wat ze zelf niet hebben gekund? Dat is misdadig. Er sterven mensen in onze scholen, ik zeg het u.

"Acteren heeft ook niets te maken met jezelf verstoppen achter een personage of achter een psychologie. Acteren houdt juist in dat je jezelf toont; dat je een verhevigde vorm van jezelf bloot geeft.

"Maar om jezelf te zijn op een onzichtbare wijze, en om een ander te zijn op een zichtbare wijze, moet je vrij durven te zijn, onder meer vrij van alles wat je als acteur zogezegd hebt geleerd.

"Daarom - maar natuurlijk niet alleen daarom - speel ik zelf in mijn stukken. Ik weet dat ik door mijn aanwezigheid, mijn spel, andere acteurs uitnodig om meer risico's te nemen, om verder te gaan.

"Pas afgestudeerden zijn zichzelf niet meer. Ze zijn gekraakt door de dictielessen en de bewegingsleer, door allerlei theatertheorieën die er in het geheel niet toe doen. Ze hebben een pil van het bestaande moeten slikken."

Moet je je, om helemaal creatief te kunnen zijn, ook van je aangeleerde taal bevrijden? Heeft u daarom, letterlijk, een nieuwe taal ontwikkeld? 'Moeidumeuweigegij en dan/ heeft hij haar in/ heelheelkleine stukskes/ gekapt mijn schoon/ moedermama en aan/ de ratten gegeven/ in de kelderkerker en webbener/ ook van geten/ smiksmaksmokkelaar de/boer zijn kop die sta vol /haar. Het is maar een fragment, uit 'Meneer, de zot & tkint' dit keer, u kreeg er de Toneelschrijfprijs van de Taalunie voor.

"Ik was 4 jaar toen ik met televisie begon. Ja, 4!. Mijn ouders waren acteur (Jo Crap, vooral bekend als Arabelle uit 'De collega's' en Marc Decorte die nog in 'Kapitein Zeppos' speelde; mvds) en sleurden me mee naar de BRT. Ik moest van hen mooi praten, bij de BRT moest iedereen mooi praten. Ik had een hekel aan dat Algemeen Beschaafd Nederlands.

"Vandaag zitten we aan de andere kant van het spectrum. Iedereen, ook binnen het theater, spreekt nu dialect, of een soort dialect. Je hoort geen Nederlands meer, en al die zangers die in het West-Vlaams zingen, ik versta er geen snars van, op Arno na, die begrijp ik zonder woorden. Het tij van de dictie zal weer moeten keren. Ik weet niet hoe, de taalbeheersing zal op een andere manier dan vroeger weer aan belang moeten winnen, zonder die verkramptheid die het Nederlands uit mijn jeugd kenmerkte.

"Ja, Hugo Claus kon dat: mooi Nederlands spreken, zonder dat het geaffecteerd klonk. Ik zat ooit samen met Hugo Claus in een tv-studio. Ik heb hem toen een T-shirt geschonken waarop een portret van Sigrid en mezelf stond. Van Claus kreeg ik zijn poëzieboek, De sporen. 'Voor Jan Decorte, die ook sporen zoekt en vindt', heeft hij erin geschreven."

Maken goede meesters goede leerlingen? Of is een kunstopleiding per definitie deel van het establishment en daardoor dus al niet vrij?

"Ik zat aan het Rits toen die school, die nu waardeloos is, nog iets voorstelde. We hadden geweldige leraren. Met name Tone Brulin is voor mij toonaangevend geweest. Hij verschijnt ook in deze interviewreeks, zegt u. Wel, naar die aflevering kijk ik uit.

"Brulin is de man die onze ogen opende. Die ons - en ik spreek dan over de jaren 60 en 70 - in contact bracht met Indisch en Indonesisch theater, met primitief theater ook, en met de fenomenale podiumkunsten uit Japan. Hij reikte zijn studenten totaal nieuwe perspectieven aan, referentiekaders die we niet kenden, waar we niet het flauwste idee van hadden. Grandioos was dat, en voor mij heel belangrijk.

"Zoals ook de exclusieve privéles van de Poolse theatervernieuwer, Jerzy Grotowski, voor mij belangrijk was. Grotowski was de god van het experimentele theater. In ons land was regisseur Franz Marijnen een aanhanger van zijn leer, die onder meer door een sterke fysieke benadering van theater wordt gekenmerkt.

"Grotowski kwam naar Mechelen! Ik was op school de beste acteur, daarom dat ik, op voorspraak van Marijnen, die workshop kreeg! Grotowski is één uur met me bezig geweest. Dat betekent: hij heeft een uur lang aan mijn schouders getrokken en me hoogst merkwaardige sprongen laten uitvoeren. Naar een sober theater is Grotowski's enige boek, ik heb het gestolen van een medestudent en kende het destijds zogoed als vanbuiten.

"Ook Grotowski stelt dat een creatief proces niet met hindernissen is gebaat. Niet met fysieke hindernissen, niet met psychische of rationele. Daar hebben we dat onderbewuste weer, dat zo belangrijk is."

Het is bekend dat u manisch-depressief bent. U weet als geen ander dat het brein rare sprongen kan maken, soms geen hindernissen meer ziet.

"Dik tien jaar geleden heeft Sigrid me laten colloqueren. Ik werd gedwongen opgenomen bij de Broeders Alexianen in Grimbergen. Vier maanden heb ik er gezeten.

"Ik heb het Sigrid nog altijd niet vergeven dat ze me in dat psychiatrisch ziekenhuis heeft laten opsluiten. Maar ik was een gevaar, voor mezelf en voor de rest van de wereld, ook voor haar, ja,

"Ik was, op het moment van die opname, manisch. Ik beleefde enorme pieken, ik voelde me fantastisch, gaf blijk van een enorme, waanzinnige scheppingskracht die niet leek te stoppen. Maar ook had ik elke connectie met de realiteit verloren. Het was onmogelijk om met me in contact te komen of om op een redelijke manier met me te communiceren.

"Buiten was het ijskoud, maar ik ging halfnaakt de straat op en had het erg warm. Mijn lichaam volgde mijn geest, heel boeiend, maar dus ook gevaarlijk, te meer omdat ik zo talrijke voorbeelden zou kunnen geven die veel verder gingen dan dit, alleen ga ik dat niet doen."

Claire en Francis Underwood uit 'House of Cards' kunnen niet zonder elkaar. U en Sigrid ook niet.

"Claire en Francis doen alles samen, behalve als ze iets apart doen. In alles wat ze samen en apart ondernemen zijn ze sterk en meedogenloos. Liefde is meedogenloos. Ook de liefde tussen mij en Sigrid. Maar in tegenstelling tot Claire en Francis doen wij bijna niets meer apart. Wij zijn samen."

Volgende week: Jaak Van Assche

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234