Dinsdag 18/05/2021

Godvergeten

Ik geef Onfray geen ongelijk: God moet misschien wel �cht dood, net als Allah en Jahweh

Friedrich Nietzsche was zeker niet de eerste, maar hij is wel degene die met zijn uitspraak dat God dood was, als aanstichter van het twintigste-eeuwse, waarschijnlijk vooral West-Europese atheïsme wordt gezien. Ik heb hem altijd een sympathieke figuur gevonden, al was het maar vanwege zijn aanstellerige hoofdstuktitels in Ecce Homo: 'Warum ich so weise bin', 'Warum ich so klug bin', 'Warum ich so gute Bücher schreibe' - en ook vanwege dat al dan niet apocriefe, maar in ieder geval inmiddels geheel tot zijn mythologie behorende verhaal over zijn verduisterde laatste jaren, over het scharminkelige karrenpaard dat hij op een dag zag en dat hem zozeer tot tranen toe beroerde dat hij het om de hals gevallen zou zijn.

Menselijk, al te menselijk, zo denk ik altijd, naar een van de titels van zijn werken, en ik besef dat het verhaal van het karrenpaard bij een denker als Nietzsche dient ter geruststelling. Het lijkt de bevestiging van de onmogelijkheid van zijn eigen filosofie te zijn - u weet wel: dat van die 'Übermensch'. Je zou zeggen: de wijze waarop de nazi's - met de dankbare hulp van zijn zuster Elisabeth - Nietzsches filosofie hebben misbruikt, is als bewijs voor die onmogelijkheid al ruim voldoende. Albert Camus stelde in De mens in opstand (1951) echter dat Nietzsches filosofie niet gebruikt kan worden zoals dat door nazi-ideologen gedaan is, ook al is de mislezing van die filosofie misschien iets wat men 'de filosoof met de hamer' dan toch postuum aan mag rekenen, omdat ze al te zeer voor de hand lag. Hij had het gemakkelijk zelf kunnen voorzien. Hoe dan ook: Nietzsches filosofie eindigt niet bij zijn "God is dood"; ze begint er. En het is typerend dat wij - maar ook hijzelf - daarover alleen in termen van het ónmenselijke kunnen spreken, omdat het een denken veronderstelt waarin wij onszelf zoals wij ons blijkbaar het liefst zien, achter moeten laten.

Homer J. Simpson, die andere filosoof, formuleerde het zo toen hij in de lucht boven zijn onmogelijke Springfield merkwaardige verschijnselen waarnam: "I wish God were still alive to see this." En wat te denken van de postmoderne filosofen die, als je goed kijkt, met begrippen als 'het onpresenteerbare', 'le réel' , 'het sublieme' of zelfs tamelijk ondubbelzinnig 'het verhevene' of 'het sacrale', nauwelijks loskomen van wat de gelovige of de mysticus (toegegeven: dat is nog een heel verschil) zich bij God voorstellen. Om het met een variant op Frank Zappa te zeggen: "God isn't dead, he just smells funny."

Er gaapt een niet-geringe kloof tussen de overtuiging in meer intellectuele kringen dat God dood is, en zijn voortdurende aanwezigheid in zelfs de meest seculier ogende filosofieën. Is de aanslag op hem eigenlijk wel gelukt? Of verplaatst, na zijn eerste vertegenwoordiger hier op aarde, ook de Here zelf zich tegenwoordig in een kogelvrije pausmobiel?

Volgens een zich geweldig en prachtig kwaad makende Michel Onfray in zijn nieuwe boek Atheologie. De hoofdzonden van jodendom, christendom en islam is niet God verloren geraakt, maar juist de rede uit naam waarvan hij aanvankelijk werd omgebracht. Met nietsontziende, en in deze tijden haast heroïsch te noemen hoon neemt Onfray, naast de vertegenwoordigers van de drie genoemde religies zelf, diegenen op de korrel die zich impliciet of expliciet op Nietzsche beroepend, nooit begrepen hebben wat Nietzsche nu werkelijk voorstond. Ze zijn blijven hangen in een slap nihilisme dat ze nooit hebben gezien als de eerste stap in de richting van de 'Umwertung' waar het Nietzsche om begonnen was (zoals de feestneuzen van mei 68 de door hen 'gewonnen' vrijheid weigerden te begrijpen als de "verschrikkelijke vrijheid" waarover Sartre het had).

"De ontkenning van God is geen doel", schrijft Onfray, "maar een middel om te komen tot een postchristelijke of ronduit wereldlijke ethiek." Ook aan de broodzwetsers die weliswaar God en kerk afzweren maar "tegelijkertijd de christelijke waarden en het onvervangbare karakter van de evangelische moraal hoogachten" heeft Onfray een broertje dood: "christelijke atheïsten" zijn het, die uiteindelijk "dezelfde paulinische afkeer van het lichaam" verkondigen als de volbloed gelovige, dezelfde "afwijzing van lust, plezier, driften en passies". Hij rekent er onder anderen Levinas, Bernard-Henri Lévy en Alain Finkielkraut toe.

Onfray wil een "atheïstisch atheïsme". "Niet God, noch de wetenschap, noch de intelligibele hemel, noch de opzet van wiskundige stellingen, noch Thomas van Aquino, noch Auguste Comte of Marx", zo schrijft hij. "Maar filosofie, rede, nut, pragmatisme en individueel en sociaal hedonisme zijn aansporingen zich te ontwikkelen op het gebied van de zuivere immanentie, in het belang van de mensen, door hen, voor hen, en niet door God, voor God."

Dat is mooi gebruld, maar op het gevaar af defaitistisch te klinken, vrees ik dat het op zijn best een elite veronderstelt, om niet onmiddellijk het makkelijk mis te begrijpen 'Herrenmoral' te gebruiken. Ik geef Onfray geen ongelijk: God moet misschien wel écht dood, net als Allah en Jahweh, uit naam van een mens die door geen enkele inperkende definitie meer wordt geamputeerd (geestelijk en lichamelijk beide). Al was het maar omdat alle stampij van door plaatjes of domweg door een bepaalde levenswijze blijkbaar tot in hun merg beledigde gelovigen door mij als een belediging van mijn eigen overtuigingen wordt ervaren - en of het daarbij nu om moslims gaat, om joden, of om christenen (die het overigens volgens de Bijbel ook niet is toegestaan om af te beelden; dat we de Sixtijnse kapel platbranden...). Het op luide toon geëiste respect kan ik bij zoveel respectloosheid jegens míjn waarden niet opbrengen.

Maar de vraag is wel of de, vanuit Onfrays perspectief bezien, leugenachtigheid geen integraal onderdeel is van het menszijn. Ons bewustzijn van de dood is, zo zei Pascal ooit, onze misère; maar ze is zeker ook onze grandeur. Dat wegsteken achter een als waarheid voorgestelde leugen van welke religie dan ook maar, kan nooit de bedoeling zijn geweest van de verhalen die door die religies worden verteld. En die men elders nog vindt: bij de Grieken, in China en Japan, bij de Inuit, in de Noorse mythologie. In de literatuur, de onze en die van anderen. Die verhalen zelf zijn de bedoeling, al was het maar omdat ze nergens, noch in heilige en zeker niet in seculiere boeken, eenduidig zijn, nergens aanleiding geven tot het soort conclusies dat er door zogeheten rechtschapen gelovigen aan wordt verbonden.

Maar ze bieden wel, voor de duur van ons lezen, beschutting tegen een realiteit die we misschien uit de aard der zaak niet verdragen ("Niemand kan van nature/ in lijve de dood verduren", schreef de dichter), maar die we uit diezelfde aarde der zaak evenmin mogen verloochenen. En is het niet net die paradox die de kern uitmaakt van de verhalen in onder andere Bijbel, Torah en Koran? God is dood, leve zijn verbeelding?

Marc Reugebrink

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234