Donderdag 02/12/2021

‘God schept de dag en moeder schept de soep’

Bart Moeyaert, schrijver

‘Het mooiste cadeau dat ik van haar gekregen heb, is haar manier van zijn: de stilte van mijn moeder. Ik ben de jongste in een grote familie van zeven zonen. Op een bepaald moment hingen er voortdurend vier kleuters om haar heen. Ze had haar handen meer dan vol.

“‘God schept de dag en moeder schept de soep’, zei ze altijd.

“Als ik aan mijn moeder uit mijn kindertijd denk, zie ik haar bezig in de keuken. Elke zoon ging op een bepaald moment van de dag weleens langs in die keuken om mijn moeder vast te pakken of te omhelzen. Dat gebeurde met weinig woorden. Ze is nooit een vrouw van veel woorden geweest. Dat heeft haar verleden haar ingegeven. Ze is de dochter van een hoofddienstmeid op een kasteel. Ze heeft van kindsbeen af geleerd dat ze moest werken en dienen. Het waren de mensen van ‘boven’ die het voor het zeggen hadden. Daar heeft ze geleerd te zwijgen.

“Maar als ze iets zei, was het wel raak. Het kwam wel aan. De hele familie zei: ‘Oei, moeder is echt kwaad, nu.’ Ze zei het dan ook in drie zinnen.

“‘Leven en laten leven.’ In haar vaste uitspraken gaf ze ons ook levenslessen mee. ‘Iedereen heeft recht op zijn plekje onder de zon.” Tolerant zijn. Altijd relativeren, altijd die houding van: niet oordelen, wacht maar af. Dat is nog altijd zo. Ze zal nog altijd de persoon zijn die zegt: ‘Ach, laat die mensen toch doen.’

“Geen zelfbeklag kwam over haar lippen. Het was zwijgen en maar doorwerken. Mijn moeder heeft haar hele leven pijn gehad. Ze heeft een heel zwakke rug maar je hoort haar daar absoluut niet over klagen.

“‘De blutse tegen de buile’, hoor ik haar nog zeggen. Ik heb het vermoeden dat het allemaal in dezelfde sfeer zit: gewoon doorgaan. Doorbijten.

“Misschien ben ik wel het dichtst bij haar gekomen in de periode dat ik het verst van haar af leek te staan.

“Toen ik mijn ouders verteld had dat ik op jongens viel, had mijn moeder het daar erg moeilijk mee. Haar droom kwam niet uit: zeven jongens die netjes op een rij zouden trouwen. Ze besefte dat de zevende die rij niet zou afmaken. In die periode ben ik heel ver van mijn moeder geweest, maar ook heel dicht bij haar. Het enige wat ik kon doen, was geduld hebben, soms gesprekken afbreken omdat ze niet meer werkten. Nooit heb ik gedacht: deze stilte blijft duren, dit zal fout aflopen. Ik heb gedacht: oké, ik leef dan maar mijn eigen leven. En het kwam gewoon weer goed.

“Nieuwsgierig zijn, open staan voor de wereld, dat heeft ze ons altijd meegegeven. Vertrouwen. ‘Ge moet niet altijd het slechtste denken, het zal niet mis gaan, ga zelf maar eens kijken.’ Ze had een afkeer van roddel, maar ze wist en weet de dingen wel graag. ‘Als het gelogen is, dan is het nog straf’, zei ze dan.

“Als ze ergens naartoe gaat, zit ze blij met de handtas op schoot. Weggaan is een feest, want de wereld is groot en die moeten we gaan verkennen.

“Toen ze zeventig werd, heb ik haar drie dagen Parijs cadeau gedaan. Daar vertelde ze me dat ze als jong meisje ervan droomde om vaak op reis te gaan. Op het kasteel hoorde ze altijd vertellen over ‘het buitenland’. Dat leek voor haar ver weg. Elke uitstap die ze nu doet, is iets als ‘andere lucht kunnen ademen’. We gingen in Parijs naar het Louvre, naar de Notre Dame en ze genoot ervan. Ze zei ook: ‘Ge zou dat maar moeten onderhouden. Wie dit moet kuisen...’ Maar wat ze zich vooral herinnerde, waren de gesprekken en de plekken waar we koffie of een aperitief hadden gedronken en samen hadden gegeten. Ze hield van zorgzaamheid, ze was de zorgzaamheid zelve. En het zat soms in kleine gebaren. Rond Pasen, paasbloemen op tafel. Op tijd en stond een azalea in huis.

“Ik was zo moe toen de gezant van de koning kwam”, zei mijn moeder ooit. Omdat ik de zevende zoon was, kwam er na mijn geboorte een gezant van het Koninklijk Hof naar ons huis om een cadeau te brengen. Het was heel bijzonder, maar mijn moeder vond het net na de bevalling wel lastig, al dat gedoe omtrent de zevende zoon.

“Toen koning Boudewijn stierf, mochten al zijn petekinderen iemand uitnodigen om naar zijn begrafenis te gaan. In een aparte kerk kregen wij op een groot scherm zijn begrafenis te zien. Ik heb mijn moeder meegenomen. Ik had niet zo’n bijzondere band met Boudewijn, mijn peter. Maar ik herinner me heel sterk het moment dat ik samen met mijn moeder op zijn begrafenis zat. Bij iedere begrafenis heerst er een soort verdriet dat een samenballing is van alle verdriet dat je zelf ooit heb gehad of ooit nog zou kunnen hebben. Toen was er iets meer aan de hand. Het was niet alleen ontroering. Naast mijn moeder kreeg ik ook dat sterke gevoel: ik ben er door haar gekomen, ik ben haar zevende zoon. Die begrafenisviering is op de televisie gekomen. Mijn moeder en ik kwamen op een bepaald moment in beeld. Iemand heeft van dat televisiebeeld een foto genomen. Mijn moeder en ik naast elkaar. Dezelfde ogen. Die twee koppen. Zo’n vastgelegd moment waarop ik heel dicht bij mijn moeder stond.

“Af en toe schrijft ze mij een brief. Dat doet ze al vanaf mijn twintigste. Ze houdt ervan. Dat hoor ik aan de klank van de brief. Dan gaat ze op een bepaalde plek in huis zitten, op een eigen kamer, aan een eigen bureau en neemt ze de tijd om dat te doen. Er staat geen bijzonder groot nieuws in. De zon gaat schijnen of het gaat weer regenen. Wat papa aan het doen is, wat zij heeft gedaan, wat ze samen die dag nog gaan doen. Dat ze zich zorgen maakt of dat het lang geleden is dat ik nog gebeld heb of dat het niet lang geleden is en dat ze blij is met het telefoontje. Ik voel het belang van die brief op dat moment, dat maakt het voor mij zo bijzonder.

“Er zit soms ook een prentbriefkaart bij met een zicht op Brugge, opdat je je geboortestad niet zou vergeten. Berichten van het thuisfront. Ik bewaar ze allemaal.”*

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234