Dinsdag 23/07/2019

God save the British!

StuBru-presentator en Zeno-columnist Stijn Van de Voorde is wild van Groot-Brittannië. Vanwege de muziek natuurlijk, maar er is nog veel meer wat hem aantrekt tot de Britse cultuur en mensen. Voor de documentairereeks GREAT!-Britain trotseerde hij regen en brexit. Hier leest u een verslag van zijn trip vol muziek, voetbal én paling.

Ik hou van Groot-Brittannië. De meesten van mijn muzikale helden zagen er het levenslicht en ondanks het dwarse klimaat is het er best mooi. De Britten zijn een uniek volkje. Sport, humor en kunst vind je overal, maar zij halen er net iets meer uit. Zo lijkt het toch.

Eilandbewoners lossen hun probleempjes het liefst zelf op. Bemoeienissen van buitenaf worden als storend ervaren. Immigranten ook. Dat verklaart deels het eindresultaat van het referendum over het EU-lidmaatschap van het Verenigd Koninkrijk uit juni 2016. Een nipte meerderheid (51,9 procent) van alle Britten (die stemden) gaven toen aan dat een unie waarin de eurolanden alles voor hen beslissen, niet meer hoefde. Een jaar later gingen de onderhandelingen over het beëindigen van het EU-lidmaatschap van start en dat blijkt een hoop gedoe.

Mijn kennis over de economische en zelfs culturele gevolgen van een harde of zachte brexit is eerder beperkt. Ik zou enkele statements van verstandige mensen kunnen overschrijven, maar daar wordt niemand beter van. In een woeste vlaag van positivisme besloot ik in september met twee Studio Brussel-collega's door Groot-Brittannië te rijden, op zoek naar wat Britain zo Great maakt. Maken de Britten zich zorgen over de toekomst of gaat hun leventje rustig verder? De tocht leverde vier reportages op die je kunt bekijken op VRTNU.

Wie in Dover van de ferry rijdt, wordt onmiddellijk geconfronteerd met een toepasselijk werk van Banksy. De Britse streetart-kunstenaar bracht op 200 meter van de haven een muurschildering aan van een arbeider die de Britse ster uit de Europese vlag slaat.

De werken van Banksy spelen een rol in het maatschappelijke debat omdat ze veel aandacht genereren. Zijn standpunt over de brexit komt overeen met dat van het overgrote gedeelte van de artistieke Britten die ik ontmoette tijdens mijn trip: 'Those who voted Leave are cunts'. In Londen sprak ik met zijn goede vriend Ben Eine, een kunstenaar die een groot aantal muren in de hipsterwijk Shoreditch trakteerde op een dikke laag verf. Zijn kleurrijke letters zie je intussen over de hele wereld. Toen David Cameron voor het eerst op staatsbezoek naar de Verenigde Staten trok, gaf hij bij wijze van geschenk een werk van Eine aan Barack Obama. Het schilderij met de letters TWENTYFIRSTCENTURYCITY hing jarenlang op de slaapkamer van een van de presidentsdochters.

Eine volgt aandachtig wat er in de wereld gebeurt. In 2005 vloog hij met Banksy naar Israël. De stencils die ze vanuit Palestijns gebied op de illegaal gebouwde Israëlische afscheidingsmuur aanbrachten, gingen de wereld rond. Heel geëngageerd. Toch weet Eine niet zeker of Banksy zelf ging stemmen: "Op de ochtend van het referendum snoof ik ketamine in een bubbelbad in Glastonbury. We hebben allemaal de kracht van oude, racistische mensen onderschat."

Op 500 meter van het atelier van Eine ontmoet ik Joe Cooke, een trotse Leave-stemmer. De uitslag van het referendum geeft hem een gerust gevoel. Joe is een achterkleinkind van Robert Cooke, de man die in 1862 een mash and pie-shop opende in Hoxton. Joe nam de familiezaak lang geleden over. Zijn jellied eels zijn wereldberoemd in de Londense East End. Paling in gelei wordt door culinaire historici omschreven als het allereerste fastfood in Londen. Joe houdt niet van de wildgroei aan on-Britse falafelzaken en goedkope pizza-restaurants in de straat. Toch doet zijn zaak het goed. Het old school karakter van het aftandse restaurantje trekt veel hipsters aan. Het laagje houtschilfers op de vloer zorgt voor een authentieke touch. Vroeger spuwden de klanten hun palingbeentjes ongegeneerd op de grond. Dankzij de houtschilfers volstaat een korte veegbeurt op het einde van de avond om alles weer proper te krijgen. Opgeknipte paling in een glibberige saus maakt voor altijd deel uit van de Britse culinaire cultuur. Iets om trots op te zijn, denk ik.

Het feit dat Groot-Brittannië zich lostrekt van Europa is volgens Joe geen negatieve keuze: "We functioneren beter als we autonoom ons ding doen. Er bestaat geen historische band met de rest van Europa, dus laten we niet doen alsof. Al geloof ik wel in een goede economische samenwerking." Niet alle Leave-stemmers zijn oude, zure racisten.

Jan zonder Land

De gemiddelde Belg wordt weleens een gebrek aan trots verweten. Daar hebben de Britten minder last van. Toch bestaat hun geschiedenis niet alleen uit rozengeur en maneschijn. Noem een land waar hun leger nooit binnenviel. Gewelddadige figuren als Jan zonder Land vergeet men selectief als 'God Save the Queen' met tranen in de ogen wordt meegezongen.

Op de Britse muzikale geschiedenis valt minder aan te merken. Niets tegen Adolphe Sax, Stromae en Regi Penxten, maar daar kunnen wij enkel van dromen. In elke stad vind je een studio, concertzaal, straat of hotel waar ooit iets onvergetelijks is gebeurd.

De meeste locaties ondergingen intussen een grondige metamorfose, maar met een beetje verbeelding reconstrueer je de gebeurtenissen in je hoofd. Op plaatsen waar niets overblijft van de oorspronkelijke setting, hangen de typische English Heritage Blue Plaques. De blauwe bordjes vatten beknopt samen wat er zich ooit afspeelde op een plaats die er op het eerste gezicht bedrieglijk normaal uitziet.

Het residentiële appartementencomplex aan het Canal Tow Path in Manchester is daar een goed voorbeeld van. Enkel de naam verraadt nog dat er zich tot 1997 een van 's werelds meest legendarische muziekclubs bevond: The Haçienda.

Op het einde van de jaren 80 pompten gespecialiseerde dj's tijdens de Ibiza Nights gespecialiseerde acid house in de zaal. Toen was het partyeiland op de Balearen nog geen populaire bestemming bij de Britten. Einstürzende Neubauten drilde ooit gaten in de muur tijdens hun set, The Smiths speelden er concerten voor hun eerste album uitkwam en Fatboy Slim draaide plaatjes op de afterparty van het allereerste optreden van Madonna op Britse bodem. De leden van New Order waren mede-eigenaars van de club. Wie zich afvraagt waarom de club 20 jaar geleden de deuren sloot, moet het boek The Haçienda; How Not to Run a Club van (voormalig) New Order-bassist Peter Hook eens rustig lezen. De film 24 Hour Party People vat het ook mooi samen. Het heeft te maken met mismanagement, grote hoeveelheden drugs en bijbehorende bendes die niet terugdeinzen om hun territorium af te bakenen met grof wapengeweld. Boeiend.

De hele omgeving geldt tegenwoordig als schoolvoorbeeld van doorgedreven gentrificatie. De oud-industriële panden waarin iconische Manchester-bands repeteerden en de vuilste rave party's plaatsvonden, kregen een nieuwe bestemming. Kapitaalkrachtige designerbureaus, onbetaalbare lofts en koffiebars helpen bij het proces van opwaardering. De buurt werd veiliger en hygiënischer, maar niet noodzakelijk cooler.

Successupporters

Manchester blijft voor altijd de stad van Oasis, The Smiths, The Stone Roses en The Chemical Brothers. De nieuwe generatie rockbands raakt nog moeilijk tot bij ons. De heropening van de Manchester Arena in september was een hoopvolle gebeurtenis. Minder dan vier maanden na de aanslag waarbij 22 mensen stierven, speelde Noel Gallagher een epische versie van 'Don't Look Back in Anger'. De publieksreactie op (voor ons) minder bekende, lokale bands als Blossoms en The Counteeners maakte nog meer indruk: 21.000 Britten die meebrullen met een nummer dat je nooit eerder hoorde... Het heeft iets.

Manchester draait om sport en muziek. Belgische voetbalfans worden in onze stadions getrakteerd op een portie fletse hitparadedance. Tijdens Manchester City-Liverpool merkte ik dat het ook anders kan. Sjeik Mansour schonk de Cityzens het fancy hypermoderne Etihad Stadium, maar de muziek liet hij veilig in handen van de lokale bevolking.

Voetbalwedstrijden verliezen steeds meer hun volkse charme. Het merendeel van de City- en United-fans woont allang niet meer in de wijde omgeving van Manchester. Successupporters en voetbaltoeristen van over de hele wereld vullen op matchdagen de hotels in de buurt van het stadion. Zij reageren minder uitbundig op de klassiekers van Happy Mondays en The Beatles die uit de stadionboxen knallen. Het aandeel working class-supporters daalt als de abonnementsprijzen stijgen. Daar zit - spijtig genoeg - een zekere logica in.

Carla Kompany, de sympathieke echtgenote van de blessuregevoelige City-kapitein, leidt ons rond in het stadion. Het gloednieuwe restaurant maakt indruk omdat de doorzichtige spelerstunnel er dwars doorheen loopt. Voetbalfans met een maandloon ver boven het mijne zien de spelers het plein betreden via een glazen tunnel terwijl ze rustig hun krabbenpoten openbreken.

Voetbalclubs schakelen graag subtiel populaire rockbands in als levende mascotte. Liam Gallagher (Oasis), Ian Curtis (Joy Division) en Johnny Marr (The Smiths) verklaarden ooit hun liefde voor City. Morrissey (The Smiths), Ian Brown (The Stone Roses) en Richard Ashcroft (The Verve) staan als één man achter United.

De meest extreme vorm van rock-'n-roll-clubliefde vind je echter in Leicester. Toen Leicester F.C. in mei 2016 op miraculeuze wijze kampioen werd in Engeland, werden levenslange supporters Tom Meighan en Sergio Pizzorno van Kasabian helemaal zot. De band vierde de titel met verrassingsconcerten in en rond het King Power Stadium. Tegenwoordig palmt de rockgroep zelfs een stukje in van de City Fanstore met stijlvolle merchandise die sport en muziek fysiek samenbrengen.

Te koop: paardenuitwerpselen

De Britten houden niet enkel van sport, ze zijn er ook goed in. De trotse uitvinders van sporten als voetbal, waterpolo, golf en ongeveer alle activiteiten met een (tennis)racket verdedigen hun eer met veel toewijding. In de Rugby School in het Engelse graafschap Warwickshire grepen enkele studenten 200 jaar geleden een bal vast met beide handen. Plots was de wereld een sport rijker. Zo snel gaat het soms. Tegenwoordig valt er nog weinig te beleven in Rugby. Al zag ik op de oprit van een inwoner wel enkele zakken met vruchtbare paardenuitwerpselen liggen. Het bijbehorende bordje 'Te koop' vond ik enigszins verrassend. Een zak kostte 50 pence. Fair bedrag, me dunkt.

Een training bij de Sheffield Tigers Rugby Club leerde me dat mijn lichaamsbouw zich eerder leent voor licht kantoorwerk dan voor rugby. Sheffield was ooit een van de grauwste industriesteden van Groot-Brittannië, maar daar merk je niets meer van. De groene stad trekt steeds meer jonge gezinnen en studenten aan. Het woord 'hip' lijkt me nog wat voorbarig, maar Sheffield is terecht trots op zijn muziekgeschiedenis. Het gedicht 'Trashed on Cider' van Jarvis Cocker hangt metershoog tegen de gevel van een studentenhuis. Zijn voormalige Pulp-collega Richard Hawley vernoemde zijn voortreffelijke album Coles Corner naar een kruispunt in het centrum van de stad.

In The Grapes bestel ik een dagschotel voor een democratische prijs. Het bier en de pureepatatjes smaken niet beter dan elders, maar de volkse taverne behoort ontegensprekelijk tot het muzikale erfgoed van de stad. Op 13 juni 2003 traden enkele tieners er voor het eerst op onder de naam Arctic Monkeys. Het concert duurde net geen 25 minuten. De setlist bestond voor 100 procent uit covers van onder anderen The Beatles, The White Stripes en Fatboy Slim. De band deelde achteraf in de winst van de ticketverkoop. De 27 Britse ponden werden vast nuttig besteed.

In het cafégedeelte van The Grapes hangt een gouden plaat van het debuutalbum Whatever People Say I Am, That's What I'm Not, omgeven door krantenartikels uit de beginperiode van de band. Een aftandse jukebox bevat alle studio-opnames van Alex Turner en co. Een andere wand in het café werd beplakt met foto's en artikels over de moord op John F. Kennedy. De link tussen een moordaanslag op een Amerikaanse president en het allereerste concert van Arctic Monkeys blijft voor altijd een groot mysterie.

Beroemde rotonde

De combinatie Engeland, Schotland en Wales vormt officieel Groot-Brittannië. Bij wijze van experiment ging ik op zoek naar het allermooiste stukje eiland. Hemel Hempstead bleek de perfecte uitvalsbasis. Enkele jaren geleden zette The Telegraph het stadje op één in de 'Crap Town Top 100'. Van hieruit wordt het enkel beter. Hemel Hempstead heeft zijn titel niet gestolen. Als je meer zwerfvuil dan mensen in de straten ziet, begrijp je beter waarom zelfs de goedkoopste kledingketens zich inmiddels terugtrokken.

Onze zoektocht naar schoonheid brengt ons ook nog even langs Slough, een ander stadje uit de top 5. Er valt - zoals verwacht - niet veel te beleven, maar Slough maakt toch deel uit van de Britse televisiegeschiedenis. De studio van de supermarionationserie Thunderbirds verdween jaren geleden, maar de rotonde op Wellington Street bestaat nog steeds. De rotonde eiste in 2001 een hoofdrol op in de begingeneriek van de successerie The Office. De gênant komische BBC-reeks van (en met) Ricky Gervais staat voor mij nog steeds op eenzame hoogte. Dankzij The Office werd het grijze Slough 15 jaar geleden een nationale grap. De lokale burgemeester klaagde over de imagoschade waar zijn stad onder leed. Minder bedrijven huurden een kantoorruimte in het duffe Slough.

Die tijd is inmiddels voorbij. Dienstenparken met enorme kantoorcomplexen geven onderdak aan multinationals als Mars, Nintendo en Ferrari. Ik wil er niet wonen, maar een autorit door Slough met op de achtergrond het gelijknamige nummer uit de film David Brent: Life on the Road is een prachtige ervaring. 'More convenient than a Tesco Express / Close to Windsor but the property's less / It keeps the businesses of Britain great / It's got Europe's biggest trading estate / Oh Slough...' Ironie kan soms schoon zijn.

Een week later signeert Gervais mijn boekje met liedjesteksten uit de film, net voor zijn stand-upshow in Ipswich. Ik ben niet snel onder de indruk van showbizzfiguren, maar deze keer wel.

Het heeft geen zin om lang rond te hangen in lelijke voorsteden. De natuurpracht van Groot-Brittannië heeft veel meer te bieden. Toch kom je in schitterende streken als Whiteless Pike (Lake District), Hope Valley (Peak District) en Llanberis Pass (Snowdonia) opvallend weinig buitenlandse toeristen tegen. Een mens bezit slechts een beperkt aantal vakantiedagen en die brengen we liever niet door in een gebied met meer dan 1.500 millimeter neerslag per jaar. De schilderachtige Schotse landschappen behoren tot de allermooiste van Europa, maar ze kunnen niet opboksen tegen de aantrekkingskracht van discotheken en openluchtbars op zonnige eilanden. De Britten trekken zelf ook liever naar plaatsen waar zon, strand en zee samenkomen.

Vooral Schotland is een ontdekking. Een stad als Edinburgh heeft veel meer te bieden dan wat Trainspotting ons twintig jaar geleden voorschotelde. Het overgrote gedeelte van de opnames voor de film uit 1995 vonden bovendien plaats in Glasgow. Regisseur Dany Boyle palmde toen onder meer The Crosslands in. De eigenaar van het café in Maryhill, een working class-wijk in het westen van Glasgow, kreeg een onkostenvergoeding van 700 pond. Een koopje, want de scène waarin Begbie een pint bier naar beneden gooit vanop het balkon en een stevig gevecht veroorzaakt, behoort tot de moderne filmgeschiedenis. The Crosslands veranderde intussen van eigenaar en van naam; Kelbourne Saint Tavern. Er passeren nog bijna dagelijks Trainspotting-fans die een selfie op de historische locatie niet laten liggen.

UFO Capital of the World

In het centrum van Glasgow bezoek ik King Tut's Wah Wah Hut. Een van de meest legendarische muziekclubs in de UK. In 1993 speelden The Verve, Radiohead en Oasis in het kleine, ouderwetse zaaltje op de eerste verdieping. Oasis hield een platencontract over aan het bewuste concert. Aanvankelijk mocht de band van de Gallaghers niet eens het podium op van de eigenaar omdat er die avond reeds drie groepen geprogrammeerd stonden. Na enkele fysieke dreigementen kreeg Oasis toch toestemming voor vier nummers. Het publiek bestond op dat ogenblik uit vijftien half geïnteresseerden. Een van hen bleek Alan McGee van Creation Records. De Schotse labelmanager voelde enig potentieel en bood bandleider Noel Gallagher onmiddellijk een contract aan. De rest is muziekgeschiedenis.

Ik ben niet de allergrootste natuurvriend, maar het Schotse platteland is uitzonderlijk mooi. Bonnybridge, ergens tussen Glasgow en Edinburgh, staat wereldwijd bekend als UFO Capital of the World.

Gemeenteraadslid Billy Buchanan vertelde me passioneel over de tientallen ruimteschepen die hij (en vele anderen) reeds opmerkte boven zijn landgoed. Buchanan gelooft dat er zich een portaal naar een andere dimensie boven zijn huis bevindt. Langs deze poort vliegen de ruimteschepen naar onze aarde. Tijdens het gesprek viel het woord 'tijdreizen' zelfs even, maar die theorie bespaar ik u. Een gespecialiseerd bedrijf overweegt op dit ogenblik de bouw van een themapark op het landgoed van Buchanan. Dat kan hem een stevige duit opleveren. In ruil voor enkele miljoenen op mijn bankrekening geloof ik ook in vliegende schotels uit de achtste dimensie.

In de Schotse Hooglanden wordt het pas echt uniek. De overvloedige neerslag houdt het ongerepte landschap groen. De chronisch aanwezige ochtendmist voegt een interessant laagje mysterie toe. Hollywood heeft een legertje CGI-experten nodig, willen ze een gelijkaardig effect creëren. Hogwarts, de toverschool uit de Harry Potter-films, situeert zich niet voor niets aan Loch Shiel in Glenfinnan. Wie richting Glen Etive rijdt, passeert de locatie waar James Bond emotieloos voor zich uitstaarde in Skyfall. Filmisch, dat is het woord.

De Quiraing op het eiland Skye behoort volgens kenners tot het allermooiste stukje Groot-Brittannië. Er bestaan verschillende routes om de 543 meter hoge berg te beklimmen, maar ik koos voor de kant die ik kende uit de fantasyfilm Stardust (met Michelle Pfeiffer, Robert De Niro én Ricky Gervais). Het uitzicht op de top is spectaculair, maar wandelaars krijgen geen tijd om rustig van het landschap te genieten. Wie vijf seconden stilstaat, wordt vrijwel onmiddellijk overspoeld door duizenden midges. De minimuggen steken niet, maar veroorzaken toch een onaangename vorm van overlast. Die vervelende tweevleugeligen zie je niet op de vele spectaculaire dronebeelden of promotiefilmpjes van het gebied, maar weet dat ze bestaan. Eerlijk is eerlijk.

Natuurvrienden en outdoortypes laten zich bovendien niet afschrikken door zwermen opdringerige insecten. Volgens enkele recente krantenartikelen kreunt Skye momenteel onder de populariteit: de hotels zitten vol en er is zelden plaats op de parkings aan de start van mooie wandelroutes! Dat valt allemaal best mee. Het aantal slaap- en parkeerplaatsen op het eiland is eerder beperkt. Daarom voelt het eiland nooit overdreven druk aan. Je belandt enkel in een korte file als een kudde schapen de openbare weg weigert te verlaten. Al ben ik uiteraard de allerlaatste die massatoerisme (en de wildgroei aan hotelketens) in het gebied wil aanmoedigen.

Groot-Brittannië is perfect in al zijn imperfectie, daarom wens ik alle inwoners het allerbeste voor de toekomst. Laat politici maar diep nadenken over hoe het land zich kan/mag terugtrekken uit de Europese Unie. Niemand weet of het land er economisch beter bij zal varen. Ik bekijk het egoïstisch. Zolang een trein me in minder dan twee uur naar het land brengt van The Beatles, Bradley Wiggins en driehoekige boterhammen met cheddar, rode ui en mayonaise, hoor je mij alvast niet klagen.

De Britten maken voor altijd deel uit van mijn clubje. Of ze dat nu willen of niet.

De vier afleveringen van Great! Britain vindt u vanaf vandaag op VRTNU en vanaf maandag in de tv-theek van Telenet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden