Donderdag 29/10/2020

'God, neem het over!'

n Honderd en twee minuten: de laatste woorden uit de hoogste verdiepingen van het WTC

Eerst was het geroep om hulp, informatie, leiding. Maar snel werden het kreten van wanhoop, woede en liefde. Nu worden ze herinnerd als de stemmen van de mannen en vrouwen die in de val zaten op de hoogste verdiepingen van de Twin Towers. Uit hun laatste woorden komt een pakkende kroniek naar voren van de laatste 102 minuten in het World Trade Center, samengesteld uit massa's telefoongesprekken, e-mails en gsm-berichtjes.

De neerslag daarvan vormt samen met de getuigenissen van het handvol mensen dat ontsnapte een eerste, pakkende kijk vanuit de verdiepingen die werden geraakt door de vliegtuigen en die erboven. Die laatste woorden geven een menselijke vorm aan de algemene catastrofe: de verwoesting van de bovenste 19 verdiepingen van de noordelijke toren en de bovenste 33 van de zuidelijke toren, waar de meeste doden vielen op 11 september. Van de vermoedelijke 2.823 dodelijke slachtoffers van de aanval werden er minstens 1.946, of 69 procent, gedood op die bovenste etages. Reddingswerkers geraakten niet in hun buurt. Fotografen konden hun gezichten niet vastleggen. Als ze al werden gezien, was het vluchtig aan de ramen, bijna 400 meter hoog.

Er zijn sterke aanwijzingen dat de 1.100 of meer mensen op of boven die geraakte verdiepingen (zo'n 300 in de zuidelijke toren en 800 in de noordelijke) de eerste inslagen overleefden. Velen bleven in leven tot het gebouw instortte. Zelfs nadat het tweede vliegtuig was binnengevlogen, verbond een bruikbare trap de bovenverdiepingen met de straat. Er waren achttien mannen en vrouwen die hem gebruikten om te ontsnappen uit de geraakte zone of erboven. Tezelfdertijd waren minstens 200 anderen naar het dak van die toren aan het klimmen, zich niet bewust van het feit dat die trap toegankelijk was en er - onterecht - van overtuigd dat zij de deur naar het dak konden openen.

Alles samen stierven ongeveer 600 personen in de zuidelijke toren ter hoogte of boven de plek van de botsing. Men gaat ervan uit dat in de noordelijke toren iedereen boven de 91ste etage is gestorven: 1.344 mensen. Opmerkelijk is wel dat in beide torens, zelfs op de verdiepingen die vol werden geraakt door de vliegtuigen, een aantal mensen lang genoeg leefde om telefoontjes te doen. Om die fragmentarische boodschappen in de juiste context te plaatsen interviewden we familieleden, vrienden en collega's van degenen die stierven, we checkten gsm-rekeningen en hulpdienstlijnen, we analyseerden twintig videobanden en luisterden naar vijftien uur opnames door politie en brandweer. We interviewden ook vijfentwintig ooggetuigen die ontsnapten.

Acht uur 's ochtends, noordelijke toren, 107de verdieping, het restaurant Windows on the World, 2 uur en 28 minuten voor de instorting. "Goedemorgen, mevrouw Thompson." Doris Engs begroeting was buitengewoon zonnig, net als de dag zelf, toen Liz Thompson kwam ontbijten bovenop het hoogste gebouw in de stad. Mevrouw Thompson herinnert zich dat ze dacht dat mevrouw Eng haar humeur had aangepast aan het heerlijke weer, de blauwe septemberlucht die elk raam vulde. Of misschien was het het gezelschap. Vertrouwde gezichten bezetten veel van de tafels in Wild Blue, het intieme dakterras van Windows dat mevrouw Eng hielp te managen.

Die ene kamer was een doorsnede van de mensen die werkten in het WTC. Mevrouw Thompson, voorzitter van de Lower Manhattan Cultural Council, ontbeet in het gezelschap van Geoffrey Wharton, een manager bij Silverstein Properties, die juist de torens geleasd hadden. Een tafel verder zaten Michael Nestor, de adjunct-inspecteur-generaal van de Havenautoriteit van New York en New Jersey, en Richard Tierney, een van zijn inspecteurs. Een derde tafel werd bezet door zes beursmakelaars, van wie de meesten elke dinsdag kwamen. Alleen aan een tafel bij het venster dat uitkeek op het Vrijheidsbeeld bevond zich een relatieve nieuwkomer, Neil D. Levin, voorzitter van de Havenautoriteit. Het was de eerste keer dat hij daar kwam ontbijten. Zijn secretaresse had enkele dagen eerder een tafel gereserveerd en nu zat hij te wachten op een bevriend bankier, zo vertelde zijn vrouw Christy Ferer.

Om de paar minuten deed ober Jan Maciejewski een ronde, om koffie bij te vullen en bestellingen op te nemen, herinnert mijnheer Nestor zich. Maciejewski was een van de restaurantbedienden op de 107de verdieping. De meeste van de 72 Windows-bedienden werkten op de 106de etage, waar Risk Waters Group een conferentie hield over informatietechnologie. Al 87 personen waren aangekomen, onder hen topmanagers van Merrill Lynch en UBS Warburg, volgens de conferentiesponsors. Verscheidene van hen genoten van de koffie en stukjes gerookte zalm in de balzaal van het restaurant. Sommige exposanten waren hun stands in orde aan het brengen, in de Horizon-suite aan de andere kant van de gang. Een foto van die ochtend toont twee exposanten, Peter Alderman en William Kelly, verkopers van Bloomberg L.P., al pratend met een collega naast een tafeltje met een computer. Stuart Lee en Garth Feeney, twee ondervoorzitters van Data Synapse, stalden de software van hun firma uit.

In de lobby, 107 verdiepingen lager, wachtte een assistent van mijnheer Levin op zijn ontbijtgast. Toen die arriveerde, namen beiden gelukkig de verkeerde lift, zo zou mevrouw Ferer vernemen, en moesten ze terug naar beneden om een andere te nemen. Boven las mijnheer Levin zijn krant. Mijnheer Nestor en mijnheer Tierney waren een beetje nieuwsgierig om te zien met wie mijnheer Levin, hun baas, had afgesproken bij het ontbijt. Maar mijnheer Nestor had een vergadering beneden, dus gingen ze naar de liften, even halt houdend aan mijnheer Levins tafel om goeiedag te zeggen. Achter hen kwamen mevrouw Thompson en mijnheer Wharton. Mijnheer Nestor hield de lift tegen, dus sprongen ze er snel in, herinnert mevrouw Thompson zich. Toen gingen de deuren dicht en de laatste mensen die ooit de Windows on the World verlieten, vertrokken naar beneden. Het was 8.44 uur a.m.

8.46 uur, noordelijke toren, 91ste verdieping, American Bureau of Shipping, 1 uur en 42 minuten voor de instorting. De inslag gebeurde om 8.46:26. American Airlines-vlucht 11, een Boeing 767 van 52 meter vleugelbreedte en met 45.000 liter brandstof, had een snelheid van 760 kilometer per uur, zo schatten onderzoekers. Het vliegtuig baande zich een weg tussen verdiepingen 94 tot 98, recht in het kantoor van Marsh & McLennan Companies, en verbrijzelde stalen kolommen, muurpanelen, dossierkasten en bureaus vol computers. Zijn brandstof vatte vuur en veraste alles op zijn weg. Het landingsgestel ramde door de zuidkant van het gebouw en kwam terecht in Rector Street, vijf blokken verder.

Slechts vijf verdiepingen onder de plek van de botsing bewoog niets in Steve McIntyres kantoor. Niet de presse-papier in de vorm van een zeilschip, niet de familiefoto's op een boekenkast. McIntyre zat gewoon voor de computer, die aan bleef. Toen kwam de whiplash. Een krachtige schokgolf ging alle kanten uit vanuit de plaats van de inslag. De golf ging van de top tot de onderkant van de toren, drie, vier seconden in een richting en dan terug, en deed het gebouw trillen als een enorme boot in een storm.

"We moeten hier verdomme weg", riep Greg Shark, een ingenieur en architect bij het American Bureau of Shipping, die zichzelf probeerde recht te houden buiten McIntyres kantoor. Op een of andere manier overleefden ze. Slechts later zouden beide mannen beseffen hoe kantje boord het geweest was. In hun verhalen over hun zoektocht naar een vluchtroute geven ze een overzicht van een grensgebied, een onneembare zone waar de mensen die zich erboven bevonden nooit door zouden geraken. McIntyre, Shark en negen andere bedienden, allemaal ongedeerd, stoven buiten naar de liften en trappen in het centrum van de toren.

McIntyre herinnert zich dat hij in een duister, versplinterd trappenhuis staarde dat vol rook hing. Al wat hij hoorde, was water dat de trappen afliep; dat kwam allicht van de gebroken sprinklerleidingen. Zonder iemand te zien of te horen in het stinkende halfduister keek hij omhoog. De traphal was bovenaan geblokkeerd, niet door vuur of staal maar door enorme stukken lichte pleisterplaten van de muurtjes die het trappenhuis hadden ingesloten. De enorme brokken vormden een stop in de traphal en verzegelden de doorgang van de bovenliggende 92ste verdieping. Naar beneden vormde het een iets minder kolossale hindernis. "Dit wordt niets", hoort McIntyre zichzelf nog zeggen. Hij kon het niet weten, maar hij stond aan de kritische grens. Boven hem, over 19 etages, waren 1.344 mensen, onder wie velen levend, niet gewond, overweldigd, die om hulp riepen. Niemand zou overleven. Onder hem, over 90 verdiepingen, waren er duizenden, eveneens levend, niet gewond, overweldigd, die om hulp riepen. Bijna allemaal overleefden ze.

Hoe erg de trap er ook aan toe was, de twee nooduitgangen waren erger, zei McIntyre later. Dus ging hij terug naar die traphal, in het noordwesten van het gebouw. Hij stapte naar het midden en viel onmiddellijk twee verdiepingen naar beneden door groezelige pleisterplaat. Ongedeerd stond hij op en bemerkte licht beneden. Hij herinnert zich dat hij riep: "Deze kant uit." Zijn collega's sloten zich aan bij de exodus van etage 91.

Een verdieping hoger, op 92, deden bedienden van Carr Futures precies wat die van A.B.S. hadden gedaan: een uitweg zoeken. Zij realiseerden zich niet dat ze aan de verkeerde kant van het puin zaten. Op 92 klauterde Damian Meehan naar een telefoon en belde zijn broer Eugene, een brandweerman in de Bronx: "Het is volledig mis hier, de liften zijn out." "Ga naar de voordeur en kijk of daar rook is", maande Eugene Meehan hem aan. Hij hoorde zijn broer de telefoon neerleggen en volgde dan de geluiden die hem bereikten. Geroep. Commotie, maar geen paniek. Enkele minuten later kwam Damian Meehan weer aan het toestel en rapporteerde dat de voordeur vol rook hing. "Ga naar de trap", adviseerde Eugene hem. "Kijk vanwaar de rook komt. En ga dan de andere kant uit." Toen hoorde hij Damian voor het laatst. "Hij zei: 'We moeten ervandoor' of iets dergelijks."

9.00 uur, noordelijke toren, 106de verdieping, Windows on the World, 1 uur en 28 minuten voor de instorting. "Wat doen we? Wat doen we?" Doris Eng, de restaurantmanager, belt herhaaldelijk de brandweer met die vraag, zo getuigen ambtenaren en medewerkers. Luttele minuten na de crash begon rook het restaurant te vullen en zij deed haar best om leiding te geven aan de 170 mensen onder haar verantwoordelijkheid. In de massa waren er velen die hun brood verdienden met informatie te verstrekken of het materiaal dat daarvoor nodig was: communicatiedeskundigen genoeg op de conferentie in de balzaal die ochtend. Maar toen de rook dikker werd, de elektriciteit weg was en niemand een idee had van wat er gaande was, werd het restaurant snel een plek waar mensen naar een beetje nieuws kwamen hengelen. "Kijk naar CNN", e-mailde Stephen Tompsett, een computerwetenschapper op de conferentie, naar zijn vrouw Dorry. "We hebben updates nodig."

Video's van de twee amateur-fotografen tonen dat de rook met angstwekkende snelheid heviger werd bovenaan in het gebouw dan op verdiepingen dichter bij de inslag van het vliegtuig. Eerder had Rajesh Mirpuri hoestend zijn firma Data Synapse gebeld en gezegd dat hij slechts enkele meters voor zich kon kijken, vertelt zijn baas Peter Lee. Peter Alderman, de verkoper van Bloomberg, vertelde zijn zuster eveneens over de rook en zegt in zijn e-mail: "Ik ben bang."

Mevrouw Eng en het personeel van Windows leidden, terugvallend op hun rampenoefeningen, de mensen van de 107de verdieping naar een gang op de 106de, in de buurt van de trappen, waar ze een speciale telefoon gebruikten om naar het brandweercentrum te bellen. De voorschriften in het gebouw waren om onmiddellijk de brandende verdieping en die erboven te evacueren. Mensen die zich verderaf bevonden, zoals die in Windows on the World, mochten alleen weg als hen dat werd opgedragen door het commandocentrum 'of als de situatie een dergelijke actie vereiste'. De situatie verslechterde echter snel.

Glenn Vogt, algemeen manager van het restaurant, zegt dat zijn assistente Christine Olender hem 20 minuten na de vliegtuiginslag thuis opbelde. Ze kreeg zijn vrouw aan de telefoon, vertelt Vogt, omdat hij zich op straat bevond buiten het WTC. Mevrouw Olender vertelde mevrouw Vogt dat ze niets gehoord hadden over hoe ze het restaurant moesten ontruimen. "De plafonds komen naar beneden", zei ze. "De vloeren trekken krom." Binnen 20 minuten na de crash rapporteert een politiehelikopter aan zijn basis dat hij niet op het dak kan landen. Toch hopen velen nog op redding door iemand, op de een of andere manier.

"Ik kan nergens heen omdat ze ons gezegd hebben hier te blijven", zei Ivhan Carpio, een Windows-werknemer in een boodschap op het antwoordapparaat van zijn neef. "Ik moet wachten op de brandweerlui." Die wisten echter niet hoe ze het moesten aanpakken. Niemand in New York had ooit een brand van die omvang gezien, vier of vijf verdiepingen waar de vlammen uit spoten. Commandanten in de hal hadden er geen idee van of de traphallen toegankelijk waren. Omdat de meeste liften vernield waren, moesten de brandweermannen zwaar materieel naar boven sjouwen, tegen een stroom van geëvacueerden in. Een uur na de crash waren ze nog 50 verdiepingen verwijderd van Windows.

Beneden behandelden de autoriteiten oproepen van de bovenste verdiepingen. "Je kon niet veel meer doen dan hen te zeggen dat ze handdoeken nat moesten maken en tegen hun gezicht houden", zei Alan Reiss, voormalig voorzitter van het WTC-department van de Havenautoriteit. Maar het vliegtuig had de waterleidingen op de bovenste verdiepingen doorgesneden. Mijnheer Maciejewski, de ober, vertelde zijn vrouw in een gsm-gesprek dat hij niet genoeg water vond om een vod vochtig te maken. Hij zei dat hij de bloemenvazen zou proberen.

De kamer had bijna geen water en niet veel lucht, maar er was geen tekort aan gsm's of computers. Daarmee en dankzij enkele intacte telefoonlijnen slaagden minstens 41 personen in het restaurant erin iemand buiten het gebouw te bereiken. Peter Mardikian van Imagine Software vertelde zijn vrouw Corine dat hij op weg was naar het dak en niet lang kon praten. Anderen wachtten op een van de telefoontoestellen die nog werkten. Garth Feeney belde zijn moeder Judy in Florida. Ze begon met een luchtig hallo, herinnert ze zich. "Mam", antwoordde Feeney, "ik kan niet lang bellen. Ik ben in het World Trade Center en dat is door een vliegtuig geraakt."

De kalmte van het personeel kon de rust niet doen weerkeren. Laurie Kane, wier man Howard controleur was in het restaurant, zei dat ze iemand 'We zitten in de val' kon horen schreeuwen, toen ze hun laatste gesprek afsloten. Gabriela Waisman, die de conferentie bijwoonde, belde tien keer in elf minuten met haar zus, in paniek om toch maar de verbinding te behouden. Veronique Bowers, financieel manager van het restaurant, bleef haar grootmoeder Carrie Tillman maar vertellen dat het gebouw door een ziekenwagen was geraakt. "Ze was zo in de war", vertelde mevrouw Tillman.

9.01 uur, noordelijke toren, 104de verdieping, Cantor Fitzgerald, 1 uur en 27 minuten voor de instorting. Slechts twee verdiepingen onder Windows zette de ramp zich door in een griezelig vastberaden tempo. In de noordwestelijke conferentiezaal op de 104de etage bevond zich een van van de vele drommen mensen van de vijf etages die werden bevolkt door Cantor Fitzgerald. Daar kwam de rook niet zo overweldigend snel als in Windows. De crash en branden waren ook niet zo acuut verwoestend als enkele verdiepingen lager, bij Marsh & McLennan.

Andrew Rosenblum, een Cantor-beursmakelaar, vond het zelfs een goed idee om de families gerust te stellen. Terwijl zijn vrouw Jill aan de telefoon hing thuis in Rockville Centre, New York, riep hij in de kamer: 'Geef me jullie thuisnummers', verhaalde zijn vrouw. "Tim Betterly", zei Rosenblum in zijn gsm, en meldde het nummer. "James Ladley." Weer een nummer. Toen de lijst langer werd, realiseerde Rosenblum zich dat er in de ruimte 40 of 50 collega's waren die aan de rook waren ontsnapt. "Bel alstublieft naar hun echtgenoten, vertel ze dat we in de conferentiezaal zijn en dat alles oké is", zei hij tegen zijn vrouw. Het staat haar bij hoe ze de namen en nummers opschreef in een geel boekje in de keuken, terwijl een kleine tv in de achterkeuken beelden uitzond van de brandende torens.

Jill Rosenblum deelde papiertjes met telefoonnummers uit aan opgedaagde vrienden. In hun ommuurde tuintje, dat vol bladeren lag en waar de hond speelde, en in het voortuintje belden die de families met hun gsm's. Debbie Cohen tikte de nummers in van de gele blaadjes die Jill Rosenblum haar gegeven had. "Hallo? U kent me niet, maar uw nummer werd me gegeven door iemand die in het World Trade Center is. Ze zijn met ongeveer vijftigen in een conferentiezaal en ze zeggen dat ze oké zijn."

9.02 uur, zuidelijke toren, 98ste verdieping, Aon Corp., 57 minuten voor de instorting. De personen in de zuidelijke toren waren nog toeschouwers, zij het bedachtzame. "Hoi Beverly, Sean hier, voor het geval dat je deze boodschap ontvangt", zei Sean Rooney in een voicemail voor zijn vrouw Beverly Eckert. "Er is een explosie geweest in World Trade Eén, dat is het andere gebouw. Het schijnt dat een vliegtuig het geraakt heeft. Het staat in brand op ongeveer de 90ste verdieping. En het is... Het is afschuwelijk." Zelfs in Rooneys toren konden mensen de hitte voelen van het vuur dat woedde in het andere gebouw en ze konden lichamen van de bovenste verdiepingen naar beneden zien vallen. Velen haastten zich te vertrekken. Het personeel van het gebouw daarentegen kondigde aan dat ze zouden blijven, van oordeel dat het veiliger was om in een onbeschadigd gebouw te blijven dan de straat op te gaan, waar het puin naar beneden kwam.

Dat advies zou veranderen op het moment dat Sean Rooney, die werkte voor de verzekeringsfirma Aon, een tweede boodschap voor zijn vrouw insprak om 9.02 uur. "Schat, hier Sean nog eens", zei hij. "Het lijkt erop dat we hier wel even vastzitten." Hij pauzeerde even, terwijl op de achtergrond een mededeling te horen is. "Het is hier veilig", ging Rooney door. "Maar" - hij stopte opnieuw om te luisteren - 'als de omstandigheden op uw verdieping dat rechtvaardigen mag u beginnen met een ordelijke evacuatie'. "Ik spreek je straks wel", zei Rooney. "Dag." Terwijl Rooney sprak, scheerde United-vlucht 175 over de New Yorkse haven.

9.02 uur, zuidelijke toren, 81ste verdieping, Fuji Bank, 57 minuten voor de instorting. Ja hoor, zei Stanley Praimnath tegen een beller uit Chicago, alles was goed met hem. Hij had eigenlijk de lobby van de zuidelijke toren gelaten voor wat hij was, maar een veiligheidsagent had hem gezegd terug te keren. Nu was hij weer aan zijn bureau bij de Fuji Bank. "Ik ben oké", herhaalde hij. Zoals hij later vertelde, waren dat zijn laatste woorden voor hij het zag. Een grijze schaduw aan de horizon. Een vliegtuig dat het Vrijheidsbeeld passeerde. De United Airlines-jet werd groter en groter tot hij een rode streep op de romp kon zien. Toen helde het over en kwam het recht op hem af. Nog een. "God, neem het over", riep hij, terwijl hij zich onder zijn metalen bureau wierp.

Om 9.02:54 boorde de neus van het straalvliegtuig zich recht in Stanley Praimnaths verdieping, ongeveer 40 meter van zijn bureau. Een vuurbal vormde zich. Stalen meubilair en aluminium vliegtuigonderdelen werden herleid tot withete granaatscherven. Een explosiegolf gooide computers en bureau door de ramen en trok bundels elektrische kabels los. Toen leek de zuidelijke toren te wankelen en draaide hij zich zachtjes naar de Hudson-rivier, terwijl zijn stalen gebinte hevig op de proef gesteld werd voor hij terugkraakte. In beide torens lagen de meeste traphallen kort bij elkaar en in de noordelijke waren ze allemaal onmiddellijk vernield of geblokkeerd door de ontploffing. In de buurt rond de inslag van de zuidelijke toren, verdiepingen 78 tot 84, waren de trappen omgeleid rond de zware liftmachines. Dus in plaats van zich kort bij het centrale gedeelte van het gebouw te bevinden, waren twee traphallen op die verdiepingen meer aan de buitenkant gebouwd. Een ervan, aan de noordwestkant, bleef intact.

Een rapport in USA Today deze maand suggereerde dat de ongeschonden traphal mogelijk door de machinerie werd beschut. Hoe dan ook, het maakte het verschil uit voor Stanley Praimnath, die van onder zijn bureau een stuk blinkend aluminium van het vliegtuig kon zien zitten in de overblijfselen van de deur. Het vliegtuig, dat schuin binnen was gevlogen, had zich in zes verdiepingen geboord.

Drie etages hoger, op het 84ste, was het kantoor van Euro Brokers. Het grootste deel van de werkvloer daar was vernietigd. Maar zelfs daar, in het epicentrum van de botsing, waren er nog overlevenden, onder anderen Robert Coll, Dave Vera, Ronald DiFrancesco en Kevin York. Binnen enkele minuten tijd baanden ze zich een weg naar de dichtstbijzijnde trap, geleid door Brian Clark, een brandwachter op de 84ste verdieping, die een zaklamp en een fluitje had. Toen ze de 81ste verdieping bereikten, zo haalde Brian Clark zich voor de geest, kwamen ze een magere man en een struise vrouw tegen. "Je kunt niet naar beneden", schreeuwde de vrouw. "Je moet naar boven. Er is te veel rook en vuur beneden." Die inschatting veranderde alles. Honderden mensen kwamen tot eenzelfde conclusie, maar de rook en het puin in de traphal waren een kleiner obstakel dan de angst. De trap, die liep van bovenaan tot beneden in de zuidelijke toren, was de enige uitweg uit het gebouw. Iedereen die die trap vroeg genoeg ontdekte, liep naar de vrijheid. Die mogelijkheid was niet zo duidelijk voor het groepje overlevenden dat op de overloop van de 81ste etage stond, enkele minuten na de crash. Zij overliepen de alternatieven, terwijl Clark zijn zaklantaarn naar iedereen scheen en vroeg: "Naar boven of naar beneden?" De discussie werd onderbroken door kreten op de 81ste verdieping. "Help, help", riep Stanley Praimnath. "Ik zit hier vast. Laat me hier niet achter." Zonder verder overleg ging de groep op de trappen in verschillende richtingen uiteen.

Zoals het mijnheer Clark bijstaat, gingen Robert Coll, Kevin York en Dave Vera naar boven, samen met de struise vrouw, de magere man en twee anderen die hij kende van bij Euro Brokers maar die hij niet kon identificeren. York en Coll haakten hun armen in die van de vrouw om haar te ondersteunen. Een van hen zei: "Komaan, je kunt het." Brian Clark en Ronald DiFrancesco gingen af op de man die om hulp riep. Stanley Praimnath zag de zaklamp en kroop ernaartoe, over omgevallen bureaus en tussen plafondtegels door. Enkele minuten daarvoor was dit nog de dienst leningen van Fuji Bank. Uiteindelijk bereikte hij de beschadigde muur die hem scheidde van de man met het licht. Van beide kanten gingen ze de muur te lijf. Een spijker ging door Praimnaths hand. Hij sloeg hem er in het donker uit tegen een hard oppervlak. Uiteindelijk konden beiden elkaar zien, maar nog niet bereiken. "Je moet springen", zei Clark tegen Praimnath, wiens hand en linkerbeen aan het bloeden waren. "Je hebt geen keuze."

Praimnath sprong en Clark hielp hem over de obstakels. Ze liepen naar het trappenhuis en stormden naar beneden. De trappen lagen bezaaid met muurpanelen. Vlammen laaiden op door de scheuren. Water van de kapotte leidingen stroomde naar beneden en vormde een verraderlijke smurrie. Ze passeerden de plek met de zware rook waarvoor de vrouw Clark had gewaarschuwd. Misschien zat het toch anders, misschien was het helemaal niet zo erg geweest. In ieder geval: de trappen waren toegankelijk en bleven dat tot 30 minuten nadat de zuidelijke toren was geraakt.

Ondertussen had Ronald DiFrancesco een omweg gemaakt op zoek naar verse lucht. Hij klom tien verdiepingen omhoog en vond daar het eerste groepje dat naar boven trok. Ze geraakten niet weg uit de traphal, de deuren gingen niet open. Uitgeput lagen mensen in de zware rook. Ook DiFrancesco. "Iedereen begon in slaap te vallen", zei hij. Toen zette hij zich recht en dacht: "Ik moet mijn vrouw en kinderen terugzien." En hij liep naar beneden.

9.05 uur, zuidelijke toren, 78ste verdieping. Elevator Sky Lobby, 54 minuten voor de instorting. Mary Jos weet niet meer hoe lang ze daar gelegen heeft, bewusteloos, op de vloer van de hal aan de expreslift. Het eerste wat haar weer voor de geest komt, is dat ze pas bewoog toen ze een verschroeiende hitte in haar rug en op haar gezicht voelde. Misschien sta ik wel in brand, dacht ze. Instinctief rolde ze heen en weer om de vlammen te doven. Ze zag een gloed in het midden van de ruimte en in de liftschachten. Dat was angstwekkend genoeg. Toen, onder de dikke zwarte rook en door wolken van verpulverd pleister, zag ze iets veel ergers.

De hal op de 78ste etage, die enkele minuten daarvoor nog gevuld was met bedienden die niet goed wisten of ze het gebouw zouden verlaten of weer aan het werk zouden gaan, lag vol roerloze lichamen. De plafonds, muren, ramen, informatiedesk, zelfs het marmer rond de liften: alles was vernield toen het tweede gekaapte vliegtuig met zijn linkervleugel het 78ste raakte. Ogenblikkelijk, zeggen de getuigen, zagen ze een verblindend licht, een ontploffing van hete lucht en een schokgolf die alles omverkegelde. In die dodelijke stilte, verbrand en bloedend, dacht Mary Jos maar aan één ding: haar man. "Ik zal niet sterven", zei ze hardop.

9.35 uur, noordelijke toren, 104de verdieping, Cantor Fitzgerald; 106de verdieping, Windows on the World; 53 minuten voor de instorting. Zo groot was de nood aan zuurstof dat mensen met vieren of vijven op elkaar klauterden aan elk raam, met hun lichamen naar buiten, meer dan 400 meter boven de grond. Elders stonden twee mannen op de vensterbanken. Ze hingen zo ver naar buiten dat ze rond een grote steunkolom konden kijken en elkaar zagen, zo blijkt uit een analyse van foto's en videomateriaal. Op de 103de etage staart een man uit het raam naar het noordwesten, terwijl hij zich met één hand vastklampt aan een raamkozijn. Zijn andere arm is rond een vrouw geslagen, blijkbaar om haar te beletten op de grond te vallen. Achter de intacte ramen hebben de radelozen zich verzameld.

"Ongeveer vijf verdiepingen onder het dak staan zo'n 50 mensen met hun gezicht tegen het raam die proberen te ademen", rapporteerde een politiehelikopter. Het was nu onmiskenbaar: het kantoor van Cantor Fitzgerald en, juist daarboven, Windows on the World zou een ijkpunt worden voor dit ogenblik van doem. Ongeveer 900 mensen zouden er sterven op de verdiepingen 101 tot 107. In het restaurant pakten zich minstens 70 personen samen bij de kantoorramen in de noordwestelijke hoek van de 106de etage, volgens de verklaringen van collega's en familie. "Elders is het overal uitgerookt", mailde Stuart Lee, Data Synapse-ondervoorzitter, aan zijn kantoor in Greenwich Village. "Op dit moment woedt er een discussie of we een venster stuk zouden slaan", gaat Lee verder. "Er is een consensus om het nog niet te doen." Snel daarna echter verschijnen een dozijn mensen achter gebroken vensters aan de westkant van het restaurant. Glenn Vogt, algemeen manager van Windows, zei dat hij hen vanaf de grond kon zien, hun silhouetten afstekend tegen de grijze rook die vanuit de kantoren naar buiten stroomde.

Tegen die tijd, zo tonen video-opnames, sloeg het vuur op de verdiepingen van de inslagen over naar de noordkant van de toren. Rookwolken geselden de mensen die zich rond de gebroken vensters verzameld hadden. In de noordwestelijke conferentiezaal op de 104de etage slaagden Andrew Rosenblum en 50 anderen er tijdelijk in de rook en hitte af te houden door kieren op te vullen met jassen. "We gooiden computers door de vensters om wat lucht te krijgen", meldde Rosenblum via zijn gsm aan zijn golfpartner Barry Kornblum. Maar er was geen ontsnappen aan. Terwijl mensen naar beneden begonnen te vallen, verloor ook Rosenblum zijn bovenmenselijke kalmte, zo staat zijn vrouw Jill nog bij. In het midden van een gesprek met haar riep hij plots zonder uitleg: "Oh God."

9.45 uur, zuidelijke toren, 105de verdieping, 14 minuten voor de instorting. Luttele minuten nadat het tweede vliegtuig de zuidelijke toren had geraakt, belde Roko Camaj naar huis om te melden dat een menigte zich in de buurt van het dak had verzameld. "Ik sta op de 105de verdieping", meldde Roko Camaj aan zijn vrouw. "Er zijn hier minsten 200 personen."

De belofte van veiligheid op het dak had zo logisch, zo onweerstaanbaar geleken, dat grote groepen mensen hun geluk hadden gezocht op de trappen naar boven. Het was een doodlopend straatje. Mijnheer Camaj, een ramenwasser, had de sleutel naar het dak, aldus zijn zoon. Die sleutel alleen kreeg de deur niet open; er moest ook een knop worden ingedrukt door de veiligheidsdiensten in een bewakingspost op de 22ste verdieping. En die was beschadigd en verlaten.

Het dak leek zo'n vanzelfsprekende keuze - en de enige - voor de mensen op de bovenste verdiepingen. Een politiehelikopter had mensen van het dak van de noordelijke toren geëvacueerd in februari 1993, nadat een bom van terroristen was ontploft in de kelder. Om verscheidene redenen echter had de Havenautoriteit, samen met het brandweerkorps, helikopters afgeraden bij evacuaties. Politiecommandanten vonden dakevacuatie geen optie die ochtend. Hoe verstandig die beslissing ook was, ze kwam als een shock voor de velen die in de torens vastzaten, zo getuigen families en noodcentraleoproepen. Slechts enkelen realiseerden zich dat traphal A hen veilig naar beneden kon brengen, en die informatie bereikte de mensen van boven nooit.

10 uur, noordelijke toren, 92ste verdieping, Carr Futures, 28 minuten voor de instorting. "Mam", vroeg Jeffrey Nussbaum, "wat was die ontploffing?" Dertig kilometer daarvandaan, in Oceanside, New York, kon Arline Nussbaum op televisie zien wat haar zoon niet zag van op 50 meter. Ze herinnert zich hun laatste woorden: "De andere toren is juist naar beneden gekomen", zei mevrouw Nussbaum. "Oh God", zei haar zoon. "Ik hou van je." Toen werd de verbinding verbroken.

De noordelijke toren, die zestien minuten voor de zuidelijke werd geraakt, stond nog recht. Hij ging eraan, langzamer maar even zeker. De telefoontjes namen af, het aantal mensen dat uit de ramen viel nam toe. Die ochtend was het bijzonder druk in het kantoor van Carr Futures op de 92ste etage. In totaal 68 mannen en vrouwen waren er aanwezig, van wie 67 in dienst bij Carr. Ongeveer twee dozijn makelaars bij Carrs moedermaatschappij waren er voor een vergadering om 8 a.m. Toen het gebouw heen en weer schudde als een autoantenne en de deurposten verwrongen en dichtklemden, kwam een aantal van hen vast te zitten in de conferentiezaal. De resterende Carr-werknemers, ongeveer 40, verkasten naar een ruime, onafgewerkte ruimte aan de westkant. Jeffrey Nussbaum belde zijn moeder en leende zijn gsm aan Andy Friedman.

Alles samen hebben families van Carr-werknemers 31 telefoontjes gekregen van mensen die hen zijn ontvallen. Dat zegt Joan Dincuff, wier zoon Christopher die ochtend stierf. De kantoren van Carr bevonden zich twee etages lager dan de plaats waar een vliegtuig zich in de toren had geboord en iedereen had dat overleefd. Maar ze geraakten niet weg. Tussen 10.05 en 10.25 uur, zo tonen video's, verspreidde vuur zich westwaarts van de 92ste etage aan de noordkant en blokkeerde het de westelijke nooduitgang. Om 10.18 uur slaagde Tom McGinnis, een van de makelaars op de speciale vergadering, erin zijn vrouw Iliana McGinnis te bereiken. Zijn woorden zijn voorgoed in haar geheugen gegrift.

"Dit ziet er heel, heel slecht uit", zei hij. "Ik weet het", zei mevrouw McGinnis, die had gehoopt dat de vergadering was beëindigd voordat het vliegtuig insloeg. "Dit is slecht voor het land, het lijkt wel de Derde Wereldoorlog." Iets in de toon van het antwoord van haar man alarmeerde mevrouw McGinnis. "Alles in orde, ja of nee?", vroeg ze. "We zitten op de 92ste verdieping en geraken niet buiten", zei McGinnis. "Wie is er bij je?", vroeg ze. McGinnis noemde drie oude vrienden, Joey Holland, Brendan Dolan en Elkin Yuen. "Ik hou van je", zei hij. "Zorg goed voor Caitlin." Mevrouw McGinnis was er niet klaar voor om een vaarwel te horen. "Verlies je kalmte niet", drong ze aan. "Jullie zijn zulke ruige kerels, zo inventief. Jullie geraken er wel uit." "Je begrijpt het niet", zei McGinnis. "Er zijn mensen van de verdiepingen boven ons naar beneden aan het springen."

10.25 uur. Het vuur woedde aan de westkant van de 92ste verdieping. Mensen kwamen uit ramen naar beneden gevallen. Mijnheer McGinnis herhaalde dat hij van haar en hun dochter Caitlin hield. "Niet ophangen", smeekte mevrouw McGinnis. "Ik moet op de vloer gaan liggen", antwoordde McGinnis. Toen werd de verbinding verbroken. Het was 10.26 uur, twee minuten voor de toren instortte. Het werd stil in het World Trade Center.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234