Donderdag 22/08/2019

God mag het weten

Reisliteratuur. De befaamde reisschrijver Paul Theroux wordt straks 75, maar dat belet hem niet om onvermoeibaar zijn vak te blijven uitoefenen. Al gaat hij het in zijn nieuwe boek niet al te ver van huis zoeken en speelt hij toerist in eigen land.

Uiteraard is het de roeping van iedere schrijver om zichzelf en zijn leven interessanter te maken dan het daadwerkelijk is, maar de pennenvoerder die in dienst van de letteren Amerika doorkruist, stelt Paul Theroux aan het begin van Het diepe Zuiden, slaat doorgaans wel degelijk alles. Op zeer vermakelijke wijze beschuldigt hij beroemde collega's ervan - van Henry David Thoreaux over Henry Miller tot John Steinbeck - om in hun Amerikaanse reisverslagen voortdurend zogenaamde 'nepbeproevingen' te beschrijven, genre 'de vogels hadden gerust mijn ogen kunnen uitpikken, maar dat deden ze gelukkig niet'.

Dit soort schijnavonturen dient dan om de tekst te kruiden, net als de veelbeproefde poging van reisschrijvers om 'de onderneming moeilijker te maken en de aandacht op zichzelf te vestigen' door 'te lopen, te varen, te liften en te kamperen'. De waarheid is echter, zo zegt Theroux, dat dankzij het uitgebreide wegennet niets zo eenvoudig is als Amerika over de weg te verkennen, en dat is precies wat hij in Het diepe Zuiden doet: in drie dagen tijd van zijn woonplaats in New England naar Alabama rijden, op zoek, zoals het op de achterflap luidt, 'naar het geheim van dit gebied', aan welk gebied hij algauw zozeer zijn hart verliest dat hij er in de loop van vier seizoenen drie keer naar zal terugkeren.

Kipsalade met okra

Het diepe Zuiden van de Verenigde Staten - waartoe naast Alabama ook staten als Mississippi, Georgia en South Carolina behoren - is inderdaad een streek die als geen andere tot de verbeelding spreekt, zowel tot die van mensen die er ter wereld zijn gekomen als tot die van hen die er nooit een voet hebben gezet, en zowel tot die van romanschrijvers als William Faulkner, Erskine Caldwell en Nevada Barr als tot die van een in Florida geboren altcountrymuzikant als Jim White, die in een VPRO-documentaire uit 2003 op zijn beurt op zoek ging naar het genoemde 'geheim' ofte de 'ziel' van het Zuiden. Searching For The Wrong-Eyed Jesus heet de film, waarin het zuidelijke mysterie voor de gelegenheid dus wordt belichaamd door een loensend Christusbeeld - en op die manier meteen eerbiedig in stand wordt gehouden. Een echt mysterie laat zich nu eenmaal niet doorgronden; het laat zich zelfs niet accuraat definiëren.

Maar voor dat soort romantische flauwekul blijkt Paul Theroux tijd noch geduld te hebben in zijn nieuwe boek, daar is hij te nuchter en te doortastend voor, te gretig en te zeer een man van pak-aan, en daarvoor vertrouwt hij mogelijk ook te veel op de reismethoden die zo vruchtbaar zijn gebleken tijdens zijn reizen door India en Afrika.

Theroux treedt het diepe Zuiden, waar hij nooit eerder was geweest, tegemoet met de zelfverzekerde attitude van de daadkrachtige pionier, bereid en in voldoende mate gepokt en gemazeld om een van de fascinerendste streken ter wereld in 500 bladzijden in kaart te brengen, en schijnt geen moment te beseffen dat hij zijn lezers zodoende een realiteit voorschotelt die dermate overbekend is dat ze lijkt te zijn geconstrueerd aan de hand van belegen reisgidsjes-in-zakformaat.

De mislukking is vrijwel totaal, en het aantal clichés dat Theroux uit eigen ervaring weet op te dissen is ronduit onthutsend: de vriendelijkheid en de gastvrijheid van de zuiderlingen is haast grenzeloos, er heerst veel armoede in het Zuiden, sommige zuiderlingen eten wasbeer- en eekhoornvlees, de blanken voelen zich nog altijd het slachtoffer van de voorbije Burgeroorlog (de 'War of Northern Aggression'), de zwarten van de voorbije slavernij.

In de loop van de tijden is er heel wat veranderd in het Zuiden, en in de loop van diezelfde tijden is er heel wat hetzelfde gebleven. Zwarten stemmen op zwarten, blanken stemmen op blanken. De kerk is het hart van de zuidelijke gemeenschap. Er worden veel wapenbeurzen georganiseerd in het Zuiden, en ook op die gelegenheden is iedereen enorm goedgemutst en hoffelijk. 'Op een plek waar iedereen gewapend is, zijn goede manieren nuttig, en misschien wel essentieel.' Dat denk ik ook, ja. Breng daarbij een tweeduizendtal zinnetjes in rekening à la 'Ik nam de kipsalade met als bijgerecht gefrituurde okra, en reed daarna verder naar het westen over de prachtige weg' en tientallen gedetailleerd beschreven ontmoetingen met mensen die slechts heel zelden iets opzienbarends hebben te melden, en je zult vanzelf beginnen te snakken naar weer een klein beetje goed nieuws over dit geschrift.

Nigga

En dat is er ook, gelukkig. Afgezien van het feit, immers, dat het wel erg optimistisch is om het specifieke mysterie van het diepe Zuiden te proberen te verklaren door te focussen op zoiets universeels, tijdloos en banaals als racisme en armoede (en de combinatie daarvan), heeft Theroux desbetreffend een aantal observaties en bedenkingen die enigszins de moeite waard zijn, en hoe dan ook zijn deze essayistische gedeelten net als zijn voormelde polemische bespiegelingen over andermans 'nepbeproevingen' vele malen belangwekkender dan de eindeloze reisdagboekaantekeningen die de lezer doen verdrinken in een doodstil moeras van monotonie.

Zijn afkeer van 'het obscene, halfgeletterde gekwaak en gegrom van rap', waarin om de haverklap de zelfverheerlijkende geuzennaam 'nigga' wordt gebezigd ('Het is onmogelijk het woord uit te spreken zonder je tanden te laten zien') is gedurfd en verfrissend, en al maakt Theroux in de loop van het boek een paar keer te veel de vergelijking tussen wat hij aantreft in de armste delen van het Zuiden (visioenen 'van ondergang, van verval, van totale leegte', 'kapotte bouwsels in een wildernis van onkruid') en de derde wereld, toch zet zijn onbegrip ten aanzien van de overheidssteun aan Afrika terwijl de Amerikaanse zuiderlingen goeddeels aan hun lot worden overgelaten zeker aan het denken.

Ook zijn uitvallen naar Bill Clinton, 'een meester in het koesteren van geheimen', 'emotioneel onvolwassen', 'achterbaks' en een opportunistische goedprater die over het Ku Klux Klan-lidmaatschap van een senator schouderophalend stelde: 'Hij was een plattelandsjongen uit de heuvels en dalen van West Virginia. Hij deed zijn best om te worden verkozen', kan voor sommigen in deze verkiezingstijden een ontluisterend karakter hebben. Maar wanneer hij Faulkner, Truman Capote, Carson McCullers, Harper Lee en andere literaire grootheden uit het Zuiden gedeeltelijk afserveert omdat zij in hun romans te weinig zouden hebben geschreven over 'extreme rassenscheiding en het lynchen van zwarten', wordt eens te meer duidelijk dat Theroux enkel in kale feitelijkheden geïnteresseerd is die met de zuidelijke identiteit in wezen maar weinig hebben te maken.

Hoofdschuddend citeert Theroux wat Flannery O'Connor over deze identiteit had te melden: 'Die gaat heel diep. In haar volle omvang wordt ze alleen gekend door God, maar van al wie ernaar op zoek gaat, komt niemand er zo dichtbij als de kunstenaar.' Het zijn de mooiste zinnen van het hele boek.

Paul Theroux, Het diepe Zuiden, Atlas Contact, 512 p., 34,99 euro. Vertaling Miebeth van Horn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden