Zaterdag 06/06/2020

God is dood in de moderne kunst. Of toch niet helemaal?

Les traces du sacré, megatentoonstelling over kunst en religie in Centre Pompidou in Parijs

Les traces du sacré onderzoekt in 380 werken het 'heilige' in de kunst na 1882. In dat jaar beweerde Nietzsche dat God dood is. De tentoonstelling wil niets minder dan de kunstgeschiedenis herschrijven: de moderne kunst is geen continue opeenvolging van atheïstische avant-gardes maar zou een onderstroom van religiositeit vertonen.

door Eric Rinckhout

PARIJS l Het is meer dan tien jaar geleden dat het Centre Pompidou in Parijs zo'n brede thematische tentoonstelling heeft opgezet. Les traces du sacré is helaas uitputtend en wijdlopig en bovendien bijzonder tendentieus. Spiritualiteit en religie blijken zeer rekbare begrippen te zijn.

De tentoonstelling begint onder het alziende oog van Friedrich Nietzsche zelf, een portret door Edvard Munch uit 1906. Het eerste zaaltje is donker en hangt vol pikzwart werk, alsof er een zwart gat is geslagen. De aankondiging dat God dood is, zou alle zekerheden hebben weggenomen. De bodem onder het bestaan is weggevallen. Van Goya hangt er een ets (weliswaar van rond 1815, lang voor Nietzsche) waarop een stervende zijn laatste woorden heeft geschreven: 'Nada.' Er is niets, het hiernamaals bestaat niet. Er schiet alleen nog een zwart schilderij over van Lucio Fontana, La Fine di Dio (Het einde van God) uit 1963, dat doorboord lijkt met kogelgaten. En een woeste, door stormen geteisterde wereld met in de verte drie kleine kruisen van Golgotha. Een - overigens schitterend - schilderij van August Strindberg (1894).

Nog in het eerste zaaltje prijkt een profaan drieluik van Damien Hirst. Die heeft drie doeken uit 2006 ingesmeerd met een dikke laag dode bromvliegen. Aan het werk is een aardige anekdote verbonden. Het is in het bezit van een privécollectioneur, die het in een kist had opgeslagen. Toen de curatoren voor het eerst in lange tijd de kist openden, vloog er een zwerm vliegen uit. Blijkbaar waren de bromvliegen toch niet allemaal dood geweest. Wat past dit verhaal naadloos in het kraam van deze tentoonstelling! Alsof zelfs het gitzwarte kunstwerk van Hirst toch een wederopstanding in zich draagt: de hemelvaart van de Heer der Vliegen.

Was de uitspraak van Nietzsche echt zo'n waterscheiding? Had de Franse Revolutie al niet honderd jaar eerder de geesten rijp gemaakt voor een wereld zonder God? Was er geen Verlichting geweest? Hadden Turner en Constable al niet een wereld zonder God uitgebeeld in hun schilderkunst van de nagenoeg wetenschappelijke observatie? En gaat dezelfde vaststelling niet op voor de impressionisten? Kortom: was de uitspraak van Nietzsche wel zo boem paukenslag als de makers van deze tentoonstelling ons willen doen geloven?

Maar laten we bij de les blijven. Nadat ons duidelijk is gemaakt dat Nietzsche met zijn uitspraak het licht in de wereld uitdeed en de mensheid vervolgens op de dool was, lacht ons snel een nieuwe heiland toe. De Zwitserse schilder Ferdinand Hodler toont de Nieuwe Mens: naakt, staand op een rotsblok, verheven boven wolken en wereld.

Vanaf dan nemen de tentoonstellingsmakers ons mee op een grotendeels chronologische wandeling door een doolhof van ruimten volgestouwd met werken, waaronder gelukkig veel merkwaardige en vaak onbekende kunst. De doolhof van de tentoonstelling weerspiegelt helaas de al even kronkelige gedachtegangen van de makers: op de duur ben je het spoor bijster, hoewel er een perfide logica achter de tentoonstelling blijft zitten.

Aanvankelijk klinkt het nog overtuigend. Aan het begin van de twintigste eeuw bekeren nogal wat kunstenaars zich tot de esoterie: Rozenkruisers en theosofen, antroposofie en occultisme, Rudolf Steiner en de beruchte madame Blavatsky. Pioniers van de abstractie, onder wie Kandinsky en Mondriaan, hebben zich daardoor laten beïnvloeden. In Parijs is veel werk te zien van de onbekende Zweedse spiritiste Hilma Af Klint, die uitmunt in monumentale mandala's en ingekleurde diagrammen, geboren uit huisvlijt. Ze beweerde te handelen in opdracht van een engel.

Gelukkig is er dan even ruimte voor een ironische noot, zo had ik het toch begrepen: een schilderij van Sigmar Polke uit 1969 waarop hij schrijft: "Höhere Wesen befahlen, rechte obere Ecke schwarz malen!" En inderdaad: de rechterbovenhoek is zwart geschilderd, 'onder invloed van hogere wezens'.

Daarna gaat het van kwaad naar erger. Alles heeft met het Hogere te maken, althans in Les traces du sacré. De ontwerpen van Bauhaus vertonen een kosmische dimensie en Picasso was geïnteresseerd in Afrikaanse maskers wegens hun magische krachten. Welwel. De hele twintigste-eeuwse kunstgeschiedenis wordt in een spiritueel licht gezien, waarbij het heilige en het religieuze zo ruim geïnterpreteerd worden dat de rek eruit is. Beuys en het sjamanisme, de masochistische rituelen van Marina Abramovic, het werk van Barnett Newman, Mark Rothko en natuurlijk Anish Kapoor - alles wordt in hetzelfde heilige licht geplaatst.

De ene kleine ruimte volgt de andere op. Telkens wordt één thema met een handvol werken geïllustreerd: Eros en Thanatos, homo homini lupus, de Eerste en de Tweede Wereldoorlog, zen, flowerpower, psychedelica en geestesverruimende paddenstoelen. Als een boodschappenlijst die afgewerkt moet worden. Het religieuze net wordt zo groot en de mazen zo klein dat elke vis erin gevangen kan worden.

Gelukkig is er boeiend werk te zien. Een apocalyptisch veelluik van Otto Dix, Der Krieg, een gefilmde dansperformance van Mary Wigman uit 1929 (!), een reeks gruwelerotiek van een zekere André Masson uit de jaren dertig en een net niet monochroom schilderij van Thierry De Cordier. Ook enkele ensembles zijn sterk, zoals de uitgepuurde kunst van Malevitsj, Mondriaan en Brancusi, die samengebracht wordt in een kleine ruimte - bijna 'kapelachtig', ja.

Maar minder zou meer zijn. Er is een overdaad aan beelden en de werken verdringen elkaar. Alsof de makers zoveel mogelijk argumenten willen aandragen voor hun hypothese: er is altijd religie in de kunst geweest. Bij alle overvloed blijft hun bewijsvoering echter steken in stuitende oppervlakkigheid. Uiteindelijk gaat hun visie op 'het sacrale' niet verder dan een reeks uitwendige kenmerken. Ensor beeldde zichzelf af als Christus en schilderde de vlucht uit het paradijs. Maakt dat hem tot een religieuze schilder?

Dat de kunst zelf sacraal kan zijn, dat in de kunst een andere ruimte wordt gecreëerd en een andere tijd heerst, dat de tijd zelfs stopgezet wordt, blijkt voor de makers van geen belang te zijn. Dat kunstenaars hun kunst als een vorm van religie zien - neem Van Gogh - is een onderwerp dat niet aangesneden wordt. Ensor én Van Gogh ontbreken overigens in Parijs.

De curatoren hebben toegegeven dat de recente opstoot van religieus fanatisme aan de basis van hun tentoonstelling ligt. Dat dat reveil ontstaan is in de nasleep van 9/11 en vooral door politieke motieven gevoed wordt, vergeten ze gemakshalve. Ze tonen wel een schaduwspel van Paul Chan met opstijgende auto's en gsm's, en vallende mensen. Een verwijzing naar de aanval op de WTC-torens. Maar voor de rest houden ze zich vooral met mystiek bezig. Of beter met het 'iets'. Want er kan toch niet 'niets' zijn tussen hemel en aarde?

Les traces du sacré tot 11/8 in Centre Pompidou, Parijs. Alle dagen 11-22 uur, www.centrepompidou.fr. Thalys verzorgt 25 treinverbindingen per dag tussen Brussel-Zuid en Paris-Nord, www.thalys.com.

De hele twintigste-eeuwse kunstgeschiedenis wordt in een spiritueel licht gezien, waarbij het heilige zo ruim geïnterpreteerd wordt dat de rek eruit is

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234