Dinsdag 22/06/2021

'God is de naam die ik aan het mysterie van het bestaan geef'

Soms heb je een buitenstaander nodig om je duidelijk te maken hoe rijk je wel bent. De buitenstaander in kwestie is Emile Brugman, de Nederlandse uitgever van uitgeverij Atlas, en de rijkdom Eric-Emmanuel Schmitt. Deze Franse schrijver van literair-filosofische pareltjes als Oscar en oma Rozerood, Meneer Ibrahim en de bloemen van de koran en Het kind van Noach - nota bene de enige Franstalige schrijver die tot de vijftien best verkopende auteurs ter wereld behoort - woont immers al jaren in Brussel. Hadden we Brugman niet gehad, zijn boeken waren misschien nooit in Nederlandse vertaling verschenen. Door Marnix Verplancke

Binnenkort komen van Schmitt twee nieuwe boeken uit: Milarepa, een vertelling over het hindoeïsme die aansluit bij zijn drie al in het Nederlands vertaalde boekjes over christendom, islam en judaïsme, en Mijn leven met Mozart, waarin de auteur nagaat welke inspirerende rol deze componist gespeeld heeft in zijn persoonlijk leven en hoe hij ook tijdens de zwaarste beproevingen steeds weer troost heeft gevonden in diens muziek. Beide boeken getuigen van een stilaan bijna onwerelds aandoende wijsheid. Ze benadrukken de rol van de schoonheid in het leven en stellen onomwonden dat kwetsbaarheid en aanvaarding ver te verkiezen zijn boven ons stoere verzet tegen het lot. Schmitt laat niet alleen bijzonder fijnzinnige kunstwerkjes uit zijn pen vloeien, omdat hij met zijn pleidooi voor fragiliteit en kinderlijke naïviteit recht tegen de hedendaagse mentale stroming invaart is hij ook een bijzonder moedig man.

Meneer Ibrahim en de bloemen van de koran is bijvoorbeeld een typisch Schmitt-boek. Hierin raakt de twaalfjarige joodse jongen Mozes - Momo voor de vrienden - aan de praat met Ibrahim, de lokale kruidenier die door iedere Parijzenaar voor een Arabier wordt aangezien omdat zijn winkel iedere dag tot acht uur 's avonds open is en je er ook op zondag terecht kunt. Maar Ibrahim is geen Arabier. Hij hangt het soefisme aan, wat de gematigdste strekking binnen de islam is, die wil dat iedereen god mag noemen hoe hij wil, niets heeft tegen het gebruik van alcohol en ervan uitgaat dat een mens via een door dans geïnduceerde trance in contact kan komen met zijn persoonlijke god. Omdat Momo een beetje aan zijn lot wordt overgelaten (moeder heeft het gezin verlaten na zijn geboorte en vader trekt na zijn ontslag als advocaat naar het zuiden van Frankrijk, op zoek naar een nieuwe baan) adopteert Ibrahim hem, maakt hij hem de geheimen van het soefisme (en ook wel van het gelukkige leven) diets en neemt hij hem zelfs mee naar het Midden-Oosten om daar deel te nemen aan een soefiritueel. En Momo steekt duidelijk wat op van Ibrahim. Na de dood van de man neemt hij immers zijn kruidenierswinkeltje over en is hij overgelukkig met zijn kleine, bescheiden bestaan.

Wat meteen opvalt wanneer we Schmitt ontmoeten is zijn zachte stem, mannelijk van timbre, maar drijvend op een bijna vrouwelijk, teder ritme. Hij neemt ons mee naar zijn muziekkamer, waar een partituur van Mozart op de vleugel ligt en we, na onze korte wandeling door de woelige Brusselse straten, opeens de stilte kunnen horen. "Dat is de reden waarom ik naar hier verhuisd ben," zegt hij, "die stilte. Ik had genoeg van Parijs. Ik was daar niet gelukkig. Ik wou in een grote stad wonen omdat ik niet met een auto rijd en graag naar een concert, een film of een theatervoorstelling ga, maar tezelfdertijd ben ik ook op een rustige omgeving gesteld. Ik wil in een bos kunnen wandelen omdat ik daar in mijn hoofd mijn boeken componeer. Die rust, die kon ik in Parijs niet vinden. Ik had vrienden in Brussel, werd jaloers op hun levensstijl en besliste op een dag dat ik maar beter kon verhuizen. Ik kon immers niet werken in Parijs. Ik moest er allerhande feestjes bijwonen waar ik helemaal geen zin in had, maar waar ik niet kon wegblijven. Mensen hebben het immers moeilijk met solitaire figuren. Ze denken al vlug dat je hautain bent als je niet op hun uitnodigingen ingaat."

Milarepa voltooit uw vierluik over de wereldreligies. Waarom schrijft iemand begin eenentwintigste eeuw over de positieve waarde van het geloof?

"Het zijn filosofische vertellingen. Je zou het misschien niet meteen denken, maar in feite ben ik een man van de achttiende eeuw die het verlichtingsideaal hoog in zijn vaandel draagt. Ik wil mijn gedachten dus in een sympathieke vorm gieten, net zoals bijvoorbeeld Diderot dat deed: filosofie overbrengen door een verhaaltje te vertellen en daarbij de sublieme gedachte koppelen aan een anekdote."

Maar inhoudelijk schrijft u wel iets heel anders dan die achttiende-eeuwse filosofen.

"Zij vochten inderdaad tegen de almacht van de religie, terwijl ik precies een goed woordje wil doen voor die religie. Niet dat ik zieltjes wil winnen, dat wil ik net zomin als mijn personages. De vijand van de achttiende-eeuwse filosofen was het bijgeloof, terwijl ik - en daar ligt dan misschien wel een overeenkomst - mij meer wil afzetten tegen de almacht van het atheïsme."

Religies hebben toch miljoenen doden gemaakt?

"Natuurlijk, maar het is niet dat type religie dat ik wil aanhangen of tonen in mijn boeken. Het is niet omdat je gelovig bent dat je daarom een ander wilt vermoorden voor dat geloof. Zij die dat doen zijn degenen die hét weten, die de waarheid kennen en dus fundamenteel onfilosofisch zijn. Het fundamentalistisch geloof is mijn vijand, net zoals het fundamentalistisch atheïsme dat is. Want dat is ook een strekking die de kennis in pacht denkt te hebben en bereid is die aan anderen op te leggen. Vergeet niet dat de twee grootste misdadigers van de twintigste eeuw atheïsten waren: Stalin en Hitler, figuren die dachten dat de hemel leeg is en dat ze daarom alles konden doen wat ze wilden. Veel reden om hoog van de toren te blazen hebben de integristische atheïsten dus niet. Het probleem is dat we iemand een misdaad zien begaan uit hoofde van een god en dat we daarom meteen besluiten dat die godsdienst hem moorddadig heeft gemaakt. Misschien is die rechtstreekse band er wel niet en beoefenen we hier een foute vorm van logisch denken. Misschien moordt die man wel omdat hij mens is."

Waarom brengt u in drie van de vier vertellingen een ouder persoon en een kind samen?

"Omdat de kindertijd en de ouderdom iets gemeenschappelijks hebben: hun kwetsbaarheid en hun nood aan anderen. En toch zijn het twee stadia in het leven waarin de mens heel contemplatief is. Ofwel hoor je nog niet bij het actieve leven van de volwassenen, of je hoort er niet langer bij. Het resultaat is dat kinderen en ouderen meer tijd hebben om na te denken over wat het betekent om mens te zijn. Alleen zij, en de filosoof er tussenin, houden zich bezig met wat voor mij toch de belangrijkste vraag is die we ons kunnen stellen. Maar ik breng die twee nog om een andere reden samen: omdat ik zo iets kan zeggen over onze maatschappij die het zo moeilijk heeft met het doorgeven van waarden. We leven in een heel kritische tijd. We stellen alles in vraag en daar is op zich niets mis mee, alleen durven we niet langer affirmatief te zijn. Bekennen dat je iets goed vindt is zeldzaam geworden. Mensen durven hun geloof in bepaalde zaken of waarden niet langer openbaar te maken.

"Persoonlijk kan ik niet leven zonder in iets te geloven en ik ben niet bang om dat in mijn boeken te tonen. En ik betreur het dat ik daarmee zo alleen sta. Vroeger was ik ook kritisch, op het nihilistische af. Ik brak alles tot op de grond af. En ik was ongelukkig. Vandaag beken ik mijn geloof, maar ik doe het in bescheidenheid. Bij de oudere mensen uit mijn vertellingen zie je iets dergelijks. Zij hebben de wereld gezien en die kan hen gestolen worden. En zij komen daar in een eerlijkheid die typisch is voor mensen op gevorderde leeftijd ook volmondig voor uit. Zij bekennen gelovig te zijn, de een moslim, de ander christen, en je kunt ermee doen wat je wilt. Au fond wil ik respect afdwingen voor het denken van de ander. En dat is wat me weer verbindt met die achttiende-eeuwse filosofen: ik strijd voor de tolerantie van degenen die anders zijn dan de anderen. In de achttiende eeuw moest er gevochten worden om personen die niet katholiek waren toch het statuut van volwaardig mens te geven. Vandaag moeten we hetzelfde doen voor degenen die niet atheïstisch zijn. De tijd van de monoreligieuze maatschappij is voorbij. Kijk naar Brussel: hier leven christenen, joden, moslims en atheïsten samen en dat kan niet zonder wederzijds respect."

Bent u zelf religieus?

"Volstrekt niet, maar ik ben wel gelovig. Ik hang geen bepaalde godsdienst aan en aanvaard de dogma's die ermee gepaard gaan dan ook niet. Maar ik geloof wel in een god. Ik kom uit een volstrekt atheïstische familie. Toen ik filosofie ging studeren werd ik agnosticus en dat ben ik in feite nog steeds. Ik weet niet, maar ik geloof. Ik weet niet of god bestaat, maar ik geloof wel dat hij bestaat. Dat geloof is ontstaan op mijn 29ste, toen ik verdwaalde in de Sahara, zonder eten of drinken, en een sublieme nacht onder de sterrenhemel doorbracht. Voor hetzelfde geld was ik gelovig gestorven, maar gelukkig werd ik de dag nadien gevonden. Aanvankelijk was ik gegeneerd vanwege dat geloof, maar nu al lang niet meer."

Uw geloof heeft een sterk ethisch karakter.

"Respect voor de ander vind ik van het grootste belang, wat in feite een idee is dat uit het jodendom stamt, en liefde natuurlijk, wat historisch gezien de christenen aan dit respect hebben toegevoegd. Allebei zijn dit volstrekt irrationele zaken. Hegel zei het al: de liefde is niet deductief. Het is geen concept onderhevig aan de wetten van de logica, maar wel een waarde die je aanhangt. En daarom kan een volledig gesloten filosofisch systeem nooit een goed beeld van de realiteit geven. De filosofie moet uitgaan van ervaringen uit het werkelijke leven en ze heeft die ook nodig om het verloop van het denken mogelijk te maken. Voor mij is het dus belangrijk om als filosoof steeds te luisteren naar wat de geloofservaring me kan leren.

"Ik ben wat het geloof betreft een gedecomplexeerd filosoof, wat zeker in België een rariteit is. Wanneer ik een lezing geef aan de ULB moet ik me haasten om ook naar Louvain-La-Leuve te gaan, want voor je het weet ben je tegen je wil in door een van de kampen ingelijfd. Enerzijds is dat wel grappig, maar ik hoop toch dat we over die weerstand heen geraken en een meer Franse attitude kunnen aankweken. De tolerantie is daar veel groter. Er zijn geen kampen en er heerst ook geen klimaat van verdachtmakingen en beschuldigingen. Het geloof, zo zegt men daar, is iets persoonlijks en intiems. Je kunt daar best een gelovig mens en een wetenschappelijk werkend filosoof zijn. In België lijken die twee elkaar volgens sommigen uit te sluiten. En de verschillende universiteiten en instellingen zijn in Frankrijk ook niet zo uitgesproken religieus en ideologisch gekleurd als hier. Ik heb aan de Sorbonne gestudeerd en daarna aan de Ecole Normale Supérieure. Derrida gaf daar les, er zaten briljante nietzschianen, hegelianen, thomisten, noem maar op. Die mensen wezen elkaar niet met de vinger na omdat de een gelovig was en de ander niet. Ze zeiden, hé, dat is interessant, vertel er eens iets meer over."

Maar uw geloof is wel een humanistisch geloof.

"Ik ben inderdaad puur om humanistische redenen geïnteresseerd in religies. Een paradox, ik weet het, maar door te kijken waarin hij gelooft, kun je de mens beter leren kennen. En dat is ook de reden waarom ik over verschillende godsdiensten schrijf. De een is niet beter dan de ander."

Uiteindelijk is het dus de mens zelf die van de wereld een hemel of een hel maakt.

"Mijn god is altijd afwezig. Hij houdt zich niet bezig met de wereld en je moet hem dus ook niet vragen om je te helpen, net zomin als je het ongeluk of het kwaad in zijn schoenen kunt schuiven. De mens is zelf verantwoordelijk voor de goede of slechte staat van zijn wereld. Geloof is er om de mens op zijn verantwoordelijkheid tegenover zijn omgeving en zijn medemens te wijzen, niet om hem daarvan te ontdoen. Men vraagt me wel eens hoe ik nog in god kan geloven na Auschwitz. Dat is een volstrekt zinloze vraag omdat het niet god is die Auschwitz heeft veroorzaakt, maar wel de mens. Hoe nog in de mens te geloven na Auschwitz, dat is de juiste vraag, en daar heb ik wel degelijk problemen mee. God is voor mij geen zondebok, maar wel een manier om te zeggen dat het menselijk leven au fond onbegrijpelijk is. God is de naam die ik aan het mysterie van het bestaan geef."

In die zin lijkt u wel een soefimeester.

"Iedere religie heeft wel een paar extreem tolerante groepen binnen haar gelederen. Het soefisme is de meest tolerante vorm van de islam en ik heb van Ibrahim niet toevallig een soefi gemaakt. Volgens mij zijn immers de meest wijze, tolerante groepen de interessantste. Waar ik naar op zoek ben is immers vrijheid, gelijkheid voor vrouwen en mannen en respect voor de anderen, en die tref je bij dogmatici en integristen niet aan. Kijk eens welke dommigheden we allemaal uitvoeren. We dreigen ten onder te gaan aan de terreur en de oorlog ertegen en beseffen niet dat het allemaal een kwestie van kennis is. Het is daarmee dat we de mensen die denken de waarheid in pacht te hebben te lijf moet gaan. Kennis is leren dat die waarheid er finaal niet is en dat je oordelen altijd voorlopig zullen zijn."

Maar dat is wel een ongemakkelijk uitgangspunt.

"Het is aanvankelijk inderdaad niet de aangenaamste positie om in te verkeren, maar na een tijd ga je je er grandioos door voelen. Je wint er geen absolute zekerheid mee, maar wel nederigheid en tolerantie."

U lijkt wel de filosoof van de fragiliteit te zijn. Woorden die steeds terugkeren in uw boeken zijn aanvaarding, troost en schoonheid.

"Het zijn de waarden van de wijsheid, die ik omarm omdat ik niet langer op zoek ben naar de waarheid. Dat stadium ben ik voorbij. Op mijn achttiende, ja, toen ging ik voor de waarheid. Ik was naïef, ambitieus en zelfs een beetje imperialistisch. ik zocht de waarheid bij Plato, Kant, Hegel en Marx. En iedere keer wanneer ik dacht haar gevonden te hebben kwam ik bedrogen uit. We vinden immers alleen maar voorlopige hypothesen die wachten om weerlegd te worden, en niets meer. En daarom heb ik de waarheid vaarwel gezegd. De aanvaarding van het leven in al zijn complexiteit en mysterie, waardoor we ons niet langer verzetten tegen het feit dat we niet alles kunnen weten en dat ieder mens zijn eigen antwoord heeft op de grote vragen, geeft dan grote voldoening. Ik ben niet op zoek naar het geluk, maar wel naar de wijsheid omdat het geluk altijd van voorbijgaande aard is en wijsheid niet. Vorige week was ik in IJsland, met zijn gletsjers en geisers. De natuur is er zo ruw en wild dat je je er als mens heel klein gaat voelen. Je kunt je niet inbeelden hoe zalig dat gevoel is."

Maar niet echt van deze tijd, wat toch enige moed vergt.

"Ik ga tegen de tijd in, dat weet ik, maar ik ben wie ik ben. Net zoals je aan de wijnboeren van Bordeaux niet moet vragen om een Beaujolais te maken, moet je mij ook niet vragen om een ander soort boeken te gaan schrijven. Moed komt daar dus niet bij kijken. Ik doe wat ik voel dat ik moet doen, en dat is niet van de ene dag op de andere ontstaan. Het zijn de anderen die me zo gemaakt hebben. De menselijke persoonlijkheid ontstaat uit interactie met anderen. En die interactie komt er doordat we nieuwsgierig zijn. We willen weten hoe de ander in elkaar steekt, wat hij denkt en voelt. Maar of ik zo tegen mijn tijd inga weet ik niet. Afgaand op het succes van mijn boeken zou ik er wel eens kunnen op vooruit lopen."

Muziek lijkt in uw schrijven iets spiritueels te zijn.

"Muziek vormt een groot deel van mijn innerlijk leven. Vandaar dat Mozart voor mij veel meer is dan een componist. Ik heb musicologie gestudeerd en ik had dus best een interessant boek kunnen schrijven over de waarde van Mozart in de geschiedenis van de westerse muziek, maar dat interesseerde me niet. Dat zou opnieuw een zaak van weten geweest zijn en dat is al veel te vaak gedaan. Ik wou tonen dat Mozart voor mij niet zozeer een muziek- als wel een levensleraar is geweest die mij door moeilijke momenten heeft getrokken en wiens muziek ik altijd als een troost heb ervaren. Hij schonk me vreugde wanneer ik treurde en gaf me moed wanneer ik het leven niet meer zag zitten. Hij was een onuitputtelijke bron van optimisme. De man was vaak ziek en leed constant pijn, onder meer aan zijn rotte gebit, en toch straalt zijn muziek een bijna onaards enthousiasme en optimisme uit. Op mijn vijftiende heeft Mozart me van de zelfmoord gered. De schoonheid van zijn muziek deed mijn nihilisme verschrompelen. Ik ben hem dus heel wat verschuldigd. Misschien is Mijn leven met Mozart dus wel niet zo anders dan mijn vier religieuze boekjes: misschien ben ik wel een soort Momo, en was Mozart mijn persoonlijke Ibrahim."

En hebt u iets geleerd uit zijn wijze lessen?

"Ja, dat ik een mozartiaans schrijver wil zijn, die toegankelijk schrijft, maar daarom nog niet meteen losbollig. Mozarts toegankelijkheid verbergt immers een grote wijsheid. Hij loopt niet met zijn werk te koop, maar verbergt het werk achter het werk. De kunst om de kunst te verbergen is altijd mijn ideaal geweest. Mozart was een gevoelig mens, maar hij liep niet met zijn emoties te leuren zoals de romantici. In ieder nieuw muziekstuk scheuren die hun borst open, rukken hun hart uit en schreeuwen: kijk, hier is mijn hart, zie hoe ik lijd. Die opzichtigheid is aan Mozart niet besteed. Hij was de componist van de schroom, niet van de schreeuw. Hij kon kinderlijk enthousiast zijn en hoe ouder hij werd, hoe meer waarde hij ging hechten aan dat kinderlijke. De kindertijd is immers de tijd van het vertrouwen, vertrouwen in een wereld die veel groter is dan mijn ik en ongetwijfeld een zin heeft. Wat die zin is, weet ik niet, maar mijn ouders weten dat wel. Dat optimisme vind ik prachtig. Een kind kent nog geen cynisme of nihilisme. Het staat nog voor alles open."

Zoals men wel eens hoort: een kunstenaar moet altijd een beetje kind blijven?

"Wat natuurlijk niet altijd waar is. Ik ken genoeg kunstenaars die compleet voorbijgegaan zijn aan het kinderlijke. Kijk bijvoorbeeld naar Beckett, - over Houellebecq zwijg ik liever - kinderen zijn compleet afwezig in zijn werk. Er is alleen een diepe wanhoop en een zinloze wereld, en toch is hij een uitzonderlijk kunstenaar. Mozart was anders, kinderlijker, maar daarom niet minderwaardig. Het is gewoon een verschillende levensattitude die voor mij persoonlijk veel vruchtbaarder is. Ik wil immers geen ijdeltuit zijn die met zijn kennis loopt te pronken. Ik weet wat Kant, Hegel en Heidegger over de religie hebben geschreven, maar ik wil niet als hen werken omdat het te makkelijk is om te schrijven als iemand die de kennis in pacht heeft. Ik wil als een onwetende schrijven, als een kind van elf jaar. En dat is iets wat je moet leren. Dat kun je niet op je twintigste. Je moet er een weg voor afleggen. Kijk naar Mozart. De toverfluit kwam helemaal op het einde van zijn carrière. Pas toen kon hij de kinderlijke wijsheid in zijn muziek tot uiting brengen. Een volwassene heeft een heel leven nodig om weer kind te kunnen worden."

Marnix Verplancke

www.eric-emmanuel-schmitt.com

Op 25 oktober brengt Eric-Emmanuel Schmitt in het Paleis voor Schone kunsten een literair huldebetoon aan Wolfgang Amadeus Mozart (20 uur, Henry Le Boeufzaal)

Eric-Emmanuel Schmitt

Milarepa

Oorspronkelijke titel: Milarepa

Vertaald door Eef Gratama

Atlas, Amsterdam, 75 p., 12,50 euro

Mijn leven met Mozart

Oorspronkelijke titel: Ma vie avec Mozart

Vertaald door Eef Gratama

Atlas, Amsterdam, 96 p., 15 euro (inclusief cd)

Beide boeken verschijnen op 12 oktober.

'Het fundamentalistisch geloof is mijn vijand, net zoals het fundamentalistisch atheïsme dat is. Want dat is ook een strekking die de kennis in pacht denkt te hebben en bereid is die aan anderen op te leggen''De mens is zelf verantwoordelijk voor de goede of slechte staat van zijn wereld. Geloof is er om de mens op zijn verantwoordelijkheid tegenover zijn omgeving en zijn medemens te wijzen, niet om hem daarvan te ontdoen'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234