Donderdag 13/05/2021

Globale crisissen, globale sterren

Wat hebben Noreena Hertz en Bjorn Lomborg met elkaar gemeen? Dat ze allebei bezig zijn met hete hangijzers, respectievelijk globalisering en milieu. Dat ze allebei een behoorlijke ideologische ommezwaai hebben gemaakt. Dat ze allebei weer een spraakmakend boek uit hebben.

egin jaren negentig trok een piepjonge Britse economiste naar het post-communistische Rusland. Haar taak: dat land helpen bij de overgang naar een markteconomie door het opstarten van de eerste Russische aandelenbeurs. Noreena Hertz was naar eigen zeggen op pad gegaan "als een handelsreizigster met het kapitalisme in mijn tas", maar keerde gedesillusioneerd terug en schreef een boek waarin ze datzelfde systeem scherp bekritiseerde. Niet dat ze het echt verwierp - het blijft voor haar nog altijd "de beste manier om welvaart te genereren" - maar het systeem van binnenuit veranderen, dat was wel nodig.

Want zoals ze in The Silent Takeover uitlegde, was de relatie tussen overheid en bedrijfsleven sinds de oliecrisis van begin jaren zeventig drastisch veranderd, waardoor regeringen niet meer opgewassen waren tegen de monopolistische multinationals en dat ondermijnt de democratie. Met die waarschuwing werd Hertz tegelijk een idool van de andersglobalistische beweging en een mediaster, bij dat laatste zeker niet gehinderd door haar looks, die haar bizarre etiketten opleverden als de 'Nigella Lawson van de economie'.

Nu heeft ze een nieuw boek uit, en waartegen ze ditmaal van leer trekt, blijkt uit de titel IOU, een Engels letterwoord voor een formele schuldbekentenis, en zeker uit de ondertitel, Het gevaar van de internationale schuldenlast. Een bewogen, bij tijden emotionele noodkreet is het geworden, wat niet verwonderlijk is gezien de dramatische en gevaarlijke gevolgen van de gigantische schuldenberg die arme landen hebben uitstaan bij andere naties, banken of andere instellingen.

Het sombere schuldenverhaal van Hertz begint tijdens de Koude Oorlog, toen die kringloop van "roekeloos geld uitlenen en kwistig geld lenen" ontstond. In dat geopolitieke steekspel tussen Washington en Moskou werd hulp immers gebruikt als wapen. Kwaliteit of moraliteit van de regimes die met dollars of roebels in het eigen kamp werden gehouden, was daarbij van geen enkel belang - denk maar aan het Zaïre van Mobutu of het Irak van Saddam Hoessein. Hertz beschrijft het hele mechanisme ten gronde: de rol van de door hun overheid gesteunde exportkredietinstellingen die firma's financierden en verzekerden bij hun buitenlandse activiteiten, van de commerciële banken en de obligatiemarkt en van de Wereldbank en het IMF.

De politieke doelstellingen van overheden en de belangen van het bedrijfsleven gingen keurig hand in hand en er leek geen einde te komen aan de door eigenbelang ingegeven gulheid van de rijke landen en de inhaligheid van de leiders in ontwikkelingslanden. Maar met het einde van de Koude Oorlog brak een nieuw tijdperk aan met andere spelregels, die vooral niet langer strategisch belangrijke gebieden als zwart Afrika en Latijns-Amerika hard troffen.

De concrete consequenties van die schuldenlast waarmee tientallen landen nu zitten opgezadeld, schetst Hertz in IOU via een sterke mix van menselijke verhalen (zoals dat van het Peruaanse meisje Cirila, het eerste slachtoffer van een cholera-epidemie door gebrek aan drinkbaar water) en even koele als schokkende cijferreeksen. Zo torsen de Afrikaanse staten ten zuiden van de Sahara momenteel een schuldenlast van 200 miljard dollar, staat Brazilië voor 223,8 miljard in het krijt en Argentinië voor 155 miljard. Zo staat tegenover elke dollar die de ontwikkelingslanden momenteel uit het Westen krijgen, een som van 9 dollar die ze moeten teruggeven om hun schulden af te lossen. Wat ertoe heeft geleid dat in een land als Zambia, dat Hertz als voorbeeld neemt, de buitenlandse schuld tussen 1970 en 1990 is opgelopen van 814 miljoen tot bijna 7 miljard dollar, terwijl het inkomen per hoofd van de bevolking van 1.455 dollar in 1976 tot 33 dollar in 2003 is gedaald. Ondanks of mede door de cocktail van steun en schoktherapieën waarmee Hertz' ex-werkgever de Wereldbank en het IMF ook in dat land tussenbeide kwamen en die Hertz hier ook scherp hekelt.

De analyse van de achtergronden en van de gruwelijke gevolgen van het schuldenprobleem is degelijk, zonder echt veel nieuws te bieden, maar wordt soms wat verzwakt door slordigheden (zoals het jaartal van de Russische schuldencrisis en haar analyse van de Brady bonds). En Hertz laat er ook geen twijfel over bestaan aan welke kant zij staat. Ze schuwt haar kritiek op de corrupte en/of incapabele leiders in veel arme landen niet, maar richt haar pijlen toch vooral op degenen die spontaan "met koffers vol geld" bij leiders in arme landen aanklopten. Haar waarschuwing dat het schuldenprobleem ook voor die rijke landen gevaren inhoudt, is terecht, maar de manier waarop ze zowat alle hedendaagse problemen, van milieu tot migratie en terrorisme, aan het thema van dit boek toeschrijft, is wel wat simplistisch.

Toch blijft Hertz' situatieschets overeind. Grote vraag is dan natuurlijk of ze ook oplossingen aandraagt en of die overtuigend zijn. Dat eerste doet ze inderdaad, het tweede ligt wat moeilijker. De auteur geeft toe dat er de jongste twintig jaar het een en ander is verbeterd op het schuldenfront, maar klaagt dat het toch nog maar om gemorrel in de marge gaat en waarschuwt dat als er geen drastischer ingrepen komen, een aantal landen binnen vijf jaar gewoonweg niet maar kan afbetalen. Met alle gevolgen van dien.

Om dat te voorkomen pleit zij ervoor de "vicieuze cirkel van desillusie, armoede, milieudegradatie, geweld, crisis en wanhoop" te doorbreken door schulden kwijt te schelden die een onwettig regime ooit heeft aangegaan of waarvan de aflossing betekent dat de basisbehoeften van de bevolking in gevaar komen. Voor democratische landen zou dat zonder voorwaarden kunnen gebeuren, in 'falende staten' zou het uitgespaarde geld terechtkomen in een "regeneratietrust" die er projecten mee zou kunnen financieren die de bevolking ten goede komen. Voordat er nu 'nobel maar wereldvreemd' wordt gemompeld, Hertz beseft zelf heel goed dat haar blauwdruk voor een oplossing een heel hoge dosis idealisme bevat en een massale mentaliteitsverandering vereist. Daarom sluit ze haar boek af met een oproep tot de lezers: "Praat erover. Kom met iets beters. Maar negeer dit niet. Je kunt het je niet veroorloven."

Hertz noemt in haar nieuwe boek de schuldenlast van ontwikkelingslanden een van de oorzaken van de opwarming van de aarde, iets waar zelfs de Engelse koningin Elizabeth II slapeloze nachten aan overhoudt. Bjorn Lomborg is echter nog steeds niet onder de indruk. In zijn eerste boek The Skeptical Environmentalist concludeerde hij dat het eigenlijk best goed gaat met ons milieu en schreef deze professor statistiek al dat klimaatsverandering helemaal niet zo'n groot probleem is als veel deskundigen zeggen. Ook in het nieuwe Global Crises, Global Solutions, een bundeling wetenschappelijke analyses van wereldproblemen, krijgt dat thema bepaald geen hoge prioriteit. Want de vorsers die onder leiding van de ex-Greenpeace-activist deelnamen aan deze oefening in probleembestrijding geloven net als hij dat Kyoto weinig bijdraagt tot het bestrijden van de opwarming en eigenlijk neerkomt op geldverspilling.

Dat die conclusie van Lomborgs Kopenhagen consensus in de media breed wordt uitgemeten, is begrijpelijk gezien de aandacht die het klimaat momenteel krijgt, maar toch ook een beetje jammer omdat dat hoe dan ook originele project veel verder ging dan de CO2-uitstoot meten. Bedoeling was namelijk tien van de belangrijkste problemen te definiëren die de wereld nu en in de nabije toekomst bedreigen en op grond van een koele kosten-batenanalyse te bepalen hoe je die het efficiëntst kunt aanpakken.

Lomborg ging ervan uit dat er nu eenmaal niet genoeg geld is om alles tegelijk te doen (wat overigens betwistbaar is, want het gaat eerder om willen dan om kunnen) en dat je dus keuzes moet maken. Hij vroeg zich af hoe je een bedrag van 50 miljard dollar het best kunt gebruiken om de belangrijkste crisissen te bestrijden en de arme landen te helpen. En daartoe riep hij de hulp in van een groep prominente wetenschappers, onder wie drie Nobelprijswinnaars, en liet hij hen selecteren en calculeren. Dat leverde een 'toptien' van problemen op die je het best kunt aanpakken - niet op grond van hun intrinsieke belang maar op basis van het rendement.

In die hitparade staat klimaatswijziging pas op de tiende en laatste plaats, omdat het geld dat je daaraan uitgeeft pas op zeer lange termijn vruchten zal afwerpen en dan nog in heel beperkte mate, zodat het rendement bijzonder klein is. Aan welke crisissen Lomborg en de zijnen dan wel prioriteit geven? Vooral aan de strijd tegen aids, die bovenaan in deze ranglijst staat, gevolgd door ondervoeding en honger en vrije handel. Met een investering van 27 miljard dollar kun je tegen 2010 zo'n 28 miljoen aids-gevallen vermijden, zodat het rendement vele malen hoger ligt dan het prijskaartje. Dat je zo'n 850 miljoen chronisch ondervoede mensen in zwart Afrika voor de som van 12 miljard dollar aan essentiële ijzer- en vitaminesupplementen kunt helpen, is ook duidelijk een goede investering. Minder evident is de derde plaats voor vrijhandel en het wegnemen van handelsbarrières, maar dat wordt verdedigd met het argument dat als je de huidige landbouwsubsidies elimineert je jaarlijks zo'n 250 miljard dollar vrijmaakt, die je dan voor betere doelen kunt gebruiken - al geeft Lomborg toe dat daarvan naast de armen ook rijken baat zullen hebben. Andere thema's zoals schoon water, corruptiebestrijding en migratie scoren iets minder goed, maar nog altijd beter dan klimaatsverandering.

Met deze vingeroefening kreeg Lomborg, net als met zijn eerste boek, een golf van kritiek over zich heen, vooral dan over de gehanteerde methode. Het idee van een hitparade op zich stuit veel wetenschappers al tegen de borst. Het brede spectrum aan problemen dat Lomborg behandelt, wordt gelaakt als appels met citroenen vergelijken. Dat Lomborg enkel economisten en geen andere specialisten in zijn panel opnam, deed ook heel wat stof opwaaien. Zijn verdediging: regeren en beslissen komt altijd neer op prioriteiten kiezen, een ranglijst mag dus ook. Daarbij gelooft de statisticus in hem dat je de verschillende problemen wel degelijk kunt vergelijken op basis van kosten en baten en koos hij juist daarom voor gespecialiseerde economisten. Wat allemaal niet wegneemt dat Lomborg weliswaar hoog opgeeft van de onpartijdigheid van zijn economisten, maar in zijn selectie toch weinig mensen opnam die niet in zijn denkpatroon passen. En dat er, zoals hij zelf toegeeft, nog andere zaken meespelen dan de economie, zoals rechtvaardigheid en gelijkheid. Ook is het, gezien de samenhang tussen veel van de problemen die hij behandelt, niet altijd realistisch om ze geïsoleerd te behandelen.

Maar een feit is dat Lomborg er juist door zijn aanpak (behoorlijk zware wetenschappelijke stellingen in een overzichtelijk lijstje verpakken) weer in geslaagd is complexe thema's en theorieën onder de aandacht van het grote publiek te brengen. Een talent dat hij ook al gemeen heeft met Noreena Hertz, die haar schuldenboek niet toevallig begint met een hoofdstuk over medestrijder en mediaheld Bono, de zanger van supergroep U2.

Hans Muys

Noreena Hertz

IOU. Het gevaar van de internationale schuldenlast

Vertaald door Ed Lof

Uitgeverij Contact, Amsterdam, 256 p., 24,90 euro.

Bjorn Lomborg e.a.

Global Crises, Global Solutions

Cambridge University Press, 670 p., 28,5 euro.

Hertz noemt de schuldenlast van ontwikkelingslanden een van de oorzaken van de opwarming van de aarde, maar Lomborg is nog steeds niet onder

de indruk

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234